Waar ben jij van? Merkverwarring in het sociaal werk.

Het is soms erg verwarrend. Was jij als Sociaal Werker gewoon werkzaam bij Stichting B komt er een organisatieverandering en ben je ineens van Stichting C. En dat terwijl jij al jaren geleden kwam werken bij club A waar eigenlijk iedereen je van kent. En waar iedereen het nog over heeft. Niemand die nog snapt dat A veranderde in B en nu opeens C is.

Diegene die zich waarschijnlijk het drukste hierom maakt is Stichting C. De nieuwe organisatie met de nieuwe naam. Die ontzettend hard zijn best moet gaan doen om de nieuwe naam als merk in de markt te positioneren. De bestuurder, de managers en waarschijnlijk ook de communicatie medewerker hebben met veel elan het nieuwe logo van C gepresenteerd, de folders, T-shirts en posters die C in de markt moeten zetten als het nieuwe merk.

Maar helaas! Na een jaar duikt toch nog steeds B weer op. In gesprekken, op een haastig door een medewerker in elkaar gezette flyer. En dan is er ook nog steeds die oudgediende collega die ooit begon bij Club A en nog steeds niet doorheeft dat het ondertussen C is geworden.

En eigenlijk voelt iedereen zich er ongelukkig bij. Ik kom dat vaak tegen in mijn trainingen en gesprekken met organisaties. En dat gaat mij aan het hart. Vooral als ik merk dat het professionals belemmert in hun profilering. Vandaar dat ik mijn duit nu in het zakje doe.

Hoe los je dit nu op? Dat het opgelost moet worden staat voor mij als een paal boven water. Want met verwarring kom je niet verder. En zal C nooit een sterk merken worden en zullen A en B zich niet gehoord en gezien voelen.

De oplossing zit in het bouwen van een merkarchitectuur. Een merkarchitectuur is een strategische keuze hoe merken zich ontwikkelen. Welke merken verdwijnen? Welke merken blijven? En hoe gaan A, B en C zich tot elkaar verhouden? Eigenlijk is het heel simpel. Bovendien is er veel kennis voorhanden in boeken en bij positionering experts.

Even een klein zijsprongetje: De organisatieveranderingen komen vaak voort uit de meer zakelijke beslissingen. Zakelijkheid is de laatste jaren in rap tempo ons werkveld binnengekomen. Dat is helemaal niet erg maar we zouden ons wel beter moeten realiseren dat we dan ook nieuwe kennis nodig hebben. En dat wordt vaak vergeten.

Terug naar het merken probleem. De oplossing vraagt dus om een strategische keuze. Dus is het management aan zet. Na het vastleggen van de merkarchitectuur volgt het vastellen van bijpassend en gewenst gedrag door de medewerkers. Waarbij het goed is dat managers zich realiseren dat mensen zaken doen met mensen. Klanten zijn gehecht aan de professional! Dus naar mijn mening zijn de professionals ieder op hun eigen manier de belangrijkste (sub)merken. Geef ruimte voor professional en personal branding!

Als je dit leest als professional en je herkent het probleem stuur dan dit blog door naar je manager want daar ligt de oplossing. Lees je dit en ben je manager dan heb ik een boektip voor je: “Positioneren, stappenplan voor een scherpe positionering” van Rik Riezebos en Jaap van der Grinten. Hoofdstuk 3 gaat over de Merkarchitectuur.

 

10 twittergeboden die iedere welzijnswerker moet kennen

Speciaal voor jou als jij twitter nog een beetje eng vindt of er nog niet alles uit weet te halen, heb ik de 10 twittergeboden* geschreven zodat ook jij met twitter voluit kunt meedoen met deze mooie nieuwe tijd.

Wees sociaal

Twitter is een sociaal netwerk en alles draait er om mensen die zich sociaal met elkaar onderhouden. Als iemand jou volgt, volg dan terug als het even kan. Zo voorkom je dat je een twittersnob wordt met veel volgers maar die niemand terugvolgt.

