Zo bereik je in no-time jouw expertstatus in sociaal werk

Het welzijnswerk discussieert over de welzijnswerker nieuwe stijl: specialist of generalist? Mijn idee: wat het ook is, als je maar de expert bent! Want mensen doen graag zaken met de expert. Ga maar bij jezelf na. Als jij voor jouw stekende oorpijn moet kiezen tussen een specialist die oren behandelt maar ook knieën en ook nog wel uit de voeten kan met zere buiken OF een specialist die expert is in oorpijn, wie kies jij dan?

Er is geen instituut dat expertstatussen uitdeelt

Het verkrijgen van een expertstatus is makkelijker dan je misschien denkt en ook voor jou in no-time haalbaar. Er is geen instituut dat expertstatussen uitdeelt. Expert ben je omdat andere mensen je zo zien. Het draait dus vooral om perceptie. Om de expertstatus die anderen jou toekennen. En dat gaan ze bijna als vanzelf doen als jij zichtbaar maakt dat jij als sociaal werker in jouw vakgebied over een enorme expertise beschikt.

De meeste aspecten die zorgen voor een expertstatus, heb je zelf onder controle. Zodat je zelf actief kunt zorgen dat je een expertstatus ontwikkelt. Dat is fijn voor jouw klanten en opdrachtgevers maar ook fijn voor jezelf want een expertstatus geeft je zelfvertrouwen een flinke boost.

Wat kun je nu zelf doen om een expertstatus te krijgen?

Denk bijvoorbeeld eens aan:

  • het schrijven van een artikel
  • het geven van een spreekbeurt
  • het schrijven van een boek of ebook
  • het geven van een interview
  • het krijgen van aanbevelingen
  • geretweet of geciteerd worden
  • het hebben van een groot netwerk
  • vaak gezien worden op bijeenkomsten

Let op!

Het gaat niet werken als jij aan jezelf twijfelt. Als je twijfelt aan jouw expertise omdat je in alle bescheidenheid vind dat er vooral andere mensen zijn die nog veel meer weten dan jij en die ook veel beter zijn dan jij. Of omdat je weet dat je nog niet alle kennis hebt vergaard die er bestaat. Of omdat er nog methodieken zijn die je moet leren. Je bent in de ogen van anderen een expert omdat jij meer weet dan zij. En dat maakt jou in hun ogen de expert. En daar kun je echt gewoon op vertrouwen.

De 3 manieren om in no-time een expertstatus te bereiken

1. vanaf vandaag jezelf zo noemen

En dat kan gewoon. Noem jezelf expert in sociaal werk. Zet dit in jouw twitterbio, op jouw linkedinprofiel, in jouw emailhandtekening. Presenteer jezelf als de expert. Andere mensen zullen dit van je gaan overnemen. Zonder daar ook maar enig moment aan te twijfelen.

2. zoek een kanaal om jouw expertise zichtbaar te maken en te verspreiden onder jouw klanten

Denk aan een nieuwsbrief, een column, een blog en stuur dit aan jouw klanten. Los problemen op van jouw klanten en schrijf hierover en laat weten hoe je dit gedaan hebt. Maak er een filmpje over en zet dit morgen op youtube.

3. zoek een live publiek waarvoor je kunt spreken

Het liefste natuurlijk een grote groep. Het publiek wat naar jou luistert en met wie jij jouw kennis deelt zal jou met veel liefde de expertstatus toekennen. Het publiek kan live voor jouw neus zitten maar denk ook eens aan een webinar of teleseminar. Of meld je aan als spreker voor het Congres Wmo en Welzijn Nieuwe Stijl op 21 november a.s. (en dat is ook al heel gauw ;-))

Hoe belangrijk is voor jou de expertstatus? Wat doe jij om die te bereiken? Het zou super zijn als je in de reacties jouw tips wilt delen. Jouw ervaring kan anderen helpen! Je kunt hieronder reageren.

 

Social professional of hockeymeisje? Wat vindt Google van jou?

Kan het jou wat schelen wat Google van jou vindt? Ik hoor je denken: “Pff als ik me daar ook nog druk om moet maken …”. En ik zou je zo graag gelijk willen geven, je gerust willen stellen: “Nee joh, wat kan jou dat nou schelen!”.

Maar ik doe het niet. Dit gaat namelijk helemaal niet om Google. Dit gaat om jou. Google maakt slechts zichtbaar hoe jij je als social professional profileert. En besteed je hier weinig aandacht aan dan is misschien het enige wat Google kan vinden de hockeyuitslagen van 10 jaar geleden toen jij meedeed aan een nationaal toernooi omdat je namelijk best aardig kon hockeyen.

