Dankjewel! xxx

Dit is een dik DANKJEWEL voor jou. En wel hierom …

Het afgelopen jaar heb ik de tijd genomen om mijn bedrijf eens goed onder de loep te nemen. Resultaat is dat het voor mij nu nog duidelijker is geworden waar ik voor sta. Met nog steeds een krachtige missie om jou en mijn groeiende community van ondernemende Social Workers te dienen.

Aan het begin van dit jaar heb ik mijn ‘brand’ gewijzigd in mijn naam: Anneke Krakers. Maar mijn bedrijf is ondertussen veel meer dan alleen ik. Ik werk met een geweldig team van mensen die mij helpen met mijn droom en daarmee ook jouw droom.

Het is mijn grote droom om Social Workers te empoweren en te trainen in ondernemerschap. Ik ben ervan overtuigd dat ondernemerschap ons in staat stelt onze impact te vergroten en de wereld echt mooier te maken. Ik hoop dat dit aansluit bij jouw droom!

Mijn bedrijf staat voor actiegerichte trainingsprogramma’s en een warme, global community. Er zijn 3 pijlers:

Conversaties:

Ik zoek graag het gesprek op. Met mijn nieuwsbrieven, blogs, social media en presentaties, wil ik Social Workers erkennen in hun vak en bijdragen aan hun successen en oplossingen. Maar ik zie ook de pijn van onzichtbaarheid, niet gewaardeerd worden en het verlies van passie. Daarom wil ik in het gesprek ook graag meer zicht geven op wat ik denk dat de oplossing is: ondernemerschap.

Empowerment:

Mijn global besloten community, Social Souls, groeit iedere dag en wordt meer en meer DE Hangout voor Social Workers met ondernemersambitie. Hier leren we elkaar beter kennen en krijg je antwoorden op jouw vragen van mij en de andere leden. Leden kunnen participeren in challenges, oefeningen en masterminds.

Training:

Ik heb twee ‘routes’.

Sociaal Succesvol Ondernemen / The Social Worker Entrepreneur

In deze online trainingen leren Social Workers ondernemersvaardigheden en bouwen ze prachtige bedrijven. Er is een Starter Training en een Groei Training. In het Nederlands en in het Engels.

Hier Sta Ik Voor!

De Hier Sta Ik Voor! Trainingsprogramma’s, workshops en presentaties zijn voor Social Workers die werkzaam zijn in organisaties en gaan over marketing, profilering en ondernemend werken. Er is een basis training en er zijn verdiepende expert trainingen. En ik kom graag op uitnodiging spreken over ondernemerschap en profileren op personeelsdagen, visie bijeenkomsten, congressen, inspiratie meetings, etc. Altijd face to face, waar ik enorm van geniet. En dan is er ook nog mijn boek met deze titel.

Beide ‘routes’ zijn gebaseerd op bewezen inzichten en een betrouwbaar systeem van 7 actiegerichte stappen (welzijnsmarketing / social soul marketing).

Het voelt geweldig om dit jaar zoveel meer helderheid en eenvoud te hebben gecreëerd in mijn bedrijf. Ik ben klaar voor 2017. Met 1000% focus op jouw dromen!!! Voor nu een dik DANKJEWEL voor ‘being part of my DREAM’.

Anneke xxx

 

Waar ben jij van? Merkverwarring in het sociaal werk.

Het is soms erg verwarrend. Was jij als Sociaal Werker gewoon werkzaam bij Stichting B komt er een organisatieverandering en ben je ineens van Stichting C. En dat terwijl jij al jaren geleden kwam werken bij club A waar eigenlijk iedereen je van kent. En waar iedereen het nog over heeft. Niemand die nog snapt dat A veranderde in B en nu opeens C is.

Diegene die zich waarschijnlijk het drukste hierom maakt is Stichting C. De nieuwe organisatie met de nieuwe naam. Die ontzettend hard zijn best moet gaan doen om de nieuwe naam als merk in de markt te positioneren. De bestuurder, de managers en waarschijnlijk ook de communicatie medewerker hebben met veel elan het nieuwe logo van C gepresenteerd, de folders, T-shirts en posters die C in de markt moeten zetten als het nieuwe merk.

Maar helaas! Na een jaar duikt toch nog steeds B weer op. In gesprekken, op een haastig door een medewerker in elkaar gezette flyer. En dan is er ook nog steeds die oudgediende collega die ooit begon bij Club A en nog steeds niet doorheeft dat het ondertussen C is geworden.

En eigenlijk voelt iedereen zich er ongelukkig bij. Ik kom dat vaak tegen in mijn trainingen en gesprekken met organisaties. En dat gaat mij aan het hart. Vooral als ik merk dat het professionals belemmert in hun profilering. Vandaar dat ik mijn duit nu in het zakje doe.

Hoe los je dit nu op? Dat het opgelost moet worden staat voor mij als een paal boven water. Want met verwarring kom je niet verder. En zal C nooit een sterk merken worden en zullen A en B zich niet gehoord en gezien voelen.

De oplossing zit in het bouwen van een merkarchitectuur. Een merkarchitectuur is een strategische keuze hoe merken zich ontwikkelen. Welke merken verdwijnen? Welke merken blijven? En hoe gaan A, B en C zich tot elkaar verhouden? Eigenlijk is het heel simpel. Bovendien is er veel kennis voorhanden in boeken en bij positionering experts.

Even een klein zijsprongetje: De organisatieveranderingen komen vaak voort uit de meer zakelijke beslissingen. Zakelijkheid is de laatste jaren in rap tempo ons werkveld binnengekomen. Dat is helemaal niet erg maar we zouden ons wel beter moeten realiseren dat we dan ook nieuwe kennis nodig hebben. En dat wordt vaak vergeten.

Terug naar het merken probleem. De oplossing vraagt dus om een strategische keuze. Dus is het management aan zet. Na het vastleggen van de merkarchitectuur volgt het vastellen van bijpassend en gewenst gedrag door de medewerkers. Waarbij het goed is dat managers zich realiseren dat mensen zaken doen met mensen. Klanten zijn gehecht aan de professional! Dus naar mijn mening zijn de professionals ieder op hun eigen manier de belangrijkste (sub)merken. Geef ruimte voor professional en personal branding!

Als je dit leest als professional en je herkent het probleem stuur dan dit blog door naar je manager want daar ligt de oplossing. Lees je dit en ben je manager dan heb ik een boektip voor je: “Positioneren, stappenplan voor een scherpe positionering” van Rik Riezebos en Jaap van der Grinten. Hoofdstuk 3 gaat over de Merkarchitectuur.

 

Een open en eerlijk gesprek over het vallen en opstaan van een welzijnsorganisatie die geld wil verdienen

 

Geld verdienen. Ik had er onlangs een goed gesprek over met Sabina Rollema en Matthias de Graaf van SenW Ridderkerk. Want zij doen het namelijk. Geld verdienen.

Sabina is een welzijnsdirecteur in Ridderkerk. Al jaren zocht ze naar een manier om te innoveren. Het lukte niet echt. Ze liep tegen bezuinigingen aan en een team dat het eigenlijk best wel heel moeilijk vond om het oude los te laten.

Matthias is de man die 3 jaar geleden het team kwam versterken. Een ondernemer, een pionier, een netwerker. Niet bang om commercieel te zijn. Hij bracht de innovaties en de doorbraak waar Sabina zo naar verlangde.

Sabina en Matthias. Samen met al hun andere collega’s een gouden duo. Bevlogen sociale ondernemers die laten zien hoe het Sociaal Werk minder afhankelijk kan zijn van subsidies. En ze hebben er lol in. Het werd een superleuk en leerzaam gesprek.

 

A: Waar liep je tegenaan?

