Workshop Welzijn 2.0, van magie naar strategie

Social Media, ook wel sociale netwerken en nieuwe media genoemd, oefenen een enorme aantrekkingskracht uit op welzijnsorganisaties.

Steeds meer organisaties en welzijnswerkers nemen zich voor om er werk van te maken. Maar hoe begin je? Hoe pak je het aan? Wie moet zich ermee bezig houden? Waar vind je de doelgroep? Kan het onder werktijd? Hoe houd ik er controle op?
In deze workshop leer je planmatig om te gaan met social media zodat de inzet ervan als onderdeel wordt verankerd in jouw werk.

Als je al lang de overtuiging hebt dat je ‘er iets mee moet’ maar

  • ertegen opziet,
  • niet weet wat je er precies mee aan moet of
  • al wel bent begonnen maar er niks aan vind

kom dan meedoen!

Zeker de helft van de deelnemers aan vorige workshops Welzijn 2.0 worden na afloop actief op Twitter, Linkedin of starten een hyves!

In grote lijnen komen de volgende stappen aan bod:

  • Is dit nu echt nodig: strategische- en marketing overwegingen
  • Waar en hoe begin je: van visie naar account
  • Hoe houd ik grip: gedragsregels, sturen en monitoren
  • Duurzaam en veilig: onderhouden, uitbouwen en successen

En natuurlijk gaan we kijken op Twitter en Linkedin. Na afloop ontvang je een praktisch werkboekje waarmee je gelijk na het weekend zelf aan de slag kunt.

Praktische zaken:

De workshop heb ik op 25 maart voorlopig voor het laatst gegeven met een open inschrijving. Deze workshop is wel incompany te boeken. Neem in dat geval even contact met me op.


Vertrouwen [gastblog]

Gastblog: vertrouwen

Bart blogt over trend 1: “vertrouwen wordt belangrijker dan meten: er komt een einde aan alle overmatige aandacht voor het meten van prestaties en resultaten. Vertrouwen wordt weer belangrijk. Goede persoonlijke relaties worden weer op prijs gesteld.” Nog voordat Bart aan zijn conclusie begint zegt hij: “Eigenlijk registeren we dus om vertrouwen te krijgen.” Idealistische plannen krijgen vertrouwen van opdrachtgevers als je laat zien wat  je samen met klanten kunt bereiken. Mooi! Bart:

Inleiding:

Toen Anneke mij vroeg om een blog te schrijven, was ik meteen enthousiast. Ik ben geen expert op het gebied van effectregistratie, maar het geven van vertrouwen is de basis voor jongerenparticipatie. En daar weet ik wel iets van. ‘Dat komt wel goed’ dacht ik dus.

Geschiedenis

Een eerste inventarisatie op Google leverde meteen een deuk in mijn zelfvertrouwen op. De discussie over prestatiemeting in Welzijn bestaat namelijk al vanaf ver voor mijn geboorte. Vanaf de jaren 60 wordt er door professionals en beleidsmakers tevergeefs gezocht naar een goede registratiesystematiek. Meten we op resultaten (output) of op effecten (outcome)? Hoe meet je die effecten dan? Wie heeft welke bijdrage geleverd aan het resultaat? Meten we de klanttevredenheid? Gaan we mensen monitoren en welke gegevens monitoren we dan? Gaan we voor Best Practice of Best Persons? Deze blog bleek toch iets lastiger dan ik had verwacht.

Maatschappelijke trends

De maatschappelijke trends van de afgelopen jaren geven ook geen eenduidig beeld. De invoering van de WMO heeft niet overal geleid tot een toename van het vertrouwen in de Welzijnssector. De zelfredzame burger en de welzijn-nieuwe-stijl professional zijn weer verantwoordelijk voor hun eigen leven en professie, maar deze toegenomen verantwoordelijkheid betekent niet altijd dat zij ook meer vertrouwen krijgen. Veel welzijnswerkers hebben gevoel dat ze steeds vaker ter verantwoording worden geroepen door een subsidiegever. Dit gevoel zie je terug in andere maatschappelijke trends zoals de extra aandacht voor leefbaarheid en veiligheid, de politieke aandacht voor regels en het wantrouwen van ‘linkse hobby’s’. Of je vertrouwen geeft aan mensen, blijkt dus voor een groot deel af te hangen van je visie op de vraag: ‘Is participeren in de maatschappij een recht of juist een plicht?’.

Eigen netwerk

Hiermee had ik nog steeds geen antwoord op de vraag ‘wordt vertrouwen belangrijker dan meten?’. Dus ik deed wat ik mijn doelgroep probeer te leren: ‘als je er zelf niet uitkomt, dan vraag je om hulp’. Een rondje bellen en Twitteren binnen mijn netwerk leverde de volgende conclusie op: vertrouwen en meten zijn beide belangrijk. Welzijnswerkers en beleidsbepalers zijn het zowaar eens over dit onderwerp! Welzijnswerkers zijn gebaat bij vertrouwen en willen daarnaast het resultaat van hun werk laten zien. Gemeentefunctionarissen willen graag vertrouwen geven en controleren op hoofdlijnen. De vraag waar beide partijen mee worstelen is: ‘Hoe zorg je voor een effectieve registratie?’. Tegelijkertijd beseffen beiden dat cijfers niet alles zeggen. Het verhaal of de beleving van de persoon achter de cijfers is net zo belangrijk.