Wees behoedzaam

Net als in het echte leven is er soms ook wat sh*t op twitter. Dat verspreid zich via links en dubieuze accounts. Bewaak jouw netwerk goed. Wordt je gevolgd door dubieuze accounts  block deze dan. Krijg je een verdachte tweet met een link erin, klik hier dan niet op. Check eerst iedere tweet met link door zelf op die link te klikken voordat je deze een ReTweet geeft.

Wees zichtbaar

Laat zien wie je bent door middel van de foto in jouw bio, de zogenaamde ‘ava’. Kom in ieder geval zo snel mogelijk uit jouw ‘ei’. Dat ei staat op de plek waar jouw foto moet komen als je net nieuw bent op twitter. Kies een foto waarop jouw gezicht goed zichtbaar is. Voor tips kun je hier terecht >>>

Wees behulpzaam

Mensen netwerken met elkaar om waar nodig elkaar te helpen. Zo ook op twitter. Zie je een vraag en weet jij het antwoord? Help dan. Een vraag kun je herkennen aan de hashtag #dtv of #durftevragen. En als jij hulp nodig hebt stel je natuurlijk ook gewoon jouw vraag op twitter!

dtv

Wees loyaal

Gedraag je op twitter zoals jij je ook in het echte leven gedraagt. Val geen mensen af en zeker niet jouw collega’s, manager en organisatie. Realiseer je dat de hele wereld meeleest.

Wees leergierig

Er is zo ontzettend veel kennis te vinden op twitter dat je jezelf tekort doet als je er geen gebruik van maakt. Welzijnswerkers delen veel van hun kennis over methoden, best practices, social media. Daarnaast is er enorm veel kennis te vinden uit allerlei andere branches. En het beste komt soms echt gewoon van buiten.

Wees aanwezig

Probeer iedere dag even jouw twitter te checken. Kijk in ieder geval of er berichten zijn speciaal voor jou bestemd in jouw mentions of in jouw privé berichten. Heb je wat meer tijd check dan ook jouw tijdlijn. Als je slim bent maak je in een twitterdashboard zoals Hootsuite verschillende kolommen aan zoals ‘politiek’, ‘vrijwilligers’, ‘collega’s’, etc.

Wees niet bang

Zeker in het begin kun je er lang over doen voordat je een tweet met 140 tekens hebt samengesteld. Je bent misschien bang om het fout te doen. Dat werkt niet echt lekker. Maar ook hier geldt: “oefening baart kunst”. Gewoon door veel te tweeten leer je vanzelf wat wel kan en wat niet kan en zul je je er vanzelf zeker bij gaan voelen.

eerstetweet1

Wees opgeruimd

Twitter is geen plek om vuil te spuien. Ook geen plek om alles wat je dwars zit er zomaar  uit te gooien. Natuurlijk kun je het delen met jouw netwerk als je een ‘bad hairday’ hebt. Graag zelfs maar dan staat daar wel tegenover dat er ook dagen zijn waarin alles lekker loopt en dat deel je natuurlijk ook. Zo zorg je voor balans.

Wees jezelf

Zo eenvoudig is het. Wees gewoon jezelf en als je tevreden bent met jezelf mag iedereen dit zien toch? Vertrouw op jouw gevoel. Bij twijfel, vraag dan gewoon even iemand om met je mee te kijken.

 

*Om uit te printen en naast jouw computer te hangen

 

Waarom welzijnswerkers bang zijn voor de pijn van hun klanten

Honger!

Dit zit zo: we willen onze klanten geen vis geven maar ze leren vissen. Uitgebreid en jubelend vertellen we hoe leuk het is om te vissen en hoe wij ze dit kunnen leren. Maar we vergeten 1 ding: waarom wil onze klant leren vissen? Omdat hij honger heeft!!