S: Forse bezuinigingen, 12% van ons budget. En tegelijkertijd zag ik dat de doelgroep veranderde. Ouderenadviseurs en mantelzorgconsulenten kregen te maken met andere doelgroepen. Eigenlijk moest er geïnnoveerd worden. Maar er was onvermogen op de werkvloer. We maakten wel iedere keer afspraken om dingen nieuw te doen. Maar dat was lastig voor veel medewerkers. Omdat de focus bijna altijd lag bij de klant zelf en minder op organisatiebelangen. Hun beeld naar de toekomst was vooral ‘hoe kunnen we onszelf overeind houden, hoe kunnen we zorgen dat we de dingen kunnen blijven doen die we willen doen’. Maar ik wilde ook op zoek naar andere middelen van bestaan om te kunnen doen wat ik graag wilde doen.

A: Medewerkers die niet innoveren. Niet kunnen of niet willen?

S: Medewerkers leggen vooral hun belangen bij de klant. Dat is prima want daar zijn ze van maar je hebt ook nog andere belangen. En daar ben je ook met z’n allen verantwoordelijk voor. Een aantal medewerkers zaten vlak voor hun pensioen, die wilden gewoon doen wat ze altijd hebben gedaan en op een mooie manier hun werk afsluiten. Als dit een groot deel van je team is dan belemmert dit je innovatiekracht.

A: Wat heb je geprobeerd om ze wel innovatief te maken?

S: Kijken naar best practices. Samen ergens naartoe gaan om inspiratie op te doen, workshops volgen, met elkaar bespreken wat we zouden kunnen doen, wat daar de voordelen van zouden zijn, hoe we dit in kunnen vullen.

A: Je hebt veel gedaan!

S: Ja! Heel veel dingen om het voor elkaar te krijgen. Hierdoor ontstond er een soort van tweedeling in het team: medewerkers die het wilden en konden en medewerkers die het wel goed vonden zo. Het gaf mij in ieder geval niet de innovatiekracht die ik wilde. Wat bijvoorbeeld echt een vies woord was: ‘meer geld binnenhalen’ om dat te besteden aan de diensten die we wilden leveren en waar geen geld voor was. Nou, dat was echte cultuuromslag.

A: Want dat was het tweede waar je tegenaan liep: bezuinigingen en jouw zoektocht naar andere inkomsten.

S: Ja en dat vonden ze erg moeilijk.

A: Hoe kwam jij dan op het idee dat er geld te generen was op een andere manier dan subsidie?

S: In het verleden hebben we wel eens met sponsors gewerkt en dan merk je dat partijen zich willen inzetten voor het maatschappelijk belang. Dat ze daar zelf wel wat mee willen in het kader van maatschappelijk betrokken ondernemen. Commerciële partijen waar we eigenlijk nooit wat mee deden, daarvan dacht ik dat we daar nog veel meer mee zouden kunnen bereiken. Alleen dan moeten we wel een gezamenlijke boodschap uitdragen en dan moet dat wel een beleid van de organisatie zijn dat het helemaal niet vies is als we daar de mogelijkheden onderzoeken om zaken te doen.

A: Jij had duidelijke signalen vanuit die partijen dat daar ruimte zat om zaken te doen?

S: Klopt.

A: Hoe vond jij dat dan persoonlijk dat anderen dat vies vonden?

S: Lastig om mee om te gaan. Omdat ik altijd heb willen innoveren. Ik wilde veel meer dan ik voor elkaar kon krijgen. Maar ik ben altijd blijven kijken en zoeken naar kansen om het voor elkaar te krijgen.

A: En uiteindelijk is het gelukt! Wat heb je precies gedaan?

S: Door samenloop van omstandigheden, medewerkers gingen met pensioen, kwam er ruimte voor een nieuwe medewerkers. Voorheen heb ik altijd mensen aangenomen die HBO MWD of vergelijkbaar hadden. Nu hebben we bewust iemand aangenomen die dat niet had maar hele andere competenties die ik wilde als verrijking van mijn team. Om juist die kant meer naar voren te halen die we niet hebben en die ik zelf ook nog onvoldoende heb.

A: Aan welke competenties moet ik denken?

S: Ik heb iemand aangenomen die een eigen zaak heeft gehad en die ervaring had met inkooptrajecten en commercieel denkt. En in verdienmodellen denkt. Dus echt hele andere competenties meebracht die ik ook niet in huis had. Hij kreeg in eerste instantie een jaarcontract dus ik heb ook gedacht ‘wordt het niks dan heb ik het toch geprobeerd’. Ik wilde heel bewust kijken en meemaken wat er gebeurt als iemand de boel op zijn kop zet, wat voor deining brengt dat teweeg. Lukt het hem om de rest van het team aan te jagen?

A: Had je ergens nog twijfels?

S: Ik had geen twijfels om hem aan te nemen maar hield er wel rekening mee dat het niet goed zou kunnen uitpakken. Dan had ik weer afscheid van hem genomen. Maar eigenlijk geloofde ik er ook wel in dat het goed uit zou pakken. Ik dacht wel ‘past dit binnen de organisatie’? Hebben we als organisatie en bestuur voldoende power om dit te laten werken? Het bestuur was ook met een professionaliseringsslag bezig dus eigenlijk sloot dat wel heel mooi aan. Er werd wel erkend dat de wereld om ons heen veranderde: er gingen organisaties om ons heen failliet, we zagen de aanbestedingen. De urgentie was alom voelbaar, ook voor het bestuur.

A: Matthias, jij zag de vacature in de krant?

M: Nee, ik werd getipt door mijn tante op een verjaardag die werkte bij Karaat Ridderkerk. Die zei ‘dit is echt wat voor jou’. Maar, welzijn, ik weet het niet hoor … Vooruit ik ga het proberen. Ik had een eigen zaak en dacht dat als het niets zou worden dat ik dan zo weer verder zou kunnen met mijn eigen zaak. Ik had samen met mijn vrouw een consultancybedrijf in het geven van communicatietrainingen en ik was vooral werkzaam in sociale domein als interim. Ik heb commerciële economie gestudeerd. Door mijn bedrijf was het domein mij dus wel bekend. Ook voor mij was het gewoon een kwestie van ik ga het proberen en ik zie wel waar het uitkomt. Toen ik hier binnenkwam dacht ik wel waar ben ik in hemelsnaam beland? Was totaal niet mijn ding: compleet andere setting! Toen ik zei: we gaan geld verdienen, was er weerstand bij een aantal mensen.Dit was echt uit den boze!

A: Nog even naar het sollicitatiegesprek: wist je waarvoor je werd binnengehaald en wat de verwachtingen waren tav jou?

M: Het ging allemaal heel snel. Ik wist ongeveer wat ik kon verwachten. Ik ben sterk in netwerken en ik ben  sociaal. Dat heb ik in het gesprek gezegd: ‘dit ben ik en dit kan ik’. Ik zag dat Sabina dit aansprak. Ik zag kansen en een uitdaging. Ik heb ook wel gezegd: ‘als ik geen uitdaging meer zie, dan ga ik weg’. Zo sta ik ook in mijn leven. En ik zie nu nog steeds die uitdaging. Dat vind ik het mooie van welzijnswerk, het is een wereld die zo aan het veranderen is. Er is geen subsidie meer voor wat we willen. We gaan over op inkoop en daar hangt een prijs aan. Welzijnsorganisaties moeten ook veranderen. Partijen vinden waar we mee kunnen samenwerken ipv alleen maar focussen op de gemeente. Ik ervaar een continue uitdaging. En samen met Sabina ga ik die graag aan. Nu alweer 3 jaar.

A: Het was dus vooral een kwestie van proberen in het begin maar nu na 3 jaar kun je wel zeggen dat het geslaagd is. Wat ben je gaan doen Matthias? Hoe ziet jouw dag eruit?