Nog wat andere voorbeelden:

  • jouw naam is een veel voorkomende en een naamgenoot staat prominent op mokkels(punt)nl: mensen die jou zoeken zullen denken “is ze het nu wel of niet?”
  • je hebt ooit een boze brief ingezonden over te laag vliegende vliegtuigen over jouw woonwijk en die brief staat op nr 1 in Google voor iedereen te lezen
  • in de notulen van de ouderraad van school (prominent als eerste zoekresultaat in Google) staat voor iedereen te lezen dat je van dan tot dan met vakantie bent (oeps!)

Pijnlijk? Misschien. Irritant? Ja! Laatst hoorde ik een ouderenwerker verzuchten dat ze al eens een mail naar Google had gestuurd met het verzoek om het te verwijderen. Ze heeft nooit een antwoord gehad.

Maar er is een andere manier om hieraan te werken. Jouw online identiteit is een afspiegeling van hoe jij jezelf profileert. En daarop kan je sturen. Google maar eens op mijn naam.

Hoe je dit aanpakt ga ik je leren. Ik ontwikkel op dit moment een fantastisch nieuw trainingsprogramma met alle ins en outs voor jou over personal branding voor sociaal werkers. Zodat jij jezelf profileert als professioneel, zichtbaar en ondernemend! Volgens mij is dat de perfecte omschrijving voor de sociaal werker anno 2013! Een sociaal werker die door klanten en opdrachtgevers gezien wordt in zijn professionaliteit.

Maar nu heb ik eerst het volgende voor je:

Ik wil je graag uitnodigen voor een gratis live training op 4 september van 10-11 uur waarin ik voor een aantal sociaal werkers hun online identiteit een review geef. En natuurlijk tips, heel veel tips! Met die tips kun je gelijk aan de slag om jouw zichtbaarheid te verbeteren. (Deze training heb ik ook al op 23 augustus gegeven en dat was zo leuk dus doen we het nog een keer!)

De werkelijkheid is veranderd. En jij kunt mee veranderen. Het is belangrijk dat jij jouw professionaliteit positioneert in de nieuwe werkelijkheid, dat je met de tijd meegaat. Dat je in Welzijn Nieuwe Stijl jouw eigen weg kiest. Anders kan ik het niet voor je maken. Maar ik kan het wel makkelijk en leuk voor je maken.

Dus heb je zin om mee te doen? Je kunt je hier aanmelden (en hier lees je ook alles over hoe het in zijn werk gaat) >>>

Gratis inspiratieworkshop Welzijnsmarketing vanuit jouw hart [vol!]

Wat heeft marketing nu met welzijnswerk te maken? Misschien lees je al een tijdje mee met WNmarketing inspiratie maar heb je nog niet echt duidelijk wat marketing en profilering nu voor jou in jouw situatie kan betekenen.

Er komt veel op je af. Je voelt misschien dat je weer opnieuw op zoek moet naar de waarde die jouw werk voor jou heeft. En hoe jij van waarde kunt zijn voor jouw klanten. En hoe jij dit zichtbaar kunt maken door jezelf te profileren.

Welzijnsmarketing vanuit jouw hart betekent voor mij dat je dicht bij jezelf blijft en tegelijk heel dicht bij jouw klanten staat. Het heeft niets te maken met het beeld van een gladde en pusherige autoverkoper. Hoe het werkt leg ik je graag uit in de gratis workshop “Welzijnsmarketing vanuit jouw hart”.

De workshop is op 26 juni van 15.00-16.30 uur in Den Haag. We zijn te gast in Seats to Meet, Haagse Toren. Een fantastisch gebouw en heerlijke plek om te zijn. De ruimte, koffie en thee wordt ons door Seats to Meet aangeboden. Voor mij een unieke kans om jou uit te nodigen voor deze aantrekkelijke workshop zonder dat daar voor jou kosten aan zijn verbonden. Het is natuurlijk wel fijn dat, als je je aanmeldt, je dan ook daadwerkelijk komt. Ik reken op je!

Ik nodig je van harte uit om mee te doen met deze workshop! Als je het leuk vindt dan kom je samen met jouw collega’s ;-) Er is plek voor maximaal 50 deelnemers.

De workshop is vol!

