Een open en eerlijk gesprek over het vallen en opstaan van een welzijnsorganisatie die geld wil verdienen

 

Geld verdienen. Ik had er onlangs een goed gesprek over met Sabina Rollema en Matthias de Graaf van SenW Ridderkerk. Want zij doen het namelijk. Geld verdienen.

Sabina is een welzijnsdirecteur in Ridderkerk. Al jaren zocht ze naar een manier om te innoveren. Het lukte niet echt. Ze liep tegen bezuinigingen aan en een team dat het eigenlijk best wel heel moeilijk vond om het oude los te laten.

Matthias is de man die 3 jaar geleden het team kwam versterken. Een ondernemer, een pionier, een netwerker. Niet bang om commercieel te zijn. Hij bracht de innovaties en de doorbraak waar Sabina zo naar verlangde.

Sabina en Matthias. Samen met al hun andere collega’s een gouden duo. Bevlogen sociale ondernemers die laten zien hoe het Sociaal Werk minder afhankelijk kan zijn van subsidies. En ze hebben er lol in. Het werd een superleuk en leerzaam gesprek.

 

A: Waar liep je tegenaan?

S: Forse bezuinigingen, 12% van ons budget. En tegelijkertijd zag ik dat de doelgroep veranderde. Ouderenadviseurs en mantelzorgconsulenten kregen te maken met andere doelgroepen. Eigenlijk moest er geïnnoveerd worden. Maar er was onvermogen op de werkvloer. We maakten wel iedere keer afspraken om dingen nieuw te doen. Maar dat was lastig voor veel medewerkers. Omdat de focus bijna altijd lag bij de klant zelf en minder op organisatiebelangen. Hun beeld naar de toekomst was vooral ‘hoe kunnen we onszelf overeind houden, hoe kunnen we zorgen dat we de dingen kunnen blijven doen die we willen doen’. Maar ik wilde ook op zoek naar andere middelen van bestaan om te kunnen doen wat ik graag wilde doen.

A: Medewerkers die niet innoveren. Niet kunnen of niet willen?

S: Medewerkers leggen vooral hun belangen bij de klant. Dat is prima want daar zijn ze van maar je hebt ook nog andere belangen. En daar ben je ook met z’n allen verantwoordelijk voor. Een aantal medewerkers zaten vlak voor hun pensioen, die wilden gewoon doen wat ze altijd hebben gedaan en op een mooie manier hun werk afsluiten. Als dit een groot deel van je team is dan belemmert dit je innovatiekracht.

A: Wat heb je geprobeerd om ze wel innovatief te maken?

S: Kijken naar best practices. Samen ergens naartoe gaan om inspiratie op te doen, workshops volgen, met elkaar bespreken wat we zouden kunnen doen, wat daar de voordelen van zouden zijn, hoe we dit in kunnen vullen.

A: Je hebt veel gedaan!

S: Ja! Heel veel dingen om het voor elkaar te krijgen. Hierdoor ontstond er een soort van tweedeling in het team: medewerkers die het wilden en konden en medewerkers die het wel goed vonden zo. Het gaf mij in ieder geval niet de innovatiekracht die ik wilde. Wat bijvoorbeeld echt een vies woord was: ‘meer geld binnenhalen’ om dat te besteden aan de diensten die we wilden leveren en waar geen geld voor was. Nou, dat was echte cultuuromslag.

A: Want dat was het tweede waar je tegenaan liep: bezuinigingen en jouw zoektocht naar andere inkomsten.

S: Ja en dat vonden ze erg moeilijk.

A: Hoe kwam jij dan op het idee dat er geld te generen was op een andere manier dan subsidie?

S: In het verleden hebben we wel eens met sponsors gewerkt en dan merk je dat partijen zich willen inzetten voor het maatschappelijk belang. Dat ze daar zelf wel wat mee willen in het kader van maatschappelijk betrokken ondernemen. Commerciële partijen waar we eigenlijk nooit wat mee deden, daarvan dacht ik dat we daar nog veel meer mee zouden kunnen bereiken. Alleen dan moeten we wel een gezamenlijke boodschap uitdragen en dan moet dat wel een beleid van de organisatie zijn dat het helemaal niet vies is als we daar de mogelijkheden onderzoeken om zaken te doen.

A: Jij had duidelijke signalen vanuit die partijen dat daar ruimte zat om zaken te doen?

S: Klopt.

A: Hoe vond jij dat dan persoonlijk dat anderen dat vies vonden?

S: Lastig om mee om te gaan. Omdat ik altijd heb willen innoveren. Ik wilde veel meer dan ik voor elkaar kon krijgen. Maar ik ben altijd blijven kijken en zoeken naar kansen om het voor elkaar te krijgen.

A: En uiteindelijk is het gelukt! Wat heb je precies gedaan?

S: Door samenloop van omstandigheden, medewerkers gingen met pensioen, kwam er ruimte voor een nieuwe medewerkers. Voorheen heb ik altijd mensen aangenomen die HBO MWD of vergelijkbaar hadden. Nu hebben we bewust iemand aangenomen die dat niet had maar hele andere competenties die ik wilde als verrijking van mijn team. Om juist die kant meer naar voren te halen die we niet hebben en die ik zelf ook nog onvoldoende heb.

A: Aan welke competenties moet ik denken?

S: Ik heb iemand aangenomen die een eigen zaak heeft gehad en die ervaring had met inkooptrajecten en commercieel denkt. En in verdienmodellen denkt. Dus echt hele andere competenties meebracht die ik ook niet in huis had. Hij kreeg in eerste instantie een jaarcontract dus ik heb ook gedacht ‘wordt het niks dan heb ik het toch geprobeerd’. Ik wilde heel bewust kijken en meemaken wat er gebeurt als iemand de boel op zijn kop zet, wat voor deining brengt dat teweeg. Lukt het hem om de rest van het team aan te jagen?

A: Had je ergens nog twijfels?

S: Ik had geen twijfels om hem aan te nemen maar hield er wel rekening mee dat het niet goed zou kunnen uitpakken. Dan had ik weer afscheid van hem genomen. Maar eigenlijk geloofde ik er ook wel in dat het goed uit zou pakken. Ik dacht wel ‘past dit binnen de organisatie’? Hebben we als organisatie en bestuur voldoende power om dit te laten werken? Het bestuur was ook met een professionaliseringsslag bezig dus eigenlijk sloot dat wel heel mooi aan. Er werd wel erkend dat de wereld om ons heen veranderde: er gingen organisaties om ons heen failliet, we zagen de aanbestedingen. De urgentie was alom voelbaar, ook voor het bestuur.

A: Matthias, jij zag de vacature in de krant?

M: Nee, ik werd getipt door mijn tante op een verjaardag die werkte bij Karaat Ridderkerk. Die zei ‘dit is echt wat voor jou’. Maar, welzijn, ik weet het niet hoor … Vooruit ik ga het proberen. Ik had een eigen zaak en dacht dat als het niets zou worden dat ik dan zo weer verder zou kunnen met mijn eigen zaak. Ik had samen met mijn vrouw een consultancybedrijf in het geven van communicatietrainingen en ik was vooral werkzaam in sociale domein als interim. Ik heb commerciële economie gestudeerd. Door mijn bedrijf was het domein mij dus wel bekend. Ook voor mij was het gewoon een kwestie van ik ga het proberen en ik zie wel waar het uitkomt. Toen ik hier binnenkwam dacht ik wel waar ben ik in hemelsnaam beland? Was totaal niet mijn ding: compleet andere setting! Toen ik zei: we gaan geld verdienen, was er weerstand bij een aantal mensen.Dit was echt uit den boze!

A: Nog even naar het sollicitatiegesprek: wist je waarvoor je werd binnengehaald en wat de verwachtingen waren tav jou?

M: Het ging allemaal heel snel. Ik wist ongeveer wat ik kon verwachten. Ik ben sterk in netwerken en ik ben  sociaal. Dat heb ik in het gesprek gezegd: ‘dit ben ik en dit kan ik’. Ik zag dat Sabina dit aansprak. Ik zag kansen en een uitdaging. Ik heb ook wel gezegd: ‘als ik geen uitdaging meer zie, dan ga ik weg’. Zo sta ik ook in mijn leven. En ik zie nu nog steeds die uitdaging. Dat vind ik het mooie van welzijnswerk, het is een wereld die zo aan het veranderen is. Er is geen subsidie meer voor wat we willen. We gaan over op inkoop en daar hangt een prijs aan. Welzijnsorganisaties moeten ook veranderen. Partijen vinden waar we mee kunnen samenwerken ipv alleen maar focussen op de gemeente. Ik ervaar een continue uitdaging. En samen met Sabina ga ik die graag aan. Nu alweer 3 jaar.