M: Ik ben eigenlijk vrij traditioneel als ouderenadviseur gestart met projecten zoals Huisbezoeken en computerhulp van Seniorweb. Ik zag bijv. die vragenlijst voor de huisbezoeken maar die heb ik aangepast en opnieuw gemaakt met de vrijwilligers. Dit zijn we helemaal anders gaan doen met veel betere resultaten. Ook de computerhulp, die liep wel, maar kon beter. Ik ergerde me aan de apparatuur en de externe locatie. Ik wilde het naar binnenhalen in onze eigen locatie. Waardoor onze klanten nu bij ons binnenkwamen en daardoor ook in contact kwamen met onze andere diensten.

S: Omdat de computercursussen eerst in de bibliotheek waren wist niemand dat dit een dienst van ons was. Matthias keek ook naar onze profilering en nadat we het in eigen huis hadden gehaald wist iedereen dat de cursussen van ons waren.

M: Er kwam veel meer kruisbestuiving. We kregen ook de vraag of we privé computerles wilden geven. Dat deden we niet maar het is wel een vraag uit de markt! En we zeiden steeds ‘nee’.  

A: Dit herken ik uit de tijd dat ik directeur was bij Welzijn Buren. Dat is mooi Matthias, jij ziet een vraag en labelt dit als vraag uit de markt. Wat ben je gaan doen?

M: We zijn privé les gaan aanbieden. Tegen een ander tarief. Het verdienmodel: we vragen 10 euro per uur om kosten te dekken en dan houden we nog een beetje over. En dat geld komt weer terug naar de maatschappij. We kunnen hiermee andere doelgroepen helpen. Via mijn netwerk kwam ik bijvoorbeeld in contact met een moeder die voor haar autistische zoontje een tablet nodig had voor school. Maar daar geen geld voor had. Wij hadden tablets en ik heb een daarvan ingepakt en weggegeven voor zijn verjaardag. Ik kan dit doen omdat ik weet dat Sabina mij daarin steunt. Dat is wat we proberen: we proberen geld te verdienen en met dat geld weer mensen te helpen.

M: We hebben ook een klussendienst met vrijwilligers. Ook op dat terrein krijgen we vragen uit de markt. En die dienst leveren we en ook daar houden we wat aan over.

S: Vroeger moest alles zo weinig mogelijk kosten, niemand kon en wilde het betalen. Dat was het adagium in het welzijnswerk. We hebben bijv. jarenlang met onze belastingservice mensen geholpen om honderden euro’s terug te krijgen en vroegen dan zelf vijf euro voor onze dienst. Nu stelden we de vraag: is dit wel reëel? Er zijn genoeg mensen die hier wel geld voor over hebben. En nu hebben we een marge ingebouwd waar wij wat aan overhouden en dus geld verdienen met deze service. Dit geld wat wij weer verdienen geven wij weer uit aan andere maatschappelijke doeleinden. Daarmee zijn we veel meer een maatschappelijke ondernemer geworden.

A: Als een tientje per uur kostendekkend is, welke kosten dekt dat dan?

M: Vrijwilligersvergoeding, benzinevergoeding, reparatie vergoeding voor vrijwilligers, materiaal vergoeding vrijwilligers, verzekeringskosten. Dit zijn voorbeelden met betrekking tot de klussendienst en belastingservice.

S: De inrichting van ons computerlokaal hebben we helemaal uit eigen middelen bekostigd, daar hebben we geen subsidie voor gevraagd.

A: Maar een tientje lijkt zo weinig …

S: Sommige klanten vinden het veel. En ook onze eigen vrijwilligers en zelfs medewerkers vinden het soms heel veel geld. En zijn bijna verontwaardigd …

A: Ze moeten eraan wennen. Maar komt na dat tientje dan de verhoging naar 15 euro en verder?

M: Nee, dat moeten we ook niet willen. Want dan zouden we richting zzp’ers gaan. We willen wel duidelijk zijn dat we een welzijnsorganisatie zijn met vrijwilligers die kunnen bepaalde dingen doen maar daar zit een grens aan. Een goedkope zzp’er doet het ook voor 15 euro. Dat willen we niet.

S: Het blijft ook wel een zoektocht: waar ligt de grens?

A: Dit is een mooi voorbeeld van een product wat jullie al leverden en wat jullie hebben uitgebouwd. Zijn er ook nieuwe producten gemaakt in de afgelopen 3 jaar? Misschien wel geleverd door professionals?

S: De belastingservice voor minima!

M: Wij deden in eerste instantie belastingservice voor ouderen voor 5 euro. Dit is later 7,50 euro geworden. En ondanks de prijsstijging is het aantal klanten de afgelopen jaren alleen maar gegroeid. Vorig jaar las ik in de krant dat de gemeente ging samenwerken met een bepaalde partij om de belastingaangifte voor minima te doen. Wij hebben de gemeente gebeld en gezegd: ‘wij doen dit al in onze gemeente en zijn hier erg succesvol in’. Toen mochten we komen praten met de wethouder en hebben we een aanbod gedaan.

S: Speerpunt in onze pitch was dat we het hebben gepresenteerd als een integrale service. Naast hulp bij de aangifte kunnen we voor minima gelijk de thuisadministratie inzetten, de voedselbank, netwerken. We hadden dus een verhaal erbij. Tevens kenden wij de sociale kaart van Ridderkerk.

A: Jullie zijn het echt gaan verkopen!

M: Ja! En omdat we ook echt voor kwaliteit gaan hebben we een plan gemaakt waarin we de belasting hulp voor minima niet met vrijwilligers doen omdat hier vaak een complexe problematiek achter zit. We hebben via een uitzendconstructie mensen aangenomen en dat heeft als resultaat dat wij afgelopen jaar ruim €37000,- hebben terug kunnen krijgen van de belastingdienst voor deze mensen. Zo is een heel nieuw product ontstaan.

S: Tegelijk zien we dat we nog veel meer kunnen bieden op het gebied van preventie en armoede.  

M: Commercieel gezien kun je het zo zien: je biedt het een aan maar dat kan eigenlijk niet zonder het andere. Dit hebben we nu maar we hebben dus nog veel meer. En dat bieden we nu ook aan.

S: We hebben 37.000 euro teruggekregen van de Belastingdienst voor de mensen, dat is veel geld en zo kunnen we ook inzichtelijk maken wat het oplevert.

M: Volgend jaar gaan we opnieuw dit aanbieden maar nog meer gefinetuned. Het product wordt nog beter en kunnen we dan ook verkopen aan andere gemeenten. Dat is wat we voor ogen hebben.

A: En de prijs? Verdien je hier geld mee?

M: Ja! en nee. Het geld dat wij verdienen besteden we dan gelijk weer aan andere zaken waar we nu geen geld voor hebben zoals bijvoorbeeld een wandelcoach voor mantelzorgers. Als maatschappelijk ondernemer kunnen we dat nu doen en daar zijn we dan weer heel blij om.

A: Hoe regel je dit dan goed binnen de organisatie?

S: Deze belasting hulp voor minima, dit nieuwe product, is echt een op zich staande offerte geweest aan de gemeente. Dus inkoop. En staat volledig los van onze subsidie.

A: Heb je dit kunnen regelen onder de constructie van de Stichting of heb je hiervoor iets anders geregeld?

S: Nou ja, dit is nog wel een dingetje. Er zat ook een fusie tussen en nu zitten we door de fusie in een grote stichting met een holdingconstructie en is het goed geborgd.

M: Als deze fusie er niet was geweest hadden we dit onderdeel uit de stichting moeten halen en hiervoor een BV moeten oprichten. Dan is dat zo.

A: Trouwens, noem je het ingekocht of verkocht?

M: Beide.

