Stop nu met samenwerken!

Samenwerken is populair

Samenwerken in de keten is reuze populair. Verbinden en elkaar versterken zijn de toverwoorden. Het wordt zo sterk gepredikt dat je wel gek zou zijn om niet mee te doen in de keten.

Ook de gemeente heeft er een handje van. Vinden ze het lastig dat al die partijen nu op hun deur kloppen dan sturen zij ze weg met de boodschap “Ga maar samenwerken en als jullie eruit zijn dan kom maar weer eens terug”. Durf dan maar eens ‘nee’ te zeggen.

En als het ze dan te lang duurt of ze hebben er geen vertrouwen in dan gaan ze het maar zelf doen.

“Welzijn” is populair en je ziet dan ook dat dit domein door partijen wordt geclaimd zoals zorgorganisaties die hiermee goede sier willen maken.

En dan gaat samenwerken opeens verdacht veel op concurrentie lijken. Eerst geloof je je ogen niet en denk je nog dat je het je allemaal wel zult inbeelden. Jullie zijn immers partners …

StopHet moeilijkste wat er is!

Wist jij dat samenwerken het moeilijkste is wat er is? Echt samenwerken is een Kunst met een grote K. De kunst van het luisteren, loslaten en overgeven.

Als je dit accepteert dan kijk je vanzelf met een andere blik naar samenwerkingen en is het de hoogste tijd om dit eens kritisch onder de loep te nemen.

Brengt die samenwerking jou werkelijk waar je op gehoopt had? Hebben jullie beiden het belang van de klant helder voor ogen? Vertrouw je elkaar volledig? Kun je lol maken met elkaar en bij elkaar een potje breken? Is de samenwerking stabiel en bestand tegen een deukje?

Als dit niet zo is: stop dan nu met de samenwerking!

Dit lijkt doodeng en ‘not-done’ maar geloof me het brengt je enorme opluchting en je kunt al jouw energie weer steken in het versterken van jouw eigen kracht, positie en identiteit.

Kracht, positie en identiteit

Wil je namelijk echt samenwerken dat is dit de enige en onverbiddelijke voorwaarde:

het kennen van en eerlijkheid over je eigen kracht, positie en identiteit. Je moet je eigen kennis inbrengen, jouw positie kunnen opeisen en daar geloofwaardig in zijn. Geen enkele concessie doen aan je deskundigheid.

Wanneer je merkt dat de samenwerking ontaardt in een domeinenstrijd, waarbij het calimerogevoel de kop opsteekt, is dit een ernstig signaal. Je inbreng vanuit je eigen identiteit en deskundigheid is dan niet sterk genoeg. Er wordt aan je getrokken. Of nog erger: je wordt buitenspel gezet. Je ontdekt dat niet alles in de samenwerking wordt besproken maar dat er één-tweetjes zijn waar de zaken werkelijk worden gedaan.

Soms is een partij nog zoekende. Is de identiteit nog niet zo sterk. Wanneer je dan een tweede partij tegenkomt in dezelfde situatie, is de verleiding groot om samen te werken. Samen sterk te worden. Toch is dit niet slim. Je creëert een zwakke alliantie waarin het risico bestaat dat je nooit je eigenheid zult vinden. Samen zul je alleen nog maar zwakker staan. Er zijn vele voorbeelden van fusies die hierdoor zijn mislukt. Dit is vooral verspilling van tijd, energie en geld.

Aantrekken van samenwerkingspartners

Je kunt pas samenwerken als je helder zicht hebt op je eigen kracht, positie en identiteit. Vanuit die onderscheidende eigenheid inbreng hebt in de samenwerking. Dan zul je waardering en respect krijgen. Samenwerkingspartners weten waar jij voor staat. Wat ze aan je hebben.

Een sterke onderscheidende organisatie-identiteit draagt bij aan groei en succes van de organisatie. Dat trekt andere partijen weer aan, waardoor ze naar jou toe zullen komen om je te vragen om samenwerking. Doe dit dan alleen als de partij waarmee je wilt samenwerken dit ook kan doen vanuit hun eigenheid die de jouwe aanvult.

Wat is jouw ervaring?

Is een samenwerking bij jou wel eens mislukt? Maak jij je zorgen over de rol van de gemeente hierbij? Heb jij wel eens een samenwerking opgezegd?