Keer op keer kom ik het tegen in mijn trainingen dat wij het lastig vinden om te praten over de pijn, de honger van onze klanten. We hebben het liever over onze leuke oplossingen.

  • We hebben het liever met de oudere over het leuke seniorenrestaurant dan over zijn eenzaamheid en het koude bed waar hij iedere nacht in ligt.
  • We hebben het liever met het kind over samen een balletje trappen dan over zijn angst voor die gemene pester.
  • We hebben het liever met de mantelzorger over de ontspannen middag waarop ze bloemstukjes kan maken dan over haar wanhoop dat ze het niet vol zal houden.
  • We hebben het liever met die jongere over hoe je een goede rap maakt dan over zijn depressie waar hij met niemand over durft te praten.
pijn

pijn

Negeren

Welzijnswerkers vertellen mij dat ze de klant geen pijn willen doen. Er geen negatief stempel op willen drukken. Dat ze vol gaan voor de oplossingen, de kansen en talenten en geloven in het goede van de mensen.

Maar natuurlijk doe jij jouw klant geen pijn want die pijn die is er namelijk al! En juist daarom wordt die oudere, dat kind, die mantelzorger en die jongere jouw klant. Omdat ze een pijn voelen waarvan ze ‘s nachts wakker liggen. Waar ze mee worstelen omdat ze er zelf niet uitkomen.

Hoe kun je dit nu negeren door het er niet over te hebben! 

En gelijk beginnen over het vissen terwijl de klant alleen maar zijn honger voelt en nog geen idee heeft dat het leren vissen zijn honger zal oplossen.

En als je met kostbaar subsidiegeld werkt is dit dan ook niet de legitimatie die wij in het welzijnswerk nodig hebben als antwoord op de bezuinigingsellende? Ons werk is nodig om de pijn van onze klanten op te lossen. Dan moet je het hebben over die pijn.

Bang

Heel stiekem denk ik wel eens dat we het er niet over willen hebben met de klant omdat we het eng vinden en bang zijn. Diepe emoties, angsten en zorgen doen een indringend beroep op jouw vaardigheden als professional. Je moet kunnen luisteren, stil zijn, troosten en soms meehuilen. Dat is moelijk. Praten over onze leuke oplossingen is veel makkelijker.

En dan zijn er welzijnswerkers die op dit punt roepen: “Ja maar, ik ben geen hulpverlener”. Maar als jij niet wilt helpen wat doe je dan?

Als je alleen wilt gaan voor de fun en de oplossingen kun je beter in de recreatiebranche gaan werken.

Natuurlijk moeten we met mooie oplossingen komen en daar vol voor gaan maar het gaat allemaal veel beter werken als je eerst contact maakt met de pijn van jouw klant. Dat is waar alles om draait!

P.S. Over ‘auw en wauw’ is veel onderzoek gedaan en er wordt veel over geschreven.  (Bijvoorbeeld dit artikel van Berenschot)

P.S. 2: ik ben benieuwd naar jouw mening hierover! Laat het hieronder weten.

Social Media: hap snap of met beleid?

Social media

“ik ben 55 en ben gewoon in social media gestapt en het is hartstikke leuk. We moeten meer zichtbaar zijn.”

Dit zijn de woorden van Evalien Verschuren, sociaal werkster van het jaar en bovenal een ontzettend leuk mens. Ik heb haar ontmoet tijdens de meeting over de nieuwe competenties voor de sociaal werker. De competenties (het zijn er 10) komen kort gezegd hier op neer: professioneel, zichtbaar en ondernemend.

We waren het er allemaal over eens dat social media ons hierbij geweldig kan ondersteunen en dat welzijnswerkers het meer zouden moeten gebruiken. Mede dankzij trainers zoals Corinne HamoenHans Versteegh en Marien van Delft gebeurt dit gelukkig ook.