Wil jij tijdig geïnformeerd worden over nieuwe kansen meld je dan rechtsboven op deze pagina even aan voor mijn updates. Je ontvangt dan ook mijn Ebook Welzijnsmarketing. Het is gratis!

De mythe van de kleine stapjes

Op momenten dat je een groots idee krijgt, uit wil breken, een ingrijpend besluit wilt nemen gebeurt het: doe maar kleine stapjes …

De methode van de kleine stapjes is zeer zeker zinvol. Zeker als je berg op moet. Tegelijk zie ik ook dat de methode ons tegenhoudt. Ons klein houdt. Wat wellicht als troost bedoeld is kan jou tegenhouden in jouw groei. Zeker grootse plannen en ideeën zijn vaak doodeng. Grootse plannen en ideeën vragen echter ook om grote stappen. En het lef om die stappen te zetten.

Grote stappen moet je maken als het nodig is. Omdat je barst van de passie, omdat je overtuigd bent dat dit het is, omdat je moet ingrijpen om nog meer ongelukken te voorkomen. Omdat je als directeur van een welzijnsorganisatie nu moet kantelen. Omdat je als professional je hart gaat volgen.

Kies je voor de kleine stapjes dan loop je het risico dat je jouw grote kans mist. Dat jouw passie als een vuurtje dooft, dat een ander er met jouw idee vandoor gaat, dat je uiteindelijk te laat bent. Dat je de deuren van jouw welzijnsorganisatie moet sluiten, dat je eindigt als zure welzijnswerker.

Het helpt enorm als jij jouw eigen aanmoediging organiseert. Verzamel mensen om je heen die jou uitdagen en moed inspreken (in plaats van jou klein houden met het advies van de kleine stapjes).

Moedig zelf ook anderen aan om grote stappen te zetten. Ik hoop dat ik met dit blog een kleine aanmoediging heb gegeven voor jouw grote stap! Kom op, je durft het!


Van dalende budgetten naar stijgende omzet door scherp te positioneren

Positioneren is het verkrijgen van een stevige positie in het brein van jouw klanten en opdrachtgevers. Klanten en opdrachtgevers weten waarvoor ze bij jou terecht kunnen, je bent ‘top of mind’. Sterke merken zijn top of mind. Ze zijn onderscheidend, geloofwaardig en ze ‘doen er toe’. En, niet te vergeten, sterke merken zijn succesvoller in zaken en genereren meer omzet. In een tijd van bezuinigingen is het daarom zeker de moeite waard  om te investeren in een positionerings-strategie. Andere redenen om aan de slag te gaan met positioneren kunnen zijn: een fusie, terugloop van klanten, veranderende wensen van een opdrachtgever of gewoon zin in nieuw elan.

Iedere keer weer als aan een directeur, manager of professional in welzijn de vraag wordt gesteld “Wat doen jullie nu eigenlijk (voor dat geld)?” is dit een duidelijk signaal van een gebrekkige positionering. Positioneren begint dan natuurlijk met het hebben van een helder antwoord op die vragen maar ook dat is helaas voor veel directeuren en professionals niet makkelijk.

Positioneren is niet makkelijk. Het vraagt om uitermate veel kennis en diepgaand inzicht in klanten en opdrachtgevers en hun behoeften. Kennis en inzicht kun je alleen bereiken als je samen, directeuren en professionals, bereid bent om je te verdiepen in de klanten en opdrachtgevers. Directeuren geven de richting aan en hakken de knopen door. Professionals geven input voor de richting en omarmen de gekozen richting.

Dit zijn de stappen die je moet zetten:

Positioneren begint van binnenuit.

Wie zijn we, wat doen we en waarom doen we dit? Je kunt niet alles doen voor iedereen. Dus moet je kiezen en dat is het eerste probleem wat je tegenkomt. Kiezen kan heel erg pijn doen maar lucht ook op. Kiezen stelt je namelijk in staat om te focussen op klanten en opdrachtgevers. Kiezen doe je samen, management en professionals, en jouw keuzes sluiten aan bij wat er al is (een volledige herpositionering is namelijk een onmogelijke opgave). Hoe breng je in beeld wat er al is?

  • kijk naar de historie van de organisatie: wat zijn mijlpalen, wie zij de helden, wat zijn de verhalen?
  • kijk naar de cultuur van de organisatie: is die open of gesloten, flexibel of star, vernieuwend of traditioneel?
  • check de missie van de organisatie: wordt die gekend, omarmd, nageleefd?
  • wat zijn de kernwaarden van de organisatie voor zichzelf en voor haar klanten: worden die gekend, omarmd en nageleefd?
  • welke merken voert de organisatie: wat is de merkenstrategie, is er een dominant moedermerk, zijn er submerken en hoe worden die in de markt gezet? (vaak is in het welzijnswerk het buurthuis of een project bekender als merk dan de organisatie die erachter zit).