Deel alsjeblieft jouw ervaringen hieronder zodat we van elkaar kunnen leren.

 

BREKEND! De kwetsbare burger bestaat niet

Kwetsbare ouderenIn het gebruiken van deze ‘hippe’ term schuilt een levensgroot gevaar: de kwetsbare burger bestaat namelijk helemaal niet! Dus een grote kans dat jij ze niet op jouw stoep zult aantreffen.

Klanten willen graag gezien worden. En dat is een heel speciaal gevoel. Ga maar eens bij jezelf na: wanneer ben jij als klant tevreden? Meestal heeft dit te maken met een persoonlijke benadering, aandacht, gezien worden in je behoefte.

Iedereen = niemand. De term kwetsbare burger is veel te breed en bovendien erg onaantrekkelijk. Want, wees eens eerlijk, wie herkent zichzelf hierin? Of ooit een intake gedaan met een nieuwe klant die zei: “help mij, ik ben een kwetsbare burger”?

Het gevaar zit er dus in dat jij te weinig moeite doet om werkelijk te weten wie jouw klanten zijn. Dat hun kwetsbaarheid te snel wordt ingevuld en ze daardoor op de grote hoop belanden. Klanten zullen zich onbegrepen voelen en afhaken. En geen klanten betekent dat je niet in business bent.

Wat kun jij doen om dit levensgrote gevaar te vermijden? Hierbij drie tips:

1. Maak iedere klant speciaal

Wees oprecht geïnteresseerd en stel vragen, veel vragen. En luister! Zorg dat de klant gezien wordt in zijn specifieke behoefte. Bevestig de klant dat hij speciaal voor jou is door een onverwacht klein gebaar, een verrassing. Jouw klant zal zich koesteren in jouw oprechte en persoonlijke aandacht.

2. Neem de klant mee op reis

Kwetsbaarheid is niet iets van vandaag of morgen. Problemen groeien, veranderen van gedaante, lijken over te zijn en steken dan toch de kop weer op. Stel je in op een reis die jij met jouw klant wilt maken. Iedere keer wanneer de klant een ‘reisadvies’ nodig heeft moet hij bij jou terecht kunnen. Dus bouw aan een relatie waarin de klant jou leert vertrouwen. Niet jouw organisatie of afdeling, nee jou! Relaties zijn altijd persoonlijk van aard.

3. Let op je taalgebruik

‘De kwetsbare burger’ is nu echt zo’n mooi voorbeeld van agogentaal. Vaktaal dus. En daar worden klanten niet blij van. Andere voorbeelden: ‘versterken’ en ‘verbinden’. Ook van die ‘hippe’ woorden die veel te abstract zijn. Doe gewoon eens wat meer moeite voor je teksten. Vertel verhalen, geef beelden, durf gewone mensentaal te gebruiken. Daar worden klanten blij van!

De kwetsbare burger bestaat niet. Ik hoop dat ik je met deze drie tips even heb wakker geschud zodat je vanaf vandaag weer met frisse ogen naar jouw unieke klant kunt kijken. En helpen natuurlijk.

Welzijn Nieuwe Stijl: liefde of haat?

Deze week hoorde ik het nog weer een directeur zeggen: “Mijn mensen zijn de weg kwijt. Nu ze zelf geen activiteiten meer op touw mogen zetten, lopen ze met de ziel onder hun arm.” Herkenbaar?

Het welzijnswerk slingert voortdurend heen en weer tussen:

  • afstand of nabijheid
  • zorgen of empoweren
  • professioneel of vrijwillig
  • methodiek of goede bedoelingen

En dat is maar goed ook. Want een vak als het onze kan niet anders dan meebewegen met de tijd. Wij werken met mensen en mensen maken de samenleving. En het zijn diezelfde mensen die voortdurend bewust of onbewust de beweging weer aanslingeren.

Dus ook jij moet meebewegen. Of niet. Maar in dat geval haak je af en maak je andere keuzes. Fijnste is het dan wel als dit bewuste en eigen keuzes zijn. Doe je niks, beweeg je niet mee en je kiest ook niet voor een andere weg, dan blijf je hangen en ga je verzuren. Doe dat maar liever niet!