Hap snap

Helaas zie ik veel welzijnswerkers ook na een tijdje weer afhaken. Dat kan verschillende redenen hebben:

  • de onzinberichten beginnen te irriteren
  • je hebt geen idee wat je met jouw netwerk zou kunnen delen
  • je bent bang om iets fout te doen waardoor je een uur lang zwoegt op een tweet van 140 tekens
  • klanten gaan je volgen en dat voelt niet altijd even prettig
  • het kost toch wel erg veel van jouw tijd

Herkenbaar? De kans is groot dat jij hap snap werkt terwijl het beter is om dit met beleid te doen.

Beleid

Social media is geen doel op zich. Het is slecht een middel maar dan wel een hele krachtige! En als je dit middel met beleid gaat inzetten gaat het voor jou werken: snel, efficiënt en met impact.

Sociale media zijn onderdeel van jouw marketingsysteem. Een goed opgebouwd marketingsysteem bestaat uit stappen en bijbehorende acties waarbij alles gericht is op het bedienen van jouw klant.

Een eenvoudig marketingsysteem bevat minstens de volgende 3 onderdelen:

  • een methode en tool om klanten aan te trekken: dit kan bijv jouw website zijn in combinatie met een mogelijkheid voor bezoekers om zich in te schrijven voor een emaillijst. Het gaat er hierom dat je potentiële en nieuwe klanten vastlegt in jouw systeem. Ook contacten die je legt via social media kun je op deze wijze verankeren.
  • een methode en tool waarmee je contacten met klanten gaat onderhouden: dit kan een digitale nieuwsbrief zijn maar er zijn ook veel andere mogelijkheden. Social media zijn een perfect kanaal om in gesprek te gaan met klanten bijvoorbeeld als je nieuwe diensten wilt ontwikkelen.
  • een methode en tool om promotie te maken voor jouw diensten: social media is geen verkoopkanaal maar je kunt wel op een persoonlijke manier zichtbaar maken wat jouw expertise en bijbehorend aanbod is.

Techniek

In gesprek met mijn klanten kom ik het vaak tegen dat de techniek afschrikt. Of nog erger, dat de techniek niet werkt omdat het systeembeheer alles tegenhoudt. Laat je hierdoor niet weerhouden. Techniek is er om jou te ondersteunen en om voor jou het werken met jouw marketingsysteem makkelijk te maken.

Als je eenmaal ontdekt hoe social media een onmisbaar onderdeel is van jouw marketingsysteem, kun je bijna niet meer zonder. En als alles dan soepel loopt ontdek je net als Evalien dat het gewoon ook hartstikke leuk is.

Nu jij!

Hoe gebruik jij social media? Wat is jouw systeem? Deel jouw beste social media tip met de andere lezers zodat we van elkaar kunnen leren. Het kan hieronder in de reacties.

Hyves: zwerft die van jou ook ongebruikt in cyberspace?

Een ‘dode’ hyves moet je niet willen! Ook al doe er er niets meer mee, jouw account wordt toch nog steeds gevonden en blijft zo onderdeel van jouw online identiteit.

Ik wilde van mijn account af en ontdekte dat dit nog niet zo makkelijk is. Uiteindelijk is het mij gelukt ;-)) Hier laat ik je zien hoe het moet.

BREKEND! De kwetsbare burger bestaat niet

Kwetsbare ouderenIn het gebruiken van deze ‘hippe’ term schuilt een levensgroot gevaar: de kwetsbare burger bestaat namelijk helemaal niet! Dus een grote kans dat jij ze niet op jouw stoep zult aantreffen.

Klanten willen graag gezien worden. En dat is een heel speciaal gevoel. Ga maar eens bij jezelf na: wanneer ben jij als klant tevreden? Meestal heeft dit te maken met een persoonlijke benadering, aandacht, gezien worden in je behoefte.

Iedereen = niemand. De term kwetsbare burger is veel te breed en bovendien erg onaantrekkelijk. Want, wees eens eerlijk, wie herkent zichzelf hierin? Of ooit een intake gedaan met een nieuwe klant die zei: “help mij, ik ben een kwetsbare burger”?