S: De gemeente heeft het ingekocht, wij hebben het verkocht. Het is onze eigen acquisitie geweest die heeft geleid tot een verkoop. Het product heeft zich bewezen en daar kunnen we nu de markt mee opgaan.

A: Dit is leuk!

M: Ja, dit is leuk! En een uitdaging die ik nodig heb. Ik draag het nu over aan een collega van mij en blijf op de achtergrond steunen maar ga ook weer verder. De Belastingdienst heeft mij ondertussen gebeld met de vraag of ik als voorbeeld wil dienen voor andere welzijnsorganisaties. De Belastingdienst vroeg mij of ik wilde meedenken hoe we dit verder vorm gaan geven.

S: Kijk en dat vind ik nu leuk dat we ons zo ook landelijk profileren. Er is een filmpje gemaakt met Matthias en dat is landelijk vertoond.

A: Heb je hier ook een commerciële kans in gezien?

M: Ja, die heb ik wel gezien. Maar niet gepakt. Ik vond dat ….. de tijd is er nog niet goed voor.

A: Dat kan ook jouw kracht zijn: niet gelijk altijd overal bovenop springen.

M: Ik wil wel heel veel.

S: We hebben heel veel kansen gezien zoals het ontwikkelen van apps maar dan word je toch beperkt door uren. We doen ook liever 3 dingen goed dan 10 dingen niet goed.

M: En je kunt ook vallen. Ik ben een keer onwijs hard gevallen.

A: Ja?

M: De woningbouwcorporatie vroeg of wij met onze vrijwilligers van de klussendienst bomen konden omzagen. Natuurlijk, dat kan iedereen, dacht ik gelijk. Ik heb een kettingzaag en een mannetje geregeld. Een mannetje die het eerder had gedaan want ik wilde dit niet bij onze vrijwilligers neerleggen. Drie bomen gingen goed. Daar hebben wij een goede vergoeding voor gehad. Bij boom vier ging het mis. Het viel achteraf reuze mee maar het leek ernstig. Politie, ambulance, arbeidsinspectie. Het is goed afgelopen want er was echt niks aan de hand. Maar we hebben wel tegen elkaar gezegd dat we dit niet nog een keer moeten willen. We zijn hiermee gestopt. Dit kunnen we dus niet.

A: Nog even over de belastingservice. Er is dat filmje. Nu ziet een welzijnsorganisatie uit Limburg dat filmpje met jou en denkt dat willen wij ook. Ze bellen jou en vragen je om te komen …

M: Dan ga ik gelijk! Ja, dit zie ik als kans. Ik reken dan advieskosten.

A: Kostendekkend of ga je winst maken?

M: Op dat moment ben je consultant en reken je daarvoor gewoon een consultant tarief, maar uiteraard tegen een schappelijk tarief.

S: Per keer als dit zich voordoet maken we een keuze. We maken iedere keer de afweging welk tarief we rekenen.

M: Dit doen we ook echt samen. We versterken elkaar. Er is niks wat Sabina en ik niet van elkaar weten. Dat is ook onze kracht. Sabina is heel erg thuis in welzijn en zorg. Ik leer daarvan en ik ben commercieel sterker en daar leert Sabina van. Nu roept Sabina soms eerder dan ik: wat levert het op. Dit kan zowel in geld zijn als in nieuwe producten.

A: Wat heerlijk voor jou Sabina dat je dit gewoon gelukt is. Dat er iemand is waarmee je het hier gewoon over kunt hebben zonder weerstand.

M: Snel geld verdienen is ook niet erg. Ik kan snel op vragen inspelen maar niet altijd met een vrijwilliger. Ik val dan terug op mijn netwerk. Ik kreeg bijvoorbeeld de vraag om een brandgang op te ruimen. Ik vind iemand die de klus doet voor 30 euro en ik offreer dan 40 euro en verdien een tientje. Dat is niet veel maar tien tientjes zijn 100 euro en daar kan ik hele mooie dingen van doen voor mensen die weinig tot geen geld hebben.

S: Dit soort vragen zouden we vroeger dus niet oppakken maar nu wel. We moeten veel meer gaan kijken, okay als we deze vraag zelf niet kunnen oppakken wie kunnen we dan zoeken die het wel kan.

A: Vaak zie ik bij welzijnsorganisaties een grote angst om met commerciële partijen samen te werken…

M: Soms lukt een samenwerking met een commerciële partij maar soms ook niet. Maar  dan hebben we het wel geprobeerd.

A: Dat is ondernemerschap.

S en M: Ja, dat is ondernemerschap.

S: We calculeren altijd in dat er ook dingen zijn die niet lukken.

A: Is er nog een succes te melden wat nog niet aan bod is geweest? Iets waar je trots op bent?

M: Ja, ik ben trots op die belastingservice en de aanpak met de computercursus van Seniorweb. Waar ik me het komende jaar op ga richten is het Leerwerkbedrijf. Daar heb ik altijd van gedroomd om dit te kunnen beginnen. Dat gaan we opzetten. We hebben mensen nodig en opdrachten. We hebben contact met de woningcorporatie en die kwam met een vraag om alle brandgangen schoon te maken. Ik heb geen nee gezegd. Ik heb gezegd: dat kan ik. Ik ben begonnen met 4 man, 2 vrijwilligers en 2 mensen met een uitkering. En we zijn gaan schoonmaken. We hebben op een rijtje gezet wat we nodig hebben: bosmaaier, vervoer, veiligheidsschoenen, elektrische fietsen. Zo zijn we gestart en dat gaat gewoon goed.

A: Wauw, elektrische fietsen? Betaald van de opbrengst?

M: We hadden een x bedrag om te investeren. Na een jaar is dit op. Ik wilde het graag goed opzetten. Alles is nu goed geregeld. Nu nog geen winst dus maar ik kijk op de lange termijn. De corporatie is een hele belangrijke partner van ons en we gaan steeds meer voor hun doen. Ze weten mij en Sabina te vinden. Met een vraag komen ze nu eerst bij ons. Ze zochten iemand om bij een flat te staan om bewoners te helpen met de trap, boodschappen, sjouwen, etc. Ze hebben mij gebeld met de vraag of ik dit kan. Natuurlijk kan ik dit en het kost je dit. Dan gaat het snel van het ene naar het ander. Dat geld heb ik verdient maar gaat rechtsreeks door naar de mensen in de opleiding om met de bosmaaier te werken. We blijven ons doorontwikkelen en zijn echt aan het kijken wat we nog meer kunnen doen. We kregen vervolgens de vraag of we schoonmakers kunnen opleiden. We kunnen ze opleiden en daarna inzetten bij organisaties waarna ze kunnen uitstromen naar de reguliere arbeidsmarkt.

S: Zo kunnen we als welzijnsorganisatie steeds meer doen. Vroeger konden we dit niet aanbieden. Nu wel en we helpen ook nog eens mensen die anders werkloos thuis zitten.

A: Ik hoor bij jou duidelijk Matthias dat jouw netwerk een belangrijke rol speelt. Besteed je daar veel tijd aan? Hoe werkt dat bij jou?

M: Ik zit op Linkedin. Maar in mijn vriendenkring heb ik eigenlijk alles zitten: een advocaat, een fiscalist, een marketingman.

A: Maar voelt dat dan voor jou goed om jouw persoonlijke netwerk zomaar in te zetten? Ook voor je werk?

M: Ik vind dat geen probleem. Maar het is ook wederzijds. Ze komen ook bij mij. Deze wisselwerking is niet verkeerd. Het zijn vrienden die ik soms al 15 jaar ken. Het grote netwerk er om heen, die mail ik of bel ik. Daar ben ik actief in om dit te onderhouden.

