Mens sana in corpore sano [gastblog]

Gastblog: Ziektepreventie is derde peiler.

Dit is de tweede gastblog van deze serie. Carel is een schrijver. Hij neemt ons mee in het leven van mevrouw Scherpenwoude en mijnheer van Wingerden. Aan de hand van dit beeldende verhaal wordt duidelijk dat participatie en zelfredzaamheid direct in verband staan met ziektepreventie. Carel blogt over trend 10: “ziektepreventie wordt de derde peiler: naast participatie en zelfredzaamheid wordt ziektepreventie ofwel gezondheidsbevordering de derde peiler van het welzijnswerk. Van meet af aan laat het welzijnswerk zien wat haar toegevoegde waarde is op dit terrein en zorgt zij voor een krachtige positionering. Vooral ‘bewegen in de wijk’ en ‘samen gezond eten’ worden speerpunten.”  Carel:

Mens sana in corpore sano

“Een gezonde geest in een gezond lichaam”, de oude Romeinen wisten het al. Onze samenleving vergrijst in rap tempo. De lijst met inwoners van 60 jaar en ouder die we jaarlijks van de gemeente ontvangen wordt steeds langer. En ouderdom komt met gebreken. O ja, die net zestigplusser weet zich over het algemeen nog prima te redden. Totdat er iets gebeurt.

Mevrouw Scherpenwoude is 72. Een paar maanden geleden overleed haar man, bijna 50 jaar waren ze samen geweest, een hecht koppel. Sinds zijn pensionering gingen ze jaarlijks zes, zeven weken met de caravan op stap. Verre landen, op zoek naar avontuur, hun lust en hun leven. Bergwandelingen maken maar ook musea bezoeken, als er maar afwisseling in zat. Mevrouw Scherpenwoude heeft geen rijbewijs. Trouwens, alleen met de caravan op stap gaan zou ze toch nooit doen. En nu zit ze maar wat te zitten. Haar enige uitstapje is de dagelijkse gang naar de buurtsuper.

De heer van Wingerden heeft nooit tijd voor een vaste relatie gehad. Hij was getrouwd met zijn werk en naast zijn wekelijkse bridgeavondje werden bijna al zijn vrije uren gevuld met sportieve activiteiten, fietsen, schaatsen, marathons lopen. En dat sporten werd alleen maar meer na zijn actieve loopbaan. Heerlijk, alleen de polder in en het lichaam afbeulen, zijn lust en zijn leven. Totdat hij tijdens een schaatstocht onderuit ging en zijn schouder verbrijzelde. Hij sloft nog wat in en rond het huis, wordt met de dag chagrijniger.

Ziekte, overlijden van de partner, het kan een heel leven veranderen. En wie het overkomt moet sterk zijn, voorkomen dat hij of zij afglijdt in een sociaal isolement. Achter de geraniums zitten kan altijd nog. Maar niet iedereen is sterk genoeg en komt zonder hulp door zo’n moeilijke periode. Dus is er hulp nodig. Hulp en faciliteiten. Allereerst moeten deze mensen gevonden worden, uit zichzelf zullen ze zich niet snel melden. Daarvoor zijn afspraken nodig met huisartsen, fysiotherapeuten, kerkelijke instanties enzovoort. Daarvoor is er ook signalerend huisbezoek nodig. En vervolgens moeten ze kunnen kiezen uit activiteiten die hun leven weer wat zin geven. Vaak gaat dat met kleine stapjes. Het is niet makkelijk op die leeftijd nog contact te maken, de angst om nieuwe contacten weer snel te verliezen wordt met het vorderen der jaren groter. Maar die keren dat het lukt is de winst in geluk onmiskenbaar. Van Wingerden en Scherpenwoude doen nu mee aan ‘bewegen voor ouderen’ en komen alle werkdagen in het buurthuis een hapje mee-eten. Van Wingerden geeft eens in de week bridgeles, Scherpenwoude is lid van een studiekring en verdiept zich met de kringgenoten in de meest uiteenlopende interessante zaken. Allebei genieten ze weer van hun leven.

De buurt voor de buurt, mens sana in corpore sano.

Naast schrijver is Carel de Mari ook actief bestuurslid van de Stichting Welzijn Ouderen Schoonhoven en zeer betrokken bij het wel en wee van de inwoners op leeftijd van Schoonhoven. Wil je meer van Carel lezen? Zijn verhalenbundel “Marrokaans koken en andere verhalen” is zeer de moeite waard.

Herken je het verhaal van Carel? Of niet? Je bent welkom om hieronder te reageren. Meer gastblogs lezen de komende dagen? Meld je dan even aan voor de mailinglijst.

#transitie

Eind juni heb ik wederom deelgenomen aan een bijeenkomst van het transitieprogramma duurzame zorg. Ik maak jullie graag deelgenoot. De eerste tweets hebben betrekking op de inleiding door Jord Neuteboom. Daarna neemt Kim Putters het woord.

Wat is zorg? Liefde aandacht hulp presentie… #transitie

Probleem van de zorg nu zijn de verbroken verbindingen. Tussen lichaam en geest verzorgende en verzorgde #transitie

Er is een maatsch transformatie van overleven naar langer leven naar bewust leven #transitie

Er is vertrouwenscrisis in de zorg: 93% vindt dat het anders moet. #transitie

Transitie visie: mensgericht economisch volhoudbaar maatschappelijk ingebed #transitie

Mensenzorg: ont-wikkelen (mensen) ont-regelen (organisaties) en ont-schotten (samenleving) #transitie

Van harnas naar zomerjurk #transitie

Nu prof. dr. Kim Putters: de winst van zorgvernieuwing #transitie

Bij vernieuwing in de zorg wordt meestal gedacht in systemen logistiek en structuren #transitie Staat ver af van mensen die er werken.

Dominante trends innovatie zorg: vergrijzing nieuwe ziekten jongeren niet geïnteresseerd vermaatschappelijking bezuinigingen #transitie

Doordat er voor zorg steeds meer verbindingen komen naar aanpalende domeinen kruipt zorg terug in de eigen koker. Angst/innovatie #transitie

Innovatie zorg vraagt om lef risico nemen en verschil toestaan wil tot samenwerken #transitie

Zaal reageert verontwaardigd bij verhaal waar blijkt dat schot tussen AWBZ en Wmo-financiering mensen niet helpt #transitie

VWS wil innovatie stimuleren, maar wil liefst vooraf weten wat eruit komt! Kim vraagt of de overheid wel juiste partij hierbij is #transitie

Bevorderende factoren innovatie zorg: gevoel van urgentie aanwezig van change-agents slimme strategie door klein te beginnen #transitie

Belemmerende factoren innovatie zorg: o.a. onenigheid en weerstand bij professionals #transitie

Als dat klopt, dan gebeurde het al! RT @annekekrakers: vertrouwenscrisis in zorg: 93% vindt dat het anders moet. #transitie, leonvincken

Conclusie Kim Putters: innoveren op duivelselastiek: spanning sturing-toezicht vraag-aanbod verwachtingen- verantwoording #transitie

Hier nu echt de laatste loodjes voor vakantieaftocht. Nog even stoeien met twapperkeeper om tweets #transitie te kunnen pakken voor blog.

Fijne vakantie ook voor jullie!

Toekomstagenda Sociaal Werk: de burger aan het stuur

De Toekomstagenda van het Sociaal Werk bestaat naar onze mening uit DE ontschotting tussen zorg en welzijn. Burgers, klanten van zorg en welzijn, zullen daar erg blij van worden. Want zij moeten zelf aan het stuur komen.

Om met de woorden van Jos van der Lans te spreken: het zal de burger een worst wezen waar hulp vandaan komt. Onderzoek door WelzijnNederland bevestigt dit: Nederlanders gooien zorg en welzijn op één hoop. Bijna de helft van de Nederlanders (47,8%) is onbekend met het welzijnswerk. Jongeren van 15 tot 24 kennen het welzijnswerk het minst (57,3% is onbekend), ouderen van 65 jaar en ouder kennen het welzijnswerk het beste (59% is bekend).

Wanneer Nederlanders wordt gevraagd naar wat volgens hen het welzijnswerk inhoudt volgt een bonte stoet van omschrijvingen. Bijna 12% is eerlijk en zegt geen idee te hebben. De overige ondervraagden geven omschrijvingen waaruit blijkt dat voor de meeste Nederlanders er geen wezenlijk verschil is tussen zorg en welzijn. Een van de ondervraagden noemt het welzijnswerk “de leuke kant van de zorg”. Veel Nederlanders denken ook dat welzijnswerk er vooral voor ouderen is.

Toekomstagenda Sociaal Werk

Het welzijnswerk moet op de schop. De keuze voor de term Sociaal Werk wordt gemaakt omdat dit beter het brede terrein weergeeft waarin de professional zich beweegt. Welzijn en zorg zijn daar onderdelen van. De welzijnssector heeft de ambitie met sociaal werk de zorg voor mensen te voorkomen, te vervangen of uit te stellen. (Marijke van Steenbergen, MOVISIE).

Transitieagenda Duurzame zorg

De zorg is er ook van doordrongen dat het fundamenteel anders moet. De Transitiearena langdurende zorg stelt, dat de zorg meer mensgericht moet, economisch verantwoord en maatschappelijk ingebed. Het Transitieprogramma laat zien dat dit kan. De sterke ontwikkeling van de informele zorg is een van de rode draden en sluit daar goed bij aan. In een zorgzame samenleving gaat het vooral om het verbinden van de zorg met andere domeinen (zoals welzijn en wonen) om ze onderdeel van het leven van de burger te maken.

De gedreven professional is de verbindende factor en werkt in faciliterende organisaties. Hij laat zijn professie met vanzelfsprekendheid gepaard gaan met sterke sociale vaardigheden, kennis en gebruik van moderne digitale middelen en technologie. De professional is in staat om zich te laten sturen door de burger, werkt samen en gaat daarbij soepel over bestaande grenzen.

Eb en vloed

We kunnen de domeindiscussie achter ons laten als we de burger centraal stellen. Professionals nemen de burger en zijn zelfredzaamheid als uitgangspunt en houden hun eigen expertise als het ware in de achterzak. Het is als meebewegen met eb en vloed: soms is de vraag groot en soms is die klein; soms ver weg en soms dichtbij; soms meer op welzijn gericht en soms meer op zorg. Absolute voorwaarde is dat de professional (en de samenleving) de burger vertrouwt: in het zelf regie voeren over zijn hulpvraag en in de onderlinge hulpvaardigheid van burgers. Onder invloed van de Wmo groeit deze samenredzaamheid en is er soms alleen nog lichte ondersteuning nodig.

Transitie

De transitie als een beweging naar een fundamenteel andere structuur, cultuur en werkwijze, moet nu worden versneld. De beleidsagenda’s van Welzijn en Zorg dienen met elkaar te worden verbonden. Er moet meer ruimte komen om te experimenteren en daarmee ook ruimte om te mislukken. Bestaande innovaties moeten uit het circuit van projectsubsidies komen en worden verbreed en opgeschaald met regulier geld. Bovenal moeten burgers zelf aan het stuur komen. De Wmo slaagt daar tot nu toe onvoldoende in maar we zien voldoende kansen als de professional en de burger een relatie op basis van wederkerige waardering aangaan.

Zorg 2.0 en Welzijn 2.0

Die burgers, klanten van zorg en welzijn, zijn ook te vinden op het internet. Het web 2.0 is een invloedrijk platform waar de ontschotting en verbinding tot stand komt. Professionals en burgers treffen elkaar daar. De twitterdokter en de hyves van de jongerenwerker zijn een krachtig signaal dat de transitie hier en nu al op gang is gekomen. Dominantie door kennis, status of beroep is daar niet aan de orde. Kennis delen, hulpvaardigheid en menselijkheid zijn de norm. En dat sluit perfect aan bij onze toekomstagenda’s waarbij de burger centraal staat. We ontmoeten u graag daar om verder te praten.

De auteurs

Julia Wittmayer is onderzoeker en adviseur, verbonden aan het Dutch Research Institute for Transitions (DRIFT) en houdt zich onder ander bezig met de transitie naar een duurzame zorg. Transities zijn fundamentele veranderingen van cultuur, structuur en werkwijze van een regio of een maatschappelijk domein die een lange termijn vergen.

Anneke Krakers is sinds 2000 werkzaam als directeur bij een kleine welzijnsorganisatie. Als maatschappelijk ondernemer maakt ze zich sterk voor de welzijnsbranche op lokaal en regionaal niveau en sinds eind 2007 ook op landelijk niveau. Haar onderneming WelzijnNederland helpt welzijnsorganisaties en welzijnswerkers bij hun marketing en profilering.

Wat hebben zorg en welzijn met elkaar te maken?

Zorg en welzijn, wat hebben zij met elkaar te maken? Heel graag zou ik het antwoord op die vraag willen hebben. En wie het weet mag reageren. Hier enkele van mijn overpeinzingen,overigens gekleurd door mijn welzijnsbril.

Het in één adem noemen van zorg en welzijn is natuurlijk niet ongebruikelijk. Dat impliceert dat beide zaken zeker iets met elkaar te maken hebben. Toch is het makkelijker om verschillen te benoemen dan overeenkomsten. Zorg neemt over, welzijn ondersteunt. Zorg gaat uit van een beperking, welzijn van de eigen kracht. Enkele grote welzijnsondernemingen daargelaten kan welzijn opereren op kleine schaal en heeft de zorg meestal grote omvang nodig om efficiënt te kunnen werken.

De Nederlander maakt het overigens allemaal niets uit. Uit onderzoek door WelzijnNederland naar de bekendheid van het welzijnswerk (juli 2008) blijkt dat wanneer Nederlanders wordt gevraagd naar wat volgens hen het welzijnswerk inhoudt bijna 12 procentzegt geen idee te hebben. De overige ondervraagden geven omschrijvingen waaruit blijkt dat voor de meeste Nederlanders er geen wezenlijk verschil is tussen zorg en welzijn.

Misschien maakt de Wmo wel een einde aan de domeindiscussie tussen zorg en welzijn. Waarbij ik overigens de indruk heb dat die discussie vaker door welzijn dan door zorg wordt aangeslingerd. De domeindiscussie is vermoeiend, niet effectief en de opdrachtgevers worden er niet vrolijk van: zij willen gewoon dat hun Wmo-opdrachten worden uitgevoerd door betrouwbare leveranciers.

Zorg en welzijn hebben beiden wat last van een imagoprobleem waardoor het aannemelijk is dat de beelden die beide sectoren van elkaar hebben ook niet helemaal zullen kloppen. Daar hebben we een overeenkomst. Echter, dit kan wel eens een van de redenen zijn dat samenwerking in de keten, ondanks de enorme investeringen, toch vaak mislukt.

Zorg + Welzijn, het tijdschrift en deze digitale community, wordt gelezen door ‘sociale professionals’ uit de zorg en welzijn. Ik ben benieuwd of u als lezer, maar ook of de redactie de vanzelfsprekendheid waarmee zorg en welzijn in één adem worden genoemd worden, kan onderschrijven.

In de war over vrijwilligerswerk

De komst van de Wmo heeft het vrijwilligerswerk volop in de schijnwerpers gezet. Dat is mooi. Toch maak ik mij ook zorgen. Ik weet niet zo goed hoe ik het moet uitleggen. Kijk, vrijwilligerswerk doe je vrijwillig. Dat doe je omdat je ermee opgroeit, omdat het op jouw pad komt, omdat je er lol aan beleeft, omdat je een handje wil helpen. En natuurlijk is het dan logisch dat er op je wordt gerekend. De kids van de tennisclub rekenen erop dat jij gaat rijden, de ouderen van de soos rekenen erop dat jij komt om de bingoballen te laten draaien.

Maar sinds de komst van de Wmo rekent er ook nog iemand anders op je. De overheid. De overheid noemt vrijwilligers het cement van de samenleving. ‘Het kabinet heeft er daarom de afgelopen jaren werk van gemaakt de vrijwillige inzet beter te verankeren in de Nederlandse samenleving’. Daarmee is vrijwilligerswerk verworden tot een politiek en economisch instrument. Vrijwilligerswerk ontstaat niet meer bij wat u of ik willen, waar we zin in hebben, waar we blij van worden maar waar de overheid op stuurt. En dus zijn er steeds meer vrijwilligers nodig. Maar soms is vrijwilligerswerk niet zo makkelijk te sturen. En geeft de overheid veel geld uit aan projecten om respijtzorgvrijwilligers (!) te werven die mantelzorgers moeten ontlasten. Er zijn vrijwilligers nodig die gekwalificeerd zijn om stevige coördinerende taken op zich te nemen, vrijwilligers die willen helpen bij naar het toilet gaan of vrijwilligers die gekwalificeerd kinderverpleegkundige zijn.

Laatst betrapte ik mijzelf erop. Voor een leuk project bij mijn stichting waren veel vrijwilligers nodig. Spontaan nodigde ik een goede vriend uit om mee te helpen als vrijwilliger. Ik was verbaasd dat hij niet gelijk ‘ja’ zei. Hij moest erover denken en belde een paar dagen later dat hij het niet zag zitten. Veel te druk. Verdorie! Hij kon toch best even meehelpen? Verder doet hij ook niets behalve zorgen voor zichzelf en zijn gezin …

Ik was behoorlijk in de war. Gelukkig kreeg ik mijn eigen onzin op tijd door (en zijn we gelukkig nog steeds vrienden). Vrijwilligerswerk is leuk als je het zelf leuk vindt. Als het ontstaat vanuit jezelf en niet als een ander je stuurt. Ik ben benieuwd wat u vindt.