Het gevaar zit er dus in dat jij te weinig moeite doet om werkelijk te weten wie jouw klanten zijn. Dat hun kwetsbaarheid te snel wordt ingevuld en ze daardoor op de grote hoop belanden. Klanten zullen zich onbegrepen voelen en afhaken. En geen klanten betekent dat je niet in business bent.

Wat kun jij doen om dit levensgrote gevaar te vermijden? Hierbij drie tips:

1. Maak iedere klant speciaal

Wees oprecht geïnteresseerd en stel vragen, veel vragen. En luister! Zorg dat de klant gezien wordt in zijn specifieke behoefte. Bevestig de klant dat hij speciaal voor jou is door een onverwacht klein gebaar, een verrassing. Jouw klant zal zich koesteren in jouw oprechte en persoonlijke aandacht.

2. Neem de klant mee op reis

Kwetsbaarheid is niet iets van vandaag of morgen. Problemen groeien, veranderen van gedaante, lijken over te zijn en steken dan toch de kop weer op. Stel je in op een reis die jij met jouw klant wilt maken. Iedere keer wanneer de klant een ‘reisadvies’ nodig heeft moet hij bij jou terecht kunnen. Dus bouw aan een relatie waarin de klant jou leert vertrouwen. Niet jouw organisatie of afdeling, nee jou! Relaties zijn altijd persoonlijk van aard.

3. Let op je taalgebruik

‘De kwetsbare burger’ is nu echt zo’n mooi voorbeeld van agogentaal. Vaktaal dus. En daar worden klanten niet blij van. Andere voorbeelden: ‘versterken’ en ‘verbinden’. Ook van die ‘hippe’ woorden die veel te abstract zijn. Doe gewoon eens wat meer moeite voor je teksten. Vertel verhalen, geef beelden, durf gewone mensentaal te gebruiken. Daar worden klanten blij van!

De kwetsbare burger bestaat niet. Ik hoop dat ik je met deze drie tips even heb wakker geschud zodat je vanaf vandaag weer met frisse ogen naar jouw unieke klant kunt kijken. En helpen natuurlijk.

Gastblog: Positief getwitter

Positief getwitter

Twitter, er is een hoop over te doen. Welk journaal of welke krant citeert er nu niet een tweet van een politicus. Zelfs het Koninklijk Huis bedankt de inwoners van Nederland voor de getoonde belangstelling bij het ongeluk van Friso. Ik ga jullie in deze blog vertellen hoe je een idee kan omzetten in een trending topic op twitter.

Het idee

Na een regenachtige en een met slecht nieuws overladen woensdag 11 april had ik zelf behoefte aan wat positiefs en besloot een plan, wat ik al een tijd had, uit te gaan proberen. Dus mailde ik 20 mij bekende twitteraars dat ik de volgende dag een tweet zou plaatsen en of ze zo vriendelijk wilden zijn deze te retweeten. Voor de niet twitteraars onder de lezers, retweeten is het doorzenden van een tweet door een andere gebruiker. Het is een kwestie van een knopje aanklikken en klaar ben je. Zo werkt twitter snel met het verspreiden van nieuws, maar ook van onzin.

Het mailtje luidde als volgt:

Beste Twitteraars,

Ik heb gewoon zin om morgen de #glimlachdag trending te maken op twitter, gewoon om iedereen positief te stemmen. We dagen dan iedereen uit om bij iemand anders een glimlach op het gezicht te toveren. Ik zal morgenochtend rond 7:30 de aftrap geven, als jullie die dan retweeten komen we volgens mij al een eind. Maar het belangrijkste is dat jullie je best gaan doen om een glimlach op iemands gezicht te toveren en daarover dan een tweet te zetten. Als we dit goede voorbeeld geven, moeten toch meer mensen volgen? Lijkt me een leuk experiment, doen jullie mee?

