De Eindejaarsknaag [met uitnodiging!]

Gastblog door Marloes Sikkema

Ten eerste, hartelijk dank aan Anneke voor haar aanbod om deze oproep te hosten op haar blog! Ik hecht veel waarde aan de warme manier waarmee zij ondernemende mensen een zet in de juiste richting geeft.

Het knagende gevoel

Begint het bij jou ook te komen, dat gevoel dat 2018 bijna voorbij is? De neiging om te gaan inventariseren wat écht nog moet gebeuren voor het einde van het jaar? Het bekende knagende gevoel dat je meer van je lange-termijnambities had willen bereiken in 2018?

Ik worstel er alweer een paar weken mee, en heb besloten er iets aan te doen. Mijn doel is om mijn ervaring als begeleider van innovatieprocessen te vangen in een makkelijk implementeerbaar instructieboek. Niet een boek vol gelikte tools die toch niet werken voor échte ondernemers met échte problemen, maar één waarbij per ontwikkelingsfase de juiste VRAGEN gesteld worden om:

  • de barrières bloot te leggen die de gewenste vernieuwing tot nu toe in de weg hebben gestaan;
  • de reden te achterhalen WAAROM een organisatie wil vernieuwen. Door deze reden als uitgangspunt te nemen voor de vernieuwing, zorg je voor producten en veranderingen waarmee je écht een verschil maakt voor jezelf en voor anderen.

OPROEP

Nou hoop ik dat er onder jullie iemand is die als knagende lange-termijnambitie een INNOVATIE of een VERANDERING heeft. Ik wil je graag bij mijn project betrekken. En je dus uitdagen TOCH nog dit jaar iets met je Eindejaarsknaag te doen. 

Op 6 december organiseer ik een soort eenmalige meetup waarbij we elk de volgende zaken vastleggen (en ja, ik doe dus zelf mee):

  • een BRIEFING van onze ambities. Inclusief WAAROM je dit wil doen (waarom past dit bij jou, waarom is deze verandering nodig, wie zit erop te wachten) en wat de opdracht aan jezelf is, inclusief jouw eigen definitie van succes. 
  • een BIRD IN THE HAND actie. Wat kunnen we deze laatste paar weken concreet nog doen om voortgang te boeken in onze ambitie?
  • een COMMITMENT met HAALBARE taken voor de komende drie maanden waarvan je zeker weet dat je die naast de dagelijkse werkzaamheden kunt behalen.

Door mee te doen, help je mij met de eerste werkbladen voor mijn boek. Mijn doel is om het boek het komende halfjaar af te maken en samen met een bedrijf te testen.

Ik hoop van harte dat er onder jullie mensen zijn die zich herkennen in ‘de knaag’ en met mij DIT JAAR nog aan de slag willen gaan met onze lange-termijnambities!

Aanmelden

  • Wanneer: 6 december 20.00
  • Waar: Regio Amersfoort (locatie volgt)
  • Inschrijven: https://goo.gl/t4jZth
  • Kosten: gratis

Gastblog: Wmo overwegingen uit het veld

Alweer voor de derde keer ben ik hoofddocent van de Wmo opleiding voor beleidsmedewerkers van SBO. We hebben gesproken over Appreciative Inquiry. Vertaald: “waarderend onderzoeken”. De deelnemers hebben van mij de opdracht gekregen om de methode toe te passen op een vraagstuk, een gedachte of een wens en hier een blog over te schrijven. Voor de meesten was dit de eerste keer dat ze een blog schreven! De blogs geven een inkijk in de wereld van de Wmo vanuit het perspectief van een gemeentelijke beleidsambtenaar, beleidsmedewerkers uit de zorg, de SVB, de verzekeraars, de particuliere thuiszorg en het ondernemerschap. Hieronder zijn de eerste blogs te lezen!

“PGB zoals ‘t ook kan: Betaling & overzicht” door Tjitske Nieboer, SVB

Het is zover; de klanten druppelen binnen. De voorbereidingen hadden tijd nodig maar nu gaat de pilot echt van start. Wij, de SVB, gaan volgend jaar een nieuwe service introduceren: Betaling & overzicht. Ter voorbereiding doen we samen met drie gemeenten een pilot. Na mijn zomervakantie gaan we met deze gemeenten praten over onze eerste ervaringen. Gisteren heb ik dit met mijn collega van Relatiebeheer voorbereid.

Wij willen graag weten wat deze pilot tot een succes maakt. Waarom wilden de gemeenten hieraan meedoen? Wat sprak hen aan? En natuurlijk, zijn deze verwachtingen uitgekomen? Wat zijn de positieve ervaringen? Zijn de overzichten duidelijk? Zijn de betalingen op tijd gedaan? Verloopt de samenwerking met de SVB goed? Et cetera. Veel vragen waarbij ik nieuwsgierig ben naar de antwoorden.

Al ben ik wel optimistisch. De pilot verloopt tot nu toe goed. En ik ben ervan overtuigd dat de nieuwe service inspringt op een vraag die leeft bij gemeenten. De grootste angst bij gemeente bij het instrument PGB is het geld wat op de rekening van de budgethouder wordt overgemaakt. Het zit waarschijnlijk in de mens geworteld dat we dan onzeker worden over wat er met het geld gebeurd. Het PGB in de Wmo is bedoeld voor het schoonhouden van iemands huis. De cliënt kan dat niet meer zelf, dus het PGB is een ondersteuning voor het leven in een schoon huis. Maar altijd weer die angst bij het PGB dat het geld daar niet voor wordt gebruikt.

En dat terwijl de PGB-praktijk positieve dingen laat zien. De cliënt vindt iemand die het huis voor minder geld wil schoonmaken dan de reguliere thuiszorg. Het huis wordt schoon gehouden zoals de cliënt dat wil, op de gewenst tijden en door iemand waarbij de cliënt zich prettig voelt. Dus de cliënt is tevreden. En de cliënt heeft dit allemaal zelf geregeld; dat is ook iets waar je trots over mag zijn.

