Money makes the world go round

De laatste dagen ben ik veel bezig met geld.

Dat is niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat welzijn in de ban is van bezuinigen. En misschien speelt het ook wel mee dat ik sinds 1 maart 100 procent ondernemer ben en er even aan moet wennen dat het geld niet meer vanzelf rond de 20e van de maand op mijn rekening staat. Ik heb onder andere het boek ‘Geef nooit korting’ van Jos Burgers gelezen. Jos schrijft dat het belangrijk is dat je trots bent op jouw prijzen.

Onlangs sprak ik een hoofd financiën van een middelgrote welzijnsorganisatie. Hij was zeker trots op zijn prijzen. ‘Krap werken’ noemde hij het: teveel doen voor te weinig geld. Zijn grote hart ging uit naar de klanten: ‘die kun je niet in de steek laten’. Ook gaf hij aan dat als ze maar kostenbewust zouden werken ze eigenlijk ook niet veel meer nodig hadden, het gaat toch ook om gemeenschapsgeld en daar moet je zuinig mee omgaan.

Je kunt jouw prijs bepalen op basis van jouw kosten. Als je dan erg ‘krap werkt’ kun je voor een klein prijsje jouw diensten leveren. Maar staat die prijs dan in verhouding tot de werkelijke waarde die je levert? Als je de prijs bepaalt kun je ook kijken naar wat de markt bereid is te betalen op basis van toegekende waarde. De klant is niet geïnteresseerd in wat het mij kost maar in wat het hem kost en welke waarde hij ervoor geleverd krijgt.

Dan nog iets: Hoe belangrijk is het om goedkoop te zijn? Goedkoop is duurkoop is een gezegde wat nog vaak de spijker op z’n kop slaat. Prijs is een belangrijke indicator van kwaliteit. Als het goedkoop is wil de klant eerst snappen waarom het goedkoop is voordat hij de kwaliteit vertrouwt.

Als klanten zeggen dat je te duur bent is dat vervelend. Het is pas echt een ramp als je dat zelf ook vindt. Als je nog nooit hebt gehoord dat je te duur bent ben je zelfs waarschijnlijk te goedkoop. Zie de klant die moeite heeft met jouw tarief als bewijs dat jouw prijs op een goed niveau zit. En als de klant over de prijs begint wil hij waarschijnlijk met je in zee. Anders begint hij er immers niet over. Ik ben benieuwd welke welzijnsorganisatie wel eens te horen heeft gekregen dat ze te duur is.

De prijs is alleen doorslaggevend als er geen onderscheid is in de verschillende leveranciers. Geef daarom de klant een goede reden om specifiek voor jou te kiezen. Als de klant overtuigd is van jouw unieke waarde is de prijs minder belangrijk.

Dan schrijft Jos nog iets wat mij persoonlijk erg raakte. Hij noemt dit ‘vermeende prijsdruk’: de klant wil niet met je in zee en voert als argument aan dat je te duur bent terwijl de werkelijke reden is dat jouw hoofd hem niet aan staat. En dat zal hij natuurlijk nooit tegen je zeggen. Ik hoor Jet Bussemaker dan nog zo zeggen: ‘Twee derde van de relaties tussen gemeente en welzijnsorganisatie worden als slecht beoordeeld’. Ik ben benieuwd welke conclusies jij dan trekt. Je kunt hieronder reageren.

P.S.: vond je dit een goed artikel waar je wat aan hebt, schrijf je dan even in voor mijn ezine WNmarketing Inspiratie. Je krijgt dan de nieuwste artikelen vanzelf in jouw mailbox! Inschrijven kan rechtsboven op deze pagina.

 

Hoe marketing jouw welzijnswerk vanaf morgen waardevol maakt

Pullmarketing.

Hier wil ik je een eenvoudig model aanreiken waarmee je jouw pullmarketing vorm kunt geven.

Pijplijn >>>> Follow-up >>>> Presentaties >>>> Verkoop

Pullmarketing gaat ervan uit dat jij voldoende aantrekkingskracht ontwikkelt zodat jij het vermogen hebt om klanten aan te trekken. Klanten komen dan naar jou toe in plaats van dat jij naar hen op ‘jacht’ gaat. Jij bent een autoriteit in jouw vak en klanten laten zich graag door jou helpen.

