Hoe marketing jouw welzijnswerk vanaf morgen waardevol maakt

Pullmarketing.

Hier wil ik je een eenvoudig model aanreiken waarmee je jouw pullmarketing vorm kunt geven.

Pijplijn >>>> Follow-up >>>> Presentaties >>>> Verkoop

Pullmarketing gaat ervan uit dat jij voldoende aantrekkingskracht ontwikkelt zodat jij het vermogen hebt om klanten aan te trekken. Klanten komen dan naar jou toe in plaats van dat jij naar hen op ‘jacht’ gaat. Jij bent een autoriteit in jouw vak en klanten laten zich graag door jou helpen.

Het begint met een goed gevulde pijplijn. Jouw pijplijn is een lijst waarop jouw (potentiële) klanten staan met naam, adres en bij voorkeur ook een e-mailadres. Jouw klanten weten uiteraard dat ze op jouw lijst staan want daar moeten ze zelf goedkeuring voor geven. Bijvoorbeeld:

  • Ben je opbouwwerker in een bepaalde wijk dan bevat jouw lijst namen van wijkbewoners
  • Ben je jongerenwerker dan staan er jongeren op jouw lijst
  • Ben je hoofd van een projectenbureau dan staan potentiële opdrachtgevers op jouw lijst
  • Ben je communicatiemedewerker dan staan de managers en medewerkers op jouw lijst als jouw interne klanten.

Het maken van de lijst is niet een eenmalig gebeuren! Omdat er ongetwijfeld ook weer mensen van jouw lijst afvallen zorg je ervoor dat jouw lijst liefst wekelijks groeit. Hoe doe je dat? Heel simpel door jouw klanten op te zoeken (netwerken!) en hen te vragen of ze op jouw lijst willen staan. Natuurlijk zullen ze vragen wat dit inhoudt. En dan gaat het om de follow-up contacten.

Als de klanten eenmaal op jouw lijst staan zorg je ervoor dat de relatie tussen jou en de klant zich verder kan ontwikkelen en warm blijft. Daarvoor zal de klant regelmatig van jou moeten horen. Het meest efficiënt is dit met een digitale nieuwsbrief. In jouw nieuwsbrief deel je genereus jouw kennis. Bijvoorbeeld:

  • Ben je opbouwwerker dan maak je wekelijks een foto van een speciaal plekje in de wijk en schrijf je erbij waarom dit plekje volgens jou zo speciaal is
  • Ben je jongerenwerker dan stuur je de jongeren wekelijks een tip (mail, sms, buzz op de hyves) over hoe je vrienden maakt of over hoe je sporten leuk maakt
  • Het hoofd van het projectenbureau stuurt een maandelijkse nieuwsbrief met een tip hoe je een project succesvol kunt managen
  • De communicatiemedewerker stuurt via het intranet een wekelijkse schrijftip voor klantmagnetische teksten.

Voor het verder uitbouwen van jouw autoriteit ga je nog een stapje verder en ga je presentaties geven. De klant zal je nog beter leren kennen en weten wat hij bij jou kan halen.

  • De opbouwwerker geeft een korte workshop ‘wijkjutten’ en leert de bewoners hoe ze ook zelf met hun camera de wijk in kunnen gaan om plekken in de wijk vast te leggen en dit te delen met de andere wijkbewoners
  • De jongerenwerker nodigt de jongeren uit voor een maandelijkse vragensessie “durftevragen” en helpt jongeren aan antwoorden op hun vragen, samen met de andere aanwezigen (cocreatie!)
  • Het hoofd projectenbureau nodigt de klanten van zijn lijst uit voor een tour langs een aantal succesvolle projecten
  • De communicatiemedewerker geeft een korte training in succesvol twitteren.

Als je op deze manier aan jouw autoriteit bouwt en zorgt voor een warme relatie met de klanten op jouw lijst, zal de klant, op het moment dat hij jou nodig heeft, zonder aarzelen naar jou toekomen en vragen om jouw hulp. En het fijne is dat de laatste stap, de verkoop, in de meeste gevallen zelfs niet meer nodig is.

Vind je het leuk om te reageren? Dat kan hieronder!