A: Het was dus vooral een kwestie van proberen in het begin maar nu na 3 jaar kun je wel zeggen dat het geslaagd is. Wat ben je gaan doen Matthias? Hoe ziet jouw dag eruit?

M: Ik ben eigenlijk vrij traditioneel als ouderenadviseur gestart met projecten zoals Huisbezoeken en computerhulp van Seniorweb. Ik zag bijv. die vragenlijst voor de huisbezoeken maar die heb ik aangepast en opnieuw gemaakt met de vrijwilligers. Dit zijn we helemaal anders gaan doen met veel betere resultaten. Ook de computerhulp, die liep wel, maar kon beter. Ik ergerde me aan de apparatuur en de externe locatie. Ik wilde het naar binnenhalen in onze eigen locatie. Waardoor onze klanten nu bij ons binnenkwamen en daardoor ook in contact kwamen met onze andere diensten.

S: Omdat de computercursussen eerst in de bibliotheek waren wist niemand dat dit een dienst van ons was. Matthias keek ook naar onze profilering en nadat we het in eigen huis hadden gehaald wist iedereen dat de cursussen van ons waren.

M: Er kwam veel meer kruisbestuiving. We kregen ook de vraag of we privé computerles wilden geven. Dat deden we niet maar het is wel een vraag uit de markt! En we zeiden steeds ‘nee’.  

A: Dit herken ik uit de tijd dat ik directeur was bij Welzijn Buren. Dat is mooi Matthias, jij ziet een vraag en labelt dit als vraag uit de markt. Wat ben je gaan doen?

M: We zijn privé les gaan aanbieden. Tegen een ander tarief. Het verdienmodel: we vragen 10 euro per uur om kosten te dekken en dan houden we nog een beetje over. En dat geld komt weer terug naar de maatschappij. We kunnen hiermee andere doelgroepen helpen. Via mijn netwerk kwam ik bijvoorbeeld in contact met een moeder die voor haar autistische zoontje een tablet nodig had voor school. Maar daar geen geld voor had. Wij hadden tablets en ik heb een daarvan ingepakt en weggegeven voor zijn verjaardag. Ik kan dit doen omdat ik weet dat Sabina mij daarin steunt. Dat is wat we proberen: we proberen geld te verdienen en met dat geld weer mensen te helpen.

M: We hebben ook een klussendienst met vrijwilligers. Ook op dat terrein krijgen we vragen uit de markt. En die dienst leveren we en ook daar houden we wat aan over.

S: Vroeger moest alles zo weinig mogelijk kosten, niemand kon en wilde het betalen. Dat was het adagium in het welzijnswerk. We hebben bijv. jarenlang met onze belastingservice mensen geholpen om honderden euro’s terug te krijgen en vroegen dan zelf vijf euro voor onze dienst. Nu stelden we de vraag: is dit wel reëel? Er zijn genoeg mensen die hier wel geld voor over hebben. En nu hebben we een marge ingebouwd waar wij wat aan overhouden en dus geld verdienen met deze service. Dit geld wat wij weer verdienen geven wij weer uit aan andere maatschappelijke doeleinden. Daarmee zijn we veel meer een maatschappelijke ondernemer geworden.

A: Als een tientje per uur kostendekkend is, welke kosten dekt dat dan?

M: Vrijwilligersvergoeding, benzinevergoeding, reparatie vergoeding voor vrijwilligers, materiaal vergoeding vrijwilligers, verzekeringskosten. Dit zijn voorbeelden met betrekking tot de klussendienst en belastingservice.

S: De inrichting van ons computerlokaal hebben we helemaal uit eigen middelen bekostigd, daar hebben we geen subsidie voor gevraagd.

A: Maar een tientje lijkt zo weinig …

S: Sommige klanten vinden het veel. En ook onze eigen vrijwilligers en zelfs medewerkers vinden het soms heel veel geld. En zijn bijna verontwaardigd …

A: Ze moeten eraan wennen. Maar komt na dat tientje dan de verhoging naar 15 euro en verder?

M: Nee, dat moeten we ook niet willen. Want dan zouden we richting zzp’ers gaan. We willen wel duidelijk zijn dat we een welzijnsorganisatie zijn met vrijwilligers die kunnen bepaalde dingen doen maar daar zit een grens aan. Een goedkope zzp’er doet het ook voor 15 euro. Dat willen we niet.

S: Het blijft ook wel een zoektocht: waar ligt de grens?

A: Dit is een mooi voorbeeld van een product wat jullie al leverden en wat jullie hebben uitgebouwd. Zijn er ook nieuwe producten gemaakt in de afgelopen 3 jaar? Misschien wel geleverd door professionals?

S: De belastingservice voor minima!

M: Wij deden in eerste instantie belastingservice voor ouderen voor 5 euro. Dit is later 7,50 euro geworden. En ondanks de prijsstijging is het aantal klanten de afgelopen jaren alleen maar gegroeid. Vorig jaar las ik in de krant dat de gemeente ging samenwerken met een bepaalde partij om de belastingaangifte voor minima te doen. Wij hebben de gemeente gebeld en gezegd: ‘wij doen dit al in onze gemeente en zijn hier erg succesvol in’. Toen mochten we komen praten met de wethouder en hebben we een aanbod gedaan.

S: Speerpunt in onze pitch was dat we het hebben gepresenteerd als een integrale service. Naast hulp bij de aangifte kunnen we voor minima gelijk de thuisadministratie inzetten, de voedselbank, netwerken. We hadden dus een verhaal erbij. Tevens kenden wij de sociale kaart van Ridderkerk.

A: Jullie zijn het echt gaan verkopen!

M: Ja! En omdat we ook echt voor kwaliteit gaan hebben we een plan gemaakt waarin we de belasting hulp voor minima niet met vrijwilligers doen omdat hier vaak een complexe problematiek achter zit. We hebben via een uitzendconstructie mensen aangenomen en dat heeft als resultaat dat wij afgelopen jaar ruim €37000,- hebben terug kunnen krijgen van de belastingdienst voor deze mensen. Zo is een heel nieuw product ontstaan.

S: Tegelijk zien we dat we nog veel meer kunnen bieden op het gebied van preventie en armoede.  

M: Commercieel gezien kun je het zo zien: je biedt het een aan maar dat kan eigenlijk niet zonder het andere. Dit hebben we nu maar we hebben dus nog veel meer. En dat bieden we nu ook aan.

S: We hebben 37.000 euro teruggekregen van de Belastingdienst voor de mensen, dat is veel geld en zo kunnen we ook inzichtelijk maken wat het oplevert.

M: Volgend jaar gaan we opnieuw dit aanbieden maar nog meer gefinetuned. Het product wordt nog beter en kunnen we dan ook verkopen aan andere gemeenten. Dat is wat we voor ogen hebben.

A: En de prijs? Verdien je hier geld mee?

M: Ja! en nee. Het geld dat wij verdienen besteden we dan gelijk weer aan andere zaken waar we nu geen geld voor hebben zoals bijvoorbeeld een wandelcoach voor mantelzorgers. Als maatschappelijk ondernemer kunnen we dat nu doen en daar zijn we dan weer heel blij om.

A: Hoe regel je dit dan goed binnen de organisatie?

S: Deze belasting hulp voor minima, dit nieuwe product, is echt een op zich staande offerte geweest aan de gemeente. Dus inkoop. En staat volledig los van onze subsidie.

A: Heb je dit kunnen regelen onder de constructie van de Stichting of heb je hiervoor iets anders geregeld?

S: Nou ja, dit is nog wel een dingetje. Er zat ook een fusie tussen en nu zitten we door de fusie in een grote stichting met een holdingconstructie en is het goed geborgd.

M: Als deze fusie er niet was geweest hadden we dit onderdeel uit de stichting moeten halen en hiervoor een BV moeten oprichten. Dan is dat zo.

A: Trouwens, noem je het ingekocht of verkocht?

M: Beide.

