De glazen bol rond het opbouwwerk [gastblog]

Gastblog: De glazen bol rond het opbouwwerk

Deze vierde gastblog is van Teun. Teun: “Doorzeef het gerust met opmerkingen en suggesties, zeker waneer het je te pompeus wordt. Daar ben ik namenlijk erg goed in.” Gelukkig vind ik het prachtig. Ik kan het zweet van de bestuurders ruiken en het gegil vraagt om strakke actie. Benieuwd wat jullie vinden van het opbouwwerk in 2010. Want dat is de trend waar Teun over blogt: “Revival opbouwwerk: het opbouwwerk komt in een stroomversnelling van positieve energie en aandacht. We (her)ontdekken methodieken die naadloos aansluiten bij Welzijn Nieuwe Stijl.” Teun:

De glazen bol rond het opbouwwerk.

De rode lampjes op het Ministerie van Financiën begonnen ergens dit decennium te knipperen. Hoe het huishoudboekje van de staat ook voor lange termijn werd doorgerekend, steeds kwamen er megatekorten uit. De naoorlogse generatie zou, na Nederland eerst groot gemaakt te hebben, ons land via de stijgende zorgkosten ook meteen weer tot het niveau van Burundi degraderen. De oplossing: “burgers moeten voortaan voor zichzelf zorgen. En we noemen het welzijn nieuwe stijl”.

Ik houd van crises. Bestuurders met zweetplekken onder de oksels. Mensenmassa’s die gillend in het rond rennen. Het biedt kansen. Zolang je blijft nadenken en het initiatief neemt, kom je er meestal sterker uit. En het uit crisis geboren welzijn nieuwe stijl biedt oneindig veel kansen. Zeker voor onze beroepsgroep.

Cultuuromslag

Het grootste punt is namelijk dat er een cultuuromslag nodig is in de relatie tussen burgers en de overheid. Van een paternalistische, naar een relatie waarin beide gelijkwaardig zijn. Niet alleen om de zorgkosten te kunnen blijven betalen. Dat is eigenlijk maar bijzaak. Nee, het zit veel dieper. Als antwoord op de brede onvrede in de samenleving jegens de overheid, instellingen en elkaar.

Willen wij in Nederland een prettige en betaalbare samenleving houden, moet de overheid ont-regelen en moeten burgers de regie pakken. Maar hoe? Door het vermogen om zowel aan de keuken- als bestuurstafel een begrijpelijk verhaal te houden, is de opbouwwerker bij uitstek geschikt als begeleider van het proces richting nieuwe verhoudingen.

Dit is echt dé kans van de eeuw om de opbouwwerker in een sleutelpositie te manoeuvreren. Iemand die door in de periferie te bewegen allerlei slimme en ‘goedkope’ structuren tot stand brengt. Structuren waardoor de noodzakelijke cultuuromslag bij burgers en de overheid vorm en inhoud krijgt. Dat vergt ondernemerschap. Dat vergt een rugzak vol methodieken. Dat vergt sterke mensen. Klassiek opbouwwerk. Niets meer en niets minder.

Heeft het opbouwwerk deze kans gepakt in 2010?

Tot voor kort liet de beroepsgroep deze handschoen te vaak op de grond liggen. Veel opbouwwerkers waren nog niet doordrongen van het besef dat zij deze kritieke plek kunnen –en moeten- innemen. Vroeg je waarom niet, dan hoorde je de bekende beren op de weg. “Mijn manager, de gemeente, de beschikbare uren.” Maar eigenlijk zeiden ze dan: “ik acht mijzelf niet bij machte om deze rol waar te kunnen maken.”

Als ik de situatie in lekkere ‘healing’ termen zou moeten omschrijven, dan zat de beroepsgroep in een fase waar zij nog niet volledig in contact stond met haar ‘hogere ik’. De fase van ‘in je kracht staan’, lak hebben aan gangbare denkbeelden en totaal een zijn met je opdracht binnen de maatschappij.

In de loop van 2010 kwamen er scheuren in de glazen bol rond het opbouwwerk. Hier en daar vielen er stukken glas op de grond. Er is een kopgroep ontstaan van vrijdenkers die intensief informatie uitwisselt over het vak, elkaar uitdaagt en plezier uitstraalt. De beroepsvereniging heeft radicaal gebroken met de oude structuur. En op bijeenkomsten in het land hoor je steeds vaker een opbouwwerker met een eigenwijs geluid.

Het komt allemaal niet uit de lucht vallen. Het is een uiting van een brede wens om uit de eigen schaduw te stappen. Om de regie weer te veroveren en voorop te lopen in de renovatie van het sociaal werk. De geest is uit de fles. Daarom denk ik dat we 2011 gaan herinneren als een goed jaar. Het jaar dat opbouwwerkers elkaar op sleeptouw nemen en hun kracht hervinden, met als prettig gevolg dat zij hun ‘klanten’ ook in hun kracht kunnen zetten.