Waarom registreren

Waarom doen we dan zo veel moeite om effectieve registratiemethodes te vinden, als we daarnaast toch nog de ‘zachte informatie’ en de verhalen willen horen? Wat is eigenlijk het doel van registratie? Samengevat gaat het om 2 doelstellingen. Als eerste willen we de effectiviteit van verschillende sociale interventies meten om ons werk te kunnen blijven verbeteren. Ten tweede willen we op een transparante manier verantwoorden wat we doen met het geïnvesteerde belastinggeld. Eigenlijk registeren we dus om vertrouwen te krijgen.

Conclusie:

Hiermee heb ik een gedeeltelijk antwoord op de vraag ‘wordt vertrouwen belangrijker dan meten?’. Beide zijn belangrijk. Natuurlijk moeten we doorgaan met onderzoek naar effectieve registratiemethoden, maar wat doen we tot die tijd? Waardoor krijgen gemeenten vertrouwen in Welzijn. Waarom kreeg ik van de gemeente groen licht om een jongerencentrum te ontwikkelen op basis van maximale jongerenparticipatie? Die vraag heb ik gesteld aan de verantwoordelijke beleidsmedewerkers van de gemeente Zwolle: Hun antwoord: ‘Je plannen waren goed, maar we vonden ze erg idealistisch’. ‘We kregen er pas echt vertrouwen in toen je de jongeren de kans gaf om te laten zien wat ze in hun mars hebben’.

Bart Demmers is jongerenwerker bij Travers Welzijn. Met 100% jongerenparticipatie is Level-Z van de grond getild. Op hun website is te lezen dat op verzoek van de jongeren Black Ops is aangeschaft. Schijnt een gaaf spel te zijn ;-). Ben je ook jongerenwerker en ga je voor 100% jongerenparticipatie? Krijg je daarvoor het vertrouwen van je opdrachtgever? Je kunt hier reageren.

Mag ik binnenkomen?

Welzijn Nieuwe Stijl vraagt om de Professional Nieuwe Stijl. Het Manifest “Eropaf!” beschrijft de tien kernwaarden van outreachend werken. Al lezend kwamen vanochtend mooie herinneringen boven.

Ik heb op de Sociale Academie gezeten van 1981-1985. In een hechte klas werden we opgeleid als maatschappelijk werkers. In de eerste twee jaren hebben we samen onze eigen socialisatie doorwrocht en het was dan ook niet verwonderlijk dat we dicht op elkaars huid zaten. Mijn beste vriendin was tevens klasgenoot. Toen we in het derde jaar stage gingen lopen en zij koos voor het JAC en ik voor de reclassering was dat een breuk in onze vriendschap. Kun je het voorstellen? Zij verfoeide het dat ik als maatschappelijk werker mij committeerde aan de handhavende en dus repressieve macht van justitie.

Ik op mijn beurt kon er slecht mee omgaan dat zij in die losgeslagen boel terecht kwam waar sturen op een oplossing van het probleem van de jongeren in mijn ogen niet meer was dan samen hangen op de bank met een kop koffie. Haha. Ik moet er nu om glimlachen maar geloof me, onze discussies waren erg heftig. Herkenbaar? Het manifest beschrijft in 1985 een omslagpunt. Het tijdperk van emancipatie waarbij de professional zich identificeert met de klant en er naast staat, ging over in het tijdperk van no-nonsens, er is distantie en de professional gaat meer bij de klant vandaan.

Een andere herinnering betreft de periode dat ik als bedrijfsmaatschappelijk werker bij de Belastingdienst werkte. Zo rond 1993 kwam een verschuiving in onze werkwijze. Waren we gewend om bij de klant op huisbezoek te gaan, ineens was dat niet meer zo professioneel. We nodigden ze uit op kantoor en richten daar een zitje in. Even later ontdekten we dat juist dit zitje soms voor ellenlange gesprekken zorgde. De klant ging er letterlijk eens goed voor zitten en deed zijn verhaal. Om dit voor te zijn verdwenen de zitjes en verplaatsten de gesprekken zich naar het bureau. Ik kan het nog zo voelen dat een jonge vrouw tegenover mij aan mijn bureau verstikt door verdriet over haar overleden baby alleen maar kon huilen en het mij domweg niet lukte om de afstand die ik zelf had gecreëerd te overbruggen.

Wij zijn allemaal ‘kinderen van onze tijd’. En tijden veranderen en zorgen voor nieuwe inzichten. Het Manifest beschrijft dat in 2002 een nieuwe fase is begonnen: de herontdekking van de leefwereld van de klant waarbij betrokken professionaliteit past: er op af! Wat het Manifest de moeite waard maakt is dat het ingaat op de Professional Nieuwe Stijl. Niet veroordelend maar wel richtinggevend. De basishouding voor alle professionals in de sociale sector is outreachend werken: vragen of je binnen mag komen, luisteren naar het verhaal van de klant, open en contact makend, steunend en respectvol, waar nodig hard en confronterend op de inhoud maar steeds vanuit contact met de belevingswereld van de klant, gericht op herstel van verbindingen en het versterken van netwerken waarbinnen de eigen kracht kan worden gemobiliseerd.

Ik denk dat ons dit allemaal wel zal aanspreken en past bij de uitgangspunten waarom we ooit in het vak zijn gestapt. Het besef groeit dat wij een belangrijke schakel zijn in een civil society. Wat nu belangrijk is, is dat we tijd krijgen om dit te laten rijpen en kunnen groeien in deze rol en waar nodig ondersteuning krijgen van onze organisaties. Ik zelf heb er alle vertrouwen in dat dit gaat lukken.