S: De gemeente heeft het ingekocht, wij hebben het verkocht. Het is onze eigen acquisitie geweest die heeft geleid tot een verkoop. Het product heeft zich bewezen en daar kunnen we nu de markt mee opgaan.

A: Dit is leuk!

M: Ja, dit is leuk! En een uitdaging die ik nodig heb. Ik draag het nu over aan een collega van mij en blijf op de achtergrond steunen maar ga ook weer verder. De Belastingdienst heeft mij ondertussen gebeld met de vraag of ik als voorbeeld wil dienen voor andere welzijnsorganisaties. De Belastingdienst vroeg mij of ik wilde meedenken hoe we dit verder vorm gaan geven.

S: Kijk en dat vind ik nu leuk dat we ons zo ook landelijk profileren. Er is een filmpje gemaakt met Matthias en dat is landelijk vertoond.

A: Heb je hier ook een commerciële kans in gezien?

M: Ja, die heb ik wel gezien. Maar niet gepakt. Ik vond dat ….. de tijd is er nog niet goed voor.

A: Dat kan ook jouw kracht zijn: niet gelijk altijd overal bovenop springen.

M: Ik wil wel heel veel.

S: We hebben heel veel kansen gezien zoals het ontwikkelen van apps maar dan word je toch beperkt door uren. We doen ook liever 3 dingen goed dan 10 dingen niet goed.

M: En je kunt ook vallen. Ik ben een keer onwijs hard gevallen.

A: Ja?

M: De woningbouwcorporatie vroeg of wij met onze vrijwilligers van de klussendienst bomen konden omzagen. Natuurlijk, dat kan iedereen, dacht ik gelijk. Ik heb een kettingzaag en een mannetje geregeld. Een mannetje die het eerder had gedaan want ik wilde dit niet bij onze vrijwilligers neerleggen. Drie bomen gingen goed. Daar hebben wij een goede vergoeding voor gehad. Bij boom vier ging het mis. Het viel achteraf reuze mee maar het leek ernstig. Politie, ambulance, arbeidsinspectie. Het is goed afgelopen want er was echt niks aan de hand. Maar we hebben wel tegen elkaar gezegd dat we dit niet nog een keer moeten willen. We zijn hiermee gestopt. Dit kunnen we dus niet.

A: Nog even over de belastingservice. Er is dat filmje. Nu ziet een welzijnsorganisatie uit Limburg dat filmpje met jou en denkt dat willen wij ook. Ze bellen jou en vragen je om te komen …

M: Dan ga ik gelijk! Ja, dit zie ik als kans. Ik reken dan advieskosten.

A: Kostendekkend of ga je winst maken?

M: Op dat moment ben je consultant en reken je daarvoor gewoon een consultant tarief, maar uiteraard tegen een schappelijk tarief.

S: Per keer als dit zich voordoet maken we een keuze. We maken iedere keer de afweging welk tarief we rekenen.

M: Dit doen we ook echt samen. We versterken elkaar. Er is niks wat Sabina en ik niet van elkaar weten. Dat is ook onze kracht. Sabina is heel erg thuis in welzijn en zorg. Ik leer daarvan en ik ben commercieel sterker en daar leert Sabina van. Nu roept Sabina soms eerder dan ik: wat levert het op. Dit kan zowel in geld zijn als in nieuwe producten.

A: Wat heerlijk voor jou Sabina dat je dit gewoon gelukt is. Dat er iemand is waarmee je het hier gewoon over kunt hebben zonder weerstand.

M: Snel geld verdienen is ook niet erg. Ik kan snel op vragen inspelen maar niet altijd met een vrijwilliger. Ik val dan terug op mijn netwerk. Ik kreeg bijvoorbeeld de vraag om een brandgang op te ruimen. Ik vind iemand die de klus doet voor 30 euro en ik offreer dan 40 euro en verdien een tientje. Dat is niet veel maar tien tientjes zijn 100 euro en daar kan ik hele mooie dingen van doen voor mensen die weinig tot geen geld hebben.

S: Dit soort vragen zouden we vroeger dus niet oppakken maar nu wel. We moeten veel meer gaan kijken, okay als we deze vraag zelf niet kunnen oppakken wie kunnen we dan zoeken die het wel kan.

A: Vaak zie ik bij welzijnsorganisaties een grote angst om met commerciële partijen samen te werken…

M: Soms lukt een samenwerking met een commerciële partij maar soms ook niet. Maar  dan hebben we het wel geprobeerd.

A: Dat is ondernemerschap.

S en M: Ja, dat is ondernemerschap.

S: We calculeren altijd in dat er ook dingen zijn die niet lukken.

A: Is er nog een succes te melden wat nog niet aan bod is geweest? Iets waar je trots op bent?

M: Ja, ik ben trots op die belastingservice en de aanpak met de computercursus van Seniorweb. Waar ik me het komende jaar op ga richten is het Leerwerkbedrijf. Daar heb ik altijd van gedroomd om dit te kunnen beginnen. Dat gaan we opzetten. We hebben mensen nodig en opdrachten. We hebben contact met de woningcorporatie en die kwam met een vraag om alle brandgangen schoon te maken. Ik heb geen nee gezegd. Ik heb gezegd: dat kan ik. Ik ben begonnen met 4 man, 2 vrijwilligers en 2 mensen met een uitkering. En we zijn gaan schoonmaken. We hebben op een rijtje gezet wat we nodig hebben: bosmaaier, vervoer, veiligheidsschoenen, elektrische fietsen. Zo zijn we gestart en dat gaat gewoon goed.

A: Wauw, elektrische fietsen? Betaald van de opbrengst?

M: We hadden een x bedrag om te investeren. Na een jaar is dit op. Ik wilde het graag goed opzetten. Alles is nu goed geregeld. Nu nog geen winst dus maar ik kijk op de lange termijn. De corporatie is een hele belangrijke partner van ons en we gaan steeds meer voor hun doen. Ze weten mij en Sabina te vinden. Met een vraag komen ze nu eerst bij ons. Ze zochten iemand om bij een flat te staan om bewoners te helpen met de trap, boodschappen, sjouwen, etc. Ze hebben mij gebeld met de vraag of ik dit kan. Natuurlijk kan ik dit en het kost je dit. Dan gaat het snel van het ene naar het ander. Dat geld heb ik verdient maar gaat rechtsreeks door naar de mensen in de opleiding om met de bosmaaier te werken. We blijven ons doorontwikkelen en zijn echt aan het kijken wat we nog meer kunnen doen. We kregen vervolgens de vraag of we schoonmakers kunnen opleiden. We kunnen ze opleiden en daarna inzetten bij organisaties waarna ze kunnen uitstromen naar de reguliere arbeidsmarkt.

S: Zo kunnen we als welzijnsorganisatie steeds meer doen. Vroeger konden we dit niet aanbieden. Nu wel en we helpen ook nog eens mensen die anders werkloos thuis zitten.

A: Ik hoor bij jou duidelijk Matthias dat jouw netwerk een belangrijke rol speelt. Besteed je daar veel tijd aan? Hoe werkt dat bij jou?

M: Ik zit op Linkedin. Maar in mijn vriendenkring heb ik eigenlijk alles zitten: een advocaat, een fiscalist, een marketingman.

A: Maar voelt dat dan voor jou goed om jouw persoonlijke netwerk zomaar in te zetten? Ook voor je werk?

M: Ik vind dat geen probleem. Maar het is ook wederzijds. Ze komen ook bij mij. Deze wisselwerking is niet verkeerd. Het zijn vrienden die ik soms al 15 jaar ken. Het grote netwerk er om heen, die mail ik of bel ik. Daar ben ik actief in om dit te onderhouden.

S: Sociaal Werk vroeger vond ik heel erg gericht op het netwerken met collega’s, binnen hetzelfde circuit. Door alle nieuwe dingen moeten we veel meer netwerken in alle sectoren waar we nu mee te maken hebben.

A: Ik denk dat er nog heel veel Sociaal Werkers zijn die überhaupt niet aan hun privé netwerk denken. Voor wie het heel erg gescheiden is.

S: Ja, dit is nieuw en dit kennen we niet in het welzijnswerk. Het is een van de componenten om je netwerk te gebruiken.

M: Je komt veel sterker over. Er is nu iets wat speelt bij een klant van een ouderenadviseur over hypotheken. Mijn vrouw doet in hypotheken. Die zit er helemaal in. Dus ik vraag haar advies en geef dit door aan de ouderenadviseur. Dit maakt ons sterker. Kennis is macht.