P.S.: vond je dit een goed artikel waar je wat aan hebt, schrijf je dan even in voor mijn ezine WNmarketing Inspiratie. Je krijgt dan de nieuwste artikelen vanzelf in jouw mailbox! Inschrijven kan rechtsboven op deze pagina.

 

Maak het de klant makkelijk om jouw klant te zijn

Zure welzijnswerkers

Soms kom ik zure welzijnswerkers tegen (ik heb er best even over nagedacht of ik dit zo wel wilde opschrijven). Zure welzijnswerkers zijn niet aardig voor hun klanten. Ze vinden dat klanten zeuren, te veel van hun tijd in beslag nemen en teveel aandacht vragen. Jij kent ze vast! Alhoewel ik natuurlijk hoop dat het er niet teveel zullen zijn.

Het probleem zit niet in de klant. Het probleem is dat de welzijnswerker niet snapt wat de klant bezielt. De meeste klanten voelen zich erg onzeker. “Heb ik wel de juiste keuze gemaakt om deze afspraak te maken?” “Als ze mijn probleem nu maar niet stom vinden.” “Straks moet ik huilen.”

Jij kunt de klant helpen om zich minder onzeker te voelen en daar is maar heel weinig voor nodig. Het allerbelangrijkste is dat je gewoon aardig bent en met een beetje geluk ben je dat als je gewoon jezelf bent. Vergeet even alle methodieken die je ooit geleerd hebt en geef 100% van jouw aandacht aan jouw klant. Je helpt de klant om zich minder onzeker te voelen.

In de volgende stap komen jouw methodieken om de hoek kijken. Erken de klant in zijn of haar probleem. Laat de klant zien of voelen dat jij snapt waar hij of zij van wakker ligt. Besteed uitgebreid aandacht aan deze stap. Soms willen welzijnswerkers te snel naar hun oplossingen met het risico dat je de klant kwijtraakt. Stel vooral de juiste vragen en luister.

Vertel dan de klant over de oplossingen die jij hebt. Vertel wat je eerder hebt gedaan voor mensen met vergelijkbare problemen. Probeer hier zo helder en transparant mogelijk in te zijn. Niet “ik kan nog eens bij u langskomen en dan kunnen we er verder over praten”. Wel “we spreken vijf gesprekken af; in het eerste gesprek ga ik u nog beter leren kennen; in het tweede gesprek verkennen we samen waar uw probleem vandaan komt; in het derde gesprek …etc.” Zie de klant vooral als een partner in dit traject met een eigen verantwoordelijkheid en ook en vooral eigen kracht. Houd de klant niet dom maar help de klant om klant te zijn.

En natuurlijk vertel je de klant wat jouw oplossing hem of haar gaat opleveren. “Na die vijf gesprekken durft u het huis weer uit zodat u zich minder eenzaam zult voelen”. Of “nadat we drie keer samen de agenda van het buurtcomité hebben voorbereid zullen de vergaderingen weer met plezier bezocht worden.

De laatste stap is de klap op de vuurpijl: ziet de klant het zitten om met jou in zee te gaan vertel hem dan wat hij moet doen om nu echt jouw klant te worden. Hier gaat het om de conversie, de daadwerkelijk koop of deal. Maak deze laatste stap ook makkelijk voor jouw klant: “vul dit formulier in” of “bel met dit nummer om een afspraak te maken” of “maak het bedrag over op deze rekening”.

Op deze manier krijg je ‘voorbeeldige’ klanten die jou op geen enkele manier het gevoel zullen geven dat ze zeuren of om overmatige aandacht vragen. Integendeel: je bent op een heldere manier het commitment aangegaan waardoor jij vooral dat kunt doen waar je goed in bent en je de waardering krijgt die je verdient.

Vind je het leuk om te reageren? Dat kan hieronder!

P.S.: vind je dit een goed artikel waar je wat aan hebt, schrijf je dan even in voor mijn ezine WNmarketing Inspiratie. Je krijgt dan de nieuwste artikelen vanzelf in jouw mailbox! Inschrijven kan rechtsboven op deze pagina.

 

Vijf tips voor als plotseling een journalist belt

Schuld aan een slecht imago.

Zojuist een leuke journaliste gesproken. De aanleiding was minder leuk. Voor een artikel over het welzijnswerk voor ouderen had ze contact opgenomen met een welzijnsorganisatie en was uitgekomen bij de ouderenadviseur. Ze had wat kritisch de vraag gesteld of het nu nog wel zo slim is om diensten aan te bieden aan 55 plussers. Waarmee ze bedoelde:

“Ik ben zelf ook 56 maar werk volop en ga daar voorlopig nog even mee door. Kun je dan je niet beter richten op de echt ouderen die het echt nodig hebben? De combi van oud en 55 plus is toch niet meer van deze tijd?”

De ouderenadviseur schoot helaas in de wiek, was op de tenen getrapt, werd boos en was niet meer voor rede vatbaar.

De journaliste zag zich genoodzaakt nader onderzoek te doen en kwam zo ook bij mij uit.

Ik heb haar groot gelijk gegeven. Het is niet meer van deze tijd om oud te koppelen aan 55 plus. Maar eigenlijk is dat nu niet de kwestie.

Wat wel de kwestie is, is dat welzijnsorganisaties klagen over een slecht imago en zie hier hoe we dat soms aan onszelf te danken hebben. Hoe komt het toch dat we ons zo snel aangevallen voelen?

Ik zou zeggen: wees blij met de aandacht van een journalist. De relatie tussen jou en de journalist is gebaseerd op wederzijdse afhankelijkheid. Jij wilt toch publiciteit en de journalist wil informatie. Het is een relatie van geven en nemen. Behandel daarom elke journalist met respect. Dat kan je echt helpen bij het versterken van jouw imago.

Daarom vijf tips voor als plotseling een journalist belt:

  1. Bedenk dat de journalist je niet belt om jou aan te vallen maar om informatie te krijgen.
  2. Voel je je overvallen, vraag dan of je met 10 minuten zelf terug mag bellen.
  3. Weet je het antwoord niet op een vraag zeg dan dat je het uit gaat zoeken en het antwoord zo spoedig mogelijk op de mail zet.
  4. Een journalist mag kritische vragen stellen, dat is zijn vak. Schrik niet en blijf vriendelijk in jouw reactie. En natuurlijk mag je zeggen dat je het er niet mee eens bent en onderbouw dit dan vooral vanuit jouw eigen ervaringen.
  5. Bedank de journalist voor zijn interesse en geef tot slot aan dat hij je altijd weer mag bellen met vragen.

Ik ben benieuwd naar jullie eigen ervaringen met journalisten.

P.S.: Wat die 55 plussers betreft die zijn natuurlijk wel degelijk interessant maar dan niet gekoppeld aan oud. Innoveren dus! Hier zie je hoe je dat doet: http://www.55plustoolbox.nl/Toolbox.php

De echte klant van welzijn.

Wie is de echte klant van welzijn?

Een tijdje terug was ik op een bijeenkomst van MOVISIE over (en met) toonaangevende managers. Een van de vragen was: waar liggen managers wakker van? En wat denk je? Managers liggen wakker van de vraag “Wie is de klant”. En toen hoorde ik het voor het eerst: klant-klanten en client-klanten. Gebruik jij deze termen ook? Dan moet je je daar vast ongemakkelijk bij voelen. Volgens mij is het weer een mooi voorbeeld van de moeite die wij hebben om keuzes te maken.

Ik stel voor dat jij kiest. Dat je kiest voor de echte klanten en dat zijn wat mij betreft de client-klanten. Kwetsbare burgers die jou nodig hebben bij het meedoen en bijblijven. Mensen van vlees en bloed die verdriet hebben, eenzaam zijn, uit willen huilen en oplossingen zoeken. Alleen door scherp te focussen op jouw klanten en door compassie te voelen voor hun nood, kun jij ze te helpen. Dat is de basis, de legitimatie van jouw werk.

Dan stel ik voor dat we de vitale burgers, die jij natuurlijk heel hard nodig hebt om de kwetsbare burgers te helpen, de helpers noemen. Dit geldt trouwens ook voor sponsors en fondsen. Mensen en bedrijven willen graag helpen en jij zorgt voor de verbindingen maar nog steeds met de focus op kwetsbare burgers. Daar doe je het voor. Daar doen deze vrijwilligers het voor.

Dan zijn er nog de klant-klanten. Ik stel voor dat we die gewoon opdrachtgever noemen. Een wethouder, ambtenaar heeft een probleem: hij of zij wil leefbare wijken vol met gelukkige, zelfredzame burgers. En daar ga jij bij helpen. Door opnieuw scherp te focussen op kwetsbare burgers, jouw echte klanten, laat jij zien dat jij werkelijk kunt helpen. Het bewijs zit niet in evidence based onderzoek of SROI maar in die klant, jouw ambassadeur die op de nieuwjaarsreceptie van de gemeente de wethouder in het oor fluistert dat hij zo fijn door jou geholpen is.

Wie is jouw echte klant? Je kunt hieronder reageren.

De klant op reis in Breed Welzijn

De klant op reis in breed welzijn

Tjonge. Wat kunnen we het onszelf soms toch moeilijk maken. Vanaf onze spreekwoordelijke eilandjes roepen we elkaar toe hoe het wel en niet moet. Of nog erger: het eilandje is afgedreven naar een stille plek in de oceaan en totaal onbereikbaar. Welzijnsprofessionals hebben soms een enorme behoefte om zich te onderscheiden en denken dit te kunnen doen door zich af te zetten en stralen uit “daar hoor ik niet bij”. Ik begrijp het maar merk graag op dat dit op deze manier totaal niet in het belang is van onze klanten!

Als afdelingen binnen een brede welzijnsorganisatie zich gedragen als eilandjes dan zijn ze er vooral op gericht het eigen werkproces goed in te richten en te scoren op hun eigen resultaten. Iedere afdeling overziet alleen de consequenties van het handelen van de eigen taakstelling. Een andere collega is een andere afdeling en is een ander eiland.

Maar de klant is WEL vaak diegene die WEL het hele proces doorloopt en met meerdere afdelingen te maken heeft. En wil je jouw organisatie positioneren in het brein van jouw klant dan is het fijn en slim om de klant te geven wat jij als organisatie te bieden hebt. In de veronderstelling dat hij of zij met 1 organisatie van doen heeft. Dus je laat de klant niet ‘hoppen’ van eiland naar eiland maar je zorgt voor een comfortabele ‘all-inclusive’ reis.

Het grote voordeel van een brede welzijnsorganisatie met meerdere diensten en doelgroepen is dat we de klant een totale beleving kunnen geven: de zogenaamde klantreis. De jongere die nu jouw soos bezoekt is de mantelzorger van straks als zijn moeder ziek wordt. De vrijwilliger die nu voor jou de maaltijden rondbrengt is de oudere die straks jouw advies nodig heeft als zij plotseling haar man verliest. De kinderen en hun ouders die nu iedere woensdagmiddag onder jouw hoede spelen zijn straks klant van het vrijwilligerssteunpunt als jij jouw taken hebt overgedragen aan twee vaders.

Ik geef je graag wat tips hoe jij ervoor kunt zorgen dat de klant zijn reis door jouw organisatie als een onvergetelijke gebeurtenis zal ervaren:

* Zorg ervoor dat je klant makkelijk in kan stappen: laat jouw klant met een laagdrempelige activiteit of dienst kennismaken met jouw organisatie.

* Houd daarna contact met de klant: zorg voor een nieuwsbrief (het allerbeste) of regelmatig een bericht in de krant.

* Wees er voor de klant als er belangrijke gebeurtenissen zijn in zijn of haar leven, weet wat zijn of haar behoefte op dat moment is en speel daarop in met een passend aanbod (life-event-marketing).

* Als je doorverwijst van de ene afdeling naar de andere doe dit dan altijd ‘warm’.

* Wees consequent in het gebruik van namen en logo’s: bevestig de klant steeds dat hij op reis is binnen de organisatie.

* Geef de klant wat hij nodig heeft: naast makkelijke en laagdrempelige instapproducten of diensten, heeft een klant soms meer nodig. Kijk of je dit binnen de organisatie kunt oppakken. Bied naast lichte vormen van ondersteuning ook persoonlijke hulpverlening.

* Vier procent van je potentiële klanten wil het liefst een VIP-behandeling. In tegenstelling tot wat je wellicht vermoedt, is niet iedereen uit op makkelijk en laagdrempelig. Een klein, maar belangrijk deel van je klanten wil misschien wel graag betalen voor een zeer hoog niveau van service. Dus zorg ervoor dat je ook deze klanten iets te bieden hebt.

Met deze tips wens ik je veel succes om voor jouw klanten een onvergetelijke reis samen te stellen.

Hoe welzijnswerkers topverkopers worden

Toen marketing nog vooral werd vertaald met verkopen op de ‘ouderwetse manier’, pushmarketing, had het welzijnswerk een goede reden om zich daar niet mee in te laten.

Verkopen werd geassocieerd met een commerciële wereld die niet aansluit bij de onze. Met gepaste trots konden we toen zeggen “Wij zijn geen verkopers”.

Maar dat is veranderd. Door bezuinigingen en toenemende concurrentie staat onze marktpositie onder druk. Ik denk dat jullie dit herkennen. Ik ben regelmatig in gesprek met welzijnsorganisaties die zich grote zorgen maken. En misschien maak jij je ook wel zorgen.

Verkopen zoals het nu is, gaat gelukkig veel meer over de vraag hoe je waarde kunt creëren voor jouw klanten. En die vraag kun je beantwoorden als je weet wat de behoeften zijn van jouw klanten. Dus bij moderne marketing, pullmarketing, staat de klant centraal in plaats van jouw product of dienst. En dat zou ons wel moeten aanspreken.

Hoe wordt je een topverkoper?

Pullmarketing gaat over het kennen van jouw klanten, over de relatie van jou met jouw klant waarbij jij de klant centraal stelt. Je kent jouw klant, weet waar zijn behoefte zit en hoe jij hem daarbij gaat helpen. Je maakt hier de vertaling van de behoefte van de klant naar jouw dienst. Hier zul je het vertrouwen moeten winnen van de klant. Let op: je gaat niet verkopen (op de ouderwetse manier)! Je laat zien dat jij de expert bent die ze kunnen vertrouwen. De klant heeft er vooral wat aan dat je laat zien welke meerwaarde jij of jouw dienst toevoegt.

Op dit moment is de verleiding erg groot om vaktaal te gebruiken maar doe dit alsjeblieft niet. Bijvoorbeeld als het gaat om een maaltijdservice zal de klant weinig geïnteresseerd zijn in voedingswaarden of hoeveel gram groente erbij zit. Wat de klant wel fijn vindt om te horen is dat jij zijn zorgen over de dagelijkse maaltijd uit handen neemt.

Als je dit helder en direct doet in voor de klant begrijpbare taal krijgt jouw klant de kans om zelf voor jou te kiezen. En dan is jouw marketing rond: je hebt de brug geslagen waarover de klanten zelf naar jou toe kunnen komen en je hoeft niet te lopen leuren en trekken (pushmarketing) waar je eigenlijk gewoon zo’n vreselijke hekel aan hebt.

Pullmarketing doe je gestructureerd en vraagt iedere dag jouw aandacht. Zo zorg je voor een gestage stroom van klanten ook in tijden als het tegenzit. Zo wordt je de topverkoper die in de verste verte niet lijkt op de autoverkoper die je misschien voor ogen had maar wel de motivator, ambassadeur en relatiebeheerder van jouw welzijnswerk!

Ultieme klantgerichtheid in welzijn

De eerste dag dat we aankomen op de camping gaan we altijd op verkenning in het campingrestaurant. Bij het eten vroeg ik om een glas kraanwater: het meisje beloofde vriendelijk het te zullen brengen. Uiteindelijk was het een jongen die de drankjes bracht en mijn water zat er niet bij. Vriendelijk gaf hij te kennen dat het niet mogelijk was om een glas water te krijgen. Ook niet nadat ik beloofde dat ik uiteraard ook een ‘betaald’ drankje zou drinken. Het bleef bij een vriendelijke weigering. 

Nu wisten zij natuurlijk niet dat ik een erg luie kampeerder ben en als het even kan liever in het restaurant eet dan dat ik zelf kook. Maar jullie snappen nu wel dat ik deze vakantie zelf een flink aantal malen voor ons tentje heb staan koken (ook erg lekker trouwens).

Klantvriendelijk zijn ook de medewerkers die vriendelijk vertellen dat de trein vertraging heeft, of dat een kapotte fiets niet onder de garantie valt en dat ze natuurlijk snappen dat het lastig voor je is dat je nu niet kunt fietsen, of dat de monteur voor jouw kapotte vaatwasser pas echt over drie weken kan komen en jou dan ook nog vragen te snappen dat zij geen blik met monteurs kunnen opentrekken. Waarschijnlijk hebben ze allemaal een training in klantvriendelijkheid gevolgd.

Maar ze geven je ook het gevoel dat er ergens iets niet klopt: wat is dat dan toch? Zie het eens zo: klantvriendelijkheid is de fopspeen van organisaties die niet klantgericht zijn maar hun klanten toch met iets tevreden willen stellen. Je voelt je als klant letterlijk gefopt!

Veel welzijnsorganisaties hebben klantvriendelijkheid en/of klantgerichtheid in hun missie en kernwaarden opgenomen. Natuurlijk is het ook in het welzijnswerk belangrijk dat medewerkers vriendelijk en voorkomend zijn maar het is dus een misverstand om dit klantgericht te noemen. Klantgerichtheid gaat veel verder en betekent dat je werkelijk geïnteresseerd bent in jouw klanten. Dat je weet wat hen bezighoudt, wat hun probleem is waarom ze bij jou komen en dat je ze daadwerkelijk wilt helpen. Dit sluit goed aan bij de 8 bakens van Welzijn Nieuwe Stijl. Jos Burgers noemt in zijn boek “Hondenbrokken”, 5 wetten van klantgerichtheid:

1. Helpen verschilt per klant: vraag daarom altijd waarmee je kunt helpen

2. Helpen is niet altijd doen wat de klant vraagt: helpen is ook doorvragen

3. Helpen kun je ook als je nee moet zeggen: kijk of je op een andere manier kunt helpen

4. Helpen is ook ongevraagd advies geven: neem verantwoordelijkheid, denk mee met de klant

5. Helpen kan altijd beter: is de klant tevreden; hoe zou het nog beter kunnen?

Dit vraagt om de vaardigheid dat je in staat bent om je goed te verplaatsen in de behoeften en emoties van jouw klant. Hier een tip die je kunt gebruiken bij jouw bezinning: ga in jouw gedachten eens terug naar de meest tevreden klant die je ooit hebt gehad. Dat is de klant die jou uitvoerig heeft bedankt en waarbij jij na afronding trots was op wat je samen hebt bereikt. Wat was de behoefte van deze klant? Hoe ben je daarachter gekomen? Wat heb jij gedaan om te helpen? Gebruik de antwoorden op deze vragen om te bedenken hoe jij in september als jouw klanten weer voor de deur staan, gaat zorgen voor nog meer tevreden klanten!

Workshop Mijn Organisatie en IK, personal branding voor welzijnswerkers

Omdat de kwaliteit van onze diensten wordt gemaakt tijdens de interactie tussen de welzijnswerker en de klant is het vermogen van de welzijnswerker om relaties aan te gaan allesbepalend voor tevreden klanten. Dat is een lange zin om te zeggen: Welzijnswerker, jij kunt het maken of breken! Jij bent het sterkste marketingwapen waar jouw organisatie over kan beschikken. Jouw persoonlijkheid is voor veel klanten de belangrijkste reden waarom ze van de organisatie diensten afnemen.

Daar kun je slim gebruik van maken:

1. Zet jezelf actief in als boegbeeld van de organisatie voor jouw klantgroep.
2. Laat jezelf zien waar jouw klanten ook zijn.
3. Verkoop niet maar bouw aan relaties.
4. Laat zien dat je deskundig bent en weet wat de behoefte is van jouw klanten.
5. Schrijf daarover: blog, maak een hyve, wordt columnist voor de plaatselijke krant.
6. Verras jouw trouwe klanten door jezelf te overtreffen: zij zullen jouw ambassadeurs worden en nieuwe klanten aantrekken.

De workshop is voor die welzijnsprofessionals die hun sterke eigenschappen, vaardigheden en talenten nog beter willen benutten om op die manier meer succes en energie in hun werk te beleven. De deelnemers krijgen inzicht in het verschil tussen de traditionele manier van werken en de ‘personal branding filosofie’. De deelnemers gaan met interactieve werkvormen aan de slag om hun onderscheidende waarde voor de organisatie te ontdekken. De workshop helpt de deelnemers met het bepalen van een strategie om hun onderscheidende waarde verder te versterken en zichtbaar te maken. Voor veel werkplezier, tevreden klanten en effectieve welzijnsmarketing!

Praktische zaken en inschrijven:

Op dit moment staat geen workshop met een open inschrijving gepland. De workshop kan wel incompany geboekt worden. Neem daarvoor contact op: a.krakers@welzijnnederland.nl

Kosten: 150,00 euro (exclusief btw, inclusief lunch)

Deelnemers: maximaal 15

Bestemd voor: welzijnswerkers

Programma:

09.00-09.30: ontvangst

09.30-10.00: inleiding branding, ingredienten personal brand

10.00-10.15: trots op het welzijnswerk: personal brand en organisatiebrand

10.15-11.00: uw personal brand: ontdekken en beschrijven

11.00-11.15: pauze

11.15-12.15: pitchen!

12.15-13.00: brandcommunicatie: manieren om te bouwen aan uw brand

 


Hoe krijg ik meer klanten voor mijn welzijnsorganisatie?

In mijn vorige blog heb ik u beloofd, u op weg te helpen met het marktgericht werken. Klanten zijn natuurlijk het allerbelangrijkste! Het liefst veel en het liefst ook tevreden. Daarom in deze blog een tip hoe u meer klanten kunt krijgen.

Veel welzijnsorganisaties bedienen brede doelgroepen. Op de website staat dan keurig op een rij: kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen. Dus eigenlijk ‘iedereen’. Maar ‘iedereen’ is niemand (die kende u waarschijnlijk al). Wanneer u op zoek gaat naar nieuwe klanten en via uw website en kleurrijke folders de doelgroep benadert, lijkt dat een beetje op schieten met een schot hagel.

Mijn belangrijkste advies is: kijk eerst eens goed naar de klanten die u al bedient. Bijna zeker zitten daar ook klanten tussen die, wat u ook organiseert, altijd trouw van de partij zijn. Soms is dat best teleurstellend. Organiseer je een nieuwe activiteit, wacht je gespannen op wie er gaat komen en dan zit daar weer dat clubje gasten. Maar bekijkt u ze nu eens met andere ogen. Deze gasten zijn uw trouwe klanten. De mevrouw die voor de zoveelste keer belt met een ondersteuningsvraag is kennelijk de vorige keren goed door u geholpen. Ze is tevreden over uw dienstverlening want anders belde ze niet weer.

Heeft u deze klanten al wel eens bedankt voor hun loyaliteit? Heeft u ze wel eens in het zonnetje gezet? Wat het effect zal zijn, als u uw klanten verrast en boven hun verwachting verwent met uw oprechte aandacht, is dat zij over u en uw organisatie zullen praten. Zo ontstaat mond tot mond reclame en dit is de beste reclame die er is. Zo bereikt u nieuwe klanten. Een aandachtspunt voor u als welzijnsorganisatie is dat u er dan wel voor zorgt dat de reclame ook echt over u gaat.

Mijn moeder gymt al jaren en is daar erg tevreden over. Omdat ik vermoedde dat ze bij de MBvO zat georganiseerd door de lokale welzijnsorganisatie, vroeg ik haar daar eens naar. Waar gym je? In de gymzaal in de wijk. Wie organiseert dan die gym? Dat doet de leidster. Maar wie zit daar dan achter? Nou, niemand denk ik. Terwijl het toch echt de SWO is die deze gym zo prima voor haar organiseert. De aanbeveling kwam nu niet verder dan de leidster. Ook goed natuurlijk maar nog beter was het geweest als mijn moeder had gezegd: Ik maak gebruik van de gym van de SWO en dat is zo goed georganiseerd. Het is niet duur, het is er altijd gezellig en naast de gym is er nog veel meer te doen.

Dus veel aandacht is nodig voor de manier waarop u communiceert met uw klanten. Gebruik consequent uw huisstijl, zorg voor veel contactmomenten met uw klanten waarbij u iedere keer uw relatie met de klant positief bevestigt. Nieuwe klanten komen dan omdat ze over u gehoord hebben. Of omdat uw vaste klanten ze meenemen. Zijn er nieuwe klanten binnen? Wees dan alert want ook zij komen met de verwachting door u verwend te worden (dat hebben ze immers gehoord!) Stelt u ze dan maar liever niet teleur.

Ik wens u veel succes!