Meebewegen met Welzijn Nieuwe Stijl gaat soms vloeiend en soms schokkend. En vaak voelt het oncomfortabel of onwennig. Dat is niet erg. Dat hoort er bij en is inherent aan de biologie van verandering. Dan loop je inderdaad een tijdje met jouw ziel onder de arm totdat je doorkrijgt hoe het voor jou het beste werkt.

Want dat is volgens mij de juiste weg: sterke emoties als liefde en haat brengen je dichtbij jezelf. Ze confronteren je en dagen je uit. Je krijgt de kans om nieuwe ontdekkingen over jezelf te doen. Welzijn Nieuwe Stijl wordt dan jouw Eigen Nieuwe Stijl.

Jouw baken, jouw houvast in jouw ontdekkingstocht is jouw passie voor het vak. Hier heb je ooit voor gekozen. Je hebt de drive om mensen te helpen. Zoek dat vuurtje op, stook het op en laat het flink fikken. Want jouw klanten helpen doe je ook met de bakens van Welzijn Nieuwe Stijl nog steeds. Alleen de vorm verandert, jij niet.

Dus voel je liefde of haat, duw het niet weg maar laat het voor je werken. Moeilijk? Ik wil je er graag bij helpen met mijn programma “Profileren met Passie”.

Welke rol speelt Welzijn Nieuwe Stijl voor jou? Hoe werk jij aan jouw Eigen Nieuwe Stijl? Het zou super zijn als je in de reacties hieronder jouw tips wilt delen. Jouw ervaring kan anderen helpen!

Marktwerking sucks?

We hadden al een aantal van die ‘verboden’ woorden: verkopen – winst – commercieel – concurreren. En daar is nu een nieuwe bijgekomen: marktwerking. In artikelen, discussies, debatten over zorg en welzijn is er altijd wel een flinke dame of heer die deze duit in het zakje doet: marktwerking! Ping-ping-ping-ping!

Er hangt een enorme lading rondom ‘marktwerking’ die vooral negatief is. Ik snap dat wel. Ik heb er zelf ook last van gehad. Jij en ik hebben ook ooit bewust gekozen voor werk in deze sector. Omdat de non-profit bij ons past, omdat we niet commercieel zijn ingesteld of omdat we domweg idealisten zijn. Toch wil ik graag een andere kant laten zien.

Zie jij ook dat de samenleving verandert? Er zijn zorgen over het geld, zorgen over het milieu. Daarnaast is het internet een superbelangrijke rol gaan spelen. Mensen zijn mondiger geworden, informatie en kennis is voor bijna iedereen toegankelijk. Onze markt van zorg en welzijn is ook in beweging en verandert gelukkig gewoon mee.

Natuurlijk is er een markt, die is er altijd geweest. Alleen in een periode van welvaart heeft onze markt niet echt hoeven ‘werken’. Dat heeft ertoe geleid dat het accent zwaar is komen te liggen op ons aanbod. Inmiddels zijn we er al een tijdje uit dat we nu het accent willen leggen op vraaggericht werken. Om praktische en economische redenen maar toch ook vanuit ons idealisme? Ik hoop het!

En dan gaat onze markt werken. Burgers, klanten, cliënten, opdrachtgevers, financiers, ze hebben allemaal een vraag. ‘De klant centraal’, ‘eigen kracht van de burger’ speelt allemaal in op marktwerking. En dat is toch ook wat we willen?

Als mensen met marktwerking bedoelen dat we elkaar kapot concurreren dan doe ik wel even mee met de negatieve lading. In concurreren gaat enorm veel geld en energie zitten. Er is een manier om dit uit de weg te gaan. De Blue Ocean Strategie bijvoorbeeld, leert je hoe je de bloederige rode oceaan, waar ze elkaar kapot maken, kunt vermijden en je eigen blauwe oceaan kunt opzoeken.

Dus ook dat verandert. In zorg en welzijn hebben we nieuwe kennis nodig om onze business te kunnen draaien, zodat we klanten kunnen helpen. De beste doorbraken in een markt komen vaak van buiten de eigen sector.

Mijn advies: zie marktwerking niet als de bekende boosdoener. Sta liever eens stil bij de werking van jouw markt. Wat betekent het voor jou en jouw organisatie? Hoe kun je meewerken en meebewegen en jouw kansen pakken? Zodat er ook straks voor jouw nog een markt is. En jij ook straks nog jouw idealen kunt leven en jouw klanten met hun vraag kunt helpen.