S: We zijn eigenlijk bij alles heel proactief geworden. Vroeger was het zo in heel veel welzijnsorganisaties dat we er geen zin in hadden en ons beperkten tot de inhoud van ons vak. Maar we bereiden ons nu goed voor, gaan ons verdiepen en vinden er iets van.

A: Ik hoor duidelijk dat jullie open houding ook heel belangrijk is. Geïnteresseerd zijn, het leuk vinden. Het leuk vinden om problemen op te lossen.

S: Kijk, ik vind dat het management echt moet weten waar de werkvloer mee bezig is. Je kunt geen besluiten nemen op basis van theorie. Het is mijn opdracht om mensen mee te krijgen, ze niet te belasten met dingen waar ze niets mee hoeven, maar wel dat ze blijven weten waar ze dagelijks mee te maken hebben.

M: Een voorbeeld is een vrouw met 4 kinderen en een man, geen werk, veel schulden. We hebben haar in de schuldbemiddeling kunnen krijgen. Inmiddels is ze ervaringsdeskundige bij MEE. Daar krijgt ze een onkostenvergoeding voor. De bewindvoerder ken ik. En die man zit nu bij het Leerwerkbedrijf en krijgt een opleiding en is gestart met een baan.

S: We zijn veel meer dingen met elkaar aan het verbinden.

A: Hoe gaat het dan inmiddels met de rest van het team?

S: Door onder andere de fusie is er veel veranderd. Er is nog 1 iemand van de ‘oude garde’. Deze heeft ervoor gezorgd dat het onderdeel Mantelzorg volledig geinnoveerd is. Ik heb nu meer mensen op basis van hun competenties kunnen aannemen. Waardoor ik veel bewuster heb kunnen kijken naar de juiste mix van competenties. Ik wil ook nog mensen die wat behoudend zijn en af en toe op de rem trappen. Die heb ik wel nodig om me niet te verliezen.

A: Het gaat dus nu goed.

S: Ik heb nu de mix van competenties die ik nodig heb ik deze tijd.  

A: Is het vinden van Matthias een geluk geweest? Zijn er nog meer ‘Matthiasen’ te vinden voor directeuren die nu denken, dit wil ik ook?

S: Ik zie de combinatie van factoren. De juiste tijd mee hebben zoals mensen die met pensioen gaan. Bestuur professionaliseert. De maatschappij verandert. Ik was op zoek naar iemand die de organisatie kon versterken. En als je dan ook iemand tegen het lijf loopt die dat wil en dat je bereid bent die een kans te geven. Het is die combinatie.

A: Waar staan jullie over vijf jaar?

S: We hebben een aantal goed verkoopbare kwaliteitsproducten in huis. Die ik op verschillende plaatsen kan aanbieden. Op het gebied van welzijn natuurlijk maar ik wil ook nog veel meer kijken naar de mogelijkheden die er zijn zoals het Leerwerkbedrijf waardoor we producten kunnen aanbieden die wel welzijnswerk gerelateerd zijn maar die niet gesubsidieerd worden.

A: Mooi! Gaat dat lukken?

S: Zeker!

M: Ik weet het niet waar ik over vijf jaar sta. Ik wil heel veel. Ik kan heel veel. Maar ik wil iets doen wat me uitdaagt. En dat vind ik hier volop. Ik wil dat het Leerwerkbedrijf een succes wordt. Ik zou ook willen dat de sector waarin we zitten veel meer aan advisering gaat doen. Ik wil dat wij er beter van worden maar met mijn advies wil ik ook dat andere organisaties er beter van worden. Dat is waar ik over vijf jaar sta: dat het Leerwerkbedrijf een succes is en dat ik onze producten in het land kan verkopen maar ook dat ik zelf verder ben. Dat ik kan adviseren aan organisaties die ik daarmee verder breng.

S: Ik denk dat het wel een kenmerk is van ons allebei dat we zelf ook als mens blijven groeien en ons ontwikkelen. Zo kunnen we blijven innoveren.

A: Jullie zijn niet bang om uit jullie comfortzone te komen. Niet bang om fouten te maken. Dat is ook een cruciale factor die bijdraagt aan jullie succes.

A: Nog 1 vraag: Zit er voor jullie een grens aan het commercieel zijn? Hoe ver kun je gaan als welzijnsorganisatie?

M: Voor welzijn is er een grens: je kunt niet over de rug van mensen geld verdienen. Dat is een duidelijke grens. Je kunt niet verdienen aan minima. Maar als een gemeente of corporatie ons daarvoor inhuurt dan kan ik wel geld verdienen.

A: Maar hoe bepaal je dat dan? Als een oudere met een riant pensioen en een fijn huis computerhulp aan huis wil, betaalt die dan ook een tientje?

M: Ja.

S: Voor mij gaat het niet om het individuele niveau. Mijn uitgangspunt is ook niet om geld te verdienen. We doen dit als om te kunnen investeren in kwetsbare mensen en de samenleving.

A: Is dit voor jullie Sociaal Ondernemerschap?

S en M: Ja!

S: Het gaat niet om winst.  Anders zijn we echt fout bezig.

M: We willen het verdienen maar gelijk weer uitgeven. Bijv. aan de kerstlunch voor ouderen in een geweldige gelegenheid wat we kunnen betalen dankzij onze inkomsten en dankzij sponsors.

A: Wat mij nog triggert: Sponsors? Valt dat onder geld verdienen?

S: Nee, dat is anders. Is een bijdrage aan een specifieke activiteit. Het zijn twee verschillende dingen.

M: Sponsorgeld is nog wel van belang in deze tijd. Daar gaan we ook nog steeds wel voor. Het levert ook geld op. Ik vind alles leuk, het is een soort spel van vraag en aanbod. Het spel wat je moet spelen en wat door alle commerciële mensen wordt gespeeld.

S: Ja, zo moet je er wel naar kijken. Kansen ontdekken en het spel spelen. Soms spreken Matthias en ik ook een rolverdeling af.

A: Veel welzijnswerkers gruwelen een beetje van het spelen van het spel en veroordelen dit ook.

S: Maar als er 1 ding is wat wij steeds voor ogen hebben dan is het wel de kwetsbare mens die we hiermee helpen. Die hebben wij misschien nog wel beter voor ogen dan anderen die het spel niet durven te spelen. We doen alles voor onze missie om mensen te helpen.

M: We durven ook wel nee te zeggen tegen samenwerken. Het hoeft niet altijd.

S: En soms levert het niks op en dan durf ik er wel uit te stappen. Ook hier houden we de mensen voor ogen waarvoor we het doen.

A: Zijn jullie trots op elkaar en jezelf?

S en M: Ja, dat zijn we!

 

[ez_box title=”Connecten met Sabina of Matthias?” color=”grey”]

Sabina email: sabina.rollema@senw-ri.nlLinkedin Sabina >>>

Matthias email: matthias.degraaf@senw-ri.nlLinkedin Matthias >>>

[/ez_box]

 

Op 13 januari 2017 praten we verder. Hans Versteegh en ik organiseren een ronde tafel voor bestuurders waarbij we het gaan hebben over Profileren, Social Media en Ondernemerschap. Er is geen agenda maar wel de intentie om ideeën, gedachten en wensen uit te wisselen. Er zijn geen kosten aan verbonden. De locatie is in Tiel. Van 16-19 uur. Met soep en broodjes. Wil je erbij zijn? Stuur dan voor 1 Januari een mailtje naar a.krakers@welzijnnederland.nl of welzijn30@gmail.com.

 

Praten over geld: gratis

gratisGratis producten kunnen heel veel betekenen voor jouw omzet. Met andere woorden: met Gratis kun je geld verdienen! Dat lijkt bijna op magie. Er is echter 1 ontzettend belangrijke voorwaarde: die is dat jij de regie houdt. En om de regie te houden maak jij Gratis onderdeel van jouw aanbod. Hoe dat werkt leg ik zo uit.

Eerst wil ik je graag vertellen wat de grote valkuilen zijn van het ‘oude’ Gratis.

Door jouw diensten en producten gratis aan te bieden wil je zoveel mogelijk mensen, dus ook de arme, in staat stellen om gebruik te maken van jouw aanbod en expertise. En door het gratis aan te bieden bevestig je dat dit een soort van recht is wat voor iedereen toegankelijk moet zijn. Dit is natuurlijk heel nobel.

