Stop nu met samenwerken!

Samenwerken is populair

Samenwerken in de keten is reuze populair. Verbinden en elkaar versterken zijn de toverwoorden. Het wordt zo sterk gepredikt dat je wel gek zou zijn om niet mee te doen in de keten.

Ook de gemeente heeft er een handje van. Vinden ze het lastig dat al die partijen nu op hun deur kloppen dan sturen zij ze weg met de boodschap “Ga maar samenwerken en als jullie eruit zijn dan kom maar weer eens terug”. Durf dan maar eens ‘nee’ te zeggen.

En als het ze dan te lang duurt of ze hebben er geen vertrouwen in dan gaan ze het maar zelf doen.

“Welzijn” is populair en je ziet dan ook dat dit domein door partijen wordt geclaimd zoals zorgorganisaties die hiermee goede sier willen maken.

En dan gaat samenwerken opeens verdacht veel op concurrentie lijken. Eerst geloof je je ogen niet en denk je nog dat je het je allemaal wel zult inbeelden. Jullie zijn immers partners …

StopHet moeilijkste wat er is!

Wist jij dat samenwerken het moeilijkste is wat er is? Echt samenwerken is een Kunst met een grote K. De kunst van het luisteren, loslaten en overgeven.

Als je dit accepteert dan kijk je vanzelf met een andere blik naar samenwerkingen en is het de hoogste tijd om dit eens kritisch onder de loep te nemen.

Brengt die samenwerking jou werkelijk waar je op gehoopt had? Hebben jullie beiden het belang van de klant helder voor ogen? Vertrouw je elkaar volledig? Kun je lol maken met elkaar en bij elkaar een potje breken? Is de samenwerking stabiel en bestand tegen een deukje?

Als dit niet zo is: stop dan nu met de samenwerking!

Dit lijkt doodeng en ‘not-done’ maar geloof me het brengt je enorme opluchting en je kunt al jouw energie weer steken in het versterken van jouw eigen kracht, positie en identiteit.

Kracht, positie en identiteit

Wil je namelijk echt samenwerken dat is dit de enige en onverbiddelijke voorwaarde:

het kennen van en eerlijkheid over je eigen kracht, positie en identiteit. Je moet je eigen kennis inbrengen, jouw positie kunnen opeisen en daar geloofwaardig in zijn. Geen enkele concessie doen aan je deskundigheid.

Wanneer je merkt dat de samenwerking ontaardt in een domeinenstrijd, waarbij het calimerogevoel de kop opsteekt, is dit een ernstig signaal. Je inbreng vanuit je eigen identiteit en deskundigheid is dan niet sterk genoeg. Er wordt aan je getrokken. Of nog erger: je wordt buitenspel gezet. Je ontdekt dat niet alles in de samenwerking wordt besproken maar dat er één-tweetjes zijn waar de zaken werkelijk worden gedaan.

Soms is een partij nog zoekende. Is de identiteit nog niet zo sterk. Wanneer je dan een tweede partij tegenkomt in dezelfde situatie, is de verleiding groot om samen te werken. Samen sterk te worden. Toch is dit niet slim. Je creëert een zwakke alliantie waarin het risico bestaat dat je nooit je eigenheid zult vinden. Samen zul je alleen nog maar zwakker staan. Er zijn vele voorbeelden van fusies die hierdoor zijn mislukt. Dit is vooral verspilling van tijd, energie en geld.

Aantrekken van samenwerkingspartners

Je kunt pas samenwerken als je helder zicht hebt op je eigen kracht, positie en identiteit. Vanuit die onderscheidende eigenheid inbreng hebt in de samenwerking. Dan zul je waardering en respect krijgen. Samenwerkingspartners weten waar jij voor staat. Wat ze aan je hebben.

Een sterke onderscheidende organisatie-identiteit draagt bij aan groei en succes van de organisatie. Dat trekt andere partijen weer aan, waardoor ze naar jou toe zullen komen om je te vragen om samenwerking. Doe dit dan alleen als de partij waarmee je wilt samenwerken dit ook kan doen vanuit hun eigenheid die de jouwe aanvult.

Wat is jouw ervaring?

Is een samenwerking bij jou wel eens mislukt? Maak jij je zorgen over de rol van de gemeente hierbij? Heb jij wel eens een samenwerking opgezegd?

Deel alsjeblieft jouw ervaringen hieronder zodat we van elkaar kunnen leren.

 

Sociaal Werker in hart en nieren? Ontdek nu de ONDERNEMER in jou!

Doe de [gratis] test en ontvang een waardevol rapport met jouw profiel, tips, inzichten en een leuke oefening.
Ga hier naar de test >>>

Reacties

  1. Veronique de Kwant zegt:

    Je argumenten helpen enorm om dit levensgrote dilemma op te lossen. Onze natuurlijke impuls is om samen te werken om onduidelijkheid voor de klanten te voorkomen en we gezamenlijk vaak beter in staat zijn om de een goed aanbod te doen als het gaat om bijzondere doelgroepen. Welzijnswerk daagt mensen uit om het beste uit henzelf te halen en actief te worden/blijven. Maar gespecialiseerde kennis is ook van belang, zeker op terugval momenten of als een ouder iemand niet meer zelfstandig thuis kan blijven wonen. Daarom werken we met zorginstellingen samen. Maar helaas het is nog (bijna) nooit gebeurd dat deze instellingen het welzijnswerk daarin ook erkennen door ons te faciliteren. Terwijl de verschillen in personele bezettingen, overhead en budgetten voor PR en marketing tussen lokaal welzijnswerk en zorg en hulpverlening niet met elkaar in verhouding staan. Een uitzondering wil ik wel noemen, het RIBw-kam onder leiding van een visionaire directeur die dicht bij haar klanten en medewerkers staat. het kan dus wel, maar ik weet inmiddels wel waar ik op moet letten.

    Ook de samenwerking met burgerinitiatieven vraagt veel inzet van het welzijnswerk. Onze gemeente wakkert deze initiatieven enorm aan en gaat in het nieuwe sociale domein soms ook over tot subsidiering van wijkbedrijven. Of een woningcorporatie doet dat. Die keuze komt voort aan de in jaren opgebouwde weerzin tegen het welzijnswerk in het algemeen. Ik voel me daarbij niet aangesproken en specialiseren ons ook het leggen van verbindingen, op verzoek advies verlenen en hand-en-spandiensten voor hen doen op gebied van (gezamenlijke) fondsaanvragen, uitzoeken van allerlei regel-en-wetskwesties, soms ook de risico’s van personele inzet overnemen. De inspanningen van het welzijnswerk komen in deze variant soms ook te weinig in beeld. Maar ik neem dat voor lief, omdat we op deze manier onze samenleving duurzaam kunnen versterken: burger-vrijwilligers-en profesioneel welzijnswerk in elkaar’s verlengde!

  2. Hoi Veronique,

    Wat je schrijft is erg herkenbaar zeker ook uit de tijd dat ik directeur was van Welzijn Buren. Ik ben wel benieuwd of de uitzondering die jij beschrijft dan vooral te maken heeft met de persoon. Je bent positief over deze samenwerkingspartner en dat kan wel eens de doorslaggevende rol spelen.

    Heel goed dat je je niet aangesproken voelt door de weerzin tegen het welzijnswerk. Het enige wat je kunt doen is laten zien welke waarde je levert. Maar wel zorgen dat het beter in beeld komt! Jouw positie op het podium moet je ook echt in dit soort samenwerkingen claimen omdat het niet vanzelfsprekend is dat je het podium krijgt.

Laat wat van je horen

*