Wil je dit artikel delen met jouw netwerk? Graag! Dit kan met de buttons hiernaast. Wil je ons laten weten hoe jij omgaat met marktwerking?  Ik en andere lezers kunnen hiervan leren. Maak jij je druk om marktwerking? Wat is jouw strategie? Je kunt jouw ervaring hieronder delen. 

Gastblog: Wmo overwegingen uit het veld

Alweer voor de derde keer ben ik hoofddocent van de Wmo opleiding voor beleidsmedewerkers van SBO. We hebben gesproken over Appreciative Inquiry. Vertaald: “waarderend onderzoeken”. De deelnemers hebben van mij de opdracht gekregen om de methode toe te passen op een vraagstuk, een gedachte of een wens en hier een blog over te schrijven. Voor de meesten was dit de eerste keer dat ze een blog schreven! De blogs geven een inkijk in de wereld van de Wmo vanuit het perspectief van een gemeentelijke beleidsambtenaar, beleidsmedewerkers uit de zorg, de SVB, de verzekeraars, de particuliere thuiszorg en het ondernemerschap. Hieronder zijn de eerste blogs te lezen!

“PGB zoals ‘t ook kan: Betaling & overzicht” door Tjitske Nieboer, SVB

Het is zover; de klanten druppelen binnen. De voorbereidingen hadden tijd nodig maar nu gaat de pilot echt van start. Wij, de SVB, gaan volgend jaar een nieuwe service introduceren: Betaling & overzicht. Ter voorbereiding doen we samen met drie gemeenten een pilot. Na mijn zomervakantie gaan we met deze gemeenten praten over onze eerste ervaringen. Gisteren heb ik dit met mijn collega van Relatiebeheer voorbereid.

Wij willen graag weten wat deze pilot tot een succes maakt. Waarom wilden de gemeenten hieraan meedoen? Wat sprak hen aan? En natuurlijk, zijn deze verwachtingen uitgekomen? Wat zijn de positieve ervaringen? Zijn de overzichten duidelijk? Zijn de betalingen op tijd gedaan? Verloopt de samenwerking met de SVB goed? Et cetera. Veel vragen waarbij ik nieuwsgierig ben naar de antwoorden.

Al ben ik wel optimistisch. De pilot verloopt tot nu toe goed. En ik ben ervan overtuigd dat de nieuwe service inspringt op een vraag die leeft bij gemeenten. De grootste angst bij gemeente bij het instrument PGB is het geld wat op de rekening van de budgethouder wordt overgemaakt. Het zit waarschijnlijk in de mens geworteld dat we dan onzeker worden over wat er met het geld gebeurd. Het PGB in de Wmo is bedoeld voor het schoonhouden van iemands huis. De cliënt kan dat niet meer zelf, dus het PGB is een ondersteuning voor het leven in een schoon huis. Maar altijd weer die angst bij het PGB dat het geld daar niet voor wordt gebruikt.

En dat terwijl de PGB-praktijk positieve dingen laat zien. De cliënt vindt iemand die het huis voor minder geld wil schoonmaken dan de reguliere thuiszorg. Het huis wordt schoon gehouden zoals de cliënt dat wil, op de gewenst tijden en door iemand waarbij de cliënt zich prettig voelt. Dus de cliënt is tevreden. En de cliënt heeft dit allemaal zelf geregeld; dat is ook iets waar je trots over mag zijn.

Alleen bij een PGB hoort ook de uitbetaling van het salaris en de verantwoording aan de gemeente. Administratieve zaken waar niet iedereen op zit te wachten. Daar kan ik mij best iets bij voorstellen. En hier komt de SVB om de hoek kijken. De nieuwe service houdt in dat de gemeente het geld niet op de rekening stort van de cliënt maar bij de SVB onderbrengt. De cliënt stuurt de factuur of urenbriefje naar de SVB. En de SVB betaalt de hulp uit namens de cliënt. Iedere maand ontvangt de cliënt en de gemeente een overzicht van de uitbetalingen. Dus iedereen krijgt regelmatig inzicht in de bestedingen van het PGB. Zonder er veel voor te hoeven doen. Zo willen wij dat graag voor de cliënt en de gemeenten regelen.

Weer even terug naar de pilot. Er doen voldoende budgethouders mee om een goed beeld te krijgen van de dienstverlening. De eerste uitbetalingen zijn gedaan. Dus binnenkort gaan we in gesprek met gemeenten om te horen hoe tevreden ze zijn over de dienstverlening. Ik ben benieuwd!

“Pril in de Wmo” door Arjen Brijs, Gemeente Schiedam

Ik ben nu twee maanden in dienst als beleidsadviseur Wmo. Met mijn achtergrond in het Facility Management betekende  dit voor mij een stap in een heel nieuw vakgebied met als gevolg dat ik overstelpt werd met instanties, projecten, begrippen, afkortingen, regels en procedures. Vanaf het begin zijn de begrippen ‘Kanteling’ en ‘Wijkondersteuningsteam’ blijven hangen. Alhoewel deze voor mij nog totaal geen betekenis hadden was duidelijk dat er een sterk verband aanwezig is.

De Kanteling moet ervoor zorgen dat een andere denkwijze (zowel van overheid als van burgers) wordt gerealiseerd en waardoor bespaart kan worden op de kosten van zorgverlening. De Kanteling is soort verzamelnaam voor allerlei maatregelen die erop gericht zijn de ‘Eigen Kracht’ van burgers te vergroten. Hierbij worden vragen gesteld als: “wat kan je zelf?”, “zijn er mensen in de omgeving die iets kunnen doen?”, “wat kunnen mensen in je omgeving doen?”, “ben je daarmee geholpen?”, “wat heb je aanvullend nodig?”.

Naar mijn idee stellen mensen deze vragen zichzelf heel vaak en vinden zij op eigen kracht een oplossing in hun eigen omgeving. Helaas is de gemeente hierbij dan wel vaak ‘de Sjaak’. Het zorgaanbod van de gemeente is immers vanzelfsprekend geworden, zowel om hiervan gebruik te maken als om deze aan te bieden. De gemeente zal steeds meer moeten zeggen: “Ik wil je graag helpen maar vraag ook eens of Jan en Miep (misschien ook Henk en Ingrid) iets voor je kunnen doen.”.

Dit betekent niet dat mensen aan hun lot worden overgelaten. Hun vragen worden alleen anders beantwoord; hulp vanuit de gemeente blijft mogelijk, maar is niet direct nodig omdat er andere oplossingen voor handen zijn.

Het Wijkondersteuningsteam is een uitwerking van deze andere klantbenadering. De kracht van dit team richt zich erop om de daadwerkelijke problemen te benoemen en mensen te ondersteunen om vanuit hun eigen kracht hierop actie te nemen. Wanneer enige vorm van eigen kracht niet mogelijk is zal doorverwijzing plaatsvinden. Door een brede samenstelling van het team  en het vermogen om de daadwerkelijke problemen te benoemen, wordt direct naar de juiste ondersteuning (of een combinatie hiervan) doorverwezen.

“Wmo, was dat niet iets met mantelzorg ofzo?” door Denise Babel, beheerorganisatie Regio Leiden

Vandaag mijn sollicitatiegesprek. Functie contractbeheerder WMO (senior eigenlijk, maar what’s in a name). Contracten lezen, ja dat kan ik. Een van de taken is ervoor zorgen dat partijen zich aan de afspraken houden. Dat komt ook wel goed. Maar de WMO…? Totaal geen kaas van gegeten. Was dat niet iets met mantelzorg ofzo?? Ff googlen dan maar. Hmm.. inderdaad mantelzorg.. zelfredzaam.. hulpmiddelen..thuiszorg… Wat? Thuiszorg, WMO? En elektrische rolstoelen, rollators  en scootmobielen ook???

Grappig… alhoewel… eigenlijk is het helemaal niet grappig. Ik zie die hangouderen altijd in grote groepen op het Alexandrium met hun rollator. Ze blokkeren de hele boel! Of als ik in de auto zit en iemand probeert over te steken met een scootmobiel. Het gaat nooit snel genoeg en altijd wanneer je haast hebt. Of wat dacht je van omver gereden worden door een scootmobiel en, ietwat dramatischer misschien, vastzitten tussen de rails van de metro. Met als bijkomend gevolg… vertraging!! Voor die persoon ja, maar nog belangrijker ook voor mij! Moest die man nou uitgerekend vast komen te zitten op de rails waar ik overheen moet? Lekker is dat, nu kom ik dus te laat op mijn sollicitatiegesprek! Waarom neemt hij een rolstoel als hij er toch niet mee over weg kan? Want niet alleen ik heb er last van, maar hij dus blijkbaar ook. Wat bij mij de vraag doet rijzen…. Hoe helpt zo een hulpmiddel nou bij het dagelijkse leven en wat bedoelt men nu met “zelfredzaam” zijn? Hmm.. een keertje uitzoeken dan maar.

Maar nu eerst mijn sollicitatiegesprek. Spannend, maar gaat goed…. Verrek, ik ben aangenomen! Mooi! Mijn eerste werkweek, gelijk contact opnemen met een hulpmiddelenleverancier om antwoord op mijn vragen te krijgen. Deze heeft een beter idee en stuurt een filmpje op. In het filmpje zijn vier waargebeurde verhalen te zien met echte cliënten. Het filmpje laat een man zien, die weer kan sporten dankzij zijn rolstoel en een oma die op haar kleinkinderen kan passen dankzij haar scootmobiel. Maar ook een vrouw die twee maanden langer moest wachten op haar rolstoel, waardoor haar leven ook weer twee maanden langer stil stond. De kern was bij iedereen hetzelfde. Niet meer afhankelijk zijn van een ander, maar nog belangrijker… het liet mogelijkheden zien, namelijk sporten, zelf dingen ondernemen, genieten van het leven, ”zelfredzaam” zijn dus. Aha, ik snap ‘m.

Het filmpje eindigt met een moeder met twee zwaar lichamelijk gehandicapte kinderen. Zij vertelt dat hun rolstoel ervoor zorgt dat zij nu eindelijk als een kind kunnen leven, zich zelfstandig kunnen voortbewegen, zelf kunnen eten. Ze kunnen nu eindelijk.. eindelijk.. “leven”. Pfff… Als moeder van twee kinderen even mijn best doen om geen traantje te laten. Tja, als je dat dan zo ziet, dan zet dat al die gebruikers van een hulpmiddel, ineens in een heel ander perspectief. Wat goed dat ze de deur uitgaan en niet afhankelijk zijn! En wat sneu dat die man vastzat tussen de rails. Hmmm… toch maar even navragen bij een leverancier hoe het zit met de controle op rijvaardigheid. Hee, een e-mail. Wat?! Een rolstoel niet op tijd geleverd?! Even bellen met die leverancier! Is tie nou helemáál? Zucht…. Wat heb ik toch een mooie baan.

 

Mijn ideale welzijnsorganisatie

Mijn ideale welzijnsorganisatie.

Stiekem heb ik wel eens gewenst dat ik een nieuwe welzijnsorganisatie zou mogen oprichten. Gewoon vanuit het niets helemaal van onderaf opbouwen. Om alle inzichten in te kunnen stoppen en zo een voorbeeld te hebben van hoe het wel kan. Flauwekul natuurlijk want niemand heeft de wijsheid in pacht.

Zou ik overigens de boreling wel ‘welzijnsorganisatie’ willen noemen? Liefste zou ik kiezen voor een naam die gelijk duidelijk maakt aan mijn klant wat hij of zij bij mij kan halen.

De klant is voor mij de afnemer van mijn diensten, de gebruiker, dus, zoals je wilt de burger. Wat kan die klant dan bij mij halen? Hulp bij gelukkig zijn, gezond zijn, lekker wonen en sociale contacten als de klant daar zelf niet uitkomt. Ik wil gaan voor een duurzame relatie. Ik wil vooraan in de rij staan als mijn klant er zelf niet uitkomt. Als mijn klant nog jong is wil ik hem helpen te spelen met andere kinderen als hij zelf gepest wordt. Als mijn klant later zelf kinderen heeft help ik hem als hij zich zorgen maakt over de veiligheid in de buurt. Als de kinderen al de deur uit zijn en zijn partner overlijdt en hij stikt van verdriet wil ik hem helpen met zijn rouw.

Helpen is voor mij niet zijn probleem overnemen maar als een raadsman en vertrouweling terzijde te staan. Ik kan helpen door mijn klant te verbinden met zijn eigen kracht en de kracht van mensen om hem heen. De mensen om hem heen zijn familie, vrienden, buren, vrijwilligers en andere professionals.