De volgende stap is naar buiten gericht.

Je onderzoekt jouw ‘speelveld’. Wie spelen er allemaal een rol en welke rol spelen ze? Denk aan jouw klanten, opdrachtgevers, ketenpartners. Hoe denken zij over jouw merk? Met welke diensten associëren zij jouw merk? Wat betekent jouw merk voor hun? Worden ze er blij van of juist sacherijnig (dit laatste hoop ik natuurlijk niet!).

Jouw concurrenten komen nu ook in beeld: wie zijn ze, waarin onderscheid jouw organisatie zich van de concurrent? Hoe meer onderscheid hoe beter natuurlijk dus probeer vooral niet ‘marktconform’ te zijn.

De laatste stap is het kiezen van een positie.

Nu ga je de scherpte opzoeken. Er is altijd sprake van een spanningsveld tussen binnen en buiten. Dit is niet te vermijden dus het hoogst haalbare is een goede balans, een breed gedragen compromis. Maar wel scherp, pakkend en plakkend tussen de oren.

Je bepaalt welke aspecten van het merk je in de etalage gaat zetten, welk gedrag daarbij hoort, welke taal daarbij hoort en welke beelden daarbij horen. Je bepaalt de doelgroep waarop je je gaat richten en tenslotte waarin jij je wilt onderscheiden van jouw concurrenten.

Benieuwd of jouw positionering kan worden opgeschud? Meld je aan voor een gratis Positioneringsscan!


Verhalen: meeslepende binnenkomers in welzijnsmarketing

Toen Erik de Boer de volgende morgen de champagnekurken bij elkaar zocht waarmee hij zijn 70e verjaardag had gevierd, schoot het ineens door zijn hoofd. Heb ik Miep wel bedankt voor de boekenbon? En gelijk overviel hem het inmiddels bekende en knagende gevoel: ik zal toch niet dement aan het worden zijn? De angst sloeg hem om het hart. Na een paar keer diep zuchten nam hij een besluit. Hij pakte pen en papier en schreef: Johan vragen of er een geheugentest bestaat. Johan, vraagbaak en regelneef voor alle ouderen in de flat, stelde Erik gerust. Het is helemaal niet zo gek dat als je 70 bent dat je af en toe iets vergeet. Ik kom morgen bij je langs en dan doen we samen de geheugentest.

Verhalen spreken tot de verbeelding en blijven daardoor veel makkelijker ‘hangen’. Bovendien: Verhalen inspireren. En inspiratie heb je nodig om tot actie over te gaan.

Goede inspirerende verhalen schrijf je niet maar moet je spotten want ze zijn er al.Verhalen spotten is best moeilijk. Wie van jullie medewerkers, collega’s heeft bijvoorbeeld voldoende moed om zijn of haar verhaal onder de aandacht te brengen? Wie vertelt het verhaal aan de wethouder en durft zijn cijfers thuis te laten? Waar worden jullie vrijwilligers uitgedaagd om hun verhalen te vertellen? En wie neemt de tijd om te luisteren? En wie heeft het lef om te investeren in het verspreiden van het verhaal?

Hoe kun je voorkomen dat je een idee voor een goed verhaal laat glippen? Waar moet je op letten?

Dan en Chip Heath (De Plakfactor) hebben veel inspirerende verhalen bestudeerd en concluderen dat er drie basisplots zijn waaraan je een goed verhaal kunt herkennen:

  • De uitdagingsplot
  • De verbindingsplot
  • De creativiteitsplot

Uitdagingsplot

De hoofdrolspeler in dit plot trotseert een enorme uitdaging en overwint. Klassiek voorbeeld is David en Goliath. Uitdagingsplots inspireren doordat ze een beroep doen op jouw doorzettingsvermogen en moed. Ze zetten aan tot harder werken, nieuwe uitdagingen aangaan en de beren op de weg een kopje kleiner maken. Wat David kan, kan ik ook. Dit is het verhaal van Teun (83) die zijn computerangst overwint en via het internet een nieuwe liefde vind.