Het begint met een goed gevulde pijplijn. Jouw pijplijn is een lijst waarop jouw (potentiële) klanten staan met naam, adres en bij voorkeur ook een e-mailadres. Jouw klanten weten uiteraard dat ze op jouw lijst staan want daar moeten ze zelf goedkeuring voor geven. Bijvoorbeeld:

  • Ben je opbouwwerker in een bepaalde wijk dan bevat jouw lijst namen van wijkbewoners
  • Ben je jongerenwerker dan staan er jongeren op jouw lijst
  • Ben je hoofd van een projectenbureau dan staan potentiële opdrachtgevers op jouw lijst
  • Ben je communicatiemedewerker dan staan de managers en medewerkers op jouw lijst als jouw interne klanten.

Het maken van de lijst is niet een eenmalig gebeuren! Omdat er ongetwijfeld ook weer mensen van jouw lijst afvallen zorg je ervoor dat jouw lijst liefst wekelijks groeit. Hoe doe je dat? Heel simpel door jouw klanten op te zoeken (netwerken!) en hen te vragen of ze op jouw lijst willen staan. Natuurlijk zullen ze vragen wat dit inhoudt. En dan gaat het om de follow-up contacten.

Als de klanten eenmaal op jouw lijst staan zorg je ervoor dat de relatie tussen jou en de klant zich verder kan ontwikkelen en warm blijft. Daarvoor zal de klant regelmatig van jou moeten horen. Het meest efficiënt is dit met een digitale nieuwsbrief. In jouw nieuwsbrief deel je genereus jouw kennis. Bijvoorbeeld:

  • Ben je opbouwwerker dan maak je wekelijks een foto van een speciaal plekje in de wijk en schrijf je erbij waarom dit plekje volgens jou zo speciaal is
  • Ben je jongerenwerker dan stuur je de jongeren wekelijks een tip (mail, sms, buzz op de hyves) over hoe je vrienden maakt of over hoe je sporten leuk maakt
  • Het hoofd van het projectenbureau stuurt een maandelijkse nieuwsbrief met een tip hoe je een project succesvol kunt managen
  • De communicatiemedewerker stuurt via het intranet een wekelijkse schrijftip voor klantmagnetische teksten.

Voor het verder uitbouwen van jouw autoriteit ga je nog een stapje verder en ga je presentaties geven. De klant zal je nog beter leren kennen en weten wat hij bij jou kan halen.

  • De opbouwwerker geeft een korte workshop ‘wijkjutten’ en leert de bewoners hoe ze ook zelf met hun camera de wijk in kunnen gaan om plekken in de wijk vast te leggen en dit te delen met de andere wijkbewoners
  • De jongerenwerker nodigt de jongeren uit voor een maandelijkse vragensessie “durftevragen” en helpt jongeren aan antwoorden op hun vragen, samen met de andere aanwezigen (cocreatie!)
  • Het hoofd projectenbureau nodigt de klanten van zijn lijst uit voor een tour langs een aantal succesvolle projecten
  • De communicatiemedewerker geeft een korte training in succesvol twitteren.

Als je op deze manier aan jouw autoriteit bouwt en zorgt voor een warme relatie met de klanten op jouw lijst, zal de klant, op het moment dat hij jou nodig heeft, zonder aarzelen naar jou toekomen en vragen om jouw hulp. En het fijne is dat de laatste stap, de verkoop, in de meeste gevallen zelfs niet meer nodig is.

Vind je het leuk om te reageren? Dat kan hieronder!

P.S.: vond je dit een goed artikel waar je wat aan hebt, schrijf je dan even in voor mijn ezine WNmarketing Inspiratie. Je krijgt dan de nieuwste artikelen vanzelf in jouw mailbox! Inschrijven kan rechtsboven op deze pagina.

 

Workshop Welzijn 2.0, van magie naar strategie

Social Media, ook wel sociale netwerken en nieuwe media genoemd, oefenen een enorme aantrekkingskracht uit op welzijnsorganisaties.

Steeds meer organisaties en welzijnswerkers nemen zich voor om er werk van te maken. Maar hoe begin je? Hoe pak je het aan? Wie moet zich ermee bezig houden? Waar vind je de doelgroep? Kan het onder werktijd? Hoe houd ik er controle op?
In deze workshop leer je planmatig om te gaan met social media zodat de inzet ervan als onderdeel wordt verankerd in jouw werk.

Als je al lang de overtuiging hebt dat je ‘er iets mee moet’ maar

  • ertegen opziet,
  • niet weet wat je er precies mee aan moet of
  • al wel bent begonnen maar er niks aan vind

kom dan meedoen!

Zeker de helft van de deelnemers aan vorige workshops Welzijn 2.0 worden na afloop actief op Twitter, Linkedin of starten een hyves!