S: Sociaal Werk vroeger vond ik heel erg gericht op het netwerken met collega’s, binnen hetzelfde circuit. Door alle nieuwe dingen moeten we veel meer netwerken in alle sectoren waar we nu mee te maken hebben.

A: Ik denk dat er nog heel veel Sociaal Werkers zijn die überhaupt niet aan hun privé netwerk denken. Voor wie het heel erg gescheiden is.

S: Ja, dit is nieuw en dit kennen we niet in het welzijnswerk. Het is een van de componenten om je netwerk te gebruiken.

M: Je komt veel sterker over. Er is nu iets wat speelt bij een klant van een ouderenadviseur over hypotheken. Mijn vrouw doet in hypotheken. Die zit er helemaal in. Dus ik vraag haar advies en geef dit door aan de ouderenadviseur. Dit maakt ons sterker. Kennis is macht.

S: We zijn eigenlijk bij alles heel proactief geworden. Vroeger was het zo in heel veel welzijnsorganisaties dat we er geen zin in hadden en ons beperkten tot de inhoud van ons vak. Maar we bereiden ons nu goed voor, gaan ons verdiepen en vinden er iets van.

A: Ik hoor duidelijk dat jullie open houding ook heel belangrijk is. Geïnteresseerd zijn, het leuk vinden. Het leuk vinden om problemen op te lossen.

S: Kijk, ik vind dat het management echt moet weten waar de werkvloer mee bezig is. Je kunt geen besluiten nemen op basis van theorie. Het is mijn opdracht om mensen mee te krijgen, ze niet te belasten met dingen waar ze niets mee hoeven, maar wel dat ze blijven weten waar ze dagelijks mee te maken hebben.

M: Een voorbeeld is een vrouw met 4 kinderen en een man, geen werk, veel schulden. We hebben haar in de schuldbemiddeling kunnen krijgen. Inmiddels is ze ervaringsdeskundige bij MEE. Daar krijgt ze een onkostenvergoeding voor. De bewindvoerder ken ik. En die man zit nu bij het Leerwerkbedrijf en krijgt een opleiding en is gestart met een baan.

S: We zijn veel meer dingen met elkaar aan het verbinden.

A: Hoe gaat het dan inmiddels met de rest van het team?

S: Door onder andere de fusie is er veel veranderd. Er is nog 1 iemand van de ‘oude garde’. Deze heeft ervoor gezorgd dat het onderdeel Mantelzorg volledig geinnoveerd is. Ik heb nu meer mensen op basis van hun competenties kunnen aannemen. Waardoor ik veel bewuster heb kunnen kijken naar de juiste mix van competenties. Ik wil ook nog mensen die wat behoudend zijn en af en toe op de rem trappen. Die heb ik wel nodig om me niet te verliezen.

A: Het gaat dus nu goed.

S: Ik heb nu de mix van competenties die ik nodig heb ik deze tijd.  

A: Is het vinden van Matthias een geluk geweest? Zijn er nog meer ‘Matthiasen’ te vinden voor directeuren die nu denken, dit wil ik ook?

S: Ik zie de combinatie van factoren. De juiste tijd mee hebben zoals mensen die met pensioen gaan. Bestuur professionaliseert. De maatschappij verandert. Ik was op zoek naar iemand die de organisatie kon versterken. En als je dan ook iemand tegen het lijf loopt die dat wil en dat je bereid bent die een kans te geven. Het is die combinatie.

A: Waar staan jullie over vijf jaar?

S: We hebben een aantal goed verkoopbare kwaliteitsproducten in huis. Die ik op verschillende plaatsen kan aanbieden. Op het gebied van welzijn natuurlijk maar ik wil ook nog veel meer kijken naar de mogelijkheden die er zijn zoals het Leerwerkbedrijf waardoor we producten kunnen aanbieden die wel welzijnswerk gerelateerd zijn maar die niet gesubsidieerd worden.

A: Mooi! Gaat dat lukken?

S: Zeker!

M: Ik weet het niet waar ik over vijf jaar sta. Ik wil heel veel. Ik kan heel veel. Maar ik wil iets doen wat me uitdaagt. En dat vind ik hier volop. Ik wil dat het Leerwerkbedrijf een succes wordt. Ik zou ook willen dat de sector waarin we zitten veel meer aan advisering gaat doen. Ik wil dat wij er beter van worden maar met mijn advies wil ik ook dat andere organisaties er beter van worden. Dat is waar ik over vijf jaar sta: dat het Leerwerkbedrijf een succes is en dat ik onze producten in het land kan verkopen maar ook dat ik zelf verder ben. Dat ik kan adviseren aan organisaties die ik daarmee verder breng.

S: Ik denk dat het wel een kenmerk is van ons allebei dat we zelf ook als mens blijven groeien en ons ontwikkelen. Zo kunnen we blijven innoveren.

A: Jullie zijn niet bang om uit jullie comfortzone te komen. Niet bang om fouten te maken. Dat is ook een cruciale factor die bijdraagt aan jullie succes.

A: Nog 1 vraag: Zit er voor jullie een grens aan het commercieel zijn? Hoe ver kun je gaan als welzijnsorganisatie?

M: Voor welzijn is er een grens: je kunt niet over de rug van mensen geld verdienen. Dat is een duidelijke grens. Je kunt niet verdienen aan minima. Maar als een gemeente of corporatie ons daarvoor inhuurt dan kan ik wel geld verdienen.

A: Maar hoe bepaal je dat dan? Als een oudere met een riant pensioen en een fijn huis computerhulp aan huis wil, betaalt die dan ook een tientje?

M: Ja.

S: Voor mij gaat het niet om het individuele niveau. Mijn uitgangspunt is ook niet om geld te verdienen. We doen dit als om te kunnen investeren in kwetsbare mensen en de samenleving.

A: Is dit voor jullie Sociaal Ondernemerschap?

S en M: Ja!

S: Het gaat niet om winst.  Anders zijn we echt fout bezig.

M: We willen het verdienen maar gelijk weer uitgeven. Bijv. aan de kerstlunch voor ouderen in een geweldige gelegenheid wat we kunnen betalen dankzij onze inkomsten en dankzij sponsors.

A: Wat mij nog triggert: Sponsors? Valt dat onder geld verdienen?

S: Nee, dat is anders. Is een bijdrage aan een specifieke activiteit. Het zijn twee verschillende dingen.

M: Sponsorgeld is nog wel van belang in deze tijd. Daar gaan we ook nog steeds wel voor. Het levert ook geld op. Ik vind alles leuk, het is een soort spel van vraag en aanbod. Het spel wat je moet spelen en wat door alle commerciële mensen wordt gespeeld.

S: Ja, zo moet je er wel naar kijken. Kansen ontdekken en het spel spelen. Soms spreken Matthias en ik ook een rolverdeling af.

A: Veel welzijnswerkers gruwelen een beetje van het spelen van het spel en veroordelen dit ook.

S: Maar als er 1 ding is wat wij steeds voor ogen hebben dan is het wel de kwetsbare mens die we hiermee helpen. Die hebben wij misschien nog wel beter voor ogen dan anderen die het spel niet durven te spelen. We doen alles voor onze missie om mensen te helpen.

M: We durven ook wel nee te zeggen tegen samenwerken. Het hoeft niet altijd.

S: En soms levert het niks op en dan durf ik er wel uit te stappen. Ook hier houden we de mensen voor ogen waarvoor we het doen.

A: Zijn jullie trots op elkaar en jezelf?

S en M: Ja, dat zijn we!