Verbindingsplot

Hier draait het verhaal om mensen die een relatie opbouwen die een kloof overbrugt. Klassiek voorbeeld is hier Romeo en Julia. Verbindingsplot inspireren ons tot sociaal gedrag. We willen anderen helpen, tolerant zijn, samenwerken, liefhebben. Als Romeo die kloof overbrugt kan ik het ook. Als Dunja en Desi vriendinnen kunnen zijn kan ik ook best een kop thee drinken met mijn Marokkaanse buurvrouw. Dit is het verhaal van de accountant die in zijn vrije avonduren Miep uit de schulden helpt.

Creativiteitsplot

In dit verhaal lost iemand een gewikkelde puzzel op, lost hij een probleem op en wordt een langslepende kwestie opgelost met een ei van Columbus. Klassiek voorbeeld zijn hier de populaire detectives. Creativiteitplots inspireren ons om iets nieuws te willen doen. Ze zetten ons aan tot experimenteren, innoveren, out of the box gedrag. Als Morse deze moord oplost kan ik dit mysterie ook oplossen. Dit is het verhaal van Joan die via twitter een sponsor vind voor een gezin in nood.

Verhalen inspireren. Verhalen verzin je niet, ze zijn er al. Je moet ze alleen weten te spotten. In mijn ogen is het welzijnswerk, ons werk, een onuitputtelijke bron van verhalen van mensen die eenzaamheid overwinnen, van straatschoffies die op het recht pad komen, van wijkbewoners die samen de schouders eronder zetten, van mantelzorgers die tot het uiterste gaan.

Laten we onze verhalen gaan vertellen! 
Wil jij een mooi verhaal delen? Dat kan hieronder in de reacties.


Handige formule voor meer zichtbaarheid

Wat is een pitch?

Een pitch, ook wel een elevator pitch genoemd, is een unieke korte marketingboodschap waarmee jij aan klanten, opdrachtgevers en anderen laat weten wat jij voor hen kunt doen.

  • een pitch is kort
  • 
een pitch is prikkelend
  • 
een pitch nodigt uit

In jouw pitch hoeft niet alles te staan wat je allemaal doet. Als je dat probeert krijg je veel te lange zinnen die vaak ontaarden in een saaie opsomming. En dat is juist niet de bedoeling. Zie het als een winkel die ook niet alles wat hij te bieden heeft in de etalage legt. Leg vooral dat in de etalage wat de mensen uitnodigt om naar binnen te gaan, om met jou in gesprek te gaan.

Leef je in, in jouw klanten en weet waarmee jij ze raakt. Gebruik dat in jouw pitch. Gebruik de taal van jouw klanten. Gebruik geen diepzinnige woorden, diepe doordenkers of woordspelletjes (hoe grappig die ook kunnen zijn). Nadeel daarvan is dat het de toehoorder ‘dwingt’ tot diep nadenken. Het risico bestaat dat de toehoorder hierdoor afhaakt. Wat is het probleem van de mensen die jij helpt? Probeer hier eenvoudige, heldere en doortastende woorden aan te geven.

Hoe kun je een pitch gebruiken?

  • Wanneer iemand jou vraagt wat je doet (eindelijk heb je een goed antwoord!)
  • als je jezelf voorstelt in een groep of voor een publiek
  • op jouw visitekaartje
  • op de website
  • in het ‘smoelenboek’
  • als ‘professional headline’ in jouw linkedin profiel
  • in jouw twitterbio
  • tijdens het netwerken

Handige formule

Dit is een handige formule voor een goede pitch:

Ik ……… (hier gebruik je een krachtig werkwoord) mensen (hier noem je de doelgroep zo specifiek mogelijk) die ……… (hier noem je hun probleem) zodat ……… (hier geef je aan wat jouw klant met jouw hulp kan bereiken).

Krachtige werkwoorden

Mijn idee is dat werkwoorden zoals “stimuleren”, “ondersteunen” en “begeleiden” niet de meest krachtige werkwoorden zijn. Het gaat erom dat jouw pitch bij jouw klant een verlangen oproept: ‘dat wil ik ook’. Mooie krachtige werkwoorden zijn: “ik stroop de mouwen op voor…”, “ik organiseer …”, “ik geef…”. “Helpen” vind ik zelf ook een mooi en krachtig werkwoord maar is helaas een beetje besmet geraakt in ons werkveld. Maar dan gaat het vooral over onze methodiek. Dus gebruik ik zelf het woord in mijn eigen pitch omdat mijn klanten het fijn vinden als ik zeg dat ik ze help.