Nu moet de lezer weten dat een woord op twitter met een # (hashtag) ervoor een zoekwoord wordt wat je kunt volgen door het aan te klikken. Zo gebruiken grote televisieshows zoals The Voice of Holland en Hollands Got Talent bijvoorbeeld #tvoh en #HGT. Op die manier kunnen mensen actief meedoen met de show en reageren op elkaar, vaak worden de leukste tweets ook genoemd in de show. Als er veel twitteraars een bepaalde hashtag gebruiken wordt dit een trending topic, dat wil zeggen, een op dat moment populair onderwerp.

#glimlachdag

Mijn onderwerp was dus #glimlachdag en op de 12e april 2012 plaatste ik de volgende tekst in een tweet:

“Breng vandaag iemand aan het glimlachen en plaatst dit op twitter met #glimlachdag” 

Zoals gevraagd werd de eerste tweet vaak geretweet, 19x om precies te zijn en dat waren niet alle mensen die ik gemaild had, maar ook onbekenden en volgers die ik niet had gemaild.

Wat volgde:

Wat er toen gebeurde overtrof mijn stoutste verwachtingen, want we werden #1 trending topic in Nederland en #4 wereldwijd tot Amerika wakker werd. Het populaire account van @Modernegezegden had gevraagd de leukste tweets te verzinnen rondom glimlachdag. @MaximeVerhagen, kreeg er, zelfs tijdens de Catshuisonderhandelingen, een glimlach van, liet hij mij dit weten via een tweet. De vrijwilligers op de Post in Moerwijk Den Haag moesten erg om me lachen terwijl ik steeds enthousiaster rond stuiterde. Het werd een leuke dag op twitter die zelfs door EditieNL van RTL4 in de televisie uitzending werd genoemd.

10 Belangrijkste lessen:

Deze gebeurtenis heeft mij een heleboel lessen opgeleverd. Ik heb de belangrijkste op een rijtje gezet voor jullie:

  1. Het is redelijk eenvoudig om trending te worden op twitter mits je het goed voorbereid.
  2. 80% van de Nederlandse bevolking had geen flauw benul dat het #glimlachdag was.
  3. Mensen hebben behoefte aan positieve dingen, negatieve onderwerpen worden minder snel trending.
  4. Trending word je alleen maar als grote accounts je gaan noemen
  5. Trending topics worden veel gebruikt om spam te verspreiden, waardoor het nog harder gaat, schrik daar dus niet van, maar wees bewust en klik de links niet aan.
  6. Je hebt geen controle over het proces, alleen de aanzet heb je in de hand.
  7. Het is social media, dus bedank je volgers voor het meewerken en respecteer de mensen die niks met het onderwerp te maken willen hebben.
  8. Toen iemand anders de aanzet claimde, reageerden 35 twitteraars dat dit niet zo was en verwezen naar mij. Er is een sterke sociale controle op twitter is mijn conclusie.
  9. Een trending topic levert je veel nieuwe volgers op, die je wel vast moet zien te houden. Dus als je een trending topic probeert te creëren blijf dan dicht bij jezelf.
  10. Als het ondanks een goede voorbereiding toch niet lukt, kijk dan goed naar het onderwerp en formuleer het anders zodat het meer mensen aanspreekt.

Voorbereid

Het belangrijkste resultaat van #glimlachdag was dat er een heleboel mensen meer hebben gelachen dan anders. Zo waren we op twitter tenminste goed voorbereid op de volgende dag, vrijdag de dertiende.

Marien van Delft

Doodnormaal is niet aantrekkelijk

In Amsterdam vroegen welzijnswerkers de afgelopen week samen met de bond steun voor hun goede werk onder het motto Hart voor de Stad. Op twitter zag ik de volgende tweet voorbij komen van @benhoogendam:

“overwegende gedachte nav #hartvoordestad: waarom zien ambtenaren/politici het doodnormale en juist daarom superwaardevolle #welzijn niet?”