 

[ez_box title=”Connecten met Sabina of Matthias?” color=”grey”]

Sabina email: sabina.rollema@senw-ri.nlLinkedin Sabina >>>

Matthias email: matthias.degraaf@senw-ri.nlLinkedin Matthias >>>

[/ez_box]

 

Op 13 januari 2017 praten we verder. Hans Versteegh en ik organiseren een ronde tafel voor bestuurders waarbij we het gaan hebben over Profileren, Social Media en Ondernemerschap. Er is geen agenda maar wel de intentie om ideeën, gedachten en wensen uit te wisselen. Er zijn geen kosten aan verbonden. De locatie is in Tiel. Van 16-19 uur. Met soep en broodjes. Wil je erbij zijn? Stuur dan voor 1 Januari een mailtje naar a.krakers@welzijnnederland.nl of welzijn30@gmail.com.

 

Hoe geslaagd is jouw transformatie?

Het gekke is dat welzijnswerkers van nature vaak zeer ondernemende types zijn. In de jaren 70 waarin alles kon en mocht hadden opbouwwerkers, reclasseringswerkers, ouderenwerkers vaak gewoon hun eigen toko. Waar ook gewoon heel wat gehandeld werd. Onze professionalisering heeft daar zachtjes een einde aan gemaakt. Protocollen, kwaliteitshandboeken, verantwoordingsrapportages hebben beetje bij beetje ervoor gezorgd dat onze ondernemerszin aan banden is gelegd.

Gelukkig komt er nu weer ruimte voor de ondernemende professional! Maar is het ook logisch dat we daar wel weer even aan moeten wennen. Waar sta jij?transformation

De eerste fase is de introductiefase. In deze fase is het belangrijk dat je jouw passie voor het vak weer gaat voelen. Jouw drive om mensen te willen helpen. Passie is namenlijk de onvoorwaardelijke basis voor succesvol ondernemerschap. Ook is het belangrijk dat je in deze fase jouw mindset opent voor groei. Dat je openstaat voor ondernemend werken en beelden bijstelt over zaken als “verkopen, marketing, profilering en sales”.

In de tweede fase heb je kennis nodig omdat je van passie alleen niet kunt leven. Dit is de startfase. Hoe doe je dit dan? Hoe kun je jezelf verkopen zonder dat je gaat lijken op een pusherige autoverkoper? Zonder dat je loopt te leuren en zeuren met jezelf? Ik kan je verzekeren: dit kan! Er is een manier van ondernemen waarbij je marketing en profilering inzet compleet in harmonie met jouw passie. Passie + marketing = klanten en omzet. Het gaat om 7 eenvoudige stappen in marketing en profilering. Je leest er hier meer over >>>

In de derde fase, de expertfase, ga je jouw kennis verdiepen. Er zijn namelijk nog een aantal issues die je misschien moet oplossen. Het geldissue is daar 1 van. Je moet namelijk goede prijzen durven vragen voor jouw diensten. Gratis is prima maar alleen als onderdeel van jouw nieuwe verdienmodel! Lees daar hier meer over >>>. Jouw prijzen basseer je niet meer op jouw kosten maar op de waarde die je levert. Dat is ook een omslag die je moet maken. Helaas zijn veel welzijnswerkers zich niet bewust van de enorme waarde die ze leveren of zijn ze te bescheiden om ook echt voor die waarde te gaan staan. Dus als expert leer je ook hoe je bijzonder, waardevol, groot en opvallend mag zijn >>>

In de laatste fase, de koersfase, is jouw kennis compleet. Jouw mind is ingesteld op groei en je bent toe aan het incasseren van succes. Je hebt jouw doel bepaald, waaronder jouw omzetdoel en kunt nu gaan koersen. Onderweg kom je veel tegen: afleiding, loslopende beren, kritiek, risico’s en tegenslag. Het is nu zaak dat je op koers blijft. Dat je mensen om je heen hebt verzameld die je aanmoedigen en liefdevol support bieden >>>

Waar sta jij? Hoe geslaagd is jouw transformatie? Wat heb jij nodig om verder te gaan in jouw transformatie? Jouw vragen en reacties zijn welkom!

Durf jij op te vallen om verbinding te maken?

Vandaag wil ik graag iets met je delen wat ik best spannend vind. Want ik weet niet of het me lukt om de juiste woorden te vinden.

Het gaat over hetzelfde zijn als anderen en tegelijk ook anders zijn dan anderen.

Hetzelfde zijn

Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg. En waag het niet jouw hoofd boven het maaiveld uit te steken. Dit zijn waarden die jij waarschijnlijk hebt meegekregen in jouw opvoeding net zoals ik en heel veel andere mensen. Hier is niks mis mee want het is lekker comfortabel om net als de rest te zijn. Hetzelfde zijn als anderen geeft je het sterke gevoel van verbondenheid. Je bent een van de rest.

In het welzijnswerk waarderen we dit ook. Ik bedoel hetzelfde zijn. We kijken veel naar elkaar en zoeken de standaard om ons aan te conformeren. We delen best practises en kopieren die van elkaar. Visiedocumenten van welzijnsorganisaties die ik vaak lees lijken allemaal erg op elkaar.

Ook in het werken met onze klanten willen we het liefste hetzelfde zijn. Met de opdracht om te verbinden en te versterken in de wijk kan dit haast ook niet anders. Om verbinding te maken moet je je verbonden voelen. En daarvoor is het prettig als je hetzelfde bent.

opvallenAnders zijn

Anders zijn betekent dat je opvalt. En opvallen betekent dat anderen je zien. Met kop en schouders steek je boven het maaiveld uit. Je bent niet zoals de rest. Dat kan oncomfortabel voelen. Als je opvalt gaan mensen iets van je verwachten. Dat maakt je onzeker. Je bent anders dan de rest.

In het welzijnswerk wordt ook dit gewaardeerd. In een tijd waarin middelmatigheid leidt tot bezuinigingen en stilstand zijn we op zoek naar welzijnswerkers die het anders doen, die anders zijn. Die met een verfrissende boodschap komen.

Ook in het werken met onze klanten is het belangrijk dat je soms anders durft te zijn. Dat je een onderscheidende positie inneemt. Dat je bovengemiddelde waarde levert. Als je anders bent kun je een leider worden. Een voorbeeld, een rolmodel die niet bang is om eerst te gaan.

Anders zijn om hetzelfde te zijn

Om het verschil te kunnen maken in de samenleving, om mensen te kunnen helpen, moet je beide zijn: hetzelfde en anders. Wees onderscheidend om verbonden te zijn. Pas dan kun je de samenleving dienen.

Hetzelfde zijn is makkelijk, anders zijn is moeilijk. Daar moeten veel sociale professionals nog veel beter in worden. Hoe onderscheidend durf jij te zijn? Durf jij op te vallen om verbinding te maken?

Hoe jij onderscheidend kunt zijn en hoe jij jouw unieke toegevoegde waarde deelt met jouw klanten, leer je in mijn spiksplinternieuwe training “Welzijn in Waarde”. In deze online training draait alles om contentmarketing. Hoe kun jij op jouw unieke, onderscheidende manier jouw waarde delen met jouw klanten zodat je een hechte community bouwt? Als dit is waar jij naar op zoek bent dan kun je je vanaf vandaag inschrijven. Dat kan hier >>>

Like jij Facebook al?

De grote 3 in Social Media zijn op dit moment Linkedin, Twitter en Facebook. Dit zijn de bekendste platforms waar je online kunt laten zien wie je bent en waar jouw hart naar uitgaat. Waar je kunt netwerken, verbinden, versterken en kennis kunt delen. Allemaal zaken waar je als welzijnswerker dagelijks mee bezig bent. Het zijn 3 totaal verschillende platforms en het een zal beter bij je passen dan de ander.

verdwalen op facebook

verdwalen op facebook

Zelf heb ik lang getwijfeld over Facebook. Het ‘vrienden’ en ‘vind-ik-leuken’ is toch een ietwat bijzondere bezigheid. Inmiddels ben ik overstag. In het begin was ik vaak de weg kwijt. Het is lastig om te snappen hoe alle lijntjes lopen. Maar nu ben ik ervan overtuigd dat jij als welzijnswerker ook jouw voordeel kunt doen met Facebook. De functionaliteit van de groepen en de pagina’s zijn echt geweldig! En dat licht ik je graag toe.