Maar alleen liefdadigheid zet niet aan tot transformatie en kent slechts korte termijn effect! Je daagt jouw klanten niet uit om te investeren in hun eigen groei. En je houdt ze klein doordat je zelf klein denkt.

En een heel vervelend bijeffect van gratis diensten is ook nog eens de verspilling die dit oplevert. Hoe vaak is het jou al gebeurt dat klanten niet op komen dagen (ach, het was toch gratis). Maar als diezelfde klant jou 100 euro betaalt voor de oplossing van zijn probleem zal hij zeker komen en dan ook nog eens super gemotiveerd zijn om aan de slag te gaan.

Herken jij je eigen calimerogedrag soms in het gedrag van jouw klanten? En de wethouder die klaagt dat hij er ook allemaal niets aan kan doen en gratis nog eens allerlei extra’s van je vraagt? Ik realiseer mij dat dit een hele confronterende vraag is. Maar als niemand deze cirkel van Gratis doorbreekt glijden we verder af op het pad wat we nu zijn ingeslagen: bezuinigingen en ontslagen in ons welzijnswerk aan de ene kant en aan de andere kant burgers die in nood zitten maar het steeds vaker zelf maar moeten oplossen.

Oké, hoe moet het dan wel?

De oplossing is dat jij eindelijk vol gaat staan voor de waarde die jij levert.

Wat belangrijk is dat jij de regie houdt. Dus jij maakt gratis producten onderdeel van jouw aanbod.

Jouw gratis producten zijn de allereerste stap die jouw klant zet op weg naar de transformatie. Of een vorm van voorbereiding op de transformatie. Dat kan ook heel goed. Met transformatie bedoel ik de oplossing die jouw klant nodig heeft om te komen waar hij graag wil zijn, zonder zorgen, angsten of problemen.

Daarmee kun je dit ook beschouwen als een eerste kennismaking met jou, met jouw visie op zijn probleem en jouw idee over de transformatie. De klant moet er wel veel aan hebben. Dus zie het niet als een lokkertje maar als een waardevol product. Je kunt denken aan een gratis ebook, een gratis videoserie, een gratis webinar maar ook een gratis presentatie voor een zaal.

Naast jouw gratis producten bied je ook betaalde producten aan. Je kunt het vergelijken met een wijnkaart: een klein bodempje kun je gratis proeven en daarna kun je kiezen uit wijnen met verschillende prijzen. Van laag naar midden naar hoog.

Door op deze manier naar jouw producten te kijken kun je altijd klanten helpen. Met een gerichte en duurzame transformatie. Bovendien zorg je op deze manier ook beter voor jezelf. Dit is sociaal ondernemerschap in optima forma!

Wil je hier meer over weten dan nodig ik je hierbij van harte uit om deel te nemen aan het Lunchwebinar op 2 september van 12.00-12.30 uur (daarna is er nog tijd voor vragen). Dan kunnen we er verder over praten. Ik ben de gast van Robert Mares en ga je leren wat de #3 grootste misvattingen zijn over geld waardoor sociale ondernemers niet genoeg verdienen. Het webinar is gratis en je kunt je hier aanmelden >>>

[Welzijn in Geldzaken] Zo kom je ongeschonden uit de prijsonderhandelingen met de gemeente*

iedere waarde heeft zijn prijsDe deal kan gesloten worden, de overeenkomst getekend maar er is nog 1 ding waarover gesproken moet worden: de prijs.

De wethouder* opent de onderhandelingen “We moeten nog even naar de prijs kijken”. Bij de welzijnsdirecteur slaat de schrik om het hart. Zij heeft al de goedkoopst mogelijke prijs neergelegd en daar kan echt niets meer van af. Ze legt uit aan de wethouder dat het uurtarief echt niet omlaag kan. Ze legt uit hoe het tarief is opgebouwd uit personeelslasten, vaste lasten zoals gebouwen en ict en dat de overhead integraal in deze tarieven is verrekent. En dat die overhead de laatste jaren al flink gekrompen is. Al het vet is al van de botten. Zo is zelfs vorige week het abbonement op de krant al opgezegd.

De wethouder hoort het vriendelijk aan en doet een duit in het zakje. “Maar dat gebouw in het centrum, ik fiets er vaak langs, staat toch meestal leeg. Als je dat nu eens van de hand doet. En ik zie dat je overal HBO-ers voor inzet. Dat kunnen toch ook gerust MBO-ers zijn”. De welzijnsdirecteur stamelt iets over kwaliteit. Ze voelt de druk om aan de wethouder tegemoet te komen.

Dan geeft de wethouder de ‘doodsteek’: we kunnen natuurlijk ook bij een ander inkopen. De welzijnsdirecteur haast zich te zeggen dat dit toch echt niet de bedoeling is en belooft wat aan haar prijzen te zullen doen. Een week later legt ze een nieuwe prijs bij de wethouder neer.

Wat denk jij? Zal de deal nu zonder slag of stoot getekend worden? Om eerlijk te zijn denk ik dat de wethouder er nog een rondje prijsonderhandelingen tegenaan gooit.

Hoe kun je deze ellende voorkomen? Het antwoord is heel simpel: door begrip te hebben voor de onzekerheid van de wethouder. Vaak vlak voor de koop wordt iedere klant onzeker:

  • krijg ik wel waar voor mijn geld?;
  • zullen ze doen wat ze beloofd hebben?
  • zou een andere partij toch niet meer geschikt zijn voor de opdracht?

Deze onzekerheid zit meestal verborgen achter de prijskwestie.

Dit had de welzijnsdirecteur beter kunnen doen:

De wethouder opent de onderhandelingen: “We moeten nog even naar de prijs kijken”. De welzijnsdirecteur houdt wijs haar mond en kijkt de wethouder belangstellend aan. Dit is erg lastig maar in de regel is diegene die als eerste in de verdediging schiet vaak ‘de verliezer’. De wethouder vervolgt: “Je bent wel erg duur”. De volgende stap is cruciaal: de welzijnsdirecteur moet ten alle tijden vermijden om in een gesprek te belanden over de kosten. Daarom reageert ze als volgt: “Mijn prijs staat voor de waarde die ik u lever. Bent u daar onzeker over?”.

De waarde staat gelijk aan de oplossing van het probleem van de wethouder. Hij maakt zich bijvoorbeeld zorgen over de vele eenzame ouderen in zijn gemeente. In haar offerte heeft de welzijnsdirecteur een aanpak van dit probleem voorgesteld en daarvoor de prijs bepaald. Ze gaat daarom nu in het gesprek met de wethouder terug naar zijn zorgen. Ze stelt hem de vraag “Hoe belangrijk is het voor u dat dit probleem met de eenzame ouderen wordt opgelost?”. Ze stellen dan samen vast hoeveel hem dit waard is en dat dit precies is wat zij hem biedt.

De kans dat je de prijs krijgt die je hebt neergelegd wordt zo vele malen groter. De clou is dat je altijd jouw prijs koppelt aan de waarde en niet aan jouw kosten.

Deze en nog vele andere tips deel ik in mijn nieuwe trainingsprogramma “Welzijn in Geldzaken” dat start op 29 oktober. Op 14 oktober geef ik een gratis preview training “De 5 grootste misvattingen over geld waardoor ondernemende welzijnswerkers in het verdomhoekje zitten”. Doe je mee? De training is online, dus makkelijk vanaf jouw eigen plek thuis of op kantoor te volgen. Het enige wat je nodig hebt is een pc of laptop met geluid en een internetverbinding (die kunnen we vooraf ook nog even samen testen). Wil jij de prijs krijgen voor de waarde die je levert zodat je mensen kunt blijven helpen, dan ben je van harte welkom! Je kunt je hier aanmelden (klik hier) >>>

* voor gemeente en wethouder kun je natuurlijk iedere andere klant of opdrachtgever invullen.

 

Welzijn in Geldzaken: 3 tips hoe je meer ondernemend kunt worden zonder jouw integriteit te verliezen

geldzaken“Ja maar, het gaat mij niet om het geld” zegt ze ferm nadat ze een prachtig plan heeft bedacht om de weggevallen subsidie op te vangen. Gelukkig is zij niet de enige die er zo over denkt. Er klinkt instemmend gemompel uit de zaal…

Vorige week had ik het genoegen om te mogen werken met 35 managers, professionals en zelfstandigen uit welzijn en zorg die allemaal op zoek zijn naar nieuwe business. Voor een groot aantal was de urgentie hoog: forse bezuinigingen tot zelfs compleet wegvallende subsidies dwingen hen op zoek te gaan naar nieuwe business.

Dit zijn de vragen waar ze mee worstelen:

  • Waar liggen in deze tijd kansen voor nieuwe projecten?
  • Hoe kom je als gedeeltelijk gesubsidieerde organisatie aan eigen geld?
  • Hoe maak je een ondernemingsplan?
  • Hoe breng je een businessmodel in de praktijk?
  • Hoe kom je tot alternatieve verdienmodellen?
  • Hoe kan ik het als zzp-er rooien?
  • Hoe verleid ik collega’s om ondernemender te werken?

Allemaal hele wezenlijke vragen. Laat ik voorop stellen dat ondernemend werken niet zo maar even op een namiddag gerealiseerd is. Op basis van mijn ervaring kan ik je zeggen dat je ongeveer een jaar nodig hebt om de omslag te maken. Dat is goed te overzien toch?

Natuurlijk moet je ergens beginnen. Nu? Okay! Top! Dit zijn de drie tips die ik voor je heb:

  • Een ondernemer verkoopt altijd iets. Nu kan het woordje ‘verkopen’ er al meteen voor zorgen dat je afhaakt. De kans is groot dat je zo’n pusherige autoverkoper voor je ziet en dat wil je natuurlijk absoluut niet worden. Gelukkig hoeft dit niet! Liever niet zelfs want dit soort types zijn een uitstervend ras. Ik heb geleerd dat je ook kunt verkopen op een zachte, vriendelijke manier die heel goed bij sociale professionals past. Mijn tip is dat je aan de slag gaat met welzijnsmarketing en dat je leert hoe je op een eenvoudige, succesvolle en integere manier kunt verkopen.
  • Een ondernemer heeft altijd een doel. Hij is nooit klaar. Heeft hij zijn doel bereikt dan dient het volgende doel zich al weer aan. Dit komt omdat hij een missie heeft, een passie die als een stip op de horizon hem steeds weer uitdaagt om nog een stap verder te zetten. Mijn tip is dat jij gaat ontdekken wat jouw hoge doel is. Gewoon door even stil te staan en te voelen waarvoor jij hier op aarde bent.
  • Een ondernemer is een creatieve doener. Om jouw doel te bereiken heb je creativiteit, lef en doorzettingsvermogen nodig. Ondernemen is vooral DOEN of nog beter: ondernemen is vooral het anders doen dan je altijd deed, iedere keer weer naar nieuwe manieren zoeken. Maar dit is ook het punt waar je opnieuw kunt afhaken. Je zou het wel anders willen maar … En dan komen alle argumenten waarom het niet kan.  Meestal zit daar angst onder, angst om het anders dan anders te doen, angst om buiten jouw comfortzone te komen. Want buiten jouw comfortzone ga je ‘dood’. Of niet? Nee, natuurlijk niet! Tussen jouw comfortzone en de doodzone zit namenlijk nog een andere veilige zone: de leerzone. Natuurlijk voelt die wat oncomfortabel maar je mag er experimenteren, je mag er fouten maken. Mijn tip: probeer het maar eens!

Dan zit je alleen nu nog met die geldkwestie in je maag. Want het gaat je niet om het geld verdienen. Als jij deze gedachte herkent heb je last van jouw ‘non-profit hormomen’. En die kunnen je behoorlijk in de weg zitten. Want in business speelt geld nu eenmaal een belangrijke rol. Dus daar moet je mee leren dealen. Natuurlijk zul je geen graaier of geldwolf worden want jouw missie om mensen te helpen is altijd leidend. Maar als jij geen geld verdient ben je niet in business en zul je dus ook geen mensen kunnen helpen.

Om succesvol te zijn in nieuwe business moet jij jouw non-profit opvattingen over geld bijstellen zonder te morrelen aan jouw integriteit. Dat is een mooie uitdaging die ik graag samen met je aan ga. Op 29 oktober start mijn nieuwe trainingsprogramma “Welzijn in Geldzaken”. In 6 modules leer je alles over geldzaken wat je nodig hebt om succesvol te zijn in jouw nieuwe business. Je leert onder andere:  waarde bepalen, ontwerpen van een profit piramide, prijzen vaststellen, offreren en factureren, inzetten van omzetversnellers.

Op 14 oktober geef ik een gratis preview training “De 5 grootste misvattingen over geld waardoor ondernemende welzijnswerkers in het verdomhoekje zitten”. Doe je mee? De training is online, dus makkelijk vanaf jouw eigen plek thuis of op kantoor te volgen. Het enige wat je nodig hebt is een pc of laptop met geluid en een internetverbinding (die kunnen we vooraf ook nog even samen testen). Wil jij succesvol aan de slag met nieuwe business zodat je mensen kunt blijven helpen, dan ben je van harte welkom! Je kunt je nu hier aanmelden (klik hier) >>>

 

Welzijn in Geldzaken: voor een dubbeltje op de eerste rang

“Voor een dubbeltje op de eerste rang” fluisterde de hoge beleidsambtenaar de wethouder in de oren bij het aansnijden van de feestelijke taart.

Maar was het ook feest? Nee, eigenlijk niet. De subsidie overeenkomst was tot stand gekomen na zware onderhandelingen. Waarvan de uitkomst, lees het eindbedrag, van de zijde van de gemeente bij voorbaat al vast stond. De enige uitdaging die er was was hoever wij bereid waren te zakken met onze prijs.

Bij mij knapte er iets. “Dit nooit meer” dacht ik bij mijzelf en ik nam een flinke hap van de taart.

Inmiddels ben ik een aantal jaren verder en lukt het mij redelijk om mijzelf aan deze belofte te houden. Redelijk want Geld en Welzijnswerk blijft toch wel een issue. Waarschijnlijk herken je dit:geldzaken

Je hebt niet voor niets gekozen om met mensen te werken. Jouw hart klopt voor mensen die het moeilijk hebben. En als je rijk had willen worden had je wel een ander vak gekozen. Geld is helemaal niet zo belangrijk. Natuurlijk krijg je jouw salaris dat is vanzelfsprekend. Maar verder is het vooral goed dat jouw diensten gratis zijn want no way, dat mensen je daarvoor zullen betalen. Ze hebben het al moeilijk genoeg.

Herkenbaar? Voor mij zeker! Toen ik in 1987 maatschappelijk werker werd was dit mijn drijfveer. Mensen helpen! En geld? De flower power periode was toen nog niet zo heel erg lang voorbij en mijn gedachten waren dat ik van liefde ook zou kunnen leven. Mijn ‘geluk’ was dat ik tijdens mijn stage verliefd werd op een collega en die had een goed inkomen. Dus ik leefde letterlijk van de liefde.

Toen ik directeur was bij Welzijn Buren ontdekte ik pas goed hoe gespannen de relatie met geld is. Doordat we niet bestand waren tegen de prijsonderhandelingen en de gemeente voor een dubbeltje de eerste rang gunden, waren er opeens zorgen of ik de salarissen van mijn medewerkers wel zou kunnen betalen. Die overigens keihard werkten en inderdaad heel veel mensen goed hebben geholpen. Dus veel waarde voor weinig geld.

Kort na het ‘taartincident’ werd ik zelfstandig ondernemer. En 1 ding stond vast: ik zou een eenmanszaak worden en geen stichting. Ik wilde me vrij voelen om geld te verdienen. Ik ontdekte dat dit makkelijker gezegd is dan gedaan. Na bijna 30 jaar non-profit met alle belemmerende overtuigingen die daarbij horen kun je jezelf behoorlijk in de weg zitten.

En ook nu maak ik het natuurlijk mee: “wat ben jij duur!” of “waarom doe je dit niet gratis”. Alle rotgevoelens rondom geld steken dan gelijk weer de kop op: verlangen, weerstand, ruzie, schaamte, angst. Allemaal hele complexe gevoelens. Gevoelens die ik het liefste uit de weg ga.

Maar de waarheid is dat je zonder geld niet in business bent! Zonder omzet heb je geen bedrijf en kun je ook geen mensen helpen. En als jij door de bezuinigingen zorgen hebt om jouw eigen geld hoe kun je dan anderen helpen?

Ondertussen heb ik ervaren dat je veel kunt leren als het gaat om Geld. Het is gewoon een business skill, een competentie. Je kunt leren hoe je jouw diensten slim kunt prijzen, hoe je een salesgesprek voert, hoe je kunt onderhandelen. En je kunt natuurlijk werken aan jouw mindset: proberen al die lastige gevoelens te herkennen en de angel eruit te halen zodat ze je niet meer belemmeren om goede prijzen te vragen. Of je nu een manager bent, een ondernemende professional bent in loondienst of zelfstandig werkt. En misschien wel het allerbelangrijkste wat ik heb geleerd: staan voor de waarde die je levert!

Kortom, werk aan de winkel! Mijn nieuwe trainingsprogramma gaat over Geld! Het heet “Welzijn in Geldzaken”.  Doe je mee? Je kunt je hier aanmelden >>>

 

Stop nu met samenwerken!

Samenwerken is populair

Samenwerken in de keten is reuze populair. Verbinden en elkaar versterken zijn de toverwoorden. Het wordt zo sterk gepredikt dat je wel gek zou zijn om niet mee te doen in de keten.

Ook de gemeente heeft er een handje van. Vinden ze het lastig dat al die partijen nu op hun deur kloppen dan sturen zij ze weg met de boodschap “Ga maar samenwerken en als jullie eruit zijn dan kom maar weer eens terug”. Durf dan maar eens ‘nee’ te zeggen.

En als het ze dan te lang duurt of ze hebben er geen vertrouwen in dan gaan ze het maar zelf doen.

“Welzijn” is populair en je ziet dan ook dat dit domein door partijen wordt geclaimd zoals zorgorganisaties die hiermee goede sier willen maken.

En dan gaat samenwerken opeens verdacht veel op concurrentie lijken. Eerst geloof je je ogen niet en denk je nog dat je het je allemaal wel zult inbeelden. Jullie zijn immers partners …

StopHet moeilijkste wat er is!

Wist jij dat samenwerken het moeilijkste is wat er is? Echt samenwerken is een Kunst met een grote K. De kunst van het luisteren, loslaten en overgeven.

Als je dit accepteert dan kijk je vanzelf met een andere blik naar samenwerkingen en is het de hoogste tijd om dit eens kritisch onder de loep te nemen.

Brengt die samenwerking jou werkelijk waar je op gehoopt had? Hebben jullie beiden het belang van de klant helder voor ogen? Vertrouw je elkaar volledig? Kun je lol maken met elkaar en bij elkaar een potje breken? Is de samenwerking stabiel en bestand tegen een deukje?

Als dit niet zo is: stop dan nu met de samenwerking!

Dit lijkt doodeng en ‘not-done’ maar geloof me het brengt je enorme opluchting en je kunt al jouw energie weer steken in het versterken van jouw eigen kracht, positie en identiteit.

Kracht, positie en identiteit

Wil je namelijk echt samenwerken dat is dit de enige en onverbiddelijke voorwaarde:

het kennen van en eerlijkheid over je eigen kracht, positie en identiteit. Je moet je eigen kennis inbrengen, jouw positie kunnen opeisen en daar geloofwaardig in zijn. Geen enkele concessie doen aan je deskundigheid.

Wanneer je merkt dat de samenwerking ontaardt in een domeinenstrijd, waarbij het calimerogevoel de kop opsteekt, is dit een ernstig signaal. Je inbreng vanuit je eigen identiteit en deskundigheid is dan niet sterk genoeg. Er wordt aan je getrokken. Of nog erger: je wordt buitenspel gezet. Je ontdekt dat niet alles in de samenwerking wordt besproken maar dat er één-tweetjes zijn waar de zaken werkelijk worden gedaan.

Soms is een partij nog zoekende. Is de identiteit nog niet zo sterk. Wanneer je dan een tweede partij tegenkomt in dezelfde situatie, is de verleiding groot om samen te werken. Samen sterk te worden. Toch is dit niet slim. Je creëert een zwakke alliantie waarin het risico bestaat dat je nooit je eigenheid zult vinden. Samen zul je alleen nog maar zwakker staan. Er zijn vele voorbeelden van fusies die hierdoor zijn mislukt. Dit is vooral verspilling van tijd, energie en geld.

Aantrekken van samenwerkingspartners

Je kunt pas samenwerken als je helder zicht hebt op je eigen kracht, positie en identiteit. Vanuit die onderscheidende eigenheid inbreng hebt in de samenwerking. Dan zul je waardering en respect krijgen. Samenwerkingspartners weten waar jij voor staat. Wat ze aan je hebben.

Een sterke onderscheidende organisatie-identiteit draagt bij aan groei en succes van de organisatie. Dat trekt andere partijen weer aan, waardoor ze naar jou toe zullen komen om je te vragen om samenwerking. Doe dit dan alleen als de partij waarmee je wilt samenwerken dit ook kan doen vanuit hun eigenheid die de jouwe aanvult.

Wat is jouw ervaring?

Is een samenwerking bij jou wel eens mislukt? Maak jij je zorgen over de rol van de gemeente hierbij? Heb jij wel eens een samenwerking opgezegd?

Deel alsjeblieft jouw ervaringen hieronder zodat we van elkaar kunnen leren.

 

De 3 gevaren die ondernemende professionals in welzijn lopen omdat ze geen marketingplan hebben

gevaarPlannen maken

Plannen maken is over het algemeen niet de sterkste kant van welzijnswerkers. Ze zijn veel liever bezig met hun klanten. Herken jij dit?

Natuurlijk zit jij altijd vol met plannen, daar ligt het zeker niet aan. En af en toe lukt het jou ook om een aantal ervan uit te voeren. Tenminste, als je toevallig tijd hebt en er toevallig geld is.

Marketingplan

Een marketingplan heeft echter niks te maken met toeval maar is juist de basis en een belangrijk houvast in jouw werk. Het marketingplan geeft antwoord op een aantal essentiële marketingvragen:

  • wie zijn mijn specifieke klanten?
  • wat is hun specifieke probleem?
  • hoe ga ik ze daarbij helpen?
  • waarom doe ik dit beter dan anderen?

De antwoorden op deze vragen geven structuur, richting en focus aan jouw acties en communicatie.

Gevaar!

Bij het ontbreken van een marketingplan loop je als ondernemende professional de volgende 3 gevaren:

1. je kunt geen goede ondernemer zijn

Als jij denkt dat marketing voor jou geen enkele rol speelt omdat je in een andere branche werkt, zit je fout. In het welzijnswerk en de hulpverlening moet je ook aan marketing doen. Er wachten namelijk mensen op jouw ondersteuning en hulp. Als jij niet aan marketing doet, loop jij het gevaar dat jij deze mensen niet bereikt en ze onthoudt wat ze zo hard nodig hebben. Iedere goede ondernemer snapt dit en zal dus werk maken van zijn marketing. Anders ben je gewoon geen goede ondernemer!

2.  je laat kansen en geld liggen

Als jij geen focus aanbrengt in jouw werk met behulp van jouw marketingplan en met alle winden meewaait, weten jouw ogen niet waar ze moeten kijken. De markt is te groot, te breed, te algemeen. Er komt teveel op je af en je hebt het idee dat je alles aan moet grijpen. Horendol kun je hiervan worden. Projecten, potjes, samenwerkingsvoorstellen. Je loopt het gevaar dat je de daadwerkelijke groeikansen in jouw markt niet ziet en mist. En daardoor laat je geld liggen.

3. werkstress

Als je geen marketingplan hebt en hapsnap met plannen omgaat, afhankelijk van tijd en geld, loop je het risico permanent ontevreden te zijn: je had meer gewild dan dat gelukt is. Dit kan zorgen voor een voortdurende werkdruk: “eigenlijk moet ik dit kwartaal nog dit en dat doen”. En uiteindelijk zie je veel te weinig resultaat van jouw inspanning omdat je te veel hapsnap doet. Het gevaarlijke gevolg kan grote stress zijn.

Wat kun jij doen om deze gevaren te ontwijken?

Het antwoord is eenvoudig: gewoon NU jouw marketingplan voor 2013 gaan schrijven. En ik beloof je dat het leuk is!

Het schrijven van een marketingplan is een heerlijk moment waarop jij je helemaal kunt verdiepen in jouw klanten. Niks geen bloed, zweet en tranen maar compassie, passie en energie voelen stromen. Bezig zijn met jouw klanten op een manier zodat je er helemaal voor hen kunt zijn maar wel met focus. Je hebt een scherp doel voor ogen en je weet welke acties jij moet doen om dit doel te behalen. Zo is het makkelijk om een succesvolle ondernemende professional te zijn.

Dan blijven er twee praktische probleempjes over: een format en jouw tijd. Maar die heb ik voor je opgelost. Wil je weten hoe? Kijk dan hier >>>

 

Voor jezelf beginnen

annekelovesmarketingNederland is een ondernemend landje. Het aantal zelfstandige ondernemers groeit nog steeds. Ook in zorg en welzijn!

Heb jij ook de kriebels? Speelt het ook wel eens door jouw gedachten hoe het zou zijn om jouw eigen baas te zijn? Dan herken je ook vast de twijfels en onzekerheden: durf ik het? ga ik genoeg geld verdienen? moet ik niet eerst die opleiding afmaken?

Twee jaar geleden nam ik mijn besluit en diende ik mijn ontslag in als directeur van Welzijn Buren. Wat was dat eng en spannend! De recessie was al volop aan de gang en veel zelfstandigen haakten af vanwege te weinig klanten en omzet. Toch weerhield mij er dit niet van om het grote avontuur aan te gaan.

Tot op de dag van vandaag heb ik geen spijt. Ik kijk terug op een goed jaar en ben dankbaar voor de klanten die mij hun vertrouwen hebben gegeven.

Dit zijn redenen waarom je voor jezelf wilt beginnen:

  • Vrijheid: je kunt zelf jouw eigen tijd indelen, jouw eigen besluiten nemen (je hoeft niet meer te vergaderen ;-))
  • Passie: als je voor jezelf werkt hoef je geen enkele concessie meer te doen aan jouw passie en kun je altijd kiezen voor jouw klanten
  • Werkloos: je hebt jouw baan verloren en het ondernemerschap is een goed alternatief
  • Uitdaging: je bent uitgegroeid in jouw huidige baan, je weet dat je meer kunt en creëert jouw eigen kansen
  • Geld: je voelt dat je meer waard bent dan dat je verdient en kunt dit in zelfstandig ondernemerschap beter ten gelde maken

Niet iedere sociaal werker is een ondernemer. Als ondernemer moet je promoten. Iets wat je in loondienst waarschijnlijk niet hoefde. En geloof mij, dit is niet makkelijk. Soms voelt het alsof je met jezelf loopt te leuren en als je dan de zoveelste teleurstelling moet incasseren, ligt een forse dip op de loer.

Schaamte om weer die mail te moeten versturen maar ook weten dat als je hem niet verstuurt klanten niet WETEN dat jij er bent en dat jij een mooie oplossing hebt voor hun problemen. En dan die klant die dit haarfijn aanvoelt en het er nog fijntjes inwrijft dat je nu wel heel commercieel bent geworden. Of je vergelijkt met een fout worstenbroodje: warm van buiten en koud van binnen (die deed zeer!) Dit hoort er allemaal bij!

Heb je er nog steeds zin in om voor jezelf te beginnen? Super! Want wat er ook bijhoort zijn mooie opdrachten, blije klanten die soms zelfs regelrechte fans blijken te zijn. Die jou bedanken voor iedere mail die je stuurt omdat je hen inspireert en hebt geholpen. Warme relaties met jouw klanten, van buiten en van binnen.

Klanten die met plezier hun factuur betalen en je voor een tweede keer vragen. En dan heb je net geleerd dat een klant pas een echte klant is als die voor de tweede keer terug komt. Hoera! Ik heb echte klanten. Dit hoort er ook allemaal bij!

Ik heb het ondernemerschap en het promoten geleerd met vallen en opstaan. Ik ben nu erg blij dat ik steeds vaker de vraag krijg van collega sociaal werkers die voor zichzelf willen beginnen of pas net begonnen zijn, om te helpen. Dit doe ik graag. En bij twijfel: ik ben altijd voor! Ga het doen, wordt ondernemer, begin voor jezelf en ontdek hoe leuk het is.

Overweeg jij ook om voor jezelf te beginnen of ben je al gestart? Waar loop jij tegenaan? Laat het mij weten hieronder in de reacties.

 

LIVE Internet Business Doorbraken webinar a.s. woensdagavond 19-9 om 19:00!

Aanstaande woensdagavond belooft een bijzondere avond te worden! Ik heb internetondernemer Eelco de Boer zo ver gekregen dat hij voor mijn “aanhangers” een uniek LIVE webinar zal geven waarbij hij zijn grootste doorbraken, leermomenten en inzichten met je zal delen als internetondernemer.

Eelco is al meer dan 10 jaar internetondernemer en is eigenaar van 6 internetbedrijven. Hij heeft duizenden mensen geholpen bij het opzetten of uitbreiden van hun internetonderneming en hij is in mijn optiek echt de “go to guy” wanneer het gaat om het toepassen van internetmarketing.

De enorme kansen die internetmarketing biedt zijn voor veel welzijnsorganisaties nog een onontgonnen terrein. Dit webinar gaat daar verandering in brengen! Internetmarketing is DE kans om te groeien in een tijd van bezuinigingen. Zijn materiaal heeft mij al geholpen om meer groei te realiseren via het internet, en ik daag je uit om hetzelfde te doen.

Het webinar dat a.s. woensdagavond om 19.00 zal worden gegeven is dan in mijn optiek ook echt een aanrader, en inschrijven kan nu GRATIS via deze link.

Klik hier om je gratis in te schrijven >>>

foto: Laura de Haan

Welzijn Nieuwe Stijl: liefde of haat?

Deze week hoorde ik het nog weer een directeur zeggen: “Mijn mensen zijn de weg kwijt. Nu ze zelf geen activiteiten meer op touw mogen zetten, lopen ze met de ziel onder hun arm.” Herkenbaar?

Het welzijnswerk slingert voortdurend heen en weer tussen:

  • afstand of nabijheid
  • zorgen of empoweren
  • professioneel of vrijwillig
  • methodiek of goede bedoelingen

En dat is maar goed ook. Want een vak als het onze kan niet anders dan meebewegen met de tijd. Wij werken met mensen en mensen maken de samenleving. En het zijn diezelfde mensen die voortdurend bewust of onbewust de beweging weer aanslingeren.

Dus ook jij moet meebewegen. Of niet. Maar in dat geval haak je af en maak je andere keuzes. Fijnste is het dan wel als dit bewuste en eigen keuzes zijn. Doe je niks, beweeg je niet mee en je kiest ook niet voor een andere weg, dan blijf je hangen en ga je verzuren. Doe dat maar liever niet!

Meebewegen met Welzijn Nieuwe Stijl gaat soms vloeiend en soms schokkend. En vaak voelt het oncomfortabel of onwennig. Dat is niet erg. Dat hoort er bij en is inherent aan de biologie van verandering. Dan loop je inderdaad een tijdje met jouw ziel onder de arm totdat je doorkrijgt hoe het voor jou het beste werkt.

Want dat is volgens mij de juiste weg: sterke emoties als liefde en haat brengen je dichtbij jezelf. Ze confronteren je en dagen je uit. Je krijgt de kans om nieuwe ontdekkingen over jezelf te doen. Welzijn Nieuwe Stijl wordt dan jouw Eigen Nieuwe Stijl.

Jouw baken, jouw houvast in jouw ontdekkingstocht is jouw passie voor het vak. Hier heb je ooit voor gekozen. Je hebt de drive om mensen te helpen. Zoek dat vuurtje op, stook het op en laat het flink fikken. Want jouw klanten helpen doe je ook met de bakens van Welzijn Nieuwe Stijl nog steeds. Alleen de vorm verandert, jij niet.

Dus voel je liefde of haat, duw het niet weg maar laat het voor je werken. Moeilijk? Ik wil je er graag bij helpen met mijn programma “Profileren met Passie”.

Welke rol speelt Welzijn Nieuwe Stijl voor jou? Hoe werk jij aan jouw Eigen Nieuwe Stijl? Het zou super zijn als je in de reacties hieronder jouw tips wilt delen. Jouw ervaring kan anderen helpen!