Hier is het antwoord: omdat doodnormaal niet aantrekkelijk is! En dat is precies waar wij last van hebben! We worden niet gezien omdat het doodnormaal is dat we er zijn. Als een meubelstuk dat al jaren in de woonkamer staat. Totdat het ineens in de weg staat en je je eraan gaat irriteren. En opeens ziet dat het wel heel erg sleets is geworden.

Superwaardevol associeer je niet met doodnormaal. Onderscheidende, sterke merken, die zijn aantrekkelijk! Daar wil je mee gezien worden, daar wil je bijhoren, die wil je kopen. Ze zijn sexy, gewild en bedienen een hongerige markt.

En dan ook nog dit: superwaardevol is nooit goedkoop. Als Welzijn echt superwaardevol is dan moeten we onze diensten niet voor een dubbeltje verkopen maar hoge prijzen gaan vragen. Omdat we superwaarde leveren.

Dus, welzijnswerkers in Amsterdam, professionals, managers en directeuren, aan de slag! Ontworstel je aan het doodnormale en laat zien dat je superwaardevol bent. Hierbij voor jullie enkele tips:

  1. Maak jouw diensten exclusief voor een exclusieve groep klanten. Als jij jouw diensten aan iedereen aanbiedt is de kans groot dat je voortdurend compromissen sluit om jouw dienst voor iedereen toegankelijk te maken. Maar iedereen = niemand! Onthoud die formule! En in de praktijk is het nu ook al echt zo dat jij er niet voor iedereen bent. Kijk eens goed naar jouw huidige klanten: wie hebben jou echt nodig? voor wie kun jij het meeste betekenen? Ga vanaf nu exclusief voor hen werken.
  2. Wees je bewust van de waarde die je levert en doe het predikaat ‘superwaardevol’ eer aan door jouw klanten in de watten te leggen. Natuurlijk niet door het van hen over te nemen maar doe dit met aandacht, begrip en complimenten. Denk er eens over na waar jij zelf als klant blij van wordt? Wanneer geef jij een dienst het predikaat ‘superwaardevol’?
  3. Wees zelf aantrekkelijk. Mensen doen zaken met mensen en niet met gebouwen of organisaties. Mensen doen het liefst zaken met mensen die aardig zijn, energiek, vol passie, deskundig zijn. Zorg ervoor dat je goed in je vel zit. Zijn er redenen waarom dit niet zo is en is het voor jou moeilijk om aardig te zijn voor jouw klanten, besteed dan eerst aandacht aan jouzelf voordat je met klanten aan de slag gaat.
  4. Verhoog jouw prijzen. Denk niet meer in kosten en integrale uurtarieven maar stel bij het vaststellen van jouw prijs, de waarde die jij levert centraal. Eng? Denk dan eens aan het volgende: Stel je wilt net als ik bijdragen aan een betere wereld. Geld is voor jou niet zo belangrijk en je bent er trots op dat je goedkoop kunt werken. Maar als je op deze manier geen enkele buffer opbouwt, verkeer je voortdurend in de gevarenzone. Jouw passie om bij te dragen aan een betere wereld staat daardoor voortdurend onder druk en je doet niet alleen jezelf maar uiteindelijk ook jouw klanten tekort.


Beveiligd: WNmarketing service seminar 2012 exclusief voor klanten

De inhoud is beveiligd met een wachtwoord. Vul het wachtwoord hieronder in om hem te kunnen bekijken:

Van dalende budgetten naar stijgende omzet door scherp te positioneren

Positioneren is het verkrijgen van een stevige positie in het brein van jouw klanten en opdrachtgevers. Klanten en opdrachtgevers weten waarvoor ze bij jou terecht kunnen, je bent ‘top of mind’. Sterke merken zijn top of mind. Ze zijn onderscheidend, geloofwaardig en ze ‘doen er toe’. En, niet te vergeten, sterke merken zijn succesvoller in zaken en genereren meer omzet. In een tijd van bezuinigingen is het daarom zeker de moeite waard  om te investeren in een positionerings-strategie. Andere redenen om aan de slag te gaan met positioneren kunnen zijn: een fusie, terugloop van klanten, veranderende wensen van een opdrachtgever of gewoon zin in nieuw elan.