Groepen

Met een paar muisklikken heb je op Facebook een eigen groep gemaakt. Je kunt kiezen uit 3 varianten: een openbare groep, een besloten groep en een geheime groep. Wat precies de verschillen zijn kun je hier lezen >>>

Je kunt een groep maken met verschillende doeleinden:

  • Een groep waar buurtbewoners elkaar kunnen ontmoeten en helpen (deze groep heb ik zelf vorige week opgericht >>>)
  • Een groep voor jouw cursisten waar ze hun huiswerk kunnen delen
  • Een groep voor jongeren waar ze wensen voor hun jc kunnen posten
  • Een groep met ketenpartners waar je documenten en voortgang van een project kunt delen
  • Een groep waar vrijwilligers kunnen intekenen op klussen

Een groep kent vele functies. Je kunt foto’s delen, documenten waar je samen in kunt werken, updates en je kunt een groepschat organiseren. En, ik zeg dit toch nog maar even, het is allemaal gratis.

Via @saskiawithoos kreeg ik vandaag op twitter een linkje naar een artikel waarin @fredrommens betoogt dat de groepen van Facebook veel prettiger en gebruiksvriendelijker zijn dan de groepen en discussies op Linkedin. Ben het helemaal met hem eens. Zijn conclusie: Facebook is verplicht >>>

Pagina’s

Je hebt op Facebook persoonlijke profielen en bedrijfspagina’s. Op een profiel heb je vrienden, op een pagina heb je likes. Een pagina kun je maken voor jouw organisatie, jouw wijkteam, het buurthuis, een project.

Een Facebookpagina is een essentieel onderdeel van jouw marketing. Via jouw pagina kun je op een informele manier contact onderhouden met jouw ‘likers’. Een like kun je zien als een fan, een ambassadeur. Iemand zegt met zijn ‘like’: ik waardeer wat jij doet en wil daar graag betrokken bij zijn.

Een pagina is geen verkoopkanaal! Je mag natuurlijk best af en toe reclame maken voor jouw diensten maar met mate. Het gaat vooral om delen. Hoe meer er vanuit jouw pagina gedeeld wordt hoe groter jouw bereik. Dit bereik je het beste door gewoon in jouw post de lezer te vragen om jouw post te delen.

Je maakt het jezelf makkelijk door te werken met schema. Drie updates per week kunnen al voldoende zijn. Op maandag deel je leestips, op woensdag een foto en op vrijdag een inspirerende quote. Op mijn pagina heb ik de maandag gebombardeerd tot “Pauwdag”: dan delen we met elkaar waar we trots op zijn. Doe je ook mee met Pauwdag? Hier vind je mijn pagina en een like zou tof zijn >>>

Dit en nog veel meer heb ik vorige week geleerd op het facebookevent van Anne Raaymakers. Ze heeft een gratis ebook geschreven over Facebookmarketing wat jij hier kunt downloaden >>>

Nog een laatste overweging

Geheel volgens de bakens van Welzijn Nieuwe Stijl wil je misschien niet zelf de groep of pagina maken maar burgers, buurtbewoners en vrijwilligers stimuleren om actief gebruik te maken van Facebookgroepen en pagina’s. Dat kun jij natuurlijk alleen deskundig en geloofwaardig als je er eerst zelf induikt!

Heb jij al een facebookpagina of is er een pagina die je wilt promoten van jouw wijk of project, post dan de url hieronder in de reacties. Mijn like krijg je!

 

Waarom welzijnswerkers bang zijn voor de pijn van hun klanten

Honger!

Dit zit zo: we willen onze klanten geen vis geven maar ze leren vissen. Uitgebreid en jubelend vertellen we hoe leuk het is om te vissen en hoe wij ze dit kunnen leren. Maar we vergeten 1 ding: waarom wil onze klant leren vissen? Omdat hij honger heeft!!

Keer op keer kom ik het tegen in mijn trainingen dat wij het lastig vinden om te praten over de pijn, de honger van onze klanten. We hebben het liever over onze leuke oplossingen.

  • We hebben het liever met de oudere over het leuke seniorenrestaurant dan over zijn eenzaamheid en het koude bed waar hij iedere nacht in ligt.
  • We hebben het liever met het kind over samen een balletje trappen dan over zijn angst voor die gemene pester.
  • We hebben het liever met de mantelzorger over de ontspannen middag waarop ze bloemstukjes kan maken dan over haar wanhoop dat ze het niet vol zal houden.
  • We hebben het liever met die jongere over hoe je een goede rap maakt dan over zijn depressie waar hij met niemand over durft te praten.
pijn

pijn

Negeren

Welzijnswerkers vertellen mij dat ze de klant geen pijn willen doen. Er geen negatief stempel op willen drukken. Dat ze vol gaan voor de oplossingen, de kansen en talenten en geloven in het goede van de mensen.

Maar natuurlijk doe jij jouw klant geen pijn want die pijn die is er namelijk al! En juist daarom wordt die oudere, dat kind, die mantelzorger en die jongere jouw klant. Omdat ze een pijn voelen waarvan ze ‘s nachts wakker liggen. Waar ze mee worstelen omdat ze er zelf niet uitkomen.

Hoe kun je dit nu negeren door het er niet over te hebben! 

En gelijk beginnen over het vissen terwijl de klant alleen maar zijn honger voelt en nog geen idee heeft dat het leren vissen zijn honger zal oplossen.

En als je met kostbaar subsidiegeld werkt is dit dan ook niet de legitimatie die wij in het welzijnswerk nodig hebben als antwoord op de bezuinigingsellende? Ons werk is nodig om de pijn van onze klanten op te lossen. Dan moet je het hebben over die pijn.

Bang

Heel stiekem denk ik wel eens dat we het er niet over willen hebben met de klant omdat we het eng vinden en bang zijn. Diepe emoties, angsten en zorgen doen een indringend beroep op jouw vaardigheden als professional. Je moet kunnen luisteren, stil zijn, troosten en soms meehuilen. Dat is moelijk. Praten over onze leuke oplossingen is veel makkelijker.

En dan zijn er welzijnswerkers die op dit punt roepen: “Ja maar, ik ben geen hulpverlener”. Maar als jij niet wilt helpen wat doe je dan?

Als je alleen wilt gaan voor de fun en de oplossingen kun je beter in de recreatiebranche gaan werken.

Natuurlijk moeten we met mooie oplossingen komen en daar vol voor gaan maar het gaat allemaal veel beter werken als je eerst contact maakt met de pijn van jouw klant. Dat is waar alles om draait!

P.S. Over ‘auw en wauw’ is veel onderzoek gedaan en er wordt veel over geschreven.  (Bijvoorbeeld dit artikel van Berenschot)

P.S. 2: ik ben benieuwd naar jouw mening hierover! Laat het hieronder weten.

Hoe kan ik je helpen?

Wat houdt jou bezig?

Wat houdt jou bezig?

Hoe gaat het met je? Ik ben benieuwd wat jou op dit moment bezig houdt. We leven in roerige tijden en iedereen gaat daar natuurlijk op zijn eigen manier mee om. Vaak gaat dat goed maar soms loop je tegen problemen aan waar je niet zo 1, 2, 3 een oplossing voor hebt, maak jij je ergens kwaad over of heb je een puzzel waar je niet uitkomt.

Inmiddels lezen bijna 2000 welzijnswerkers mee met WNmarketing Inspiratie. En ik ben op zoek naar wat jij graag van mij wilt lezen. Hoe kan ik je helpen?