Alleen bij een PGB hoort ook de uitbetaling van het salaris en de verantwoording aan de gemeente. Administratieve zaken waar niet iedereen op zit te wachten. Daar kan ik mij best iets bij voorstellen. En hier komt de SVB om de hoek kijken. De nieuwe service houdt in dat de gemeente het geld niet op de rekening stort van de cliënt maar bij de SVB onderbrengt. De cliënt stuurt de factuur of urenbriefje naar de SVB. En de SVB betaalt de hulp uit namens de cliënt. Iedere maand ontvangt de cliënt en de gemeente een overzicht van de uitbetalingen. Dus iedereen krijgt regelmatig inzicht in de bestedingen van het PGB. Zonder er veel voor te hoeven doen. Zo willen wij dat graag voor de cliënt en de gemeenten regelen.

Weer even terug naar de pilot. Er doen voldoende budgethouders mee om een goed beeld te krijgen van de dienstverlening. De eerste uitbetalingen zijn gedaan. Dus binnenkort gaan we in gesprek met gemeenten om te horen hoe tevreden ze zijn over de dienstverlening. Ik ben benieuwd!

“Pril in de Wmo” door Arjen Brijs, Gemeente Schiedam

Ik ben nu twee maanden in dienst als beleidsadviseur Wmo. Met mijn achtergrond in het Facility Management betekende  dit voor mij een stap in een heel nieuw vakgebied met als gevolg dat ik overstelpt werd met instanties, projecten, begrippen, afkortingen, regels en procedures. Vanaf het begin zijn de begrippen ‘Kanteling’ en ‘Wijkondersteuningsteam’ blijven hangen. Alhoewel deze voor mij nog totaal geen betekenis hadden was duidelijk dat er een sterk verband aanwezig is.

De Kanteling moet ervoor zorgen dat een andere denkwijze (zowel van overheid als van burgers) wordt gerealiseerd en waardoor bespaart kan worden op de kosten van zorgverlening. De Kanteling is soort verzamelnaam voor allerlei maatregelen die erop gericht zijn de ‘Eigen Kracht’ van burgers te vergroten. Hierbij worden vragen gesteld als: “wat kan je zelf?”, “zijn er mensen in de omgeving die iets kunnen doen?”, “wat kunnen mensen in je omgeving doen?”, “ben je daarmee geholpen?”, “wat heb je aanvullend nodig?”.

Naar mijn idee stellen mensen deze vragen zichzelf heel vaak en vinden zij op eigen kracht een oplossing in hun eigen omgeving. Helaas is de gemeente hierbij dan wel vaak ‘de Sjaak’. Het zorgaanbod van de gemeente is immers vanzelfsprekend geworden, zowel om hiervan gebruik te maken als om deze aan te bieden. De gemeente zal steeds meer moeten zeggen: “Ik wil je graag helpen maar vraag ook eens of Jan en Miep (misschien ook Henk en Ingrid) iets voor je kunnen doen.”.

Dit betekent niet dat mensen aan hun lot worden overgelaten. Hun vragen worden alleen anders beantwoord; hulp vanuit de gemeente blijft mogelijk, maar is niet direct nodig omdat er andere oplossingen voor handen zijn.

Het Wijkondersteuningsteam is een uitwerking van deze andere klantbenadering. De kracht van dit team richt zich erop om de daadwerkelijke problemen te benoemen en mensen te ondersteunen om vanuit hun eigen kracht hierop actie te nemen. Wanneer enige vorm van eigen kracht niet mogelijk is zal doorverwijzing plaatsvinden. Door een brede samenstelling van het team  en het vermogen om de daadwerkelijke problemen te benoemen, wordt direct naar de juiste ondersteuning (of een combinatie hiervan) doorverwezen.

“Wmo, was dat niet iets met mantelzorg ofzo?” door Denise Babel, beheerorganisatie Regio Leiden

Vandaag mijn sollicitatiegesprek. Functie contractbeheerder WMO (senior eigenlijk, maar what’s in a name). Contracten lezen, ja dat kan ik. Een van de taken is ervoor zorgen dat partijen zich aan de afspraken houden. Dat komt ook wel goed. Maar de WMO…? Totaal geen kaas van gegeten. Was dat niet iets met mantelzorg ofzo?? Ff googlen dan maar. Hmm.. inderdaad mantelzorg.. zelfredzaam.. hulpmiddelen..thuiszorg… Wat? Thuiszorg, WMO? En elektrische rolstoelen, rollators  en scootmobielen ook???

Grappig… alhoewel… eigenlijk is het helemaal niet grappig. Ik zie die hangouderen altijd in grote groepen op het Alexandrium met hun rollator. Ze blokkeren de hele boel! Of als ik in de auto zit en iemand probeert over te steken met een scootmobiel. Het gaat nooit snel genoeg en altijd wanneer je haast hebt. Of wat dacht je van omver gereden worden door een scootmobiel en, ietwat dramatischer misschien, vastzitten tussen de rails van de metro. Met als bijkomend gevolg… vertraging!! Voor die persoon ja, maar nog belangrijker ook voor mij! Moest die man nou uitgerekend vast komen te zitten op de rails waar ik overheen moet? Lekker is dat, nu kom ik dus te laat op mijn sollicitatiegesprek! Waarom neemt hij een rolstoel als hij er toch niet mee over weg kan? Want niet alleen ik heb er last van, maar hij dus blijkbaar ook. Wat bij mij de vraag doet rijzen…. Hoe helpt zo een hulpmiddel nou bij het dagelijkse leven en wat bedoelt men nu met “zelfredzaam” zijn? Hmm.. een keertje uitzoeken dan maar.

Maar nu eerst mijn sollicitatiegesprek. Spannend, maar gaat goed…. Verrek, ik ben aangenomen! Mooi! Mijn eerste werkweek, gelijk contact opnemen met een hulpmiddelenleverancier om antwoord op mijn vragen te krijgen. Deze heeft een beter idee en stuurt een filmpje op. In het filmpje zijn vier waargebeurde verhalen te zien met echte cliënten. Het filmpje laat een man zien, die weer kan sporten dankzij zijn rolstoel en een oma die op haar kleinkinderen kan passen dankzij haar scootmobiel. Maar ook een vrouw die twee maanden langer moest wachten op haar rolstoel, waardoor haar leven ook weer twee maanden langer stil stond. De kern was bij iedereen hetzelfde. Niet meer afhankelijk zijn van een ander, maar nog belangrijker… het liet mogelijkheden zien, namelijk sporten, zelf dingen ondernemen, genieten van het leven, ”zelfredzaam” zijn dus. Aha, ik snap ‘m.

Het filmpje eindigt met een moeder met twee zwaar lichamelijk gehandicapte kinderen. Zij vertelt dat hun rolstoel ervoor zorgt dat zij nu eindelijk als een kind kunnen leven, zich zelfstandig kunnen voortbewegen, zelf kunnen eten. Ze kunnen nu eindelijk.. eindelijk.. “leven”. Pfff… Als moeder van twee kinderen even mijn best doen om geen traantje te laten. Tja, als je dat dan zo ziet, dan zet dat al die gebruikers van een hulpmiddel, ineens in een heel ander perspectief. Wat goed dat ze de deur uitgaan en niet afhankelijk zijn! En wat sneu dat die man vastzat tussen de rails. Hmmm… toch maar even navragen bij een leverancier hoe het zit met de controle op rijvaardigheid. Hee, een e-mail. Wat?! Een rolstoel niet op tijd geleverd?! Even bellen met die leverancier! Is tie nou helemáál? Zucht…. Wat heb ik toch een mooie baan.

 

Gastblog: Positief getwitter

Positief getwitter

Twitter, er is een hoop over te doen. Welk journaal of welke krant citeert er nu niet een tweet van een politicus. Zelfs het Koninklijk Huis bedankt de inwoners van Nederland voor de getoonde belangstelling bij het ongeluk van Friso. Ik ga jullie in deze blog vertellen hoe je een idee kan omzetten in een trending topic op twitter.

Het idee

Na een regenachtige en een met slecht nieuws overladen woensdag 11 april had ik zelf behoefte aan wat positiefs en besloot een plan, wat ik al een tijd had, uit te gaan proberen. Dus mailde ik 20 mij bekende twitteraars dat ik de volgende dag een tweet zou plaatsen en of ze zo vriendelijk wilden zijn deze te retweeten. Voor de niet twitteraars onder de lezers, retweeten is het doorzenden van een tweet door een andere gebruiker. Het is een kwestie van een knopje aanklikken en klaar ben je. Zo werkt twitter snel met het verspreiden van nieuws, maar ook van onzin.

Het mailtje luidde als volgt:

Beste Twitteraars,

Ik heb gewoon zin om morgen de #glimlachdag trending te maken op twitter, gewoon om iedereen positief te stemmen. We dagen dan iedereen uit om bij iemand anders een glimlach op het gezicht te toveren. Ik zal morgenochtend rond 7:30 de aftrap geven, als jullie die dan retweeten komen we volgens mij al een eind. Maar het belangrijkste is dat jullie je best gaan doen om een glimlach op iemands gezicht te toveren en daarover dan een tweet te zetten. Als we dit goede voorbeeld geven, moeten toch meer mensen volgen? Lijkt me een leuk experiment, doen jullie mee?

Nu moet de lezer weten dat een woord op twitter met een # (hashtag) ervoor een zoekwoord wordt wat je kunt volgen door het aan te klikken. Zo gebruiken grote televisieshows zoals The Voice of Holland en Hollands Got Talent bijvoorbeeld #tvoh en #HGT. Op die manier kunnen mensen actief meedoen met de show en reageren op elkaar, vaak worden de leukste tweets ook genoemd in de show. Als er veel twitteraars een bepaalde hashtag gebruiken wordt dit een trending topic, dat wil zeggen, een op dat moment populair onderwerp.

#glimlachdag

Mijn onderwerp was dus #glimlachdag en op de 12e april 2012 plaatste ik de volgende tekst in een tweet:

“Breng vandaag iemand aan het glimlachen en plaatst dit op twitter met #glimlachdag” 

Zoals gevraagd werd de eerste tweet vaak geretweet, 19x om precies te zijn en dat waren niet alle mensen die ik gemaild had, maar ook onbekenden en volgers die ik niet had gemaild.

Wat volgde:

Wat er toen gebeurde overtrof mijn stoutste verwachtingen, want we werden #1 trending topic in Nederland en #4 wereldwijd tot Amerika wakker werd. Het populaire account van @Modernegezegden had gevraagd de leukste tweets te verzinnen rondom glimlachdag. @MaximeVerhagen, kreeg er, zelfs tijdens de Catshuisonderhandelingen, een glimlach van, liet hij mij dit weten via een tweet. De vrijwilligers op de Post in Moerwijk Den Haag moesten erg om me lachen terwijl ik steeds enthousiaster rond stuiterde. Het werd een leuke dag op twitter die zelfs door EditieNL van RTL4 in de televisie uitzending werd genoemd.

10 Belangrijkste lessen:

Deze gebeurtenis heeft mij een heleboel lessen opgeleverd. Ik heb de belangrijkste op een rijtje gezet voor jullie:

  1. Het is redelijk eenvoudig om trending te worden op twitter mits je het goed voorbereid.
  2. 80% van de Nederlandse bevolking had geen flauw benul dat het #glimlachdag was.
  3. Mensen hebben behoefte aan positieve dingen, negatieve onderwerpen worden minder snel trending.
  4. Trending word je alleen maar als grote accounts je gaan noemen
  5. Trending topics worden veel gebruikt om spam te verspreiden, waardoor het nog harder gaat, schrik daar dus niet van, maar wees bewust en klik de links niet aan.
  6. Je hebt geen controle over het proces, alleen de aanzet heb je in de hand.
  7. Het is social media, dus bedank je volgers voor het meewerken en respecteer de mensen die niks met het onderwerp te maken willen hebben.
  8. Toen iemand anders de aanzet claimde, reageerden 35 twitteraars dat dit niet zo was en verwezen naar mij. Er is een sterke sociale controle op twitter is mijn conclusie.
  9. Een trending topic levert je veel nieuwe volgers op, die je wel vast moet zien te houden. Dus als je een trending topic probeert te creëren blijf dan dicht bij jezelf.
  10. Als het ondanks een goede voorbereiding toch niet lukt, kijk dan goed naar het onderwerp en formuleer het anders zodat het meer mensen aanspreekt.

Voorbereid

Het belangrijkste resultaat van #glimlachdag was dat er een heleboel mensen meer hebben gelachen dan anders. Zo waren we op twitter tenminste goed voorbereid op de volgende dag, vrijdag de dertiende.

Marien van Delft

Gastblog: De kracht van de communicatieprofessional in zorg en welzijn

Een mogelijke reflex op de naderende bezuinigingen binnen zorg en welzijn is snijden in de overhead van de organisatie. De toch al niet in middelen rijk bedeelde communicatiefunctie, is dan al snel het kind van de rekening. Intern hoeft communicatie dan niet op veel steun te rekenen. Want overleven kun je als je goed bent georganiseerd. En daarvoor is communicatie te klein. Hoog tijd voor het activeren van de eigen kracht van de communicatiefunctie. Een handreiking.