In grote lijnen komen de volgende stappen aan bod:

  • Is dit nu echt nodig: strategische- en marketing overwegingen
  • Waar en hoe begin je: van visie naar account
  • Hoe houd ik grip: gedragsregels, sturen en monitoren
  • Duurzaam en veilig: onderhouden, uitbouwen en successen

En natuurlijk gaan we kijken op Twitter en Linkedin. Na afloop ontvang je een praktisch werkboekje waarmee je gelijk na het weekend zelf aan de slag kunt.

Praktische zaken:

De workshop heb ik op 25 maart voorlopig voor het laatst gegeven met een open inschrijving. Deze workshop is wel incompany te boeken. Neem in dat geval even contact met me op.


Sociaal media is Booming [gastblog]

Gastblog: Social Media is Booming!

Dit is het eerste gastblog van de 11 die gaan komen. Uiteraard heb ik mijn Welzijn 2.0 maatje Hans Versteegh gevraagd om zijn mening als het gaat om trend 8 in 2010: “Social media is booming: welzijnswerkers twitteren, bloggen, hyven en zijn te vinden op Linkedin. Via sterke sociale netwerken hervinden zij beroepstrots en laten ze zien dat ze experts zijn in sociale beweging.” Hans:

Om te zien of deze trend in 2010 werkelijkheid is geworden, knip ik hem graag even in stukjes.

Social Media is booming:

Nederland omarmt in rap tempo social media. Bijna 100% van de bevolking heeft toegang tot het internet. Mobiel internet vervangt daarbij de PC door smartphones en iPads. Groepen waarvan iedereen dacht dat die achter zouden blijven bewijzen het tegendeel.

Welzijnswerkers twitteren, bloggen, hyven en zijn te vinden op Linkedin.

De paar early adopters van het begin hebben gezelschap gekregen van change agents die helpen anderen nieuwsgierig te maken. Van directeur tot receptionist wordt in de sector getwitterd en gelinked. Facebook en Foursquare komen ook op. Hier en daar wordt al de slag gemaakt naar het toepassen in het dagelijks werk met de doelgroep.

Via sterke sociale netwerken …

Nieuwe netwerken zijn ontstaan, die zwaar leunen op social media. Welzijn 2.0 is gestart met als doel de sector te doordringen van het belang, de winst en de kracht van social media en ICT. In de Linkedin-subgroep Welzijnswerkers 2.0, onder Welzijn Nederland, komen deze ambassadeurs samen.

Van dichtbij heb ik gezien dat een beroepsvereniging in de sector om ging. De Beroepsvereniging Opbouwwerk Nederland kreeg een nieuw bestuur, een nieuwe naam en daarmee een nieuwe koers. Als Community Development 2.0 en met de hashtag #CODE20 bereiken zij hun achterban via sociale media.

… hervinden zij beroepstrots en laten ze zien dat ze experts zijn in sociale beweging.

Er is –bij mij althans- een beeld ontstaan van jonge, frisse, gemotiveerde, goedgebekte, ondernemende, zeer betrokken en zelfbewuste welzijnswerkers die claimen sociale experts te zijn. Zij mengen zich actief in discussies op het internet en bepalen daardoor mede de koers van de sector.

Graag vul ik de trend van 2010 nog een beetje aan.

Vanuit het beroepsonderwijs is aandacht voor deze ontwikkeling in de sector. Onderwijs en onderzoek kunnen de sector enorm vooruit helpen.

Is de trend uitgekomen?

Zeker! Er is een niet te stoppen ontwikkeling in gang gezet.

Zijn we er?

Zeker niet! Hoewel social media in 2010 in door welzijn werd ontdekt ,moet er nog een grote slag gemaakt worden. Het is nog geen vast onderdeel van het dagelijks werk met bewoners, cliënten, vrijwilligers en maatschappelijke partners. De doorsnee welzijnswerker mist vaak mediawijsheid en kennis van de mogelijkheden van diverse sociale media. Bij-scholing op dit punt is dringend gewenst.

En dan nog de organisatiekant.

Organisaties in welzijn kunnen achterop raken zolang ze internettoegang blijven beperken voor hun medewerkers. ICT systemen waarmee kennis vastgelegd, gedeeld en ontwikkeld kan worden zie je nauwelijks. In onderlinge en externe communicatie en in samenwerking met maatschappelijke partners laten we kansen liggen. Met Het Nieuwe Werken kan ook in onze sector winst gehaald worden. De overheid en het bedrijfsleven zijn daar al verder in en halen ons links en rechts in.

We doen er goed aan ons oor vlak buiten de sector te luisteren te leggen. Bijvoorbeeld op de thema´s eParticipatie, eHulp, Jeugdzorg 2.0 en Community Management. Dat is strategisch verstandig omdat de wereld om ons heen snel doorontwikkeld en omdat werkgevers in de sector moeten zorgen dat ze aantrekkelijk blijven voor instroom van nieuwe medewerkers.