Doelgroep

Dit is een essentieel onderdeel van jouw pitch. Probeer hier zo specifiek mogelijk jouw klanten te benoemen. En bedenk: iedereen = niemand. Mensen willen zich herkennen in jouw pitch: “Even opletten want dit gaat over mij” of “Dit gaat helemaal niet over mij maar over mijn moeder”.

Probleem

Over au en wauw gesproken. Welzijnswerkers willen het vooral leuk te maken. Dat is erg belangrijk maar het ‘wauw’ van jouw oplossing landt pas als je eerst aandacht besteedt aan het ‘au’. De klant wil een erkenning van zijn behoefte/probleem. De klant wil weten dat hij bij jou aan het juiste adres is voor zijn probleem. De klant moet voelen: ‘dit is voor mij’. Dus in jouw pitch echt eerst het ‘au’ (mensen die …..en dan beschrijf je de pijn) en pas daarna de ‘wauw’ (hoe je ze helpt en wat het oplevert).

Opbrengst

Door jouw pitch af te sluiten met de opbrengst voor de klant (zodat …) beantwoord je de universele vraag van iedere klant: What’s in it for me? Jouw pitch heeft als doel om de ander uit te nodigen om met je in gesprek te gaan. Jouw pitch is daarom gebaat bij een hoge attentiewaarde: de luisteraar wordt ‘hongerig’ en volgt jouw pitch op met de vraag: Dat is interessant, kun je er meer over vertellen?”

Kippenvel

Pitchen is niet makkelijk en vraagt om voortdurend gebruiken en bijschaven. Dus gebruik jouw pitch vooral in de praktijk en kijk welke reacties je krijgt.

Ik ben ervan overtuigd dat wij, welzijnswerkers, veel kunnen doen aan het verbeteren van onze zichtbaarheid met een goede pitch. Als jouw omgeving weet wat je doet zal het voor hen ook makkelijker zijn om jouw werk te waarderen.

Het liefste zou ik iedereen in het welzijnswerk willen uitdagen om met een goede pitch te komen. Zo één waar je kippenvel van krijgt ;-). Doe je mee?

En als je tevreden bent over jouw pitch ding dan mee met de Landelijke Pitch Award in Welzijn en win een iPad2!. Hier lees je er alles over: Pitch Award


Mijn ideale welzijnsorganisatie

Mijn ideale welzijnsorganisatie.

Stiekem heb ik wel eens gewenst dat ik een nieuwe welzijnsorganisatie zou mogen oprichten. Gewoon vanuit het niets helemaal van onderaf opbouwen. Om alle inzichten in te kunnen stoppen en zo een voorbeeld te hebben van hoe het wel kan. Flauwekul natuurlijk want niemand heeft de wijsheid in pacht.

Zou ik overigens de boreling wel ‘welzijnsorganisatie’ willen noemen? Liefste zou ik kiezen voor een naam die gelijk duidelijk maakt aan mijn klant wat hij of zij bij mij kan halen.

De klant is voor mij de afnemer van mijn diensten, de gebruiker, dus, zoals je wilt de burger. Wat kan die klant dan bij mij halen? Hulp bij gelukkig zijn, gezond zijn, lekker wonen en sociale contacten als de klant daar zelf niet uitkomt. Ik wil gaan voor een duurzame relatie. Ik wil vooraan in de rij staan als mijn klant er zelf niet uitkomt. Als mijn klant nog jong is wil ik hem helpen te spelen met andere kinderen als hij zelf gepest wordt. Als mijn klant later zelf kinderen heeft help ik hem als hij zich zorgen maakt over de veiligheid in de buurt. Als de kinderen al de deur uit zijn en zijn partner overlijdt en hij stikt van verdriet wil ik hem helpen met zijn rouw.

Helpen is voor mij niet zijn probleem overnemen maar als een raadsman en vertrouweling terzijde te staan. Ik kan helpen door mijn klant te verbinden met zijn eigen kracht en de kracht van mensen om hem heen. De mensen om hem heen zijn familie, vrienden, buren, vrijwilligers en andere professionals.

Wie betaalt mij voor mijn hulp? Met mijn hulp lever ik waarde en die waarde kan ik vertalen in een prijs. Het liefste wil ik dat diegene die de waarde ontvangt ook zelf die prijs betaalt. Dus ik stuur een rekening naar mijn klant. Als mijn klant de waarde in verhouding tot de prijs als eerlijk ervaart zal hij de rekening betalen.