Laat je zien

  • Onderhoud goede contacten met sleutelfiguren in de organisatie (management, programmabegeleiders, ontwikkelaars, senior-medewerkers, OR-leden bijvoorbeeld).
  • Maak gebruik van de nieuwe beroepsniveauprofielen van de beroepsvereniging Logeion om jouw werk in kaart te brengen. Dat verscherpt je zicht op je eigen positie en maakt ook bij jouw leidinggevende inzichtelijk waar jij staat. Kijk op: http://www.logeion.nl/beroepsniveauprofielen
  • Verplaats je in de rol van je gesprekspartner. Vermijdt welzijns- en communicatiejargon maar vertaal je bijdragen naar de effecten, die ze opleveren, zoals: afname van fouten of ziekteverzuim, meer deelnemers aan activiteiten.

Professionaliseer

  • Social media. Een ontwikkeling waarin een communicatieprofessional binnen de organisatie voorop moet lopen. Dat wordt ook van hem/haar verwacht en dat is gezien het takenpakket ook logisch. Pak die kans! Er zijn legio workshops en opleidingen voor weining geld te volgen. Ga ermee aan de slag. Experimenteer.
  • Presenteer professioneel. Ook hier: val op door bijvoorbeeld gebruik te maken van nieuwe tools als Prezi.
  • Strategisch denken en handelen. Jouw reden van bestaan in de organisatie komt onder druk als je bijdragen zijn beperkt tot -oneerbiedig geformuleerd- het organiseren van bijeenkomsten en het schrijven van stukjes. Je komt alleen aan tafel bij het management als je bijvoorbeeld laat zien hoe je social media inpast in de communicatiestrategie van de organisatie. Volg een workshop of een opleiding. Investeer desnoods in jezelf als de baas niet (mee)betaalt.
  • Wees accountable waar mogelijk. Ook jij kunt laten zien wat jouw bijdragen opleveren. Bijvoorbeeld de toename van het aantal unieke bezoekers op de website en de pagina’s die ze bezoeken. Organiseer kleinschalige klanttevredenheidsonderzoeken, panels en medewerkersonderzoeken over de in- en externe communicatie.

Werk samen

  • Sluit je aan bij een beroepsvereniging of communicatienetwerk. Zelf ben ik lid van Logeion. Het kost een paar centen maar dan heb je ook wat: veel bijeenkomsten, goed verenigingsblad, ontmoetingen met vakgenoten.
  • In mijn woonplaats ben ik lid van de Communicatiekring Arnhem-Nijmegen. Bijeenkomsten rondom een inhoudelijk thema en daarnaast ook erg goed voor de informele contacten.
  • Sluit je aan bij relevante groepen op LinkedIn of start zelf een groep op dit social medium.
  • Organiseer Open Coffee bijeenkomsten voor vakgenoten in jouw regio.

Spring uit de band

  • Of je dat nu leuk vindt of niet. Gezien jouw functie blijf je een (heel erg belangrijk) buitenbeentje in jouw organisatie. Maak daar gebruik van. Je kunt je wat makkelijker onttrekken aan de hiërarchie en kom eens met een idee, de organisatie van een Open Coffee bijvoorbeeld. Maar doe het niet alleen. Zoek collega’s die meedoen en doe het!

Jan Bleumer werkte onder meer als communicatieadviseur bij Tandem, Welzijnsorganisatie Nijmegen. Vanaf medio 2009 is hij zelfstandig communicatieadviseur en medewerker raadscommunicatie bij de gemeente Buren.

 

Van ZIP naar WIP [gastvlog]

Gastvlog: Van ZIP naar WIP

Op 8 december jongstleden bestond het ZIP café 1 jaar. Het ZIP café is een initiatief van het Zorg Innovatie Platform. Bij de eerste editie van het ZIP café op 8 december 2009 was ik van de partij. Dit heeft mij geinspireerd tot trend 11 voor 2010: “WIP: het WIP wordt opgericht, Welzijn Innovatie Platform en gaat samenwerken met ZIP, Zorg Innovatie Platform. VWS en EZ juichen dit toe en belonen het initiatief met ongekend hoge subsidies.”

Aangezien de oprichting van het WIP tot nu toe in 2010 nog niet had plaatsgevonden, ben ik op 8 december 2010 opnieuw weer naar het ZIP café getogen als ultieme poging om iets in beweging te krijgen. Het idee voor een WIP sprak veel bezoekers van het café aan. Als speciale gastvloggers wilden ze voor mijn camera er wel iets over kwijt. Voorlopig resultaat: voornemen om in 2011 een speciale editie van het ZIP café te organiseren met Innovatie in Welzijn als hoofdthema! Wil je meedenken of heb je suggesties, post dan jouw reactie hieronder. Wordt vervolgd.

Dit was echt de allerlaatste gastblog uit de serie van 11. De blogs leveren stuk voor stuk een waardevolle bijdrage aan het welzijnswerk in Nederland door hun kritische, actuele maar vooral blije kijk op ons werk. Wil je alle blogs op een rijtje klik dan hier.

Mini franchisen in Welzijn [gastblog]

Gastblog: Mini franchisen in Welzijn.

Bijzonder hoe Hannie beschrijft hoe zij betrokken is geraakt bij een mini franchise model in Welzijn. “Zo groots en meeslepend hoeft het niet altijd te zijn”. Logisch dat zij blogt over trend 2: “Fuseren raakt uit de mode: er komt een eind aan het fusiegeweld. Welzijnsorganisaties gaan op zoek naar slimme samenwerkingsvormen. De eerste franchiseformule voor welzijnsorganisaties wordt gelanceerd.” Hannie:

Als ik kijk naar mijn eigen welzijnsorganisatie dan is het woord fusie diverse malen komen bovendrijven de laatste 7 jaar. ‘Moeten we niet fuseren met een welzijnsorganisatie van een buurgemeente om zodoende sterker te kunnen opereren richting opdrachtgevers, lees gemeenten. Het is er niet van gekomen. Waarom niet? Bestuurswisselingen, strategische visies die per welzijnsorganisatie meer verschillen dan pakweg 5 jaar geleden en –last but not least- het besef dat er ook allerlei andere mogelijkheden zijn om kwantitatief en kwalitatief te groeien.

