Money makes the world go round

De laatste dagen ben ik veel bezig met geld.

Dat is niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat welzijn in de ban is van bezuinigen. En misschien speelt het ook wel mee dat ik sinds 1 maart 100 procent ondernemer ben en er even aan moet wennen dat het geld niet meer vanzelf rond de 20e van de maand op mijn rekening staat. Ik heb onder andere het boek ‘Geef nooit korting’ van Jos Burgers gelezen. Jos schrijft dat het belangrijk is dat je trots bent op jouw prijzen.

Onlangs sprak ik een hoofd financiën van een middelgrote welzijnsorganisatie. Hij was zeker trots op zijn prijzen. ‘Krap werken’ noemde hij het: teveel doen voor te weinig geld. Zijn grote hart ging uit naar de klanten: ‘die kun je niet in de steek laten’. Ook gaf hij aan dat als ze maar kostenbewust zouden werken ze eigenlijk ook niet veel meer nodig hadden, het gaat toch ook om gemeenschapsgeld en daar moet je zuinig mee omgaan.

Je kunt jouw prijs bepalen op basis van jouw kosten. Als je dan erg ‘krap werkt’ kun je voor een klein prijsje jouw diensten leveren. Maar staat die prijs dan in verhouding tot de werkelijke waarde die je levert? Als je de prijs bepaalt kun je ook kijken naar wat de markt bereid is te betalen op basis van toegekende waarde. De klant is niet geïnteresseerd in wat het mij kost maar in wat het hem kost en welke waarde hij ervoor geleverd krijgt.

Dan nog iets: Hoe belangrijk is het om goedkoop te zijn? Goedkoop is duurkoop is een gezegde wat nog vaak de spijker op z’n kop slaat. Prijs is een belangrijke indicator van kwaliteit. Als het goedkoop is wil de klant eerst snappen waarom het goedkoop is voordat hij de kwaliteit vertrouwt.

Als klanten zeggen dat je te duur bent is dat vervelend. Het is pas echt een ramp als je dat zelf ook vindt. Als je nog nooit hebt gehoord dat je te duur bent ben je zelfs waarschijnlijk te goedkoop. Zie de klant die moeite heeft met jouw tarief als bewijs dat jouw prijs op een goed niveau zit. En als de klant over de prijs begint wil hij waarschijnlijk met je in zee. Anders begint hij er immers niet over. Ik ben benieuwd welke welzijnsorganisatie wel eens te horen heeft gekregen dat ze te duur is.

De prijs is alleen doorslaggevend als er geen onderscheid is in de verschillende leveranciers. Geef daarom de klant een goede reden om specifiek voor jou te kiezen. Als de klant overtuigd is van jouw unieke waarde is de prijs minder belangrijk.

Dan schrijft Jos nog iets wat mij persoonlijk erg raakte. Hij noemt dit ‘vermeende prijsdruk’: de klant wil niet met je in zee en voert als argument aan dat je te duur bent terwijl de werkelijke reden is dat jouw hoofd hem niet aan staat. En dat zal hij natuurlijk nooit tegen je zeggen. Ik hoor Jet Bussemaker dan nog zo zeggen: ‘Twee derde van de relaties tussen gemeente en welzijnsorganisatie worden als slecht beoordeeld’. Ik ben benieuwd welke conclusies jij dan trekt. Je kunt hieronder reageren.

P.S.: vond je dit een goed artikel waar je wat aan hebt, schrijf je dan even in voor mijn ezine WNmarketing Inspiratie. Je krijgt dan de nieuwste artikelen vanzelf in jouw mailbox! Inschrijven kan rechtsboven op deze pagina.

 

Hoe marketing jouw welzijnswerk vanaf morgen waardevol maakt

Pullmarketing.

Hier wil ik je een eenvoudig model aanreiken waarmee je jouw pullmarketing vorm kunt geven.

Pijplijn >>>> Follow-up >>>> Presentaties >>>> Verkoop

Pullmarketing gaat ervan uit dat jij voldoende aantrekkingskracht ontwikkelt zodat jij het vermogen hebt om klanten aan te trekken. Klanten komen dan naar jou toe in plaats van dat jij naar hen op ‘jacht’ gaat. Jij bent een autoriteit in jouw vak en klanten laten zich graag door jou helpen.

Het begint met een goed gevulde pijplijn. Jouw pijplijn is een lijst waarop jouw (potentiële) klanten staan met naam, adres en bij voorkeur ook een e-mailadres. Jouw klanten weten uiteraard dat ze op jouw lijst staan want daar moeten ze zelf goedkeuring voor geven. Bijvoorbeeld:

  • Ben je opbouwwerker in een bepaalde wijk dan bevat jouw lijst namen van wijkbewoners
  • Ben je jongerenwerker dan staan er jongeren op jouw lijst
  • Ben je hoofd van een projectenbureau dan staan potentiële opdrachtgevers op jouw lijst
  • Ben je communicatiemedewerker dan staan de managers en medewerkers op jouw lijst als jouw interne klanten.

