De glazen bol rond het opbouwwerk [gastblog]

Gastblog: De glazen bol rond het opbouwwerk

Deze vierde gastblog is van Teun. Teun: “Doorzeef het gerust met opmerkingen en suggesties, zeker waneer het je te pompeus wordt. Daar ben ik namenlijk erg goed in.” Gelukkig vind ik het prachtig. Ik kan het zweet van de bestuurders ruiken en het gegil vraagt om strakke actie. Benieuwd wat jullie vinden van het opbouwwerk in 2010. Want dat is de trend waar Teun over blogt: “Revival opbouwwerk: het opbouwwerk komt in een stroomversnelling van positieve energie en aandacht. We (her)ontdekken methodieken die naadloos aansluiten bij Welzijn Nieuwe Stijl.” Teun:

De glazen bol rond het opbouwwerk.

De rode lampjes op het Ministerie van Financiën begonnen ergens dit decennium te knipperen. Hoe het huishoudboekje van de staat ook voor lange termijn werd doorgerekend, steeds kwamen er megatekorten uit. De naoorlogse generatie zou, na Nederland eerst groot gemaakt te hebben, ons land via de stijgende zorgkosten ook meteen weer tot het niveau van Burundi degraderen. De oplossing: “burgers moeten voortaan voor zichzelf zorgen. En we noemen het welzijn nieuwe stijl”.

Ik houd van crises. Bestuurders met zweetplekken onder de oksels. Mensenmassa’s die gillend in het rond rennen. Het biedt kansen. Zolang je blijft nadenken en het initiatief neemt, kom je er meestal sterker uit. En het uit crisis geboren welzijn nieuwe stijl biedt oneindig veel kansen. Zeker voor onze beroepsgroep.

Cultuuromslag

Het grootste punt is namelijk dat er een cultuuromslag nodig is in de relatie tussen burgers en de overheid. Van een paternalistische, naar een relatie waarin beide gelijkwaardig zijn. Niet alleen om de zorgkosten te kunnen blijven betalen. Dat is eigenlijk maar bijzaak. Nee, het zit veel dieper. Als antwoord op de brede onvrede in de samenleving jegens de overheid, instellingen en elkaar.

Willen wij in Nederland een prettige en betaalbare samenleving houden, moet de overheid ont-regelen en moeten burgers de regie pakken. Maar hoe? Door het vermogen om zowel aan de keuken- als bestuurstafel een begrijpelijk verhaal te houden, is de opbouwwerker bij uitstek geschikt als begeleider van het proces richting nieuwe verhoudingen.

Dit is echt dé kans van de eeuw om de opbouwwerker in een sleutelpositie te manoeuvreren. Iemand die door in de periferie te bewegen allerlei slimme en ‘goedkope’ structuren tot stand brengt. Structuren waardoor de noodzakelijke cultuuromslag bij burgers en de overheid vorm en inhoud krijgt. Dat vergt ondernemerschap. Dat vergt een rugzak vol methodieken. Dat vergt sterke mensen. Klassiek opbouwwerk. Niets meer en niets minder.

Heeft het opbouwwerk deze kans gepakt in 2010?

Tot voor kort liet de beroepsgroep deze handschoen te vaak op de grond liggen. Veel opbouwwerkers waren nog niet doordrongen van het besef dat zij deze kritieke plek kunnen –en moeten- innemen. Vroeg je waarom niet, dan hoorde je de bekende beren op de weg. “Mijn manager, de gemeente, de beschikbare uren.” Maar eigenlijk zeiden ze dan: “ik acht mijzelf niet bij machte om deze rol waar te kunnen maken.”

Als ik de situatie in lekkere ‘healing’ termen zou moeten omschrijven, dan zat de beroepsgroep in een fase waar zij nog niet volledig in contact stond met haar ‘hogere ik’. De fase van ‘in je kracht staan’, lak hebben aan gangbare denkbeelden en totaal een zijn met je opdracht binnen de maatschappij.

In de loop van 2010 kwamen er scheuren in de glazen bol rond het opbouwwerk. Hier en daar vielen er stukken glas op de grond. Er is een kopgroep ontstaan van vrijdenkers die intensief informatie uitwisselt over het vak, elkaar uitdaagt en plezier uitstraalt. De beroepsvereniging heeft radicaal gebroken met de oude structuur. En op bijeenkomsten in het land hoor je steeds vaker een opbouwwerker met een eigenwijs geluid.

Het komt allemaal niet uit de lucht vallen. Het is een uiting van een brede wens om uit de eigen schaduw te stappen. Om de regie weer te veroveren en voorop te lopen in de renovatie van het sociaal werk. De geest is uit de fles. Daarom denk ik dat we 2011 gaan herinneren als een goed jaar. Het jaar dat opbouwwerkers elkaar op sleeptouw nemen en hun kracht hervinden, met als prettig gevolg dat zij hun ‘klanten’ ook in hun kracht kunnen zetten.

Teun Hofmeijer is opbouwwerker. “Als opbouwwerker werk ik aan ‘gezonde’ buurten, wijken en steden. Waar een architect gebouwen (her)ontwerpt, is de gemeenschap het gebouw waar ik aan werk.” Hij werkt bij Impuls in Oldenzaal en is bestuurslid van Community Development 2.0, Beroepsvereniging voor opbouwwerkers en andere wijkontwikkelaars (#code20).

Meer gastblogs lezen de komende dagen? Meld je dan even aan voor de mailinglijst.

Sociaal Werker in hart en nieren? Ontdek nu de ONDERNEMER in jou!

Doe de [gratis] test en ontvang een waardevol rapport met jouw profiel, tips, inzichten en een leuke oefening.
Ga hier naar de test >>>

Reacties

  1. Wat heerlijk te lezen, helemaal niet te pompeus ;-) Ik help je hopen dat 2011 de kentering echt gaat markeren. Wat mij betreft gaan we ervoor.

  2. Daphne van Knippenbe zegt:

    Wat een prachtig verhaal Teun!Ben ook voor de kentering, dusseh, kom maar op met 2011 ;-)

Trackbacks

  1. […] 14-12-2010: De glazen bol rond het opbouwwerk door Teun Hofmeijer Tags:2010, terugblik, trends, welzijnswerk […]

Laat wat van je horen

*