Iedere keer weer als aan een directeur, manager of professional in welzijn de vraag wordt gesteld “Wat doen jullie nu eigenlijk (voor dat geld)?” is dit een duidelijk signaal van een gebrekkige positionering. Positioneren begint dan natuurlijk met het hebben van een helder antwoord op die vragen maar ook dat is helaas voor veel directeuren en professionals niet makkelijk.

Positioneren is niet makkelijk. Het vraagt om uitermate veel kennis en diepgaand inzicht in klanten en opdrachtgevers en hun behoeften. Kennis en inzicht kun je alleen bereiken als je samen, directeuren en professionals, bereid bent om je te verdiepen in de klanten en opdrachtgevers. Directeuren geven de richting aan en hakken de knopen door. Professionals geven input voor de richting en omarmen de gekozen richting.

Dit zijn de stappen die je moet zetten:

Positioneren begint van binnenuit.

Wie zijn we, wat doen we en waarom doen we dit? Je kunt niet alles doen voor iedereen. Dus moet je kiezen en dat is het eerste probleem wat je tegenkomt. Kiezen kan heel erg pijn doen maar lucht ook op. Kiezen stelt je namelijk in staat om te focussen op klanten en opdrachtgevers. Kiezen doe je samen, management en professionals, en jouw keuzes sluiten aan bij wat er al is (een volledige herpositionering is namelijk een onmogelijke opgave). Hoe breng je in beeld wat er al is?

  • kijk naar de historie van de organisatie: wat zijn mijlpalen, wie zij de helden, wat zijn de verhalen?
  • kijk naar de cultuur van de organisatie: is die open of gesloten, flexibel of star, vernieuwend of traditioneel?
  • check de missie van de organisatie: wordt die gekend, omarmd, nageleefd?
  • wat zijn de kernwaarden van de organisatie voor zichzelf en voor haar klanten: worden die gekend, omarmd en nageleefd?
  • welke merken voert de organisatie: wat is de merkenstrategie, is er een dominant moedermerk, zijn er submerken en hoe worden die in de markt gezet? (vaak is in het welzijnswerk het buurthuis of een project bekender als merk dan de organisatie die erachter zit).

De volgende stap is naar buiten gericht.

Je onderzoekt jouw ‘speelveld’. Wie spelen er allemaal een rol en welke rol spelen ze? Denk aan jouw klanten, opdrachtgevers, ketenpartners. Hoe denken zij over jouw merk? Met welke diensten associëren zij jouw merk? Wat betekent jouw merk voor hun? Worden ze er blij van of juist sacherijnig (dit laatste hoop ik natuurlijk niet!).

Jouw concurrenten komen nu ook in beeld: wie zijn ze, waarin onderscheid jouw organisatie zich van de concurrent? Hoe meer onderscheid hoe beter natuurlijk dus probeer vooral niet ‘marktconform’ te zijn.

De laatste stap is het kiezen van een positie.

Nu ga je de scherpte opzoeken. Er is altijd sprake van een spanningsveld tussen binnen en buiten. Dit is niet te vermijden dus het hoogst haalbare is een goede balans, een breed gedragen compromis. Maar wel scherp, pakkend en plakkend tussen de oren.

Je bepaalt welke aspecten van het merk je in de etalage gaat zetten, welk gedrag daarbij hoort, welke taal daarbij hoort en welke beelden daarbij horen. Je bepaalt de doelgroep waarop je je gaat richten en tenslotte waarin jij je wilt onderscheiden van jouw concurrenten.

Benieuwd of jouw positionering kan worden opgeschud? Meld je aan voor een gratis Positioneringsscan!