Ik zorg ervoor dat ik diensten heb ik verschillende prijsklassen. Een instapdienst zoals bijv. een teleseminar waarin ik wel 100 klanten tegelijk 7 tips kan geven hoe om te gaan met rouw. Tegen weinig kosten lever ik waarde die ik kan vertalen in een kleine prijs. Een stap verder biedt ik online hulpverlening, geen reiskosten of dure gespreksruimten dus ook dan kan ik met minder kosten nog steeds waarde leveren en een redelijke prijs vragen. Natuurlijk heb ik ook mijn high-end product: een exclusief pakket van 6 individuele hulpverleningsgesprekken, waarde voor een volle prijs. De waarde in elke vorm van diensten staat voorop!

Als mijn klant zelf niet genoeg geld heeft om de rekening te betalen zoekt mijn klant zelf naar andere manieren om toch te kunnen betalen. Misschien kan mijn klant zelf ergens waarde leveren voor een prijs waarmee hij mijn prijs weer kan betalen. Misschien kan mijn klant met mijn rekening naar de gemeente gaan en de gemeente vragen om te betalen, of de verzekering. Of kan familie de rekening betalen. Ik denk graag met mijn klant hierover mee.

Nu heb ik het steeds over ‘ik’ en als ik het heb over een nieuwe welzijnsorganisatie gaat het natuurlijk eigenlijk over ‘wij’. Dan heb ik welzijnswerkers in dienst die wellicht denken: “het zal wel met die waarde en prijs, ik wil gewoon maandelijks mijn loon”. Op dit punt begin ik te twijfelen. Hoe verbind ik loon aan waarde? Ga ik dan toch naar de gemeente en zeg ik “jij wilt gelukkige burgers, die waarde ga ik leveren maar dan moet je wel eerst de prijs op mijn rekening storten zodat ik gegarandeerd lonen kan betalen”. En wie bekommert zich daarna nog om de waarde? Of heb ik voor welzijnswerk zoals ik het hier schets helemaal geen organisatie nodig? Er zijn inmiddels steeds meer mensen die in een waarde-economie, de society 3.0, geen plek meer zien voor hiërarchische organisaties.

Kortom, de wijsheid heb ik inderdaad niet in pacht. Wel inzicht in dat het anders moet en kan. En wat is jouw idee? Hoe ziet jouw ideale welzijnsorganisatie er uit? Hieronder bij de reacties kun je jouw ideeën kwijt.

Vijf tips voor als plotseling een journalist belt

Schuld aan een slecht imago.

Zojuist een leuke journaliste gesproken. De aanleiding was minder leuk. Voor een artikel over het welzijnswerk voor ouderen had ze contact opgenomen met een welzijnsorganisatie en was uitgekomen bij de ouderenadviseur. Ze had wat kritisch de vraag gesteld of het nu nog wel zo slim is om diensten aan te bieden aan 55 plussers. Waarmee ze bedoelde:

“Ik ben zelf ook 56 maar werk volop en ga daar voorlopig nog even mee door. Kun je dan je niet beter richten op de echt ouderen die het echt nodig hebben? De combi van oud en 55 plus is toch niet meer van deze tijd?”

De ouderenadviseur schoot helaas in de wiek, was op de tenen getrapt, werd boos en was niet meer voor rede vatbaar.

De journaliste zag zich genoodzaakt nader onderzoek te doen en kwam zo ook bij mij uit.

Ik heb haar groot gelijk gegeven. Het is niet meer van deze tijd om oud te koppelen aan 55 plus. Maar eigenlijk is dat nu niet de kwestie.

Wat wel de kwestie is, is dat welzijnsorganisaties klagen over een slecht imago en zie hier hoe we dat soms aan onszelf te danken hebben. Hoe komt het toch dat we ons zo snel aangevallen voelen?

Ik zou zeggen: wees blij met de aandacht van een journalist. De relatie tussen jou en de journalist is gebaseerd op wederzijdse afhankelijkheid. Jij wilt toch publiciteit en de journalist wil informatie. Het is een relatie van geven en nemen. Behandel daarom elke journalist met respect. Dat kan je echt helpen bij het versterken van jouw imago.

Daarom vijf tips voor als plotseling een journalist belt:

  1. Bedenk dat de journalist je niet belt om jou aan te vallen maar om informatie te krijgen.
  2. Voel je je overvallen, vraag dan of je met 10 minuten zelf terug mag bellen.
  3. Weet je het antwoord niet op een vraag zeg dan dat je het uit gaat zoeken en het antwoord zo spoedig mogelijk op de mail zet.
  4. Een journalist mag kritische vragen stellen, dat is zijn vak. Schrik niet en blijf vriendelijk in jouw reactie. En natuurlijk mag je zeggen dat je het er niet mee eens bent en onderbouw dit dan vooral vanuit jouw eigen ervaringen.
  5. Bedank de journalist voor zijn interesse en geef tot slot aan dat hij je altijd weer mag bellen met vragen.