Slimme samenwerkingsvormen die passen bij de organisatie, daar gaat het om. Kansen zoeken, kansen zien en kansen pakken. En zo groots en meeslepend hoeft het niet altijd te zijn, want allianties aangaan kan op vele manieren. Bij mijn organisatie SWN zijn we een strategische alliantie aangegaan met de bibliotheek; op het gebied van shared services (ICT en telefonie), huisvesting (o.a. front office Vrijwilligershuis in bibliotheek en onze hoofdkantoren worden gezamenlijk gehuisvest) en op aanvullende dienstverlening. De alliantie is ontstaan doordat de hoofdvestigingen gezamenlijk gehuisvest zouden worden, maar vooral omdat het klikte tussen beide bestuurders en beide organisaties creatief op zoek wilden gaan naar mogelijkheden van samenwerking om een verbeterde en vernieuwende dienstverlening neer te zetten. Een samenwerking met energie! Deze samenwerking werkt in deze setting goed maar dat wil niet zeggen dat het in andere gemeenten ook opgaat. Nee, het is een kwestie van goed om je heen kijken als organisatie en mogelijkheden zien waar ze zijn, om het maar eens op ze Cruijffiaans te zeggen.

Franchiseachtige formules als welzijnsorganisatie. Ja, leuk en handig. Toen ik dat las in de trendopsomming van Anneke bedacht ik dat wij dat in minivorm hebben neergezet zonder dat zelf in die woorden te benoemen. In Woerden heeft SWN het label Welzijn Woerden neergezet. De welzijnsorganisatie aldaar was failliet gegaan en de gemeente was op zoek naar een nieuwe organisatie. Men was op zoek naar een organisatie met een lokaal gezicht en lokaal verankerd, die innovatief en efficiënt aan de slag ging met een moderne bedrijfsvoering, betrouwbaar en dat allemaal natuurlijk tegen een redelijke prijs. Ons antwoord: een behoorlijk zelfstandig ondernemend lokaal verankerd label, maar gebruik makend van de overall visie, diensten, formats en ervaring van een grotere organisatie. Daar wordt zowel de ‘moederorganisatie’ als de ‘dochterorganisatie’ wijzer van. Het werkt.

Het idee om een franchiseorganisatie op te zetten zoals in de trend van Anneke neergezet, spreekt mij zeer aan. Wie denkt mee?

De uitnodiging van Hannie om mee te denken spreekt voor zich. Geef hieronder jouw reactie!

Vertrouwen [gastblog]

Gastblog: vertrouwen

Bart blogt over trend 1: “vertrouwen wordt belangrijker dan meten: er komt een einde aan alle overmatige aandacht voor het meten van prestaties en resultaten. Vertrouwen wordt weer belangrijk. Goede persoonlijke relaties worden weer op prijs gesteld.” Nog voordat Bart aan zijn conclusie begint zegt hij: “Eigenlijk registeren we dus om vertrouwen te krijgen.” Idealistische plannen krijgen vertrouwen van opdrachtgevers als je laat zien wat  je samen met klanten kunt bereiken. Mooi! Bart:

Inleiding:

Toen Anneke mij vroeg om een blog te schrijven, was ik meteen enthousiast. Ik ben geen expert op het gebied van effectregistratie, maar het geven van vertrouwen is de basis voor jongerenparticipatie. En daar weet ik wel iets van. ‘Dat komt wel goed’ dacht ik dus.

Geschiedenis

Een eerste inventarisatie op Google leverde meteen een deuk in mijn zelfvertrouwen op. De discussie over prestatiemeting in Welzijn bestaat namelijk al vanaf ver voor mijn geboorte. Vanaf de jaren 60 wordt er door professionals en beleidsmakers tevergeefs gezocht naar een goede registratiesystematiek. Meten we op resultaten (output) of op effecten (outcome)? Hoe meet je die effecten dan? Wie heeft welke bijdrage geleverd aan het resultaat? Meten we de klanttevredenheid? Gaan we mensen monitoren en welke gegevens monitoren we dan? Gaan we voor Best Practice of Best Persons? Deze blog bleek toch iets lastiger dan ik had verwacht.

Maatschappelijke trends

De maatschappelijke trends van de afgelopen jaren geven ook geen eenduidig beeld. De invoering van de WMO heeft niet overal geleid tot een toename van het vertrouwen in de Welzijnssector. De zelfredzame burger en de welzijn-nieuwe-stijl professional zijn weer verantwoordelijk voor hun eigen leven en professie, maar deze toegenomen verantwoordelijkheid betekent niet altijd dat zij ook meer vertrouwen krijgen. Veel welzijnswerkers hebben gevoel dat ze steeds vaker ter verantwoording worden geroepen door een subsidiegever. Dit gevoel zie je terug in andere maatschappelijke trends zoals de extra aandacht voor leefbaarheid en veiligheid, de politieke aandacht voor regels en het wantrouwen van ‘linkse hobby’s’. Of je vertrouwen geeft aan mensen, blijkt dus voor een groot deel af te hangen van je visie op de vraag: ‘Is participeren in de maatschappij een recht of juist een plicht?’.

Eigen netwerk

Hiermee had ik nog steeds geen antwoord op de vraag ‘wordt vertrouwen belangrijker dan meten?’. Dus ik deed wat ik mijn doelgroep probeer te leren: ‘als je er zelf niet uitkomt, dan vraag je om hulp’. Een rondje bellen en Twitteren binnen mijn netwerk leverde de volgende conclusie op: vertrouwen en meten zijn beide belangrijk. Welzijnswerkers en beleidsbepalers zijn het zowaar eens over dit onderwerp! Welzijnswerkers zijn gebaat bij vertrouwen en willen daarnaast het resultaat van hun werk laten zien. Gemeentefunctionarissen willen graag vertrouwen geven en controleren op hoofdlijnen. De vraag waar beide partijen mee worstelen is: ‘Hoe zorg je voor een effectieve registratie?’. Tegelijkertijd beseffen beiden dat cijfers niet alles zeggen. Het verhaal of de beleving van de persoon achter de cijfers is net zo belangrijk.

Waarom registreren

Waarom doen we dan zo veel moeite om effectieve registratiemethodes te vinden, als we daarnaast toch nog de ‘zachte informatie’ en de verhalen willen horen? Wat is eigenlijk het doel van registratie? Samengevat gaat het om 2 doelstellingen. Als eerste willen we de effectiviteit van verschillende sociale interventies meten om ons werk te kunnen blijven verbeteren. Ten tweede willen we op een transparante manier verantwoorden wat we doen met het geïnvesteerde belastinggeld. Eigenlijk registeren we dus om vertrouwen te krijgen.

Conclusie:

Hiermee heb ik een gedeeltelijk antwoord op de vraag ‘wordt vertrouwen belangrijker dan meten?’. Beide zijn belangrijk. Natuurlijk moeten we doorgaan met onderzoek naar effectieve registratiemethoden, maar wat doen we tot die tijd? Waardoor krijgen gemeenten vertrouwen in Welzijn. Waarom kreeg ik van de gemeente groen licht om een jongerencentrum te ontwikkelen op basis van maximale jongerenparticipatie? Die vraag heb ik gesteld aan de verantwoordelijke beleidsmedewerkers van de gemeente Zwolle: Hun antwoord: ‘Je plannen waren goed, maar we vonden ze erg idealistisch’. ‘We kregen er pas echt vertrouwen in toen je de jongeren de kans gaf om te laten zien wat ze in hun mars hebben’.

Bart Demmers is jongerenwerker bij Travers Welzijn. Met 100% jongerenparticipatie is Level-Z van de grond getild. Op hun website is te lezen dat op verzoek van de jongeren Black Ops is aangeschaft. Schijnt een gaaf spel te zijn ;-). Ben je ook jongerenwerker en ga je voor 100% jongerenparticipatie? Krijg je daarvoor het vertrouwen van je opdrachtgever? Je kunt hier reageren.

Goud [gastblog]

Gastblog: Goud

Deze blog van John maakt duidelijk dat vrijwilligerswerk vooral ook gewoon werk is. Hij schrijft hoe WIJ dit doen. Grappig en bijzonder, als je het over WIJ hebt kun je ook niet meer om jezelf heen! Betrokkenheid gegarandeerd. John blogt over trend 3: “Positie van vrijwilligers verandert: van lastig te positioneren doelgroep worden vrijwilligers het goud van de organisatie. Vrijwilligers eisen fatsoenlijk HRM beleid.” John:

Goud

Dat vrijwilligers het goud van de organisatie zijn weten we maar al te goed. Geen nonprofit club die het niet regelmatig roept. Maar stellen diezelfde clubs daar net zoiets kostbaars als goud tegenover? Ik vraag het me af.

Toen ik jaren terug mijn carrière startte was dat ook als vrijwilliger, in een buurthuis. Bij gods gratie mocht ik gebruik maken van het bureau van een beroeps kracht die er even niet was, tussen zijn papieren en zijn fotootjes van thuis. Meepraten mocht zolang het napraten was. Het gebouw was sfeer- en kleurloos, de inrichting oud en sleets. Een plek waar je gezien wil worden? Die talenten in mensen oproept? Waar je over vertelt aan vrienden?

De mensen zijn de afgelopen 20, 30 jaar enorm veranderd, mondiger geworden, slimmer en zelfbewuster. Ze stellen hoge eisen, zeker aan hun vrije tijd. Ze willen meetellen en voor vol worden aangezien. Maar in veel organisaties in welzijn en zorg lijkt de tijd stil te staan. De beroepskrachten zijn er bazen, de vrijwil­ligers hulpjes. Wat dan gebeurt laat zich raden. Wie alleen hulpje mag zijn wordt ook hulpje, of gaat weg. Dè manier om talent buiten de deur te houden.

Delen

Dit jaar kreeg de organisatie waar ik werk een nieuwe naam: WIJ. Dat is geen toeval. WIJ staat voor de hele club, betaald en vrijwillig, inclusief klanten en netwerkpartners. Bij WIJ is iedereen gelijk en is werken co-creëren. Dat doen we in moderne gebouwen aan flexplekken die we delen. Wie er vrijwillig werkt en wie betaald is niet te zien. Alles wat er gebeurt doen we samen. WIJ is behalve een naam een werkwijze, een manier van zijn, een merk met een belofte die je kunt beleven. WIJ is iets wat je doet, elke dag.

De nieuwe naam is de zoveelste stap in een jarenlange transformatie van een traditionele welzijnsorganisatie naar iets nieuws waar ik nog geen naam voor heb. Community management, suggereerde een consultant. Komt in de buurt maar is het net niet. Communities managen zichzelf. Net zoals de meeste mensen thuis doen waar ook niemand de baas is en toch van alles gebeurt.

De goede mensen

Zo gaat het bij WIJ ook. Ieder bestuurt zijn eigen werk en samen besturen we WIJ. Dat is pittig want besturen is keuzes maken. Doen wat je zegt en daar rekenschap over geven, aan elkaar. Dat lukt met mensen aan boord met de goede houding. Denk aan zaken als respect, aandacht en passie. En goed zijn in je werk. Mensen die dat niet hebben komen niet binnen of gaan weg. Hoe beter dit functioneert, hoe aan trekkelijker de club, hoe meer mensen erbij willen horen.

Een workshop een paar jaar geleden leerde me hoe eenvoudig dit is. Het gaat om maar drie dingen: het werk moet er toe doen, je moet ermee thuis kunnen komen, en je moet er nieuwe vrienden mee maken. Stop die drie in een functie en je hebt inderdaad goud. Misschien dat je de eerste vrijwilliger actief binnen moet halen, de rest gaat vanzelf. Als het niet werkt heeft het altijd met die drie dingen te maken. Niet aan vrijwilligers kunnen komen is een indicatie voor slecht organiseren.

Knikkeren

Kinderen leren bij het knikkeren dat een ruil klopt als die voor allebei loont. HRM vrijwilligers is niet anders. Je moet iets te bieden hebben. Een belevenis. In ultieme vorm, roep ik wel eens, moet vrijwilligerswerk zo aantrekkelijk zijn dat mensen ervoor willen betalen om het te mogen doen. Dat gaat te ver misschien maar de boodschap is helder. Wie de moeite waard is, voor anderen, heeft over vrijwilligers nooit te klagen. WIJ begint bij jou.

John Beckers is mijn gewaardeerde collega directeur van WIJ. Wil je meer lezen over hrm voor vrijwilligers kijk dan op de website van WIJ Welke plaats nemen vrijwilligers in jullie organisatie in? Welke ruil maken jullie? Laat het ons hier weten.

De glazen bol rond het opbouwwerk [gastblog]

Gastblog: De glazen bol rond het opbouwwerk

Deze vierde gastblog is van Teun. Teun: “Doorzeef het gerust met opmerkingen en suggesties, zeker waneer het je te pompeus wordt. Daar ben ik namenlijk erg goed in.” Gelukkig vind ik het prachtig. Ik kan het zweet van de bestuurders ruiken en het gegil vraagt om strakke actie. Benieuwd wat jullie vinden van het opbouwwerk in 2010. Want dat is de trend waar Teun over blogt: “Revival opbouwwerk: het opbouwwerk komt in een stroomversnelling van positieve energie en aandacht. We (her)ontdekken methodieken die naadloos aansluiten bij Welzijn Nieuwe Stijl.” Teun:

De glazen bol rond het opbouwwerk.

De rode lampjes op het Ministerie van Financiën begonnen ergens dit decennium te knipperen. Hoe het huishoudboekje van de staat ook voor lange termijn werd doorgerekend, steeds kwamen er megatekorten uit. De naoorlogse generatie zou, na Nederland eerst groot gemaakt te hebben, ons land via de stijgende zorgkosten ook meteen weer tot het niveau van Burundi degraderen. De oplossing: “burgers moeten voortaan voor zichzelf zorgen. En we noemen het welzijn nieuwe stijl”.

Ik houd van crises. Bestuurders met zweetplekken onder de oksels. Mensenmassa’s die gillend in het rond rennen. Het biedt kansen. Zolang je blijft nadenken en het initiatief neemt, kom je er meestal sterker uit. En het uit crisis geboren welzijn nieuwe stijl biedt oneindig veel kansen. Zeker voor onze beroepsgroep.

Cultuuromslag

Het grootste punt is namelijk dat er een cultuuromslag nodig is in de relatie tussen burgers en de overheid. Van een paternalistische, naar een relatie waarin beide gelijkwaardig zijn. Niet alleen om de zorgkosten te kunnen blijven betalen. Dat is eigenlijk maar bijzaak. Nee, het zit veel dieper. Als antwoord op de brede onvrede in de samenleving jegens de overheid, instellingen en elkaar.

Willen wij in Nederland een prettige en betaalbare samenleving houden, moet de overheid ont-regelen en moeten burgers de regie pakken. Maar hoe? Door het vermogen om zowel aan de keuken- als bestuurstafel een begrijpelijk verhaal te houden, is de opbouwwerker bij uitstek geschikt als begeleider van het proces richting nieuwe verhoudingen.

Dit is echt dé kans van de eeuw om de opbouwwerker in een sleutelpositie te manoeuvreren. Iemand die door in de periferie te bewegen allerlei slimme en ‘goedkope’ structuren tot stand brengt. Structuren waardoor de noodzakelijke cultuuromslag bij burgers en de overheid vorm en inhoud krijgt. Dat vergt ondernemerschap. Dat vergt een rugzak vol methodieken. Dat vergt sterke mensen. Klassiek opbouwwerk. Niets meer en niets minder.

Heeft het opbouwwerk deze kans gepakt in 2010?

Tot voor kort liet de beroepsgroep deze handschoen te vaak op de grond liggen. Veel opbouwwerkers waren nog niet doordrongen van het besef dat zij deze kritieke plek kunnen –en moeten- innemen. Vroeg je waarom niet, dan hoorde je de bekende beren op de weg. “Mijn manager, de gemeente, de beschikbare uren.” Maar eigenlijk zeiden ze dan: “ik acht mijzelf niet bij machte om deze rol waar te kunnen maken.”

Als ik de situatie in lekkere ‘healing’ termen zou moeten omschrijven, dan zat de beroepsgroep in een fase waar zij nog niet volledig in contact stond met haar ‘hogere ik’. De fase van ‘in je kracht staan’, lak hebben aan gangbare denkbeelden en totaal een zijn met je opdracht binnen de maatschappij.

In de loop van 2010 kwamen er scheuren in de glazen bol rond het opbouwwerk. Hier en daar vielen er stukken glas op de grond. Er is een kopgroep ontstaan van vrijdenkers die intensief informatie uitwisselt over het vak, elkaar uitdaagt en plezier uitstraalt. De beroepsvereniging heeft radicaal gebroken met de oude structuur. En op bijeenkomsten in het land hoor je steeds vaker een opbouwwerker met een eigenwijs geluid.

Het komt allemaal niet uit de lucht vallen. Het is een uiting van een brede wens om uit de eigen schaduw te stappen. Om de regie weer te veroveren en voorop te lopen in de renovatie van het sociaal werk. De geest is uit de fles. Daarom denk ik dat we 2011 gaan herinneren als een goed jaar. Het jaar dat opbouwwerkers elkaar op sleeptouw nemen en hun kracht hervinden, met als prettig gevolg dat zij hun ‘klanten’ ook in hun kracht kunnen zetten.

Teun Hofmeijer is opbouwwerker. “Als opbouwwerker werk ik aan ‘gezonde’ buurten, wijken en steden. Waar een architect gebouwen (her)ontwerpt, is de gemeenschap het gebouw waar ik aan werk.” Hij werkt bij Impuls in Oldenzaal en is bestuurslid van Community Development 2.0, Beroepsvereniging voor opbouwwerkers en andere wijkontwikkelaars (#code20).

Meer gastblogs lezen de komende dagen? Meld je dan even aan voor de mailinglijst.

Au en wauw [gastblog]

Gastblog: Au en wauw

Met dit zesde gastblog zijn we over de helft! Daphne heeft bewust gekozen om te bloggen over deze trend 5: “Meer ‘au’ dan ‘wauw’: het welzijnswerk focust op de pijn van haar klanten. De welzijnswerker weet waar de pijn zit en wat de behoefte van de klant is. Wij realiseren ons dat we er speciaal zijn voor die mensen die ons nodig hebben (en niet meer voor iedereen!).” Kiezen tussen ‘au’ en ‘wauw’ is voor veel welzijnswerkers een lastig dilemma. Maar moeten we wel kiezen? Daphne zet helder uiteen waarom het welzijnswerk “wauw” hard nodig heeft om te werken aan het verzachten en wegnemen van “au”. Daphne:

De terugblik

2010… het jaar van velerlei “au”, voor heel veel mensen. We veranderden van een welvarend maar klagend landje in een onzekere samenleving waarin mensen huizen moeilijk verkochten, banen verloren of het vertrouwen in samenleving en politiek volledig verloren. Mensen aan de onderkant van de samenleving zagen zekerheden steeds verder afvlakken en rekenen erop dat het alleen nog moeilijker wordt. Het jaar waarin echt duidelijk werd dat mensen het steeds meer zelf, en voor elkaar, moeten doen. Onder het motto “eigen kracht eerst!” is de Wmo inmiddels vier jaar van kracht en wordt de rol die aan de civil society is toebedacht steeds helderder. Is er dan geen “wauw” meer? Jawel, die is er wel! Ook in het welzijnswerk en dat is maar goed ook.

Van oudsher is het welzijnswerk gericht op het “verheffen” van achterstandsgroepen en mensen helpen pijn weg te nemen. Op verschillende manieren is dat de afgelopen decennia opgepakt en zijn pijnen van bewoners verzacht, weggenomen en zichtbaar gemaakt.

In 2005 bracht de WRR een rapport uit dat mijn visie op welzijnswerk, bewoners en hun (on)mogelijkheden enorm heeft beïnvloed. Gebruikmakend van burgerschapsstijlen, ontwikkeld door Motivaction, werd de Nederlandse samenleving ontrafeld. De burgerschapsstijlen geven naast inzicht in leefstijlen ook inzicht in de bindingsmechanismen van verschillende typen burgers. Ze zijn steeds verder verfijnd en zo een supertool voor de welzijnswerker geworden. Hoe ik buurten analyseer, de manier waarop ik buurtbewoners probeer te betrekken bij hun leefomgeving en hun naasten, vier burgerschapsstijlen bepalen dat.

De “natuurlijke” doelgroepen van het opbouwwerk zijn afhankelijke burgers en actieve burgers. Afhankelijke burgers zijn mensen die het welzijnswerk nodig hebben, actieve burgers participeren in de samenleving middels bewonersinitiatief. Afzijdige burgers waren geen expliciete doelgroep en kwam je hooguit tegen bij buurtbarbecue of speeltuinvereniging. Afwachtende burgers mocht je eigenlijk niet eens bedienen, zij hebben het goed voor elkaar en zijn dus geen doelgroep van het welzijnswerk. Maar tijden veranderen…

Met de Wmo wordt de civil society een steeds belangrijker thema. Hierin is overdracht van sociaal kapitaal nodig, en dan niet door professionals maar door burgers zelf. Dus niet de professionals verheffen achterstandsgroepen, dat doen burgers onderling! Dit betekent tegelijkertijd dat sociaal kapitaalkrachtige burgers expliciet doelgroep moeten zijn van het welzijnswerk.

Het welzijnswerk heeft een aanjagende, faciliterende en ondersteunende rol in het versterken van de civil society, zodat een succesvolle overdracht van sociaal kapitaal tot stand komt. Wordt de afzijdige burger in het welzijnswerk nog bereikt in het vrijwilligerswerk, de afwachtende burger bleef meestal onzichtbaar. Die burger is de meest sociaal kapitaalkrachtige burger die we kennen. Wetend dat afwachtende burgers binden door consumptie, heeft het welzijnswerk “wauw” hard nodig om te werken aan het verzachten en wegnemen van “au”.

De trend meer “au” dan “wauw” gaat ‘m wat mij betreft dan ook niet worden in 2010. Natuurlijk, de focus wordt in zware tijden verlegd van aansprekende stedelijke vernieuwingsaanpakken met hoge wauwfactor naar eropaf en eigen kracht. Toch blijven activiteiten met een hoge mate van “wauw” aanwezig en geven ze een impuls aan de civil society. Zo vindt in de Haarlemse Hamelink prachtig werk plaats, waarin creatieven en welzijnswerk samen activiteiten ontwikkelen die zowel de klassieke doelgroepen als de kapitaalkrachtige Haarlemmer bereiken. Tijdens die ontmoetingen worden contacten gelegd die voor alle deelnemers iets opleveren. In de Amsterdamse Baarsjes organiseren bijstandsvrouwen onder begeleiding kleinschalige buurtactiviteiten waar zinvolle contacten met afwachtende buurtbewoners uit voortvloeien. Deze week las ik via Twitter het enorme succes van de Oosterhoutse beursvloer, waar ideëel en commercieel elkaar ontmoeten. Door te ruilen handelen zij in diensten, mensen, middelen, kennis en kunde. Dit alles tussen lokale bedrijven, maatschappelijke organisaties en de overheid. WAUW!

Natuurlijk is er veel au en is het welzijnswerk daar van nature op gefocust. In de zin van “waartoe zijn wij welzijnswerkers op aard” speelt au een grote rol. Maar om die au de baas te kunnen, kan de sector niet zonder wauw. In een samenleving die voorheen op een zorgende overheid kon vertrouwen en dat nu in een zorgende medeburger moet gaan doen, blijft wauw ook de komende jaren een sterk middel in het welzijnswerk.

Noot: Het WRR-rapport waarover in deze gastblog wordt gesproken, betreft “Vertrouwen in de Buurt” (2005). De hierin gehanteerde burgerschapsstijlen zijn inmiddels veel verder doorontwikkeld en hebben inmiddels ook andere namen (check voor uitgebreide informatie Google). Ik vind de in het rapport gehanteerde termen nog steeds het bruikbaarst, ze zijn eenvoudig te onthouden en volledig aan het concept buurt gerelateerd. De compacte vorm die ik gebruik, is hier als pdf te downloaden: Burgerschapsstijlen

Daphne van Knippenberg is sociaal ondernemer met het bureau Dock Projecten. Ontwikkelaar en manager van sociale projecten met een brede ervaring op het gebied van samenlevingsopbouw en jongeren(opbouw)werk. Ervaren in het ontwikkelen van nieuwe methoden en het leiden van projecten binnen de sociale pijler van de wijkaanpak in stedelijke vernieuwingsprojecten. Ben je het eens met Daphne? Hoe kun je in een tijd van recessie het Wauw verkopen aan jouw opdrachtgever? Laat het hier weten. Meer gastblogs lezen de komende dagen? Meld je dan even aan voor de mailinglijst.