Teun Hofmeijer is opbouwwerker. “Als opbouwwerker werk ik aan ‘gezonde’ buurten, wijken en steden. Waar een architect gebouwen (her)ontwerpt, is de gemeenschap het gebouw waar ik aan werk.” Hij werkt bij Impuls in Oldenzaal en is bestuurslid van Community Development 2.0, Beroepsvereniging voor opbouwwerkers en andere wijkontwikkelaars (#code20).

Meer gastblogs lezen de komende dagen? Meld je dan even aan voor de mailinglijst.

De klant op reis in Breed Welzijn

De klant op reis in breed welzijn

Tjonge. Wat kunnen we het onszelf soms toch moeilijk maken. Vanaf onze spreekwoordelijke eilandjes roepen we elkaar toe hoe het wel en niet moet. Of nog erger: het eilandje is afgedreven naar een stille plek in de oceaan en totaal onbereikbaar. Welzijnsprofessionals hebben soms een enorme behoefte om zich te onderscheiden en denken dit te kunnen doen door zich af te zetten en stralen uit “daar hoor ik niet bij”. Ik begrijp het maar merk graag op dat dit op deze manier totaal niet in het belang is van onze klanten!

Als afdelingen binnen een brede welzijnsorganisatie zich gedragen als eilandjes dan zijn ze er vooral op gericht het eigen werkproces goed in te richten en te scoren op hun eigen resultaten. Iedere afdeling overziet alleen de consequenties van het handelen van de eigen taakstelling. Een andere collega is een andere afdeling en is een ander eiland.

Maar de klant is WEL vaak diegene die WEL het hele proces doorloopt en met meerdere afdelingen te maken heeft. En wil je jouw organisatie positioneren in het brein van jouw klant dan is het fijn en slim om de klant te geven wat jij als organisatie te bieden hebt. In de veronderstelling dat hij of zij met 1 organisatie van doen heeft. Dus je laat de klant niet ‘hoppen’ van eiland naar eiland maar je zorgt voor een comfortabele ‘all-inclusive’ reis.

Het grote voordeel van een brede welzijnsorganisatie met meerdere diensten en doelgroepen is dat we de klant een totale beleving kunnen geven: de zogenaamde klantreis. De jongere die nu jouw soos bezoekt is de mantelzorger van straks als zijn moeder ziek wordt. De vrijwilliger die nu voor jou de maaltijden rondbrengt is de oudere die straks jouw advies nodig heeft als zij plotseling haar man verliest. De kinderen en hun ouders die nu iedere woensdagmiddag onder jouw hoede spelen zijn straks klant van het vrijwilligerssteunpunt als jij jouw taken hebt overgedragen aan twee vaders.

Ik geef je graag wat tips hoe jij ervoor kunt zorgen dat de klant zijn reis door jouw organisatie als een onvergetelijke gebeurtenis zal ervaren:

* Zorg ervoor dat je klant makkelijk in kan stappen: laat jouw klant met een laagdrempelige activiteit of dienst kennismaken met jouw organisatie.

* Houd daarna contact met de klant: zorg voor een nieuwsbrief (het allerbeste) of regelmatig een bericht in de krant.

* Wees er voor de klant als er belangrijke gebeurtenissen zijn in zijn of haar leven, weet wat zijn of haar behoefte op dat moment is en speel daarop in met een passend aanbod (life-event-marketing).

* Als je doorverwijst van de ene afdeling naar de andere doe dit dan altijd ‘warm’.

* Wees consequent in het gebruik van namen en logo’s: bevestig de klant steeds dat hij op reis is binnen de organisatie.

* Geef de klant wat hij nodig heeft: naast makkelijke en laagdrempelige instapproducten of diensten, heeft een klant soms meer nodig. Kijk of je dit binnen de organisatie kunt oppakken. Bied naast lichte vormen van ondersteuning ook persoonlijke hulpverlening.

* Vier procent van je potentiële klanten wil het liefst een VIP-behandeling. In tegenstelling tot wat je wellicht vermoedt, is niet iedereen uit op makkelijk en laagdrempelig. Een klein, maar belangrijk deel van je klanten wil misschien wel graag betalen voor een zeer hoog niveau van service. Dus zorg ervoor dat je ook deze klanten iets te bieden hebt.

Met deze tips wens ik je veel succes om voor jouw klanten een onvergetelijke reis samen te stellen.

Au en wauw [gastblog]

Gastblog: Au en wauw

Met dit zesde gastblog zijn we over de helft! Daphne heeft bewust gekozen om te bloggen over deze trend 5: “Meer ‘au’ dan ‘wauw’: het welzijnswerk focust op de pijn van haar klanten. De welzijnswerker weet waar de pijn zit en wat de behoefte van de klant is. Wij realiseren ons dat we er speciaal zijn voor die mensen die ons nodig hebben (en niet meer voor iedereen!).” Kiezen tussen ‘au’ en ‘wauw’ is voor veel welzijnswerkers een lastig dilemma. Maar moeten we wel kiezen? Daphne zet helder uiteen waarom het welzijnswerk “wauw” hard nodig heeft om te werken aan het verzachten en wegnemen van “au”. Daphne:

De terugblik

2010… het jaar van velerlei “au”, voor heel veel mensen. We veranderden van een welvarend maar klagend landje in een onzekere samenleving waarin mensen huizen moeilijk verkochten, banen verloren of het vertrouwen in samenleving en politiek volledig verloren. Mensen aan de onderkant van de samenleving zagen zekerheden steeds verder afvlakken en rekenen erop dat het alleen nog moeilijker wordt. Het jaar waarin echt duidelijk werd dat mensen het steeds meer zelf, en voor elkaar, moeten doen. Onder het motto “eigen kracht eerst!” is de Wmo inmiddels vier jaar van kracht en wordt de rol die aan de civil society is toebedacht steeds helderder. Is er dan geen “wauw” meer? Jawel, die is er wel! Ook in het welzijnswerk en dat is maar goed ook.

Van oudsher is het welzijnswerk gericht op het “verheffen” van achterstandsgroepen en mensen helpen pijn weg te nemen. Op verschillende manieren is dat de afgelopen decennia opgepakt en zijn pijnen van bewoners verzacht, weggenomen en zichtbaar gemaakt.

In 2005 bracht de WRR een rapport uit dat mijn visie op welzijnswerk, bewoners en hun (on)mogelijkheden enorm heeft beïnvloed. Gebruikmakend van burgerschapsstijlen, ontwikkeld door Motivaction, werd de Nederlandse samenleving ontrafeld. De burgerschapsstijlen geven naast inzicht in leefstijlen ook inzicht in de bindingsmechanismen van verschillende typen burgers. Ze zijn steeds verder verfijnd en zo een supertool voor de welzijnswerker geworden. Hoe ik buurten analyseer, de manier waarop ik buurtbewoners probeer te betrekken bij hun leefomgeving en hun naasten, vier burgerschapsstijlen bepalen dat.

De “natuurlijke” doelgroepen van het opbouwwerk zijn afhankelijke burgers en actieve burgers. Afhankelijke burgers zijn mensen die het welzijnswerk nodig hebben, actieve burgers participeren in de samenleving middels bewonersinitiatief. Afzijdige burgers waren geen expliciete doelgroep en kwam je hooguit tegen bij buurtbarbecue of speeltuinvereniging. Afwachtende burgers mocht je eigenlijk niet eens bedienen, zij hebben het goed voor elkaar en zijn dus geen doelgroep van het welzijnswerk. Maar tijden veranderen…

Met de Wmo wordt de civil society een steeds belangrijker thema. Hierin is overdracht van sociaal kapitaal nodig, en dan niet door professionals maar door burgers zelf. Dus niet de professionals verheffen achterstandsgroepen, dat doen burgers onderling! Dit betekent tegelijkertijd dat sociaal kapitaalkrachtige burgers expliciet doelgroep moeten zijn van het welzijnswerk.

Het welzijnswerk heeft een aanjagende, faciliterende en ondersteunende rol in het versterken van de civil society, zodat een succesvolle overdracht van sociaal kapitaal tot stand komt. Wordt de afzijdige burger in het welzijnswerk nog bereikt in het vrijwilligerswerk, de afwachtende burger bleef meestal onzichtbaar. Die burger is de meest sociaal kapitaalkrachtige burger die we kennen. Wetend dat afwachtende burgers binden door consumptie, heeft het welzijnswerk “wauw” hard nodig om te werken aan het verzachten en wegnemen van “au”.

De trend meer “au” dan “wauw” gaat ‘m wat mij betreft dan ook niet worden in 2010. Natuurlijk, de focus wordt in zware tijden verlegd van aansprekende stedelijke vernieuwingsaanpakken met hoge wauwfactor naar eropaf en eigen kracht. Toch blijven activiteiten met een hoge mate van “wauw” aanwezig en geven ze een impuls aan de civil society. Zo vindt in de Haarlemse Hamelink prachtig werk plaats, waarin creatieven en welzijnswerk samen activiteiten ontwikkelen die zowel de klassieke doelgroepen als de kapitaalkrachtige Haarlemmer bereiken. Tijdens die ontmoetingen worden contacten gelegd die voor alle deelnemers iets opleveren. In de Amsterdamse Baarsjes organiseren bijstandsvrouwen onder begeleiding kleinschalige buurtactiviteiten waar zinvolle contacten met afwachtende buurtbewoners uit voortvloeien. Deze week las ik via Twitter het enorme succes van de Oosterhoutse beursvloer, waar ideëel en commercieel elkaar ontmoeten. Door te ruilen handelen zij in diensten, mensen, middelen, kennis en kunde. Dit alles tussen lokale bedrijven, maatschappelijke organisaties en de overheid. WAUW!

Natuurlijk is er veel au en is het welzijnswerk daar van nature op gefocust. In de zin van “waartoe zijn wij welzijnswerkers op aard” speelt au een grote rol. Maar om die au de baas te kunnen, kan de sector niet zonder wauw. In een samenleving die voorheen op een zorgende overheid kon vertrouwen en dat nu in een zorgende medeburger moet gaan doen, blijft wauw ook de komende jaren een sterk middel in het welzijnswerk.

Noot: Het WRR-rapport waarover in deze gastblog wordt gesproken, betreft “Vertrouwen in de Buurt” (2005). De hierin gehanteerde burgerschapsstijlen zijn inmiddels veel verder doorontwikkeld en hebben inmiddels ook andere namen (check voor uitgebreide informatie Google). Ik vind de in het rapport gehanteerde termen nog steeds het bruikbaarst, ze zijn eenvoudig te onthouden en volledig aan het concept buurt gerelateerd. De compacte vorm die ik gebruik, is hier als pdf te downloaden: Burgerschapsstijlen

Daphne van Knippenberg is sociaal ondernemer met het bureau Dock Projecten. Ontwikkelaar en manager van sociale projecten met een brede ervaring op het gebied van samenlevingsopbouw en jongeren(opbouw)werk. Ervaren in het ontwikkelen van nieuwe methoden en het leiden van projecten binnen de sociale pijler van de wijkaanpak in stedelijke vernieuwingsprojecten. Ben je het eens met Daphne? Hoe kun je in een tijd van recessie het Wauw verkopen aan jouw opdrachtgever? Laat het hier weten. Meer gastblogs lezen de komende dagen? Meld je dan even aan voor de mailinglijst.

Klik voor hulp [gastblog]

Gastblog: Klik voor hulp.

Er komt goed werk daar uit het diepe zuiden van ons land! En wel zo goed dat er hard wordt gewerkt aan een landelijke uitrol van een nieuw sterk merk in welzijn. Daarom heb ik Jos gevraagd om in dit derde gastblog hierover te vertellen. Hij blogt over trend 7: “Welzijnsorganisaties lanceren landelijk merk: Het eerste landelijke merk® wordt een feit. De merkwaarde is zo uitgebalanceerd dat welzijnsorganisaties massaal het merk invoeren in hun portfolio. Uiteraard is het merk beschermd en voorbehouden aan welzijnsorganisaties.” Jos:

Klikvoorhulp.nl opmaat voor de branding van een merknaam

Maart 2008: klikvoorhulp.nl gaat in 2 steden in Zuid-Limburg als pilot van start. Méér dan 100 jongeren vragen in een maand tijd om hulp via chat en email. Hoezo pilot? We continueren de online hulpdienst en zoeken samenwerking met andere maatschappelijk werkinstellingen uit de regio. Deels voor het delen van de kosten; deels voor het vergroten van de spreekuurcapaciteit.

2009: het lukt. Bijna alle AMW-instellingen in Limburg besluiten om gezamenlijk klikvoorhulp.nl uit te gaan voeren. 50 maatschappelijk werkers van 9 organisaties bemensen dagelijks de chatspreekuren en beantwoorden hulpverzoeken via e-mail. Nog nooit eerder waren zó veel AMW-instellingen in zó’n korte tijd accoord gegaan met de uitvoering van dit innovatieve concept.

2010: websites voor online hupverlening schieten als paddenstoelen uit de grond. Het lijkt wel of er voor elk probleem een site bestaat. Binnen de branche maatschappelijk werk groeit dan ook de vraag naar een passend concept voor online hulpverlening. Het liefst op een manier die de versnippering van online diensten tegengaat en de eigenheid van de branche op een onderscheidende manier tot uitdrukking brengt. Nou, daar hebben wij wel een antwoord op.

In dat jaar besluit klikvoorhulp.nl te fuseren met internethulpverlening.nl. Aan deze site nemen 35 AMW-instellingen deel. Het merk klikvoorhulp.nl is daardoor meteen grootste online hulpdienst in de welzijnsbranche. In december is 40% van alle AMW-instellingen aangesloten bij klikvoorhulp. Nog eens 10% van de instellingen bereiden zich voor om mee in te stappen.

De initiatiefnemers beseffen maar nauwelijks wat zij in gang hebben gezet. Enkele AMW-instellingen zijn hongerig naar kennis en willen het liefst gisteren al begonnen zijn. Wij blijven er op hameren: online hulpverlening is méér dan het inrichten van een chatbox. Zaken als deskundigheid, kwaliteitszorg, online ketensamenwerking en promoting zorgen ervoor dat ook deze tak van sport hkz-proof beschreven kan worden.

Het klikvoor-concept is profijtelijk gebleken voor zowel de klant als voor de instelling.

Het projectteam van klikvoorhulp besluit om een branding te koppelen aan ‘klikvoor’ als merknaam. Verschillende domeinnamen waaronder klikvoorcoaching.nl, klikvooropvoeding.nl en klikvoorinfo.nl worden vastgelegd. De capaciteit is beperkt maar de ambities zijn groot. Hoe samen te werken zonder bureaucratische structuren en belemmeringen?

Met de MOgroep wordt overleg gevoerd om in 2011 een Expertisecentrum Welzijn Online in te richten. Geen statisch bureau, maar een dynamische online werkplaats waar verschillende disciplines samenwerken om nieuwe online toepassingen voor en door het welzijnswerk te ontwikkelen. De eerste ontwerpen voor een bijhorende website worden gemaakt. Een bijhorende domeinnaam wordt vastgelegd: www.welzijnslab.nl. Een laboratorium voor de innovatie van eigentijdse welzijnsdiensten; waar nagedacht over virtuele manieren om ‘Eropaf’ te gaan; waar social media functioneel zijn voor zowel de online communicatie tussen professionals maar ook voor het bereiken van lastige doelgroepen in het welzijnswerk.

Maatschappelijke ondernemingen, hogescholen, softwaredevelopers, kennisinstituten, academische werkplaatsen… velen kunnen en willen participeren in een werkplaats waar je kunt halen en brengen. Multiply by sharing.

Jos Reinders is vanuit de Welzijnsgroep Parkstad Limburg goed bezig! Hij ziet kansen en weet anderen te enthousiasmeren om mee te doen. Wil je meer weten over Klik voor hulp of misschien ben je al zo enthousiast dat je gelijk aan wilt haken? Neem dan contact met hem op via jreinders@welzijnsgroep.nl

Ken je zelf ook voorbeelden van sterke merken in welzijn? Laat het ons weten. Je bent welkom om hieronder te reageren. Meer gastblogs lezen de komende dagen? Meld je dan even aan voor de mailinglijst.

Mens sana in corpore sano [gastblog]

Gastblog: Ziektepreventie is derde peiler.

Dit is de tweede gastblog van deze serie. Carel is een schrijver. Hij neemt ons mee in het leven van mevrouw Scherpenwoude en mijnheer van Wingerden. Aan de hand van dit beeldende verhaal wordt duidelijk dat participatie en zelfredzaamheid direct in verband staan met ziektepreventie. Carel blogt over trend 10: “ziektepreventie wordt de derde peiler: naast participatie en zelfredzaamheid wordt ziektepreventie ofwel gezondheidsbevordering de derde peiler van het welzijnswerk. Van meet af aan laat het welzijnswerk zien wat haar toegevoegde waarde is op dit terrein en zorgt zij voor een krachtige positionering. Vooral ‘bewegen in de wijk’ en ‘samen gezond eten’ worden speerpunten.”  Carel:

Mens sana in corpore sano

“Een gezonde geest in een gezond lichaam”, de oude Romeinen wisten het al. Onze samenleving vergrijst in rap tempo. De lijst met inwoners van 60 jaar en ouder die we jaarlijks van de gemeente ontvangen wordt steeds langer. En ouderdom komt met gebreken. O ja, die net zestigplusser weet zich over het algemeen nog prima te redden. Totdat er iets gebeurt.

Mevrouw Scherpenwoude is 72. Een paar maanden geleden overleed haar man, bijna 50 jaar waren ze samen geweest, een hecht koppel. Sinds zijn pensionering gingen ze jaarlijks zes, zeven weken met de caravan op stap. Verre landen, op zoek naar avontuur, hun lust en hun leven. Bergwandelingen maken maar ook musea bezoeken, als er maar afwisseling in zat. Mevrouw Scherpenwoude heeft geen rijbewijs. Trouwens, alleen met de caravan op stap gaan zou ze toch nooit doen. En nu zit ze maar wat te zitten. Haar enige uitstapje is de dagelijkse gang naar de buurtsuper.

De heer van Wingerden heeft nooit tijd voor een vaste relatie gehad. Hij was getrouwd met zijn werk en naast zijn wekelijkse bridgeavondje werden bijna al zijn vrije uren gevuld met sportieve activiteiten, fietsen, schaatsen, marathons lopen. En dat sporten werd alleen maar meer na zijn actieve loopbaan. Heerlijk, alleen de polder in en het lichaam afbeulen, zijn lust en zijn leven. Totdat hij tijdens een schaatstocht onderuit ging en zijn schouder verbrijzelde. Hij sloft nog wat in en rond het huis, wordt met de dag chagrijniger.

Ziekte, overlijden van de partner, het kan een heel leven veranderen. En wie het overkomt moet sterk zijn, voorkomen dat hij of zij afglijdt in een sociaal isolement. Achter de geraniums zitten kan altijd nog. Maar niet iedereen is sterk genoeg en komt zonder hulp door zo’n moeilijke periode. Dus is er hulp nodig. Hulp en faciliteiten. Allereerst moeten deze mensen gevonden worden, uit zichzelf zullen ze zich niet snel melden. Daarvoor zijn afspraken nodig met huisartsen, fysiotherapeuten, kerkelijke instanties enzovoort. Daarvoor is er ook signalerend huisbezoek nodig. En vervolgens moeten ze kunnen kiezen uit activiteiten die hun leven weer wat zin geven. Vaak gaat dat met kleine stapjes. Het is niet makkelijk op die leeftijd nog contact te maken, de angst om nieuwe contacten weer snel te verliezen wordt met het vorderen der jaren groter. Maar die keren dat het lukt is de winst in geluk onmiskenbaar. Van Wingerden en Scherpenwoude doen nu mee aan ‘bewegen voor ouderen’ en komen alle werkdagen in het buurthuis een hapje mee-eten. Van Wingerden geeft eens in de week bridgeles, Scherpenwoude is lid van een studiekring en verdiept zich met de kringgenoten in de meest uiteenlopende interessante zaken. Allebei genieten ze weer van hun leven.

De buurt voor de buurt, mens sana in corpore sano.

Naast schrijver is Carel de Mari ook actief bestuurslid van de Stichting Welzijn Ouderen Schoonhoven en zeer betrokken bij het wel en wee van de inwoners op leeftijd van Schoonhoven. Wil je meer van Carel lezen? Zijn verhalenbundel “Marrokaans koken en andere verhalen” is zeer de moeite waard.

Herken je het verhaal van Carel? Of niet? Je bent welkom om hieronder te reageren. Meer gastblogs lezen de komende dagen? Meld je dan even aan voor de mailinglijst.

Sociaal media is Booming [gastblog]

Gastblog: Social Media is Booming!

Dit is het eerste gastblog van de 11 die gaan komen. Uiteraard heb ik mijn Welzijn 2.0 maatje Hans Versteegh gevraagd om zijn mening als het gaat om trend 8 in 2010: “Social media is booming: welzijnswerkers twitteren, bloggen, hyven en zijn te vinden op Linkedin. Via sterke sociale netwerken hervinden zij beroepstrots en laten ze zien dat ze experts zijn in sociale beweging.” Hans:

Om te zien of deze trend in 2010 werkelijkheid is geworden, knip ik hem graag even in stukjes.

Social Media is booming:

Nederland omarmt in rap tempo social media. Bijna 100% van de bevolking heeft toegang tot het internet. Mobiel internet vervangt daarbij de PC door smartphones en iPads. Groepen waarvan iedereen dacht dat die achter zouden blijven bewijzen het tegendeel.

Welzijnswerkers twitteren, bloggen, hyven en zijn te vinden op Linkedin.

De paar early adopters van het begin hebben gezelschap gekregen van change agents die helpen anderen nieuwsgierig te maken. Van directeur tot receptionist wordt in de sector getwitterd en gelinked. Facebook en Foursquare komen ook op. Hier en daar wordt al de slag gemaakt naar het toepassen in het dagelijks werk met de doelgroep.

Via sterke sociale netwerken …

Nieuwe netwerken zijn ontstaan, die zwaar leunen op social media. Welzijn 2.0 is gestart met als doel de sector te doordringen van het belang, de winst en de kracht van social media en ICT. In de Linkedin-subgroep Welzijnswerkers 2.0, onder Welzijn Nederland, komen deze ambassadeurs samen.

Van dichtbij heb ik gezien dat een beroepsvereniging in de sector om ging. De Beroepsvereniging Opbouwwerk Nederland kreeg een nieuw bestuur, een nieuwe naam en daarmee een nieuwe koers. Als Community Development 2.0 en met de hashtag #CODE20 bereiken zij hun achterban via sociale media.

… hervinden zij beroepstrots en laten ze zien dat ze experts zijn in sociale beweging.

Er is –bij mij althans- een beeld ontstaan van jonge, frisse, gemotiveerde, goedgebekte, ondernemende, zeer betrokken en zelfbewuste welzijnswerkers die claimen sociale experts te zijn. Zij mengen zich actief in discussies op het internet en bepalen daardoor mede de koers van de sector.

Graag vul ik de trend van 2010 nog een beetje aan.

Vanuit het beroepsonderwijs is aandacht voor deze ontwikkeling in de sector. Onderwijs en onderzoek kunnen de sector enorm vooruit helpen.

Is de trend uitgekomen?

Zeker! Er is een niet te stoppen ontwikkeling in gang gezet.

Zijn we er?

Zeker niet! Hoewel social media in 2010 in door welzijn werd ontdekt ,moet er nog een grote slag gemaakt worden. Het is nog geen vast onderdeel van het dagelijks werk met bewoners, cliënten, vrijwilligers en maatschappelijke partners. De doorsnee welzijnswerker mist vaak mediawijsheid en kennis van de mogelijkheden van diverse sociale media. Bij-scholing op dit punt is dringend gewenst.

En dan nog de organisatiekant.

Organisaties in welzijn kunnen achterop raken zolang ze internettoegang blijven beperken voor hun medewerkers. ICT systemen waarmee kennis vastgelegd, gedeeld en ontwikkeld kan worden zie je nauwelijks. In onderlinge en externe communicatie en in samenwerking met maatschappelijke partners laten we kansen liggen. Met Het Nieuwe Werken kan ook in onze sector winst gehaald worden. De overheid en het bedrijfsleven zijn daar al verder in en halen ons links en rechts in.

We doen er goed aan ons oor vlak buiten de sector te luisteren te leggen. Bijvoorbeeld op de thema´s eParticipatie, eHulp, Jeugdzorg 2.0 en Community Management. Dat is strategisch verstandig omdat de wereld om ons heen snel doorontwikkeld en omdat werkgevers in de sector moeten zorgen dat ze aantrekkelijk blijven voor instroom van nieuwe medewerkers.

In 2010 heb ik al eens geroepen dat 2011 het jaar van de zich digitaliserende welzijnswerker zou moeten worden. Ik blijf daar voorlopig nog even bij.

Hans Versteegh is pleitbezorger en visionair van Welzijn 2.0, secretaris van CODE 2.0 en als opbouwwerker werkzaam voor Stichting Welzijn Amersfoort. Hij geeft inspiratiesessies, demo’s, presentaties en blogt over het thema welzijn en ICT.

Ben je het met Hans eens? Of niet? Je bent welkom om hieronder te reageren. Meer gastblogs lezen de komende dagen? Meld je dan even aan voor de mailinglijst.

11 Gastbloggers blikken terug op 2010

Wat vonden zij van 2010?

Eind vorig jaar heb ik 11 trends in het welzijnswerk beschreven. Nu het jaar bijna om is, is het tijd om terug te blikken. En dat doe ik dit keer niet zelf. Ik ben op zoek gegaan naar gastbloggers met een mening. Hun blogs geven de lezer een actuele en scherpe kijk op de ontwikkelingen in het welzijnswerk in dit afgelopen jaar. En wellicht geven ze aanwijzingen voor de toekomst waar jij iets mee kunt.

De gastblogs zijn inmiddels allemaal in december gepubliceerd. Je kunt ze hier meelezen.

06-12-2010: Social Media is Booming door Hans Versteegh.

10-12-2010: Mens sana in corpore sano door Carel de Mari

13-12-2010: Klikvoorhulp.nl door Jos Reinders

14-12-2010: De glazen bol rond het opbouwwerk door Teun Hofmeijer

15-12-2010: Diversiteit, toverwoord van 2010 door Hatice Turkmen

16-12-2010: Au en wauw door Daphne van Knippenberg

17-12-2010: Goud door John Beckers

20-12-2010: Grootste trend in welzijnswerk door Folkert Kooistra

21-12-2010: Vertrouwen door Bart Demmers

22-12-2010: Mini franchisen in Welzijn door Hannie van Baren

23-12-2010: Van ZIP naar WIP door diverse bezoekers van het ZIP café op 8 december 2010

BewarenBewaren

Ambassadeurs: kletsende klanten over welzijn

Al vaker heb ik het gehad over ambassadeurs en hoe belangrijk ze zijn voor jouw welzijnsorganisatie. Ambassadeurs zeggen wat je soms zelf niet zo goed durft te zeggen. Namelijk hoe goed je bent. Ambassadeurs zijn jouw kletsende klanten in positieve zin. Ze zorgen voor de zo gewilde mond-tot-mond reclame (vaak ook wel mond-op-mond reclame genoemd maar dat is toch echt niet goed).

Hoe krijg je ze?

Ambassadeurs zijn jouw klanten die tevreden zijn. Meer dan tevreden zelfs. Ze zijn zo tevreden dat ze er graag met anderen over willen kletsen. Maar hoe krijg je nu tevreden klanten? Door bij alles wat je doet de klant centraal te stellen. Gewoon goed je werk doen. Met passie en aandacht voor de klant.

Hoe herken je ze?

Het is belangrijk om te weten wie jouw ambassadeurs zijn. Ambassadeurs herken je als de klanten die er altijd zijn wat je ook maar organiseert. Het zijn de klanten die dankbaar zijn en jou soms graag iets willen geven. Maar om zeker te weten of het echt jouw ambassadeurs zijn is er maar 1 doeltreffende en simpele methode: gewoon de vraag stellen. “Zou u ons aanbevelen bij uw buurvrouw, uw buurman, familie of kennissen?” Dit vragen is best eng en je moet misschien een drempel over. Maar heb het lef en ervaar eens wat er gebeurt. Je krijgt verrassende antwoorden. In 90% van de gevallen krijg je een volmondig ja.

Hoe helpen ze je?

Ambassadeurs helpen je aan nieuwe klanten. Vraag ze om een volgende keer een vriend of vriendin mee te nemen naar de soos. Beloon ze wanneer ze dit doen. Met een gratis kopje koffie of een stevige schouderklop. Een tip: geef de aanbevelingen van jouw klant een prominente plek op de homepage van jouw website. Bij voorkeur met naam en toenaam. Vraag wel eerst even om goedkeuring natuurlijk. Ambassadeurs helpen je ook om te ontdekken waar jouw passie zit, waar jij goed in bent. Deze klant is niet voor niets zo tevreden. Laat je door jouw klant inspireren door te vragen waarmee hij of zij zich zo goed geholpen voelt.

Klachten.

Maar let op, ook ontevreden klanten blijven niet onopgemerkt! Zij kunnen buitengewoon negatief zijn en ook zij kletsen graag. En dit kan ingrijpende gevolgen hebben. Wees daarom alert bij klachten. De grootste uitdaging is van van een klagende klant een tevreden klant te maken. Los de problemen op zonder gelijk te willen helpen want dat zal niet helpen.

Iedereen die werkt in een welzijnsorganisatie speelt een hoofdrol in het krijgen van ambassadeurs. Wees je daarvan bewust. Wees loyaal, werk met passie en heb zorg voor jouw klanten. Wil je ontdekken hoe je hier nog beter in wordt? Lees dan nog even door en doe mee met de workshop Personal Branding voor welzijnswerkers.

Verschil maken

En opeens weet ik het: waar deze blog over moet gaan! Dit gaat over jullie. Ik ontmoet regelmatig zeer inspirerende mensen die met enorme inspiratie zich inzetten voor Welzijn Nieuwe Stijl of de tweede fase van de Wmo. Maakt nu even niet zoveel uit hoe je het noemt. Mensen die een verschil kunnen maken.

Afgelopen woensdag nog had ik een boeiende en hartelijke ontmoeting met Jeroen den Uyl (we zijn aan elkaar voorgesteld door Hans Versteegh). Het gesprek ging over ‘belief’, power, liefde en broederschap. Jeroen gelooft in netwerken: hij heeft een leernetwerk WIJKEN opgericht. Een netwerk van professionals die samenwerken aan wijkaanpak. Ik besloot meteen dat ik hem het boek van Heinz Schiller op ga sturen.

Heinz is ook zo iemand die het verschil kan maken. Hij heeft een boek geschreven met de mooie titel ‘De kunst van het stijgen, over sociale mobiliteit en welzijnswerk dat er toe doet’. Een zin uit het boek die mij erg aanspreekt is ‘Wie geeft zonder een tegenprestatie te verlangen, creëert passiviteit’.

En dan nog iemand: Jos van der Lans. Ik heb geboeid in de digitale Wmo Special van Zorg en Welzijn het interview met hem gelezen. Vanuit historisch perspectief pleit hij voor een overgang van welzijn naar sociaal werk. Zou dat het breekpunt zijn? Het einde van brede welzijnsorganisaties en terug naar sociaal werk wat een combinatie functie wordt van maatschappelijk werk met opbouwwerk?

En dan al die boeiende mensen die aanwezig waren tijdens de tweede netwerkborrel van de Linkedin groep WelzijnNederland. We waren met directeuren, adviseurs, zzp-ers en consultants bij elkaar. We hebben een prachtig gesprek gevoerd over de bestuurders van de toekomst. Wat heeft het welzijnswerk nodig?

Ja, wat hebben we nodig? Deze mensen hebben we zeker nodig. En waar zijn JULLIE????

Tellen en vertellen

Ik heb veel respect voor de wijze waarop de registratie in het welzijnswerk is ingevoerd. Er zal ongetwijfeld veel gemopperd zijn. Maar het resultaat mag er zijn: er is al erg veel cijfermateriaal voor handen. Nu is het tijd om goed te bedenken wat we met de cijfers gaan doen.

In mijn trends voor 2010 noemde ik het zo: “Vertrouwen wordt belangrijker dan meten: er komt in 2010 een einde aan alle overmatige aandacht voor het meten van prestaties en resultaten. Vertrouwen wordt weer belangrijk. Goede persoonlijke relaties worden weer op prijs gesteld.”

Het gaat niet om de cijfers zelf maar om het verhaal achter de cijfers. Ga maar eens voor jezelf na: waarschijnlijk schrijf je trouw ieder jaar kwartaalrapportages, een jaarverslag en natuurlijk een keurige jaarrekening. En lever je dit allemaal op tijd in bij jouw opdrachtgever, meestal de gemeente. En daarna?

In jouw opdracht stond bijvoorbeeld dat je een vrijwilligersvacaturebank moest inrichten. In de cijfers is terug te vinden dat je dat inderdaad hebt gedaan maar toch krijg je allerlei signalen dat noch ambtenaar noch wethouder ooit een kijkje heeft genomen op die mooie site waar alle vacatures overzichtelijk bij elkaar staan. Op de een of andere manier komt jouw boodschap niet over. Of het is je gelukt om drie werkloze vrouwen te activeren met vrijwilligerswerk ,maar waar kun je naast het vinkje bij de vijf kwijt dat het gaat om Ria, Ayse en Ludmila? En hun verhalen? Hoe jij ze hebt leren kennen, hoe ze jou zijn gaan vertrouwen en over hun eigen drempels zijn gestapt?

Vraag is dus hoe je bij jouw opdrachtgevers aandacht krijgt voor het verhaal achter de cijfers. Een goede relatie tussen jou en jouw opdrachtgever is dan van belang. De opdrachtgever vertrouwt jou waardoor de overmatige focus op de cijfers niet nodig is. Je mag van mij aannemen dat jouw opdrachtgever ook geen zin heeft in de cijferbrij en liever met jou de verhalen induikt. Maar dat kan hij pas doen als hij jou zodanig kan vertrouwen en weet dat het cijfermateriaal klopt.

Confusius zegt er iets moois over: “Tell me, I forget. Show me, I remember. Involve me, I understand.”. Zorg er dus voor dat jouw cijfers op orde zijn maar laat het daar niet bij. Ga een stap verder. Zorg voor goede relaties waarin wederzijds vertrouwen ruimte krijgt om te groeien. En ga dan vertellen: betrek jouw opdrachtgever bij de verhalen, betrek ze bij jouw klanten, bij jouw medewerkers. Geef jouw opdrachtgever een ervaring die hij niet gauw zal vergeten. Zoals een directeur van een grote welzijnsorganisatie afgelopen week zei: “het gaat allemaal om emotie”.

Overigens biedt deze periode uitgelezen kansen: met nieuwe wethouders en nieuwe raadsleden komt er ongetwijfeld een moment van kennismaken. Wacht nu niet af maar neem initiatief en voel je uitgedaagd om deze eerste kennismaking gelijk tot een onvergetelijke ervaring te maken.