In 2010 heb ik al eens geroepen dat 2011 het jaar van de zich digitaliserende welzijnswerker zou moeten worden. Ik blijf daar voorlopig nog even bij.

Hans Versteegh is pleitbezorger en visionair van Welzijn 2.0, secretaris van CODE 2.0 en als opbouwwerker werkzaam voor Stichting Welzijn Amersfoort. Hij geeft inspiratiesessies, demo’s, presentaties en blogt over het thema welzijn en ICT.

Ben je het met Hans eens? Of niet? Je bent welkom om hieronder te reageren. Meer gastblogs lezen de komende dagen? Meld je dan even aan voor de mailinglijst.

Morgen begin ik echt

Deze blog is een hart onder de riem voor al diegenen die inmiddels overtuigd zijn dat ze aan de slag moeten met social media.

laatste update: 14 november 2012

En dit dan dus ook echt willen. Want, en dit is de eerste geruststelling, als je het echt niet wilt doe het dan ook gewoon niet. Niemand die het je kwalijk zal nemen. Social media zijn een middel en geen doel op zich. Bedenk dus vooraf wat je ermee zou willen bereiken. Is jouw doel om je te profileren door te netwerken dan zijn social media jouw middel bij uitstek!

De laatste weken hoor ik veel mensen zeggen: “In de kerstvakantie ga ik beginnen”. Dat is een goed voornemen maar het is echt niet nodig om hier jouw hele vakantie aan te besteden. Dan maak je het groter dan dat het is. Net als netwerken “in real life” is een online netwerk niet in een paar dagen gebouwd. Dit doe je gewoon stapje voor stapje. En de start is binnen een uur gepiept! En die start is dan misschien wel de spreekwoordelijke drempel waar je overheen moet maar als je het echt wilt doe je dat gewoon nu (als het goed is zit je nu toch achter de pc).

Hier gaan we. Op de eerste plaats kies je voor 1 social media platform om mee te beginnen. Mijn voorstel is dat je kiest voor Linkedin. Binnen welzijn en zorg zijn daar inmiddels zoveel mensen te vinden dat het niet moeilijk is om hier bekenden op te zoeken en te linken.

Ga naar www.linkedin.com Klik op ‘nu lid worden’. Je komt nu in een scherm waar je jouw voornaam, achternaam, mailadres en wachtwoord (password) invult. Gebruik gewoon jouw eigen voor- en achternaam. Linkedin werkt niet met nicknames. Denk over het mailadres even goed na: gebruik je hier jouw mailadres van jouw werk of een privémail? Realiseer je hierbij dat jouw netwerk gekoppeld is aan jouw persoon en niet aan de organisatie waar jij werkt en dus ook niet overdraagbaar is. Mijn advies is om hier jouw privémail te gebruiken. Het is nu ook belangrijk dat je onthoud welk mailadres je hier invult omdat Linkedin jouw profiel koppelt aan dit adres. Raak je het kwijt en vul je een ander adres in dan maak je misschien onbedoeld een tweede account aan en dat is later lastig te herstellen.

Klik op ‘word lid van linkedin’. Je komt nu in een scherm, stap 1, waar je een paar basale gegevens invult. Klik op ‘mijn profiel aanmaken’. In stap 2 die automatisch volgt wil Linkedin jou al naar connecties laten zoeken. Mijn advies is dat je dit voor nu even overslaat. Klik op ‘deze stap overslaan’. Stap 3 is dat je via de mail een bevestigingslink ontvangt en hiermee jouw aanmelding bevestigd. Bij stap 4 kom je dan weer terug in jouw profiel en zoekt Linkedin weer connecties voor je op. ‘deze stap overslaan’. Stap 5 evenzo ‘deze stap overslaan’. Bij stap 6 kies je voor een basis account want die is gratis. Hierna ben je klaar en kom je in jouw profiel met een welkom!

Zo eenvoudig is het. Gaat het bij jou anders dan dat ik hierboven heb beschreven volg dan jouw intuïtie. Ook dan komt het goed. Gaat het echt helemaal niet lukken schakel dan jouw hulptroepen in. Je mag jouw vragen ook hier posten bij de reacties.

Je kunt nu aan jouw netwerk gaan bouwen. Hoe je dat doet lees je hier: http://www.ernohannink.nl/beginnen-op-linkedin-een-online-netwerk-opbouwen/

Heel veel succes! Ik hoop dat we elkaar gaan tegenkomen op Linkedin (www.linkedin.com/in/annekekrakers) en voor nu wens ik je alvast een hele fijne kerstvakantie!