Ik ben benieuwd naar jullie eigen ervaringen met journalisten.

P.S.: Wat die 55 plussers betreft die zijn natuurlijk wel degelijk interessant maar dan niet gekoppeld aan oud. Innoveren dus! Hier zie je hoe je dat doet: http://www.55plustoolbox.nl/Toolbox.php

Hoe het werkelijk zit met ons imago

Binnen Welzijn wordt regelmatig geklaagd over het slechte imago van de branche. Terecht: met een slecht imago ben je te beklagen dus tijd er iets aan te doen. Maar: is ons imago echt zo slecht is als sommige klagers willen doen geloven?

Om het grote misverstand maar gelijk duidelijk te maken: de termen imago en identiteit worden nogal eens door elkaar gebruikt. Imago is het beeld wat het publiek van jouw organisatie heeft. Identiteit is het beeld wat jij gebruikt om je bij het publiek te profileren. Een imago kun je ook de externe factor van de identiteit noemen. In de meest optimale situatie is jouw imago gelijk aan jouw identiteit. Met andere woorden: het publiek denkt precies zo over jou als jij dat wenst. In de praktijk is dit zelden zo.

Tijd om de handen uit de mouwen te steken: sturen op een beter imago begint bij het vaststellen van de eigen identiteit. Gezien de stormachtige ontwikkelingen waarin welzijn is beland, zal voor de meeste organisaties de vraag actueel zijn: “wie zijn wij, wat doen wij en voor wie”. Organisaties met een sterke identiteit hebben antwoorden op deze vragen. Zij onderscheiden zich. Een identiteit kent uiterlijke en innerlijke kenmerken. Alhoewel de verleiding groot is om je te storten op de uiterlijke kenmerken (te gekke website, nieuw logo, mooi pand) is het beter eerst de innerlijke kenmerken te zoeken, te benoemen en te waarderen.

Uitgangspunt is altijd ‘dat wat je nu al bent’. Een klein en eenvoudig imago onderzoek kan je daar meer duidelijkheid over geven. Zo pak je dat aan:

Stel aan vijf willekeurige bestaande klanten de onderstaande 5 vragen. Doe dit het liefst met meerdere collega’s die ieder vijf klanten ondervragen. Bespreek na afloop de uitkomsten met elkaar. Lukt het je om conclusies te trekken?

1. Wat is het eerste wat bij u opkomt als u aan onze organisatie denkt?

2. Welke drie waarden uit dit rijtje zijn volgens u zeker van toepassing op onze organisatie?

*  de organisatie staat goed bekend
*  open en transparant
*  betrouwbaar
*  degelijk
*  traditioneel
*  warm en menselijk
*  zorgzaam
*  vernieuwend
*  professioneel

3. Kunt u de volgende zin in een paar woorden afmaken?
Ik ben klant van naam organisatie / ik neem deel aan de activiteiten van naam organisatie, omdat ……………..

4. Wie behoren volgens u tot de klanten van onze organisatie?

5. Kunt u zeggen wat uw allerbeste ervaring is geweest met onze organisatie of met een van de medewerkers daarvan? Kunt u zeggen wat uw allerslechtste ervaring is geweest met onze organisatie of met een van de medewerkers daarvan?

Dan nog wat tips voor de uitvoering van het onderzoekje:

*  stel de 5 vragen in een kort gesprekje
*  schrijf zelf de antwoorden op
*  ga niet in discussie!
*  nodig de klant uit om bij vraag 5 eerlijk te zijn want daar zijn jullie het beste mee geholpen
*  bedank de klant voor de medewerking en de openhartigheid

Het onderzoek is nadrukkelijk niet bedoeld om een wetenschappelijk verantwoord beeld te krijgen. Het is bedoeld om jou een beeld te geven van jouw werkelijke imago zodat je  je bewust bent hoe klanten over jou denken. In de meeste gevallen, voorspel ik, is dat zo slecht nog niet!

Ik zou het leuk vinden als je mij jouw ervaringen en de uitkomst van jouw onderzoek wilt mailen. Ik kan dit dan verwerken in mijn boek.

Veel succes!