Wie betaalt mij voor mijn hulp? Met mijn hulp lever ik waarde en die waarde kan ik vertalen in een prijs. Het liefste wil ik dat diegene die de waarde ontvangt ook zelf die prijs betaalt. Dus ik stuur een rekening naar mijn klant. Als mijn klant de waarde in verhouding tot de prijs als eerlijk ervaart zal hij de rekening betalen.

Ik zorg ervoor dat ik diensten heb ik verschillende prijsklassen. Een instapdienst zoals bijv. een teleseminar waarin ik wel 100 klanten tegelijk 7 tips kan geven hoe om te gaan met rouw. Tegen weinig kosten lever ik waarde die ik kan vertalen in een kleine prijs. Een stap verder biedt ik online hulpverlening, geen reiskosten of dure gespreksruimten dus ook dan kan ik met minder kosten nog steeds waarde leveren en een redelijke prijs vragen. Natuurlijk heb ik ook mijn high-end product: een exclusief pakket van 6 individuele hulpverleningsgesprekken, waarde voor een volle prijs. De waarde in elke vorm van diensten staat voorop!

Als mijn klant zelf niet genoeg geld heeft om de rekening te betalen zoekt mijn klant zelf naar andere manieren om toch te kunnen betalen. Misschien kan mijn klant zelf ergens waarde leveren voor een prijs waarmee hij mijn prijs weer kan betalen. Misschien kan mijn klant met mijn rekening naar de gemeente gaan en de gemeente vragen om te betalen, of de verzekering. Of kan familie de rekening betalen. Ik denk graag met mijn klant hierover mee.

Nu heb ik het steeds over ‘ik’ en als ik het heb over een nieuwe welzijnsorganisatie gaat het natuurlijk eigenlijk over ‘wij’. Dan heb ik welzijnswerkers in dienst die wellicht denken: “het zal wel met die waarde en prijs, ik wil gewoon maandelijks mijn loon”. Op dit punt begin ik te twijfelen. Hoe verbind ik loon aan waarde? Ga ik dan toch naar de gemeente en zeg ik “jij wilt gelukkige burgers, die waarde ga ik leveren maar dan moet je wel eerst de prijs op mijn rekening storten zodat ik gegarandeerd lonen kan betalen”. En wie bekommert zich daarna nog om de waarde? Of heb ik voor welzijnswerk zoals ik het hier schets helemaal geen organisatie nodig? Er zijn inmiddels steeds meer mensen die in een waarde-economie, de society 3.0, geen plek meer zien voor hiërarchische organisaties.

Kortom, de wijsheid heb ik inderdaad niet in pacht. Wel inzicht in dat het anders moet en kan. En wat is jouw idee? Hoe ziet jouw ideale welzijnsorganisatie er uit? Hieronder bij de reacties kun je jouw ideeën kwijt.

Van ZIP naar WIP [gastvlog]

Gastvlog: Van ZIP naar WIP

Op 8 december jongstleden bestond het ZIP café 1 jaar. Het ZIP café is een initiatief van het Zorg Innovatie Platform. Bij de eerste editie van het ZIP café op 8 december 2009 was ik van de partij. Dit heeft mij geinspireerd tot trend 11 voor 2010: “WIP: het WIP wordt opgericht, Welzijn Innovatie Platform en gaat samenwerken met ZIP, Zorg Innovatie Platform. VWS en EZ juichen dit toe en belonen het initiatief met ongekend hoge subsidies.”

Aangezien de oprichting van het WIP tot nu toe in 2010 nog niet had plaatsgevonden, ben ik op 8 december 2010 opnieuw weer naar het ZIP café getogen als ultieme poging om iets in beweging te krijgen. Het idee voor een WIP sprak veel bezoekers van het café aan. Als speciale gastvloggers wilden ze voor mijn camera er wel iets over kwijt. Voorlopig resultaat: voornemen om in 2011 een speciale editie van het ZIP café te organiseren met Innovatie in Welzijn als hoofdthema! Wil je meedenken of heb je suggesties, post dan jouw reactie hieronder. Wordt vervolgd.

Dit was echt de allerlaatste gastblog uit de serie van 11. De blogs leveren stuk voor stuk een waardevolle bijdrage aan het welzijnswerk in Nederland door hun kritische, actuele maar vooral blije kijk op ons werk. Wil je alle blogs op een rijtje klik dan hier.