Het maken van de lijst is niet een eenmalig gebeuren! Omdat er ongetwijfeld ook weer mensen van jouw lijst afvallen zorg je ervoor dat jouw lijst liefst wekelijks groeit. Hoe doe je dat? Heel simpel door jouw klanten op te zoeken (netwerken!) en hen te vragen of ze op jouw lijst willen staan. Natuurlijk zullen ze vragen wat dit inhoudt. En dan gaat het om de follow-up contacten.

Als de klanten eenmaal op jouw lijst staan zorg je ervoor dat de relatie tussen jou en de klant zich verder kan ontwikkelen en warm blijft. Daarvoor zal de klant regelmatig van jou moeten horen. Het meest efficiënt is dit met een digitale nieuwsbrief. In jouw nieuwsbrief deel je genereus jouw kennis. Bijvoorbeeld:

  • Ben je opbouwwerker dan maak je wekelijks een foto van een speciaal plekje in de wijk en schrijf je erbij waarom dit plekje volgens jou zo speciaal is
  • Ben je jongerenwerker dan stuur je de jongeren wekelijks een tip (mail, sms, buzz op de hyves) over hoe je vrienden maakt of over hoe je sporten leuk maakt
  • Het hoofd van het projectenbureau stuurt een maandelijkse nieuwsbrief met een tip hoe je een project succesvol kunt managen
  • De communicatiemedewerker stuurt via het intranet een wekelijkse schrijftip voor klantmagnetische teksten.

Voor het verder uitbouwen van jouw autoriteit ga je nog een stapje verder en ga je presentaties geven. De klant zal je nog beter leren kennen en weten wat hij bij jou kan halen.

  • De opbouwwerker geeft een korte workshop ‘wijkjutten’ en leert de bewoners hoe ze ook zelf met hun camera de wijk in kunnen gaan om plekken in de wijk vast te leggen en dit te delen met de andere wijkbewoners
  • De jongerenwerker nodigt de jongeren uit voor een maandelijkse vragensessie “durftevragen” en helpt jongeren aan antwoorden op hun vragen, samen met de andere aanwezigen (cocreatie!)
  • Het hoofd projectenbureau nodigt de klanten van zijn lijst uit voor een tour langs een aantal succesvolle projecten
  • De communicatiemedewerker geeft een korte training in succesvol twitteren.

Als je op deze manier aan jouw autoriteit bouwt en zorgt voor een warme relatie met de klanten op jouw lijst, zal de klant, op het moment dat hij jou nodig heeft, zonder aarzelen naar jou toekomen en vragen om jouw hulp. En het fijne is dat de laatste stap, de verkoop, in de meeste gevallen zelfs niet meer nodig is.

Vind je het leuk om te reageren? Dat kan hieronder!

P.S.: vond je dit een goed artikel waar je wat aan hebt, schrijf je dan even in voor mijn ezine WNmarketing Inspiratie. Je krijgt dan de nieuwste artikelen vanzelf in jouw mailbox! Inschrijven kan rechtsboven op deze pagina.

 

Mijn ideale welzijnsorganisatie

Mijn ideale welzijnsorganisatie.

Stiekem heb ik wel eens gewenst dat ik een nieuwe welzijnsorganisatie zou mogen oprichten. Gewoon vanuit het niets helemaal van onderaf opbouwen. Om alle inzichten in te kunnen stoppen en zo een voorbeeld te hebben van hoe het wel kan. Flauwekul natuurlijk want niemand heeft de wijsheid in pacht.

Zou ik overigens de boreling wel ‘welzijnsorganisatie’ willen noemen? Liefste zou ik kiezen voor een naam die gelijk duidelijk maakt aan mijn klant wat hij of zij bij mij kan halen.

De klant is voor mij de afnemer van mijn diensten, de gebruiker, dus, zoals je wilt de burger. Wat kan die klant dan bij mij halen? Hulp bij gelukkig zijn, gezond zijn, lekker wonen en sociale contacten als de klant daar zelf niet uitkomt. Ik wil gaan voor een duurzame relatie. Ik wil vooraan in de rij staan als mijn klant er zelf niet uitkomt. Als mijn klant nog jong is wil ik hem helpen te spelen met andere kinderen als hij zelf gepest wordt. Als mijn klant later zelf kinderen heeft help ik hem als hij zich zorgen maakt over de veiligheid in de buurt. Als de kinderen al de deur uit zijn en zijn partner overlijdt en hij stikt van verdriet wil ik hem helpen met zijn rouw.

Helpen is voor mij niet zijn probleem overnemen maar als een raadsman en vertrouweling terzijde te staan. Ik kan helpen door mijn klant te verbinden met zijn eigen kracht en de kracht van mensen om hem heen. De mensen om hem heen zijn familie, vrienden, buren, vrijwilligers en andere professionals.

Wie betaalt mij voor mijn hulp? Met mijn hulp lever ik waarde en die waarde kan ik vertalen in een prijs. Het liefste wil ik dat diegene die de waarde ontvangt ook zelf die prijs betaalt. Dus ik stuur een rekening naar mijn klant. Als mijn klant de waarde in verhouding tot de prijs als eerlijk ervaart zal hij de rekening betalen.

Ik zorg ervoor dat ik diensten heb ik verschillende prijsklassen. Een instapdienst zoals bijv. een teleseminar waarin ik wel 100 klanten tegelijk 7 tips kan geven hoe om te gaan met rouw. Tegen weinig kosten lever ik waarde die ik kan vertalen in een kleine prijs. Een stap verder biedt ik online hulpverlening, geen reiskosten of dure gespreksruimten dus ook dan kan ik met minder kosten nog steeds waarde leveren en een redelijke prijs vragen. Natuurlijk heb ik ook mijn high-end product: een exclusief pakket van 6 individuele hulpverleningsgesprekken, waarde voor een volle prijs. De waarde in elke vorm van diensten staat voorop!

Als mijn klant zelf niet genoeg geld heeft om de rekening te betalen zoekt mijn klant zelf naar andere manieren om toch te kunnen betalen. Misschien kan mijn klant zelf ergens waarde leveren voor een prijs waarmee hij mijn prijs weer kan betalen. Misschien kan mijn klant met mijn rekening naar de gemeente gaan en de gemeente vragen om te betalen, of de verzekering. Of kan familie de rekening betalen. Ik denk graag met mijn klant hierover mee.

Nu heb ik het steeds over ‘ik’ en als ik het heb over een nieuwe welzijnsorganisatie gaat het natuurlijk eigenlijk over ‘wij’. Dan heb ik welzijnswerkers in dienst die wellicht denken: “het zal wel met die waarde en prijs, ik wil gewoon maandelijks mijn loon”. Op dit punt begin ik te twijfelen. Hoe verbind ik loon aan waarde? Ga ik dan toch naar de gemeente en zeg ik “jij wilt gelukkige burgers, die waarde ga ik leveren maar dan moet je wel eerst de prijs op mijn rekening storten zodat ik gegarandeerd lonen kan betalen”. En wie bekommert zich daarna nog om de waarde? Of heb ik voor welzijnswerk zoals ik het hier schets helemaal geen organisatie nodig? Er zijn inmiddels steeds meer mensen die in een waarde-economie, de society 3.0, geen plek meer zien voor hiërarchische organisaties.

Kortom, de wijsheid heb ik inderdaad niet in pacht. Wel inzicht in dat het anders moet en kan. En wat is jouw idee? Hoe ziet jouw ideale welzijnsorganisatie er uit? Hieronder bij de reacties kun je jouw ideeën kwijt.

Maak het de klant makkelijk om jouw klant te zijn

Zure welzijnswerkers

Soms kom ik zure welzijnswerkers tegen (ik heb er best even over nagedacht of ik dit zo wel wilde opschrijven). Zure welzijnswerkers zijn niet aardig voor hun klanten. Ze vinden dat klanten zeuren, te veel van hun tijd in beslag nemen en teveel aandacht vragen. Jij kent ze vast! Alhoewel ik natuurlijk hoop dat het er niet teveel zullen zijn.

Het probleem zit niet in de klant. Het probleem is dat de welzijnswerker niet snapt wat de klant bezielt. De meeste klanten voelen zich erg onzeker. “Heb ik wel de juiste keuze gemaakt om deze afspraak te maken?” “Als ze mijn probleem nu maar niet stom vinden.” “Straks moet ik huilen.”

Jij kunt de klant helpen om zich minder onzeker te voelen en daar is maar heel weinig voor nodig. Het allerbelangrijkste is dat je gewoon aardig bent en met een beetje geluk ben je dat als je gewoon jezelf bent. Vergeet even alle methodieken die je ooit geleerd hebt en geef 100% van jouw aandacht aan jouw klant. Je helpt de klant om zich minder onzeker te voelen.

In de volgende stap komen jouw methodieken om de hoek kijken. Erken de klant in zijn of haar probleem. Laat de klant zien of voelen dat jij snapt waar hij of zij van wakker ligt. Besteed uitgebreid aandacht aan deze stap. Soms willen welzijnswerkers te snel naar hun oplossingen met het risico dat je de klant kwijtraakt. Stel vooral de juiste vragen en luister.

Vertel dan de klant over de oplossingen die jij hebt. Vertel wat je eerder hebt gedaan voor mensen met vergelijkbare problemen. Probeer hier zo helder en transparant mogelijk in te zijn. Niet “ik kan nog eens bij u langskomen en dan kunnen we er verder over praten”. Wel “we spreken vijf gesprekken af; in het eerste gesprek ga ik u nog beter leren kennen; in het tweede gesprek verkennen we samen waar uw probleem vandaan komt; in het derde gesprek …etc.” Zie de klant vooral als een partner in dit traject met een eigen verantwoordelijkheid en ook en vooral eigen kracht. Houd de klant niet dom maar help de klant om klant te zijn.

En natuurlijk vertel je de klant wat jouw oplossing hem of haar gaat opleveren. “Na die vijf gesprekken durft u het huis weer uit zodat u zich minder eenzaam zult voelen”. Of “nadat we drie keer samen de agenda van het buurtcomité hebben voorbereid zullen de vergaderingen weer met plezier bezocht worden.

De laatste stap is de klap op de vuurpijl: ziet de klant het zitten om met jou in zee te gaan vertel hem dan wat hij moet doen om nu echt jouw klant te worden. Hier gaat het om de conversie, de daadwerkelijk koop of deal. Maak deze laatste stap ook makkelijk voor jouw klant: “vul dit formulier in” of “bel met dit nummer om een afspraak te maken” of “maak het bedrag over op deze rekening”.

Op deze manier krijg je ‘voorbeeldige’ klanten die jou op geen enkele manier het gevoel zullen geven dat ze zeuren of om overmatige aandacht vragen. Integendeel: je bent op een heldere manier het commitment aangegaan waardoor jij vooral dat kunt doen waar je goed in bent en je de waardering krijgt die je verdient.

Vind je het leuk om te reageren? Dat kan hieronder!

P.S.: vind je dit een goed artikel waar je wat aan hebt, schrijf je dan even in voor mijn ezine WNmarketing Inspiratie. Je krijgt dan de nieuwste artikelen vanzelf in jouw mailbox! Inschrijven kan rechtsboven op deze pagina.

 

Vijf tips voor als plotseling een journalist belt

Schuld aan een slecht imago.

Zojuist een leuke journaliste gesproken. De aanleiding was minder leuk. Voor een artikel over het welzijnswerk voor ouderen had ze contact opgenomen met een welzijnsorganisatie en was uitgekomen bij de ouderenadviseur. Ze had wat kritisch de vraag gesteld of het nu nog wel zo slim is om diensten aan te bieden aan 55 plussers. Waarmee ze bedoelde:

“Ik ben zelf ook 56 maar werk volop en ga daar voorlopig nog even mee door. Kun je dan je niet beter richten op de echt ouderen die het echt nodig hebben? De combi van oud en 55 plus is toch niet meer van deze tijd?”

De ouderenadviseur schoot helaas in de wiek, was op de tenen getrapt, werd boos en was niet meer voor rede vatbaar.

De journaliste zag zich genoodzaakt nader onderzoek te doen en kwam zo ook bij mij uit.

Ik heb haar groot gelijk gegeven. Het is niet meer van deze tijd om oud te koppelen aan 55 plus. Maar eigenlijk is dat nu niet de kwestie.

Wat wel de kwestie is, is dat welzijnsorganisaties klagen over een slecht imago en zie hier hoe we dat soms aan onszelf te danken hebben. Hoe komt het toch dat we ons zo snel aangevallen voelen?

Ik zou zeggen: wees blij met de aandacht van een journalist. De relatie tussen jou en de journalist is gebaseerd op wederzijdse afhankelijkheid. Jij wilt toch publiciteit en de journalist wil informatie. Het is een relatie van geven en nemen. Behandel daarom elke journalist met respect. Dat kan je echt helpen bij het versterken van jouw imago.

Daarom vijf tips voor als plotseling een journalist belt:

  1. Bedenk dat de journalist je niet belt om jou aan te vallen maar om informatie te krijgen.
  2. Voel je je overvallen, vraag dan of je met 10 minuten zelf terug mag bellen.
  3. Weet je het antwoord niet op een vraag zeg dan dat je het uit gaat zoeken en het antwoord zo spoedig mogelijk op de mail zet.
  4. Een journalist mag kritische vragen stellen, dat is zijn vak. Schrik niet en blijf vriendelijk in jouw reactie. En natuurlijk mag je zeggen dat je het er niet mee eens bent en onderbouw dit dan vooral vanuit jouw eigen ervaringen.
  5. Bedank de journalist voor zijn interesse en geef tot slot aan dat hij je altijd weer mag bellen met vragen.

Ik ben benieuwd naar jullie eigen ervaringen met journalisten.

P.S.: Wat die 55 plussers betreft die zijn natuurlijk wel degelijk interessant maar dan niet gekoppeld aan oud. Innoveren dus! Hier zie je hoe je dat doet: http://www.55plustoolbox.nl/Toolbox.php

De echte klant van welzijn.

Wie is de echte klant van welzijn?

Een tijdje terug was ik op een bijeenkomst van MOVISIE over (en met) toonaangevende managers. Een van de vragen was: waar liggen managers wakker van? En wat denk je? Managers liggen wakker van de vraag “Wie is de klant”. En toen hoorde ik het voor het eerst: klant-klanten en client-klanten. Gebruik jij deze termen ook? Dan moet je je daar vast ongemakkelijk bij voelen. Volgens mij is het weer een mooi voorbeeld van de moeite die wij hebben om keuzes te maken.

Ik stel voor dat jij kiest. Dat je kiest voor de echte klanten en dat zijn wat mij betreft de client-klanten. Kwetsbare burgers die jou nodig hebben bij het meedoen en bijblijven. Mensen van vlees en bloed die verdriet hebben, eenzaam zijn, uit willen huilen en oplossingen zoeken. Alleen door scherp te focussen op jouw klanten en door compassie te voelen voor hun nood, kun jij ze te helpen. Dat is de basis, de legitimatie van jouw werk.

Dan stel ik voor dat we de vitale burgers, die jij natuurlijk heel hard nodig hebt om de kwetsbare burgers te helpen, de helpers noemen. Dit geldt trouwens ook voor sponsors en fondsen. Mensen en bedrijven willen graag helpen en jij zorgt voor de verbindingen maar nog steeds met de focus op kwetsbare burgers. Daar doe je het voor. Daar doen deze vrijwilligers het voor.

Dan zijn er nog de klant-klanten. Ik stel voor dat we die gewoon opdrachtgever noemen. Een wethouder, ambtenaar heeft een probleem: hij of zij wil leefbare wijken vol met gelukkige, zelfredzame burgers. En daar ga jij bij helpen. Door opnieuw scherp te focussen op kwetsbare burgers, jouw echte klanten, laat jij zien dat jij werkelijk kunt helpen. Het bewijs zit niet in evidence based onderzoek of SROI maar in die klant, jouw ambassadeur die op de nieuwjaarsreceptie van de gemeente de wethouder in het oor fluistert dat hij zo fijn door jou geholpen is.

Wie is jouw echte klant? Je kunt hieronder reageren.

Workshop “Bezuinigen: creatieve verdienmodellen voor welzijn”

Bezuinigen?

In barre tijden is het de manager die snijdt in de kosten maar de leider die nieuwe inkomsten zoekt!

Ben jij ook al aan het bedenken hoe je deze bezuinigingsronde nu weer opvangt? Misschien dat je nu toch echt de abonnementen op de vaktijdschriften moet opzeggen. En als je dat al bij de vorige ronde hebt gedaan dan kun je er nu echt niet meer langer omheen en zijn de medewerkers aan de beurt.

Heb jij er wel eens over nagedacht hoe het zou zijn om:

  • zelf grip te hebben op de inkomsten van jouw organisatie?
  • je niet meer afhankelijk te voelen van subsidies?
  • de omzet te maken die past bij de waarde die je levert?

Veel welzijnsorganisatie zitten vast in historische constructies waar het moeilijk aan ontsnappen is. Gemeentes worstelen daar ook mee. Het dilemma tussen gunnen en hard zakendoen lost menige gemeente op met bezuinigingen: je krijgt nog steeds gegund maar ook een signaal dat het zo niet langer kan. Eigenlijk vlees noch vis.

De eerste reactie op aangekondigde bezuinigingen is vaak ongeloof en boosheid. En nadat je al het vet op de botten al hebt wegbezuinigd  kom je aan het personeel. De pijn als goed gekwalificeerde medewerkers en fijne collega’s moeten vertrekken is onbeschrijfelijk groot.

Maar kan het ook anders? Zeker!

In deze workshop gaan we eerst samen het grote misverstand van de bezuinigingen opruimen. We gaan de focus verleggen van subsidie krijgen naar geld verdienen. Voel je het verschil?

Geld kun je verdienen als je waarde toevoegt. En de waarde die welzijnsorganisaties toevoegen is enorm. Onze bijdragen aan veiligheid, leefbaarheid en geluk zijn groot. En je daarvoor laten subsidiëren door de gemeente is maar 1 manier om geld te verdienen. Maar er zijn nog legio andere mogelijkheden in de vorm van creatieve verdienmodellen. In dit opzicht kunnen welzijnsorganisaties veel leren van de wereld om ons heen. Ken jij bijvoorbeeld het verdienmodel van Twitter?

Nadat we onze focus hebben verlegd van subsidie krijgen naar geld verdienen, neem ik jullie mee in een korte inleiding in marketing. Het helder hebben van jouw positie in de markt is namelijk een voorwaarde om een keuze te maken hoe jij je geld gaat verdienen. Daarna bespreken we de bekende 9 bouwstenen van een goed businessmodel van Alex Osterwalder. De bouwstenen staan aan de basis van jouw marketingstrategie. In de volgende stap neem ik je mee in de wereld van de creatieve verdienmodellen. Bij ieder model geef ik een aansprekend voorbeeld waardoor blijkt dat het werkt.

Samen gaan we daarna de vertaalslag maken naar jouw welzijnsorganisatie. Je gaat kijken welk verdienmodel past bij jouw organisatie en het probleem dat je wilt oplossen. Een beetje out of the box denken wordt dan wel van je gevraagd!

Wat levert deze workshop jou op?

  • een andere kijk op bezuinigingen
  • hierdoor nemen de zorgen af en komt het plezier weer terug
  • jouw focus wordt verlegd van subsidie krijgen naar geld verdienen
  • kennis van de negen bouwstenen van Alex Osterwalder
  • kennis van creatieve verdienmodellen
  • een praktische vertaalslag naar een verdienmodel voor jouw eigen welzijnsorganisatie
  • nieuwe inkomsten voor jouw organisatie

“Na afloop van de workshop Creatieve Verdienmodellen ben ik met onze managers en top-jongerenwerker aan de slag gegaan hoe we op korte termijn de bezuinigingen het hoofd kunnen bieden. En daarbij kon ik af en toe een opmerking/tip uit jouw workshop goed gebruiken! Een incomany workshop zou mij en mijn collega’s een goede boost kunnen geven om hiermee verder te gaan maar eerst moeten we kijken of we iedereen hierin mee kunnen krijgen. Ik ben in elk geval helemaal opgeladen voor de komende weken en wil je daar graag voor bedanken!”

Renée van Limborgh, opbouwwerk Diverz, heeft deelgenomen aan de workshop op 26 april

“Ik vond het een boeiende workshop, die me zeer zeker geinspireerd heeft. Ik wil er graag nog wat over lezen en het gaan toepassen.”

Betty Wilms, Wel.kom, teammanager Roermond, heeft deelgenomen aan de workshop op 14 oktober

Het programma is als volgt:

1. Wat is er aan de hand in Nederland?

  • economische recessie en bezuinigingen in het welzijnswerk
  • society 3.0: wat verandert er?

2. Waarde, geld en welzijn

  • waarde van welzijn
  • klem van het subsidiemodel
  • hoe vertaal je waarde in geld?
  • kijken naar prijzen

3. Business- en verdienmodellen

  • 9 bouwstenen van Alex Osterwalder
  • creatieve verdienmodellen: voorbeelden voor welzijn
  • creatieve verdienmodellen: zelf aan de slag (oefening)

Praktische zaken:

De laatste workshop met een open inschrijving was op 14 oktober. Op dit moment is de workshop alleen incompany te boeken. Neem daarvoor contact met mij op.

Garantie:

Andere welzijnswerkers en welzijnsorganisaties hebben het voor jou al eerder gedaan: meedoen met een workshop, training, leergang, coaching, de club of mij inhuren voor een opdracht. Ik wil graag mijn klanten verwennen en ga voor de beste resultaten. Mijn klanten zijn tevreden klanten. Daarom geef ik garantie: ben je na afloop niet tevreden (en je hebt wel met alles meegedaan) dan krijg je jouw geld terug.

14-02-2011: Maak gratis kennis met de WNmarketing Club

Netwerken voor welzijnswerkers.

Ik nodig je van harte uit om mee te doen met het gratis teleseminar “Netwerken voor Welzijnswerkers” op 14 februari. Het teleseminar is een bijeenkomst van de WNmarketing Club en jij kunt nu gratis kennismaken.

Ben jij een geboren netwerker? Of zie jij netwerken als een slijmerige, vervelende en tijdrovende bezigheid? Dan denk je misschien ook dat je er slecht in bent. Herkenbaar? Versterken en verbinden zijn op dit moment binnen het welzijnswerk twee veel gebruikte woorden. Het zijn woorden die perfect passen bij de netwerkfilosofie. Als jij netwerken lastig vind is de kans groot dat je vanaf een eilandje werkt. De reden dat je op jouw eiland bent is waarschijnlijk dat je zo betrokken en gedreven bent in jouw werk dat je vergeet om om je heen te kijken. Dat is jammer. Een sterk netwerk kan ook jou helpen om nog beter te worden in jouw werk.

De WNmarketing Club is nieuw en uniek in Nederland.

Op 10 januari is de gloednieuwe WNmarketing Club van start gegaan. In de WNmarketing Club leer je hoe je succesvol kunt zijn door de juiste marketingtechnieken toe te passen. Van gelijkgestemden krijg je tips, inspiratie en steun.

De Club biedt een hoogwaardige, continue én betaalbare leeromgeving voor alle welzijnswerkers. Clubleden komen maandelijks bij elkaar. Iedere maand krijg je de beste en meest actuele informatie over welzijnsmarketing en profilering tot je beschikking. Deze waardevolle informatie wordt gegeven via telefonische seminars. Van ieder seminar wordt een audio opname gemaakt zodat je de informatie altijd bij de hand hebt ook op de momenten dat het jou uitkomt. Bovendien zijn er volop kansen om elkaar ook in levende lijve te ontmoeten: twee keer per jaar is er een masterclass waar je als lid gratis aan kunt deelnemen.

De Clubbijeenkomst van 14 februari staat dus in het teken van Netwerken en jij kunt meedoen. Jan-Willem Seip is onze gastexpert. Ik ben er erg trots op dat hij bereid is zijn kennis met ons te delen. Jan-Willem: “Netwerken is een manier van leven”. Wil je vast meer weten over Jan-Willem, kijk dan op zijn website www.janwillemseip.nl

Even wat praktische zaken:

  • Het teleseminar is op 14 februari van 09.00-10.00 uur
  • Je ontvangt ruim vooraf de telefooninstructies
  • Het gesprek kost 9 cent per minuut
  • Ook als je niet kunt op 14 februari heeft het toch zin je in te schrijven omdat je na afloop een audio-opname van het teleseminar ontvangt

Ben jij toe aan inspiratie, steun en kennis, meld je dan aan !

Ik nodig je van harte uit om gratis en vrijblijvend kennis te maken met de WNmarketing Club. Je aanmelden kan hier.

Ja, ik doe in februari gratis mee met de WNmarketing Club
Email *
Voornaam *
Achternaam *
* Verplichte velden
Laatst bewerkt door admin op 23 januari 2011 om 21:54

Mini franchisen in Welzijn [gastblog]

Gastblog: Mini franchisen in Welzijn.

Bijzonder hoe Hannie beschrijft hoe zij betrokken is geraakt bij een mini franchise model in Welzijn. “Zo groots en meeslepend hoeft het niet altijd te zijn”. Logisch dat zij blogt over trend 2: “Fuseren raakt uit de mode: er komt een eind aan het fusiegeweld. Welzijnsorganisaties gaan op zoek naar slimme samenwerkingsvormen. De eerste franchiseformule voor welzijnsorganisaties wordt gelanceerd.” Hannie:

Als ik kijk naar mijn eigen welzijnsorganisatie dan is het woord fusie diverse malen komen bovendrijven de laatste 7 jaar. ‘Moeten we niet fuseren met een welzijnsorganisatie van een buurgemeente om zodoende sterker te kunnen opereren richting opdrachtgevers, lees gemeenten. Het is er niet van gekomen. Waarom niet? Bestuurswisselingen, strategische visies die per welzijnsorganisatie meer verschillen dan pakweg 5 jaar geleden en –last but not least- het besef dat er ook allerlei andere mogelijkheden zijn om kwantitatief en kwalitatief te groeien.

Slimme samenwerkingsvormen die passen bij de organisatie, daar gaat het om. Kansen zoeken, kansen zien en kansen pakken. En zo groots en meeslepend hoeft het niet altijd te zijn, want allianties aangaan kan op vele manieren. Bij mijn organisatie SWN zijn we een strategische alliantie aangegaan met de bibliotheek; op het gebied van shared services (ICT en telefonie), huisvesting (o.a. front office Vrijwilligershuis in bibliotheek en onze hoofdkantoren worden gezamenlijk gehuisvest) en op aanvullende dienstverlening. De alliantie is ontstaan doordat de hoofdvestigingen gezamenlijk gehuisvest zouden worden, maar vooral omdat het klikte tussen beide bestuurders en beide organisaties creatief op zoek wilden gaan naar mogelijkheden van samenwerking om een verbeterde en vernieuwende dienstverlening neer te zetten. Een samenwerking met energie! Deze samenwerking werkt in deze setting goed maar dat wil niet zeggen dat het in andere gemeenten ook opgaat. Nee, het is een kwestie van goed om je heen kijken als organisatie en mogelijkheden zien waar ze zijn, om het maar eens op ze Cruijffiaans te zeggen.

Franchiseachtige formules als welzijnsorganisatie. Ja, leuk en handig. Toen ik dat las in de trendopsomming van Anneke bedacht ik dat wij dat in minivorm hebben neergezet zonder dat zelf in die woorden te benoemen. In Woerden heeft SWN het label Welzijn Woerden neergezet. De welzijnsorganisatie aldaar was failliet gegaan en de gemeente was op zoek naar een nieuwe organisatie. Men was op zoek naar een organisatie met een lokaal gezicht en lokaal verankerd, die innovatief en efficiënt aan de slag ging met een moderne bedrijfsvoering, betrouwbaar en dat allemaal natuurlijk tegen een redelijke prijs. Ons antwoord: een behoorlijk zelfstandig ondernemend lokaal verankerd label, maar gebruik makend van de overall visie, diensten, formats en ervaring van een grotere organisatie. Daar wordt zowel de ‘moederorganisatie’ als de ‘dochterorganisatie’ wijzer van. Het werkt.

Het idee om een franchiseorganisatie op te zetten zoals in de trend van Anneke neergezet, spreekt mij zeer aan. Wie denkt mee?

De uitnodiging van Hannie om mee te denken spreekt voor zich. Geef hieronder jouw reactie!

Vertrouwen [gastblog]

Gastblog: vertrouwen

Bart blogt over trend 1: “vertrouwen wordt belangrijker dan meten: er komt een einde aan alle overmatige aandacht voor het meten van prestaties en resultaten. Vertrouwen wordt weer belangrijk. Goede persoonlijke relaties worden weer op prijs gesteld.” Nog voordat Bart aan zijn conclusie begint zegt hij: “Eigenlijk registeren we dus om vertrouwen te krijgen.” Idealistische plannen krijgen vertrouwen van opdrachtgevers als je laat zien wat  je samen met klanten kunt bereiken. Mooi! Bart:

Inleiding:

Toen Anneke mij vroeg om een blog te schrijven, was ik meteen enthousiast. Ik ben geen expert op het gebied van effectregistratie, maar het geven van vertrouwen is de basis voor jongerenparticipatie. En daar weet ik wel iets van. ‘Dat komt wel goed’ dacht ik dus.

Geschiedenis

Een eerste inventarisatie op Google leverde meteen een deuk in mijn zelfvertrouwen op. De discussie over prestatiemeting in Welzijn bestaat namelijk al vanaf ver voor mijn geboorte. Vanaf de jaren 60 wordt er door professionals en beleidsmakers tevergeefs gezocht naar een goede registratiesystematiek. Meten we op resultaten (output) of op effecten (outcome)? Hoe meet je die effecten dan? Wie heeft welke bijdrage geleverd aan het resultaat? Meten we de klanttevredenheid? Gaan we mensen monitoren en welke gegevens monitoren we dan? Gaan we voor Best Practice of Best Persons? Deze blog bleek toch iets lastiger dan ik had verwacht.

Maatschappelijke trends

De maatschappelijke trends van de afgelopen jaren geven ook geen eenduidig beeld. De invoering van de WMO heeft niet overal geleid tot een toename van het vertrouwen in de Welzijnssector. De zelfredzame burger en de welzijn-nieuwe-stijl professional zijn weer verantwoordelijk voor hun eigen leven en professie, maar deze toegenomen verantwoordelijkheid betekent niet altijd dat zij ook meer vertrouwen krijgen. Veel welzijnswerkers hebben gevoel dat ze steeds vaker ter verantwoording worden geroepen door een subsidiegever. Dit gevoel zie je terug in andere maatschappelijke trends zoals de extra aandacht voor leefbaarheid en veiligheid, de politieke aandacht voor regels en het wantrouwen van ‘linkse hobby’s’. Of je vertrouwen geeft aan mensen, blijkt dus voor een groot deel af te hangen van je visie op de vraag: ‘Is participeren in de maatschappij een recht of juist een plicht?’.

Eigen netwerk

Hiermee had ik nog steeds geen antwoord op de vraag ‘wordt vertrouwen belangrijker dan meten?’. Dus ik deed wat ik mijn doelgroep probeer te leren: ‘als je er zelf niet uitkomt, dan vraag je om hulp’. Een rondje bellen en Twitteren binnen mijn netwerk leverde de volgende conclusie op: vertrouwen en meten zijn beide belangrijk. Welzijnswerkers en beleidsbepalers zijn het zowaar eens over dit onderwerp! Welzijnswerkers zijn gebaat bij vertrouwen en willen daarnaast het resultaat van hun werk laten zien. Gemeentefunctionarissen willen graag vertrouwen geven en controleren op hoofdlijnen. De vraag waar beide partijen mee worstelen is: ‘Hoe zorg je voor een effectieve registratie?’. Tegelijkertijd beseffen beiden dat cijfers niet alles zeggen. Het verhaal of de beleving van de persoon achter de cijfers is net zo belangrijk.

Waarom registreren

Waarom doen we dan zo veel moeite om effectieve registratiemethodes te vinden, als we daarnaast toch nog de ‘zachte informatie’ en de verhalen willen horen? Wat is eigenlijk het doel van registratie? Samengevat gaat het om 2 doelstellingen. Als eerste willen we de effectiviteit van verschillende sociale interventies meten om ons werk te kunnen blijven verbeteren. Ten tweede willen we op een transparante manier verantwoorden wat we doen met het geïnvesteerde belastinggeld. Eigenlijk registeren we dus om vertrouwen te krijgen.

Conclusie:

Hiermee heb ik een gedeeltelijk antwoord op de vraag ‘wordt vertrouwen belangrijker dan meten?’. Beide zijn belangrijk. Natuurlijk moeten we doorgaan met onderzoek naar effectieve registratiemethoden, maar wat doen we tot die tijd? Waardoor krijgen gemeenten vertrouwen in Welzijn. Waarom kreeg ik van de gemeente groen licht om een jongerencentrum te ontwikkelen op basis van maximale jongerenparticipatie? Die vraag heb ik gesteld aan de verantwoordelijke beleidsmedewerkers van de gemeente Zwolle: Hun antwoord: ‘Je plannen waren goed, maar we vonden ze erg idealistisch’. ‘We kregen er pas echt vertrouwen in toen je de jongeren de kans gaf om te laten zien wat ze in hun mars hebben’.

Bart Demmers is jongerenwerker bij Travers Welzijn. Met 100% jongerenparticipatie is Level-Z van de grond getild. Op hun website is te lezen dat op verzoek van de jongeren Black Ops is aangeschaft. Schijnt een gaaf spel te zijn ;-). Ben je ook jongerenwerker en ga je voor 100% jongerenparticipatie? Krijg je daarvoor het vertrouwen van je opdrachtgever? Je kunt hier reageren.