Je kunt mij helpen door hieronder mij te laten weten wat je bezighoudt. Jouw inbreng is cruciaal voor de komende edities van WNmarketing Inspiratie, en de workshops en trainingen die ik wil plannen.

Heel erg bedankt voor jouw tijd en ik zie uit naar jouw reactie!

Waarom jouw klanten afhaken en hoe jij dit kunt voorkomen

Klanten zijn altijd onzeker.

Dit gevoel is het sterkst vlak voor de ‘koop’. Klanten haken daarom op het laatste moment soms af. Die leuke nieuwe vrijwilliger komt toch niet opdagen. Die eenzame oude dame belt alweer haar intakegesprek af. Of die opdracht waar jij zo zeker over was gaat op het laatste nippertje toch naar een ander.

Vervelend! Vooral omdat jij ervan overtuigd bent dat jij die ander kunt helpen. Maar helaas is die ander dit kennelijk nog niet.

Het gevoel van onzekerheid bij jouw klanten heeft alles te maken met vertrouwen.

Als een potentiële klant definitief jouw klant wordt en “JA” tegen jou zegt, geeft hij daarmee een ultieme blijk van vertrouwen.

Op het laatste moment “NEE” zeggen wil dus eigenlijk zeggen dat de klant jou nog niet voldoende vertrouwt. De vrijwilliger vraagt zich af of het echt waar is dat hij maar eens per maand wordt ingedeeld op de buurtbus (want vaker kan hij echt niet). De oude dame is slechthorend en durft dit niet te vertellen en ach, haar eenzaamheid valt toch ook best wel mee …. De opdrachtgever is bang dat jij als (zelfstandig) ondernemer jouw afspraken niet na kunt komen.

Wat kun jij doen om de onzekerheid bij jouw klant weg te nemen?

Hoe kun jij jouw klant helpen om jouw klant te worden? Om het vertrouwen te winnen? Zodat jouw klant makkelijk en vol vertrouwen “JA” zegt?

Er zijn een aantal manieren om jouw klant te helpen.

1. Geef garantie

Met een garantie loopt jouw klant geen enkel risico. En als jij voldoende waarde levert loop jij ook geen risico. De garantie kan jouw klant net over dat punt heen helpen zodat hij het met jou aandurft.

Zelf geef ik altijd garanties aan mijn klanten. Is fijn om te geven en het straalt ook vertrouwen uit. Gelukkig heeft nog nooit iemand er gebruik van gemaakt. Daar geeft niet alleen mijn klant meer vertrouwen maar mij ook ;-)

2. Wees aardig

Soms kun je heel eenvoudig de onzekerheid wegnemen door gewoon aardig te zijn. Jouw klant zal voordat hij jou ontmoet op zoek gaan naar informatie over jou. Vindt hij op jouw Linkedin of in de folder een strenge zakelijke profielfoto of een foto met een lachend gezicht?

En als de klant jou dan voor het eerst ontmoet, sta jij dan klaar met een uitgestoken hand en een warm welkom of krijgt hij gelijk een formulier van 2 pagina’s onder de neus gedrukt?

Regelmatig ontmoet ik nieuwe klanten die vertellen dat ze vooraf mijn filmpjes hebben bekeken. Het eerste contact is dan al geweest en de klant is gerustgesteld omdat hij weet wat hij ongeveer kan verwachten. Bij binnenkomst is er iets om over te praten (goh, je bent in het echt precies zoals in het filmpje).

schaarste

schaarste

3. Creëer schaarste

Soms stelt de klant zijn besluit om klant te worden voortdurend uit. En als jouw aanbod morgen ook nog van kracht is en volgende week en volgend jaar ook nog, heeft de klant geen haast. En blijft hij dus ‘hangen’ in zijn onzekerheid.

Je kunt het gevoel van urgentie bij jouw klant sterker maken door schaarste te creëren. Daarmee help je de klant om voorbij zijn onzekerheid te stappen en een besluit te nemen.

Je kunt bijvoorbeeld aangeven dat de prijs in jouw offerte maar 14 dagen geldig is. Of dat er in de cursus maar ruimte is voor 8 deelnemers en dat je al voor de helft vol zit. Zelf werk ik vaak met een vroegboekprijs: als je snel beslist krijg je het voordeel van een aantrekkelijke prijs.

En nu jij.

Wat doe jij om jouw klant op zijn gemak te stellen zodat hij makkelijk jouw klant wordt? Deel het hieronder in de reacties!

SuperSubsidie voor training Welzijnsmarketing en Ondernemend Werken

Heb jij al plannen gemaakt voor jouw training en scholing dit jaar? Als je slim bent ga je dit NU doen omdat er namelijk een zeer aantrekkelijke subsidie beschikbaar is voor jou!

Op 28 februari 2013 is de aanvraagtermijn gesloten. Maar er komt een nieuwe ronde begin 2014!

Het gaat om de “Stimuleringsregeling Leren en Ontwikkelen”. FCB voert deze regeling uit. De bestemming van de subsidie zijn opleidingen en trainingen in Welzijn Nieuwe Stijl en de nieuwe competenties voor de welzijnswerker die daarbij horen. De subsidie bedraagt 40% van de kosten. Onderaan vind je alle links!

Mijn trainingen en programma’s in Welzijnsmarketing en Ondernemend Werken sluiten hier perfect bij aan. Inmiddels hebben de eerste organisaties al een aanvraag ingediend op basis van mijn voorstellen.

“Geweldige cursusdagen gehad met de afdeling Maatschappelijk Werk! Tips, tools & trics om onszelf neer te zetten zoals we onszelf al zien.” (Lonneke van der Veer, beleidsmedewerker Maatschappelijk Werk, Sensire)
“De opleiding welzijnsmarketing van Anneke leert je om te geloven in jezelf.  Voor mij was dit erg belangrijk, want pas als je gelooft in je eigen product ben je in staat dit product aan anderen te verkopen. Anneke heeft veel kennis over marketing binnen welzijnsland en weet deze kennis perfect toe te spitsen op je eigen persoonlijke situatie. Voor mij heeft de opleiding opgeleverd dat ik mijn product durf aan te prijzen, want ik geloof in mijn product!!” (Kim Verkuijlen, jongerenwerker Menswel)

De bakens Welzijn Nieuwe Stijl die ik in mijn training/programma opneem zijn:

  • de vraag achter de vraag (vraaggericht werken)
  • eigen kracht van de burger (klantgerichtheid, de klant staat centraal)Anneke Krakers
  • erop af (pullmarketing)
  • ruimte voor de professional (profileren met passie, pak jouw podium)

De competenties die ik train zijn:

  • is zichtbaar en gaat op mensen af
  • werkt samen en versterkt netwerken
  • benut professionele ruimte en is ondernemend

Mijn trainingen en programma’s voldoen aan de eisen van High Impact Learning:

  • ik garandeer een veilige trainingsomgeving
  • ik geef hoop
  • ik moedig aan
  • we maken lol
  • ik bied quick wins (vandaag leren, morgen toepassen)
Het indienen van een aanvraag is niet moeilijk. Het kan volledig online met behulp van 2 overzichtelijke formulieren. In de aanvraag moet je wel jouw plan opnemen en een begroting. En daar kan ik je natuurlijk bij helpen.

Voel jij ervoor om dit jaar met mij te werken aan jouw marketing en ondernemerschap? Steek dan de koppen bij elkaar, professionals en managers en maak een plan en dien dit als organisatie in. Pak NU jouw kans en neem contact met mij op. We plannen dan een telefonische afspraak en nemen samen de mogelijkheden door waarna jij zelf jouw aanvraag kunt indienen. Jouw aanvraag wordt uiteraard getoetst en beoordeeld door FCB. Houd er ook rekening mee dat er een plafond is.

Links: